Energiearmoede in Nederland: Toekomstvisie, maatregelen en het rol van verduurzaming

In de afgelopen jaren is energiearmoede een van de belangrijkste maatschappelijke uitdagingen geworden in Nederland. Het aantal huishoudens dat moeite heeft met het betalen van energierekeningen is sterk toegenomen, met name sinds het verdwijnen van tijdelijke maatregelen zoals energietoeslagen en het energieprijsplafond. Gelijkertijd blijft verduurzaming van woningen centraal staan als strategische keuze om energiearmoede aan te pakken. In dit artikel bespreken we de huidige stand van zaken, het belang van energiearme huishoudens, de rol van verduurzaming en de maatregelen die zowel op nationaal als lokaal niveau worden genomen.

Wat is energiearmoede en hoe wordt het gemeten?

Energiearmoede betreft huishoudens die moeite hebben om hun energierekening te betalen. Dit kan op verschillende manieren voorkomen: ofwel is het inkomen te laag om de kosten te dekken, ofwel is de woning zo slecht geïsoleerd dat de energiekosten onredelijk hoog zijn. TNO en het CBS hebben vier indicatoren ontwikkeld om energiearmoede te meten, op basis van drie dimensies:

  1. Betaalbaarheid van energie (bijvoorbeeld het percentage van het inkomen dat wordt besteed aan energie);
  2. Energetische kwaliteit van het huis (bijvoorbeeld het energielabel of de isolatiegraad);
  3. Mogelijkheid om mee te doen aan de verduurzaming (bijvoorbeeld de financiële mogelijkheid om investeringen in energiebesparing te doen).

Deze dimensies hebben geleid tot de volgende vier indicatoren:

  • HEQ (Hoge Energiequote): huishoudens die meer dan 6% van hun inkomen besteden aan energie;
  • LIHE/LIHEK (Laag Inkomen & Hoge Energiekosten): huishoudens met een laag inkomen die tegelijkertijd hoge energierekeningen hebben;
  • LILEK (Laag Inkomen & Lage Energetische Kwaliteit): huishoudens met een laag inkomen die in een slecht geïsoleerde woning wonen;
  • LEKWI (Lage Energetische Kwaliteit & Weinig Investeringsmogelijkheden): huishoudens die in een slecht geïsoleerde woning wonen, maar geen financiële middelen hebben om verduurzamingsmaatregelen te nemen.

Deze indicatoren worden gebruikt in de Monitor Energiearmoede, een initiatief van TNO en het CBS, om energiearmoede op nationaal en lokaal niveau in kaart te brengen. In 2022 en 2023 kon de overheid tijdelijke maatregelen toepassen om huishoudens te ondersteunen, zoals een energietoeslag van 1300 euro. Tegenwoordig zijn deze tijdelijke maatregelen echter verdwenen, wat heeft geleid tot een toename van de energiekosten voor huishoudens. In 2019 waren er ongeveer 682.000 huishoudens met energiearmoede, terwijl het aantal tegenwoordig geraamde lager ligt, hoewel de energiekosten zelf hoger zijn. Dit wordt gedeeltelijk toegeschreven aan verbeterde woningen, zuiniger energiegebruik en hogere inkomens.

Energiearmoede en de regio: de kloof tussen Randstad en rest van het land

De verdeling van energiearmoede is niet gelijk over het land verspreid. Uit onderzoek in opdracht van Essent blijkt dat mensen die buiten de Randstad wonen, over het algemeen meer moeite hebben met energiekosten dan mensen die binnen de Randstad wonen. In de Randstad zijn huizen vaak kleiner, beter geïsoleerd en worden ze bewoond door mensen met hogere inkomens. Hierdoor is de gemiddelde energiekostenquote in de Randstad lager dan elders in het land.

In 2025 is bijvoorbeeld het energiekostenpercentage gemiddeld 6,4% van het inkomen, terwijl het in de Randstad lager ligt: in Utrecht 5%, in Noord- en Zuid-Holland ongeveer 6%. In regio’s zoals Drenthe, Groningen, Friesland en Limburg zijn energiekosten aanzienlijk hoger. Dit komt onder andere door slechtere isolatie van huizen en lagere inkomens. In Groningen betalen gezinnen bijvoorbeeld 105 euro per maand extra aan energie dan gezinnen in Utrecht.

Een onderzoek van Essent wijst uit dat 42% van de huishoudens in Nederland in de toekomst moeite zal hebben met de energietransitie. Deze groep bestaat vooral uit huishoudens die financieel niet in staat zijn om investeringen in duurzame energie te doen. De energiekloof tussen regio’s blijft dus groeien en vereist specifieke aandacht.

Aanpak van energiearmoede: de rol van gemeenten en het Nationale Isolatie Programma

Aanpak van energiearmoede verloopt op meerdere niveaus: zowel op nationaal als op lokaal niveau. Op nationaal niveau is het Nationale Isolatie Programma (NIP) een kernmaatregel om energiearmoede aan te pakken. Het NIP is bedoeld om woningen te isoleren en daarmee energiekosten te verlagen, zodat huishoudens minder last hebben van hoge rekeningen. In de provincie Groningen en Noord-Drenthe is deze aanpak extra relevant, gezien de hoge aantallen huishoudens met energiearmoede in deze regio’s.

De maatregel voor isolatie in Groningen en Noord-Drenthe is met terugwerkende kracht in werking getreden vanaf 25 april 2023 en loopt tot 31 december 2035. Het doel is om alle woningen in deze regio’s te isoleren, zodat inwoners een duurzame en energiezuinige woning krijgen. In totaal is er 1,5 miljard euro beschikbaar voor deze maatregel, wat het isolatieproject voor 10 gemeenten in Groningen en 4 gemeenten in Noord-Drenthe financieel ondersteunt.

De regeling is gericht op zowel woningeigenaren als huurders. Voor woningeigenaren zijn subsidies beschikbaar voor isolatie, zonnepanelen, HR++ glas en andere verduurzamingsmaatregelen. De maximale subsidie bedraagt 7.000 euro per woning. Bovendien is er een extra subsidie voor woningeigenaren die zijn geselecteerd voor maatwerk in hun wijk (blok B), namelijk een subsidie van 17.000 euro en een vrij besteedbaar bedrag van 13.000 euro. Deze maatregelen zijn bedoeld om zowel de energiearmoede als het wooncomfort te verbeteren.

Voor huurders die in huurwoningen wonen met energielabel E, F of G is er een subsidie van 200 miljoen euro beschikbaar. Deze subsidie is bedoeld voor woningcorporaties om verduurzamingsmaatregelen te nemen. Huurders hoeven in dat geval niet te betalen voor deze maatregelen, en de huur mag niet worden verhoogd als gevolg van deze verbeteringen. Wel kan de huur worden verhoogd omwille van algemene inflatie.

Daarnaast zijn er ook lokale initiatieven en aanpakken van gemeenten. Zo worden energiecoaches en energiefixers ingezet om huishoudens te helpen bij het verlagen van hun energiekosten. Bovendien zijn er initiatieven zoals energieknipprojecten, buurtklusbedrijven en opbouwwerkers die helpen bij energiearmoede. De Groene Bon, een initiatief waarbij mensen gratis hulp krijgen bij energiebesparing, is een voorbeeld van een lokaal succesvol programma dat in Weststellingwerf wordt uitgevoerd.

Energiearmoede en verduurzaming: een koppeling die werkt

Een kernstrategie in de aanpak van energiearmoede is het koppelen van energiebesparing aan verduurzaming. Verduurzaming van woningen houdt in dat investeringen worden gedaan in duurzame energiebronnen, zoals zonnepanelen, en in verbetering van de isolatie van huizen. Deze maatregelen leiden niet alleen tot lagere energiekosten, maar ook tot een lagere CO2-uitstoot en een betere leefomgeving.

Onderzoeker Anika Batenburg van TNO benadrukt dat verduurzaming een essentieel onderdeel is van de aanpak van energiearmoede. "Een deel van de energiearmoede kan worden opgelost door woningen te verduurzamen," stelt ze. Voor huishoudens die na verduurzaming nog steeds hoge energierekeningen hebben, is er behoefte aan inkomensbeleid. Het is echter aan de politiek om hier keuzes in te maken.

In de praktijk betekent dit dat woningeigenaren subsidies kunnen aanvragen om hun woning te isoleren of te voorzien van duurzame energiebronnen. Voor huurders ligt de verantwoordelijkheid bij de verhuurder of woningcorporatie, die subsidies kunnen gebruiken om energiearmoede aan te pakken. In de regio Groningen en Noord-Drenthe is er extra aandacht voor deze maatregelen, gezien de hoge aantallen huishoudens die moeite hebben met energiekosten.

Energiearmoede en de toekomst: welk beleid is nodig?

Ondanks de vooruitgang die is geboekt in de afgelopen jaren, blijft energiearmoede een grote uitdaging. Het verdwijnen van tijdelijke maatregelen zoals energietoeslagen en het energieprijsplafond heeft geleid tot hogere energiekosten, vooral voor huishoudens met lage inkomens of slecht geïsoleerde woningen. Daarnaast is er ook sprake van een groeiende kloof tussen regio’s, met name tussen de Randstad en de rest van het land.

Om deze kloof te overbruggen, is er behoefte aan een combinatie van maatregelen: zowel verduurzaming van woningen als inkomensbeleid. Verduurzaming helpt om energiekosten te verlagen, maar voor huishoudens die na verduurzaming nog steeds moeite hebben met energierekeningen, is er behoefte aan aanvullende hulp. Dit kan bijvoorbeeld via energietoeslagen of via inkomenssteun via het sociaal woonfonds of andere programma’s.

In de toekomst is het ook belangrijk om de toegang tot verduurzamingsmaatregelen te vergroten, zodat ook mensen met lage inkomens de kans krijgen om hun woning te verbeteren. Dit betekent dat subsidies en financiering voor verduurzaming verder uitgebreid moeten worden, en dat er meer aandacht moet komen voor het informeren en begeleiden van huishoudens die in moeilijkheden verkeren.

Conclusie

Energiearmoede is een complexe uitdaging die zich op meerdere niveaus voordoet: op individueel niveau (met name voor huishoudens met lage inkomens), op woonkwaliteitsniveau (met name voor huishoudens in slecht geïsoleerde woningen) en op regio-niveau (met name buiten de Randstad). De aanpak van energiearmoede vereist dus een multidimensionale benadering, waarbij zowel verduurzaming als inkomensbeleid centraal staan.

In Nederland zijn er al verschillende maatregelen genomen om energiearmoede aan te pakken, zoals het Nationale Isolatie Programma, energietoeslagen en lokaal initiatieven zoals energiecoaches en buurtklusbedrijven. Toch blijft er ruimte voor verbetering, zowel op het vlak van de toegankelijkheid van verduurzamingsmaatregelen als op het vlak van financiële ondersteuning voor huishoudens met moeite om hun energierekening te betalen.

De komende jaren zal het cruciaal zijn om deze kwestie verder te ontwikkelen, met name in het licht van de groeiende energiekosten en de noodzaak om de energietransitie te realiseren. Voor woningeigenaren en huurders zijn er steeds meer mogelijkheden om hun woning te verduurzamen en zo energiekosten te verlagen. Het is nu aan de politiek, de woningbouwsector en de woningeigenaren om deze mogelijkheden te benutten en energiearmoede verder terug te dringen.

Bronnen

  1. Landelijk: Energiearmoede half miljoen huishoudens zonder steun
  2. Energie steeds onbetaalbaarder, vooral voor mensen buiten Randstad
  3. Gemeenten aan de randen van het land kiezen voor brede aanpak energiearmoede
  4. Subsidie verduurzaming en verbetering gebouwen | Ik ben eigenaar | Nationaal Coördinator Groningen
  5. De feiten over energiearmoede in Nederland
  6. Methoderapport Monitor Energiearmoede, CBS Den Haag

Related Posts