Extra middelen voor gemeenten om energiearmoede te bestrijden: Impact op woningvernieuwing en duurzame bouw

Inleiding

De huidige energiecrisis heeft geleid tot een toegenomen aandacht voor energiearmoede in Nederland. Veel huishoudens met een laag inkomen worstelen met steeds hogere energierekeningen. Om dit probleem aan te pakken, heeft het kabinet extra geld vrijgemaakt voor gemeenten. Deze middelen kunnen worden ingezet om huishoudens in de wintermaanden extra hulp te bieden, maar ook om woningen te verduurzamen, wat op lange termijn kan leiden tot lager energieverbruik en lagere kosten voor de bewoner. In deze artikel wordt ingegaan op de beschikbare middelen, de besteding daarvan en de impact op renovatie- en bouwprojecten, met een nadruk op duurzame bouw en energiebesparing.

De beschikbare middelen en de besteding

Het kabinet heeft besloten om € 30 miljoen extra te vrijgeven voor gemeenten, die dit bedrag kunnen gebruiken om huishoudens met een laag inkomen en hoge energiekosten te helpen. Van deze € 30 miljoen is € 20 miljoen afkomstig van het Tijdelijk Noodfonds Energie, dat eerder is opgeheven. Daarnaast trekt het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid € 10 miljoen extra uit om huishoudens te ondersteunen. Deze middelen zijn bedoeld om in de komende wintermaanden een tijdelijke oplossing te bieden, totdat het nieuwe publieke energiefonds vanaf de winterperiode 2026/2027 beschikbaar komt.

Verdeling van middelen per gemeente

De verdeling van de middelen is gebaseerd op een verdeelsleutel, die rekening houdt met de demografische situatie in de gemeente en het aantal huishoudens dat zich heeft gemeld voor hulp bij energiearmoede. Ondanks dat deze verdeling voor enkele gemeenten afwijkt van vorige jaren, zijn de bedragen op dit moment definitief vastgelegd. In de Decembercirculaire 2025 zijn de exacte bedragen per gemeente op pagina 52 te vinden. Voor 2026 zullen de bedragen in de Meicirculaire van 2026 worden aangegeven.

Besteding van middelen

De middelen kunnen worden besteed aan verschillende vormen van ondersteuning. Zo kunnen gemeenten enerzijds huishoudens met geldproblemen beter bereiken via energiecoaches of andere vormen van dienstverlening, en anderzijds investeren in verduurzamingsprojecten. Dit betekent dat woningen van huishoudens met energiearmoede thermisch kunnen worden vernieuwd, wat op lange termijn kan leiden tot lagere energierekeningen.

Er zijn 151.000 huishoudens die zich hebben gemeld via het Tijdelijk Noodfonds Energie en open staan voor hulp. Deze huishoudens komen in ieder geval in aanmerking voor ondersteuning. De middelen kunnen ook worden gebruikt voor het opstarten of uitbreiden van lokale initiatieven, zoals het inzetten van energiefixers of het organiseren van educatieve programma’s over energiebesparing.

Publiek energiefonds vanaf 2026/2027

Hoewel het extra geld van € 30 miljoen een tijdelijke oplossing biedt, is het duidelijk dat er op de langere termijn een duurzamere aanpak nodig is. Daarom heeft het kabinet besloten om een publiek energiefonds op te zetten, dat vanaf de winterperiode 2026/2027 beschikbaar zal zijn. Dit fonds is bedoeld voor huishoudens die de energierekening niet kunnen betalen, in combinatie met hulp bij de verduurzaming van hun woning.

Voor dit publieke fonds is in totaal € 339,75 miljoen beschikbaar, wat € 105,25 miljoen meer is dan aanvankelijk gepland was. Deze extra middelen zijn mogelijk gemaakt via het Europees sociaal klimaatfonds. Het fonds is echter nog onder voorbehoud van goedkeuring door de Europese Commissie.

Doel van het publieke energiefonds

Het doel van het publieke energiefonds is om huishoudens structureel te ondersteunen bij het beheersen van hun energiekosten. Dit kan zowel via directe inkomenssteun als via investeringen in duurzame woningverbeteringen. Op die manier worden de energierekeningen op de lange termijn lager, en kan energiearmoede worden voorkomen.

Staatssecretaris Nobel benadrukt dat het belangrijk is om zowel tijdelijke als structurele oplossingen te combineren. Terwijl het tijdelijke geld van € 30 miljoen gericht is op korte termijnhulp, moet het publieke fonds ervoor zorgen dat huishoudens op de lange termijn in staat zijn om hun energierekening te betalen.

Impact op woningvernieuwing en duurzame bouw

De beschikbaarheid van extra middelen voor energiearmoede heeft ook directe gevolgen voor woningvernieuwing en duurzame bouwprojecten. In de komende jaren zal het verduurzamen van woningen een essentieel onderdeel worden van de aanpak van energiearmoede. Dit betekent dat zowel woningbouwbedrijven als particuliere eigenaren de kans krijgen om investeringen in duurzame renovatie te doen, ondersteund door overheidsfondsen.

Verduurzamingsprojecten

Gemeenten en woningcorporaties kunnen nu projecten opstarten die gericht zijn op het verlagen van het energieverbruik in woningen. Denk aan het aanbrengen van isolatie, het vervangen van verouderde warmtepompen of het installeren van zonnepanelen. Deze projecten zijn niet alleen gunstig voor de bewoner, maar ook voor de milieuimpact van het woningbestand in Nederland.

In de praktijk zien we al dat gemeenten zoals Twente, Nijmegen en Wageningen actief bezig zijn met verduurzamingsprojecten. Zo heeft de gemeente Twente bijvoorbeeld een Renovatiedeal opgezet, waarbij tot 2030 7.000 woningen worden verduurzaamd. In Nijmegen wordt data gebruikt om energiearmoede sneller aan te pakken, en in Wageningen is er een breed aanpakplan waarbij sociale en duurzame doelstellingen worden gecombineerd.

Duurzame bouw en energiearmoede

De focus op duurzame bouw is ook relevant voor energiearmoede. Woningen die op een energie-efficiënte manier worden gebouwd, hebben een lager energieverbruik en dus lagere energierekeningen. Dit is vooral van belang voor huishoudens met een laag inkomen, die vaak in oudere, minder energie-efficiënte woningen wonen.

Het verduurzamen van het bestaande woningbestand is daarom essentieel in de aanpak van energiearmoede. Het kabinet benadrukt in zijn beleid dat het niet voldoende is om alleen tijdelijke hulp te bieden, maar dat ook investeringen in duurzame bouw en woningverbetering moeten worden gedaan. Zo kan het probleem van energiearmoede op de lange termijn worden verlaagd.

Praktijkvoorbeelden van aanpakken

In diverse gemeenten zijn al praktijkvoorbeelden te vinden van hoe de beschikbare middelen gebruikt worden om energiearmoede aan te pakken. Deze voorbeelden tonen aan dat zowel directe hulp als investeringen in duurzame bouw effectief kunnen zijn.

Twente

In de regio Twente is een verduurzamingsdeal opgestart, waarbij tot 2030 7.000 woningen worden vernieuwd. Deze deal is bedoeld om zowel energiearmoede als klimaatproblemen aan te pakken. De gemeente Almelo speelt een belangrijke rol in deze aanpak. De wethouder Margreet Overmeen-Bakhuis benadrukt dat het doel is om ongeveer de helft van de Twentse huishoudens in energiearmoede te helpen. Deze aanpak maakt gebruik van zowel overheidsfondsen als lokale initiatieven.

Nijmegen

De gemeente Nijmegen heeft ervoor gekozen om data te gebruiken om energiearmoede sneller aan te pakken. Door samenwerking tussen de gemeente en woningcorporaties is het mogelijk om de huishoudens die het hardst nodig hebben snel te identificeren en te ondersteunen. Deze aanpak is efficiënter dan een algemene uitkering, omdat het gericht is op de meest kwetsbare groepen.

Wageningen

In Wageningen is gekozen voor een brede aanpak, waarbij sociale en duurzame doelstellingen worden gecombineerd. De gemeente werkt samen met sociale organisaties en lokale energiecoöperaties om zowel directe hulp te bieden als langdurige veranderingen in te zetten. Deze aanpak benadrukt het belang van samenwerking en een multidisciplinaire benadering.

Kritisch overzicht van de aanpak

Hoewel de beschikbare middelen voor energiearmoede een positieve stap zijn, zijn er ook kritische opmerkingen over de aanpak. Zo benadrukt Divosa dat de extra middelen geen duurzame oplossing vormen voor energiearmoede. Het probleem blijft dat de energierekening voor huishoudens met een laag inkomen op de lange termijn niet betaalbaar is. Daarom is het belangrijk dat ook structurele maatregelen worden genomen, zoals het verlagen van energieprijzen of het verduurzamen van het woningbestand.

Een andere kritiek richt zich op de tijdsplanning. Het publieke energiefonds is pas vanaf 2026/2027 beschikbaar, wat betekent dat er nog steeds een periodie zonder landelijke steun kan zijn. Tijdens deze periode is het belangrijk dat gemeenten en woningcorporaties hun eigen initiatieven kunnen voortzetten om energiearmoede te bestrijden.

Toekomstige ontwikkelingen

De toekomstige ontwikkelingen rondom energiearmoede zijn gericht op zowel tijdelijke als structurele oplossingen. Het opzetten van een publiek energiefonds is een belangrijke stap in de richting van een duurzamere aanpak. Daarnaast zijn er plannen voor de uitbreiding van de inzet van energiefixers, die huishoudens helpen bij het beheersen van hun energiekosten.

Het kabinet heeft ook al extra middelen vrijgemaakt voor het tegengaan van energiearmoede via de inzet van energiefixers. In 2023 is € 200 miljoen extra beschikbaar gesteld voor dit doel. Deze investeringen tonen aan dat de overheid bereid is om middelen te steken in oplossingen voor energiearmoede.

Energiearmoede en het klimaatakkoord

Energiearmoede is ook een onderwerp in het klimaatakkoord. In het klimaatakkoord is afgesproken dat elke gemeente in Nederland over een onafhankelijk energieloket beschikt. Deze loketten moeten huishoudens helpen bij het beheersen van hun energiekosten en het verduurzamen van hun woning. De implementatie van deze loketten is nog in uitvoering, maar het is een positieve stap in de richting van een duurzamere aanpak van energiearmoede.

Conclusie

De beschikbaarheid van extra middelen voor gemeenten om energiearmoede te bestrijden is een belangrijke stap in de richting van een duurzamere aanpak. Deze middelen kunnen worden ingezet om zowel tijdelijke hulp te bieden aan huishoudens met een laag inkomen en hoge energierekening, als om investeringen te doen in duurzame woningvernieuwing. Op de lange termijn is het doel om energiearmoede te voorkomen door het verduurzamen van het woningbestand en het verlagen van energiekosten.

De tijdelijke oplossingen zijn echter niet voldoende. Het is belangrijk dat ook structurele maatregelen worden genomen, zoals het verlagen van energieprijzen en de uitbreiding van overheidsfondsen voor energiearmoede. Daarnaast is samenwerking tussen gemeenten, woningcorporaties en sociale organisaties essentieel om energiearmoede effectief aan te pakken.

De komende jaren zullen we zien of de huidige beleidskeuzes leiden tot een duurzame oplossing voor energiearmoede. Het opzetten van een publiek energiefonds en de investeringen in duurzame bouw zijn goede starten, maar het is nog onduidelijk of deze aanpak op de lange termijn succesvol zal zijn. Het is daarom belangrijk dat de uitkomsten van deze beleidsmaatregelen nauwkeurig worden gevolgd en eventueel worden aangepast.

Bronnen

  1. Kabinet maakt extra geld vrij voor energiefonds, deze winter meer hulp voor huishoudens
  2. Extra geld naar gemeenten voor hulp bij energiearmoede deze winter
  3. Martijnschut: Energiearmoede
  4. Aanpak energiearmoede bij Volkshuisvesting Nederland

Related Posts