De energietoeslag van 2023 is bedoeld om huishoudens met een laag inkomen te ondersteunen bij de aanzet van de stijgende energiekosten. In het kader van deze regeling zijn ook studenten voor het eerst meegenomen in een aparte regeling. Dit artikel belicht de energietoeslag voor studenten, de voorwaarden die gelden en de juridische en administratieve uitdagingen die met deze regeling gepaard gaan.
Inleiding
De energietoeslag is een maatregel die in 2022 werd ingevoerd als tijdelijke compensatie voor stijgende energiekosten. In de loop van het jaar werd het bedrag verhoogd tot maximaal €1.300. Het wetsvoorstel voor 2023 bevatte een aparte regeling voor studenten die niet genoeg ondersteuning hadden om de hogere energiekosten te betalen. Deze studenten kregen een eenmalige tegemoetkoming van €400 via de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO).
Deze regeling had echter ook juridische complicaties met zich mee. In 2022 waren studenten in de meeste gemeenten uitgesloten van de energietoeslag. Rechtszaken en bezwaren hebben geleid tot veranderingen in de regeling voor 2023, maar ook tot ongelijkheden tussen studenten die bezwaar maakten en anderen die dat niet deden.
In dit artikel wordt ingegaan op de regeling voor 2023, de voorwaarden voor studenten, de rol van de gemeente en de juridische kwesties rond de uitsluiting van studenten in 2022.
De energietoeslag voor studenten in 2023
In 2023 is er een aparte regeling opgenomen voor uitwonende studenten in het wetsvoorstel over de energietoeslag. Deze regeling is gericht op studenten wiens ouders niet in staat zijn om de hogere energiekosten te dekken. Deze studenten ontvangen een eenmalige tegemoetkoming van €400 via DUO. Dit geldt voor studenten die zowel een uitwonende basisbeurs als een aanvullende beurs ontvangen.
De tegemoetkoming wordt uitbetaald in januari 2024 en is automatisch, zonder dat de student iets hoeft aan te vragen. Dit maakt de procedure voor studenten eenvoudiger en vermindert administratieve rompslomp.
De hoogte van deze tegemoetkoming is gelijk aan €400, wat lager is dan de algemene energietoeslag van €1.300 voor huishoudens met een laag inkomen. Dit heeft te maken met de specifieke situatie van studenten: in tegenstelling tot huishoudens met vaste verblijfplaatsen, hebben studenten vaak geen eigen energierekening. Bovendien woont ongeveer de helft van de studenten thuis bij hun ouders, die vaak de energiekosten al voor hen betalen.
Toch is het wetsvoorstel van 2023 een stap in de goede richting, omdat studenten nu wel meegenomen zijn in een regeling die eerder uitsluitend gericht was op huishoudens met vaste verblijfplaatsen.
Voorwaarden voor de energietoeslag voor studenten
De energietoeslag van €400 is alleen beschikbaar voor studenten die aan een aantal voorwaarden voldoen. De belangrijkste voorwaarden zijn:
- De student moet uitwonend zijn.
- De student moet zowel een uitwonende basisbeurs als een aanvullende beurs ontvangen in oktober 2023.
- De ouders van de student mogen niet in staat zijn om de hogere energiekosten te dekken.
De uitwonende status van de student wordt beoordeeld op basis van het aanvullende beursformulier dat wordt ingevuld bij DUO. Dit betekent dat niet elke uitwonende student automatisch in aanmerking komt. De regeling is specifiek gericht op studenten die financieel in de problemen komen door de stijgende energiekosten.
Daarnaast is de tegemoetkoming van €400 alleen beschikbaar voor studenten die in 2022 niet in aanmerking kwamen voor de energietoeslag. Studenten die in 2022 wel een voorschot van €500 hebben ontvangen, krijgen in 2023 alleen €800, als zij in 2023 ook nog steeds recht hebben op de energietoeslag. Voor studenten die in 2022 wel een voorschot hebben ontvangen, maar in 2023 geen recht meer hebben op de energietoeslag, is de voorschotbetaling van €500 niet terug te betalen.
Het bedrag van €400 is dus een eenmalige tegemoetkoming en niet bedoeld als een maatregel voor langdurige ondersteuning.
De rol van gemeenten in de energietoeslag
Hoewel de energietoeslag voor studenten via DUO wordt uitbetaald, heeft de gemeente een belangrijke rol in de regeling. De gemeente bepaalt wie in aanmerking komt voor de energietoeslag van €1.300 voor huishoudens met een laag inkomen. In 2023 konden gemeenten de energietoeslag verhogen met een voorschot van €500 in de eerste helft van het jaar. Dit betekent dat gemeenten die dit voorschot hebben uitgekeerd, in de tweede helft van het jaar maximaal €800 kunnen uitkeren. Gemeenten die dit voorschot niet hebben uitgekeerd, kunnen de volledige €1.300 uitkeren.
De regeling voor studenten is echter vanaf het begin vanaf DUO beheerd. Dit betekent dat de gemeente geen directe rol speelt in de uitbetaling van de tegemoetkoming van €400 voor uitwonende studenten. De gemeente bepaalt niet wie in aanmerking komt voor de tegemoetkoming, omdat dit volledig op basis van het aanvullende beursformulier en de uitwonende status van de student wordt beoordeeld.
De rol van gemeenten is vooral van belang bij het bepalen van wie in aanmerking komt voor de algemene energietoeslag van €1.300. In dit kader kunnen gemeenten ook hun eigen criteria hanteren, zoals de hoogte van het inkomen of het aantal personen in het huishouden. In 2023 zijn er verschillen tussen gemeenten qua toekenning van de energietoeslag, afhankelijk van hoe ze de regeling hebben ingevuld.
Juridische kwesties rond de energietoeslag voor studenten
In 2022 zijn studenten in de meeste gemeenten volledig uitgesloten van de energietoeslag. De regeling was destijds zo opgesteld dat studenten die een aanvullende beurs ontvingen, niet meegenomen konden worden in de regeling. De verantwoording die het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gaf voor deze uitsluiting was dat het moeilijk was om te bepalen wie in aanmerking kwam voor de tegemoetkoming. Bovendien was er een angst dat er overgecompenseerd zou worden, omdat veel studenten toch niet zelf verantwoordelijk zijn voor de energiekosten in hun huishouden.
Deze uitsluiting heeft echter geleid tot rechtszaken. In 2023 zijn er meerdere rechtszaken gestart tegen gemeenten die studenten volledig buiten de energietoeslag hebben gelaten. In een rechtszaak in Amsterdam is een student in februari 2023 in het gelijk gesteld. Dit betekent dat de uitsluiting van studenten in 2022 onterecht was.
De problematiek is echter niet volledig opgelost. Studenten die in 2022 geen bezwaar hebben gemaakt, hebben nu geen juridisch recht op de energietoeslag. Dit heeft geleid tot ongelijkheid tussen studenten die actief bezwaar hebben gemaakt en anderen die dat niet hebben gedaan. Juristen en studentenvakbonden hebben hier kritiek op, omdat het betekent dat burgers pas een rechtenpositie kunnen krijgen als ze juridisch actief zijn.
Ongelijkheid tussen studentensteden
Ongelijkheid tussen studentensteden is een ander punt dat in de discussie is opgekomen. Gemeenten zoals Rotterdam, Utrecht en Leiden hebben in 2022 studenten volledig uitgesloten van de energietoeslag. In deze gemeenten konden studenten ook niet aanspraak maken op individuele bijzondere bijstand voor gestegen energiekosten. Andere gemeenten zijn in 2023 bereid geweest om studenten in te schakelen in de regeling, afhankelijk van het inkomen en de uitwonende status.
Deze ongelijkheid is gebleven en heeft geleid tot rechtszaken in meerdere studentensteden. Juristen en studentenvakbonden werken samen om voor zo’n 10.000 studenten een juridisch recht op de energietoeslag te creëren. Deze procedures vinden plaats in grote studentensteden zoals Amsterdam, Rotterdam, Utrecht, Leiden, Groningen en Maastricht, maar ook in kleinere gemeenten.
De rechtszaken zijn echter enkel toegankelijk voor studenten die in 2022 bezwaar hebben gemaakt. Studenten die in 2022 geen bezwaar hebben ingediend, hebben geen juridisch recht op de tegemoetkoming, ook als ze in 2023 in aanmerking zouden komen.
De toekomst van de energietoeslag voor studenten
De huidige regeling voor studenten is een stap in de goede richting, maar er zijn nog steeds kritieke punten die verbeterd kunnen worden. De belangrijkste kwestie is dat de regeling alleen toepasbaar is op studenten die in 2022 niet in aanmerking kwamen voor de energietoeslag. Studenten die in 2022 al een voorschot van €500 hebben ontvangen, krijgen in 2023 minder tegemoetkoming.
Daarnaast is de regeling slechts beschikbaar voor studenten die zowel een uitwonende basisbeurs als een aanvullende beurs ontvangen. Studenten die geen aanvullende beurs ontvangen of die hun beurs via leningen ontvangen, vallen volledig buiten de boot. Dit heeft geleid tot juridische discussies, omdat het niet duidelijk is waarom deze groepen studenten niet meegenomen zijn in de regeling.
Er is ook kritiek op het feit dat de regeling voor studenten volledig afhankelijk is van het aanvullende beursformulier. Dit betekent dat niet elke uitwonende student automatisch in aanmerking komt. Het is belangrijk dat de regeling transparant is en dat studenten weten hoe ze in aanmerking komen.
Conclusie
De energietoeslag voor studenten in 2023 is een belangrijke stap in de richting van meer financiële ondersteuning voor studenten die geconfronteerd worden met stijgende energiekosten. In 2023 krijgen uitwonende studenten die aan bepaalde voorwaarden voldoen een tegemoetkoming van €400 via DUO. Deze tegemoetkoming is automatisch uitbetaald en hoeft niet aangevraagd te worden.
De regeling is echter niet volledig toegankelijk voor alle studenten. Studenten die in 2022 niet in aanmerking kwamen voor de energietoeslag, vallen in 2023 wel in aanmerking. Studenten die in 2022 al een voorschot hebben ontvangen, krijgen in 2023 minder tegemoetkoming. Daarnaast is de regeling alleen beschikbaar voor studenten die zowel een uitwonende basisbeurs als een aanvullende beurs ontvangen.
De juridische discussies rond de energietoeslag in 2022 hebben geleid tot rechtszaken in meerdere gemeenten. Deze rechtszaken zijn echter enkel toegankelijk voor studenten die in 2022 bezwaar hebben gemaakt. Studenten die in 2022 geen bezwaar hebben gemaakt, hebben geen juridisch recht op de tegemoetkoming, ook als ze in 2023 in aanmerking zouden komen.
De toekomstige regelingen voor studenten zullen moeten worden afgestemd op de juridische en praktische kwesties die nu op tafel liggen. Het is belangrijk dat de regeling voor studenten duidelijk is, toegankelijk is en gelijkheid garandeert tussen alle studenten.
