Voor ouders die huurtoeslag ontvangen en een kind van 23 jaar of ouder in huis hebben, kan het inkomen van het kind gevolgen hebben voor de hoogte van de huurtoeslag. Dit artikel geeft een duidelijk overzicht van de regels en praktijk van de Belastingdienst in 2025 en 2026, met specifieke aandacht voor de situatie van een kind van 23 jaar dat thuis woont en bijverdient.
Introductie
In Nederland ontvangen huurders met een laag inkomen huurtoeslag om hun huur lasten te compenseren. Bij het berekenen van deze toeslag wordt rekening gehouden met het inkomen van alle bewoners in het huishouden. Voor kinderen die jonger zijn dan 23 jaar geldt een vrijstelling: een deel van hun inkomen wordt niet meegerekend. Echter, vanaf 23 jaar telt het volledige inkomen van het kind mee in de berekening van de huurtoeslag. Dit kan het huishouden aanzienlijk beïnvloeden, vooral als het kind bijverdient of een opleiding volgt.
Deze regels zijn van belang voor ouders die huurtoeslag ontvangen, omdat het bepalend is voor de hoogte van de uitkering. Het artikel legt uit hoe het inkomen van een 23-jarig kind dat thuis woont wordt meegenomen in de huurtoeslagberekening, wat voorwaarden er gelden, en wat ouders moeten doen om hun situatie correct aan te melden bij de Belastingdienst.
Het inkomen van een inwonend kind van 23 jaar en de huurtoeslag
1. Wat is een inwonend kind?
Voor de huurtoeslag is een kind dat ouder is dan 23 jaar en thuis woont een medebewoner. Dit betekent dat het kind een aparte persoon is binnen het huishouden, maar dat het inkomen en eventuele toeslagen van het kind meegenomen worden bij de berekening van de huurtoeslag van de ouder.
Voor kinderen jonger dan 23 jaar geldt een vrijstelling, waarbij een deel van hun inkomen niet meerekent. In 2025 is deze vrijstelling € 6.042. Vanaf 23 jaar is er geen vrijstelling meer. In 2026 is deze vrijstelling verhoogd naar € 6.218.
2. Wanneer telt het inkomen van een inwonend kind mee?
Zodra het kind ouder is dan 23 jaar, telt het volledige bruto jaarinkomen mee in de berekening van de huurtoeslag. Dit betekent dat ook kleinere bijverdiensten, zoals een bijbaantje, meegenomen worden in het totale huishoudinkomen.
Als een kind bijvoorbeeld € 10.000 per jaar verdient, telt dit volledig mee. Als het inkomen boven de inkomensgrens ligt die relevant is voor de huurtoeslag (zie onderstaand paragraaf), kan dit leiden tot een vermindering of zelfs verlies van de huurtoeslag.
3. Wat is de inkomensgrens voor huurtoeslag?
De inkomensgrens voor huurtoeslag is in 2025 vastgesteld op een maandhuur van € 900,07. Als de huur hoger is dan deze grens, is huurtoeslag mogelijk, maar wordt het inkomen van alle huishoudleden meegenomen in de berekening. Voor jongeren jonger dan 21 jaar is de grens lager, namelijk € 477,20 per maand.
In 2026 is de inkomensgrens iets aangepast, maar de kernregel blijft hetzelfde: het inkomen van inwonende kinderen ouder dan 23 jaar telt volledig mee.
4. Wat is de impact op de huurtoeslag?
Als een kind van 23 jaar thuis woont en bijvoorbeeld € 15.000 per jaar verdient, telt dit volledig mee in de huurtoeslagberekening. Als de ouder bijvoorbeeld een inkomen heeft van € 20.000 per jaar, is het totale huishoudinkomen € 35.000 per jaar. Dit kan leiden tot een vermindering van de huurtoeslag, omdat de inkomensgrens voor huurtoeslag bepaalt hoeveel van de huur het bedrag kan compenseren.
De Belastingdienst berekent de huurtoeslag op basis van het verhoudingspercentage tussen het totale huishoudinkomen en de inkomensgrens. Als het inkomen van het kind dus aanzienlijk is, kan dit leiden tot een aanzienlijke vermindering van de huurtoeslag.
5. Wat als het kind een opleiding volgt?
Als het kind een opleiding volgt die recht geeft op studiefinanciering, telt dit inkomen niet mee in de huurtoeslagberekening. Dit betekent dat bijvoorbeeld een studielening of een studietoeslag niet meerekent. Echter, bijverdiensten van het kind, zoals een bijbaantje, tellen wél mee.
Als het kind bijvoorbeeld € 7.000 per jaar verdient aan een bijbaantje, telt dit volledig mee. Als het kind bovendien € 10.000 aan studiefinanciering ontvangt, telt dit niet mee. In dat geval is het totale inkomen dat meerekent € 7.000.
6. Wat is het effect op een eenpersoonshuishouden?
Als een ouder alleenwoon en een kind van 23 jaar of ouder in huis heeft, telt het kind als medebewoner. In dat geval wordt het huishouden niet als eenpersoonshuishouden gezien, maar als meerpersoonshuishouden. Dit heeft invloed op de berekening van de huurtoeslag, omdat de inkomsten van meerdere personen meegenomen worden.
In de praktijk betekent dit dat ouders die in een eenpersoonshuishouden wonen, na het inwonen van een kind van 23 jaar of ouder, een meerpersoonshuishouden worden. Dit kan leiden tot een vermindering van de huurtoeslag, omdat het totale huishoudinkomen hoger is.
7. Wat als het kind uit huis gaat?
Als het kind na een bepaalde periode uit huis gaat, moet dit als wijziging worden aangemeld bij de Belastingdienst. Vanaf het moment dat het kind niet meer in het huishouden woont, telt het inkomen van het kind niet meer mee in de huurtoeslagberekening.
In de praktijk is het belangrijk om de verandering op tijd door te geven, zodat de huurtoeslag opnieuw berekend kan worden. Als het kind bijvoorbeeld na drie maanden uit huis gaat, telt het inkomen dat het daarna verdient niet meer mee.
8. Wat als het kind bijdraagt aan de huishoudelijke kosten?
Hoewel het inkomen van het kind meerekent in de huurtoeslagberekening, kan het kind bijdragen aan de huishoudelijke kosten. Dit kan geregeld worden via een afspraak over bijdragen. Ouders kunnen hun kind vragen om een gedeelte van de huur of andere kosten te betalen.
Het is belangrijk om duidelijke afspraken te maken over financiële bijdragen, omdat de Belastingdienst de situatie op basis van het inkomen en de bewoning beoordeelt. Afspraken over bijdragen kunnen het financiële plaatje van het huishouden verbeteren, maar hebben geen directe invloed op de huurtoeslagberekening.
9. Wat als het kind bijstand ontvangt?
Het inkomen van een inwonend kind telt niet mee in de berekening van de bijstanduitkering. Bijstand wordt berekend op basis van de kostendelersnorm, waarbij aangenomen wordt dat ouders kosten deelen. Echter, als het kind ouder is dan 27 jaar en thuis woont, kan de uitkering lager uitvallen, omdat aangenomen wordt dat het kind een aandeel in de kosten zou moeten betalen.
Het inkomen van het kind heeft dus geen invloed op de bijstanduitkering, maar wel op de huurtoeslag. Het is belangrijk om te weten dat er verschillende regels zijn voor verschillende toeslagen en uitkeringen.
10. Wat als het kind in een ander huishouden woont?
Als het kind in een ander huishouden woont, telt het inkomen van het kind niet mee in de huurtoeslagberekening van de ouder. In dat geval is het kind geen medebewoner van het ouderlijk huishouden, en telt het inkomen niet mee. Echter, als het kind bijvoorbeeld een postadres heeft op het adres van de ouder, maar daadwerkelijk nergens woont, telt het inkomen ook niet mee.
Het is belangrijk om te weten dat de gemeente en de Belastingdienst de situatie moeten weten en registreren. Een postadres zonder daadwerkelijke inwoning telt niet mee, maar moet wel correct worden aangemeld.
Conclusie
Voor ouders die huurtoeslag ontvangen en een kind van 23 jaar of ouder in huis hebben, is het belangrijk om te weten dat het inkomen van het kind volledig meerekent in de huurtoeslagberekening. Dit betekent dat zelfs kleine bijverdiensten van het kind invloed kunnen hebben op de hoogte van de huurtoeslag.
De vrijstelling die geldt voor kinderen jonger dan 23 jaar, is in 2025 vastgesteld op € 6.042. Vanaf 23 jaar is er geen vrijstelling meer. In 2026 is deze vrijstelling verhoogd naar € 6.218. Het is belangrijk om dit in de gaten te houden, omdat het bepalend is voor de huurtoeslag.
Een inwonend kind ouder dan 23 jaar telt als medebewoner. Dit heeft gevolgen voor de huurtoeslagberekening, omdat het inkomen van het kind meerekent. Als het kind een opleiding volgt, telt studiefinanciering niet mee, maar bijverdiensten wel. Het is belangrijk om dit in het oog te houden bij het bepalen van het totale huishoudinkomen.
Ouders moeten ervoor zorgen dat wijzigingen in de situatie van hun kind, zoals het verlaten van het huis of het verdienen van een nieuw inkomen, op tijd worden aangemeld bij de Belastingdienst. Dit zorgt ervoor dat de huurtoeslag correct wordt berekend en dat ouders hun recht op uitkeringen behouden.
Het is ook belangrijk om duidelijke afspraken te maken over financiële bijdragen van het kind aan het huishouden, omdat dit kan helpen om het financiële plaatje van het huishouden te verbeteren. Afspraken over bijdragen hebben geen directe invloed op de huurtoeslagberekening, maar kunnen het financiële plaatje van het huishouden verbeteren.
Tot slot is het belangrijk om te weten dat het inkomen van een inwonend kind van 23 jaar of ouder volledig meerekent in de huurtoeslagberekening. Ouders moeten dit in het oog houden bij het bepalen van hun huishoudinkomen en de hoogte van hun huurtoeslag. Het is aan te raden om regelmatig de situatie te controleren en eventuele wijzigingen op tijd aan te melden bij de Belastingdienst.
