Het bepalen van een goede en eerlijke parkeersituatie is een complexe opgave die direct raakt aan de leefkwaliteit van een gemeente. In de gemeente Waddinxveen is hieromtrent een specifiek parkeerbeleid vastgesteld, dat als uitwerking dient van het Mobiliteitsplan Waddinxveen 2013-2020. Dit beleid legt de nadruk op duidelijkheid over wat een goede parkeersituatie inhoudt en waar de verantwoordelijkheid van de gemeente ligt en waar deze eindigt. Een centraal punt in dit beleid is de relatie tussen de CROW-richtlijnen, het gemiddelde autobezit en de specifieke situatie van bestaande wijken, inclusief sociale huurwoningen.
Het parkeerbeleid van Waddinxveen onderscheidt scherp tussen wonen en functies die niet wonen zijn. Voor woningen is de situatie een direct gevolg van het autobezit. De gemeente hantereert een uitgangspunt van 1,2 parkeerplaatsen per woning. Dit getal is niet willekeurig gekozen, maar gebaseerd op de werkelijke gemiddelde autobezit in Waddinxveen. Het is van cruciaal belang om te begrijpen dat een hoog gemiddeld autobezit in een straat of buurt niet direct leidt tot de verantwoordelijkheid van de gemeente om extra openbare parkeerplaatsen aan te leggen. De verantwoordelijkheid voor parkeerdruk ligt primair bij de samenleving, inclusief bewoners, bedrijven en automobilisten, wanneer de situatie buiten de vastgestelde uitgangspunten valt.
Deze analyse vereist een diepgaande beschouwing van de CROW-publicatie 317, de specifieke normen voor sociale woningbouw en de methodologie om de parkeerdruk in bestaande wijken te beoordelen. Het beleid benadrukt dat de gemeente niet onbeperkt vraagvolgend is. Als de bezettingsgraad lager is dan 90%, wordt er bij groot onderhoud niet ingezet op het creëren van meer parkeerplaatsen. Dit principe is toegepast bij projecten zoals het groot onderhoud aan de Genestetlaan en de Busken Huetlaan. Bij het bepalen van de bezettingsgraad wordt ook rekening gehouden met parkeren op eigen terrein. Als onderzoek aantoont dat bewoners nauwelijks gebruikmaken van hun eigen oprit, kan dit meegenomen worden bij de berekening van het aantal openbare parkeerplaatsen.
De Fundamentele Uitgangspunten van het Parkeerbeleid
Het parkeerbeleid van Waddinxveen is opgesteld om duidelijkheid te scheppen over de verantwoordelijkheden en de criteria voor een goede parkeersituatie. De aanleiding voor dit beleid was het ontbreken van een volledig beeld van de parkeersituatie in de gemeente. Zonder een duidelijk geheel kon de gemeente minder effectief werken bij vragen van bewoners over parkeren. Het beleid definieert wat een goede parkeersituatie is en waar de grens ligt van de verantwoordelijkheid van de gemeente.
De kern van het beleid rust op de volgende uitgangspunten:
- Verantwoordelijkheid: De gemeente neemt haar verantwoordelijkheid binnen de vastgestelde klassen (Klasse 1 en 2), maar buiten deze uitgangspunten ligt de verantwoordelijkheid niet primair bij de gemeente.
- Verantwoordelijkheid Samenleving: Naast de gemeente hebben bewoners, bedrijven, winkeliers, scholen, verenigingen en automobilisten eigen verantwoordelijkheden.
- Mobiliteitsplan: Het parkeerbeleid is een directe uitwerking van het Mobiliteitsplan Waddinxveen 2013-2020, met als ambities een optimaal bereikbaar Waddinxveen en verkeersveiligheid voor alle verkeersdeelnemers.
- Afbakening: Het beleid heeft betrekking op de (toekomstige) bebouwde kom van Waddinxveen. De parkeersituatie buiten de bebouwde kom wordt op dit moment niet als probleemgebied beschouwd.
Een cruciaal aspect is de definitie van "goede parkeersituatie". Dit impliceert niet alleen voldoende plekken, maar ook een eerlijke verdeling en veiligheid. Het beleid maakt een duidelijk onderscheid tussen de factoren die de parkeervraag bepalen voor woningen versus andere functies. Voor woningen is de parkeervraag een gevolg van het autobezit. Voor functies die niet wonen zijn, zoals bedrijven en scholen, is de parkeervraag een gevolg van autogebruik en mobiliteitsgedrag.
De Rol van CROW-publicatie 317 in de Parkeernormen
De CROW-publicatie 317, getiteld "Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie", vormt de technische basis voor het parkeerbeleid van Waddinxveen. Deze publicatie levert de richtlijnen voor het bepalen van het aantal benodigde parkeerplaatsen voor diverse functies. Voor de gemeente Waddinxveen is het gebruik van deze richtlijnen essentieel om objectieve criteria te hanteren.
De toepassing van CROW 317 in Waddinxveen omvat de volgende aspecten:
- Fietsparkeren: Voldoende en goede voorzieningen voor fietsparkeren kunnen leiden tot minder autogebruik en daarmee minder vraag naar parkeerplaatsen. Dit geldt voor alle functies, behalve voor woningen.
- Gehandicaptenparkeerplaatsen: Voor publieke functies zijn algemene gehandicaptenparkeerplaatsen aanwezig. De percentages en aantallen worden bepaald volgens CROW 317. Voor mindervaliden met aantoonbare noodzaak is er de mogelijkheid om een persoonsgebonden gehandicaptenparkeerplaats aan te vragen.
- Type Woning en Functie: De CROW beschrijft diverse typen woningen, typen bedrijven en andere functies. Samen met variabelen zoals stedelijkheidsgraad en locatie (centrum, schil, rest bebouwde kom, buitengebied) kan de parkeervraag van elke toekomstige ontwikkeling worden bepaald.
In Waddinxveen wordt specifiek ingezet op een optimale bereikbaarheid per fiets en openbaar vervoer. Dit is een ambitie uit het mobiliteitsplan. Een concreet voorbeeld is de voorziene aanleg van station Waddinxveen-Zuid, waardoor het bedrijventerrein Coenecoop beter per trein bereikbaar wordt. Door de locatie dichtbij een treinstation te benutten, kan het autogebruik en daarmee de vraag naar parkeerplaatsen worden verlaagd.
De Parkeernorm voor Woningen: De 1,2 Norm en de Sociale Huur
Een van de meest kritische punten in het parkeerbeleid is de norm voor woningen. De gemeente Waddinxveen gaat uit van een uitgangspunt van 1,2 parkeerplaatsen per woning. Dit getal is afgeleid van het gemiddelde autobezit in de gemeente. Het is echter cruciaal om te begrijpen dat deze norm niet direct leidt tot het aanleggen van extra openbare parkeerplaatsen in bestaande wijken.
Het beleid stelt expliciet: "Het is hiermee niet zo dat we in bestaande wijken een parkeernorm van 1,2 hanteren." De norm van 1,2 geeft inzicht in de situatie, maar betekent niet dat de gemeente verplicht is om elke woning 1,2 openbare plekken te bieden. De verantwoordelijkheid ligt bij de samenleving.
Voor sociale huurwoningen gelden dezelfde beginselen als voor andere woningen. Het aantal parkeerplaatsen wordt bepaald door het gemiddelde autobezit. Als de bezettingsgraad lager is dan 90%, wordt er bij groot onderhoud niet ingezet op meer parkeerplaatsen. Dit was bijvoorbeeld het geval bij het groot onderhoud aan de Genestetlaan, de Busken Huetlaan en de omgeving.
Bij het bepalen van de bezettingsgraad wordt rekening gehouden met parkeren op eigen terrein. Als men bijvoorbeeld op eigen oprit kan parkeren, maar uit onderzoek blijkt dat dit nauwelijks gebeurt, kunnen we bij het bepalen van het aantal openbare parkeerplaatsen rekening houden met de lage bezetting van deze priveparkeerplaatsen. Dit betekent dat de gemeente niet elke woning een openbare plek moet bieden als er privéparkeermogelijkheden zijn, zelfs als deze niet gebruikt worden.
De norm van 1,2 parkeerplaatsen per woning omvat alle openbare en private parkeerplaatsen. Dus ook opritten, garages aan huis en solitaire garageboxen tellen mee als parkeerplaats. De aantallen hiervoor zijn gebaseerd op de richtlijnen uit CROW-publicatie 317. Met dit uitgangspunt geeft de gemeente aan dat het inzetten op een verbetering van de parkeersituatie in bestaande woonwijken met een bovengemiddeld autobezit niet een primaire verantwoordelijkheid van de gemeente is. De gemeente is niet onbeperkt vraagvolgend.
Loopafstanden en Bereikbaarheid
De toegankelijkheid van parkeerplaatsen is een ander belangrijk aspect van het parkeerbeleid. De gemeente Waddinxveen hantereert maximale aanvaardbare loopafstanden die overeenkomen met de richtlijnen van CROW.
Voor woningen is de maximale loopafstand 100 meter. Dit betekent dat een bewoner niet verder dan 100 meter hoeft te lopen vanaf hun woning naar de dichtstbijzijnde parkeerplaats. Voor winkels, kantoren en bedrijven hanteren we een maximale loopafstand van 200 meter. Deze afstanden zijn gebaseerd op de CROW-richtlijnen en zijn essentieel voor de beoordeling van de parkeersituatie.
De loopafstand is een maatstaf voor de kwaliteit van de parkeersituatie. Als de parkeerplaatsen verder weg liggen dan deze afstanden, kan dit leiden tot onveilige situaties of een gebrek aan bereikbaarheid. Het parkeerbeleid streeft naar een goede en eerlijke situatie waarin de loopafstanden binnen de gestelde limieten vallen.
Classificatie van Parkeerdruk en Interventieklassen
Het parkeerbeleid van Waddinxveen verdeelt de parkeersituatie in klassen om te bepalen wanneer de gemeente ingrijpt. De indeling is gebaseerd op de bezettingsgraad en het parkeeraanbod per woning.
Klasse 1: Bezetting > 100% en parkeeraanbod < 1,2. Klasse 2: (Impliciet gedefinieerd door de context van het beleid, waarbij de gemeente verantwoordelijkheid neemt).
In de praktijk worden specifieke gebieden onderzocht om te bepalen of ze in Klasse 1 vallen. Hieronder volgt een overzicht van de onderzochte gebieden, hun bezettingsgraad en het parkeeraanbod.
| Deelgebied / Sectie | Straatnaam / Locatie | Bezetting (%) | Parkeeraanbod (per woning) | Bijzonderheden |
|---|---|---|---|---|
| D069 | Heggewinde | 120% | 0,70 | Groot onderhoud in uitvoering: extra parkeerplaatsen |
| D051 | Jan Dorrekenskade-West (Eikenlaan en Acaciastraat) | 111% | 0,82 | Groot onderhoud in uitvoering: extra parkeerplaatsen |
| D080 | 615 (Wingerd, ten noorden van Leplaan) | 100% | 0,87 | Groot onderhoud in uitvoering: extra parkeerplaatsen |
| D0615 | Willem de Rijkelaan (noordelijke 1/3e deel) | 123% | 0,90 | Groot onderhoud in uitvoering: extra parkeerplaatsen |
| D093 | Willem de Rijkelaan (midden en zuidelijke deel) | 110% | 0,99 | Groot onderhoud in uitvoering: extra parkeerplaatsen |
| D087 | Tesselschadelaan (diverse straten) | 102% | 0,96 | Binnenkort groot onderhoud: extra parkeerplaatsen |
| S890 | Henegouwerweg (achter de flat in de Zeeheldenbuurt) | 100% | 0,97 | Groot onderhoud in uitvoering: extra parkeerplaatsen |
| D075 | Noordeinde (tussen Wadde en komgrens) | 109% | 1,04 | Groot onderhoud in uitvoering: extra parkeerplaatsen |
| D052 | Jan Dorrekenskade-W (Lijsterbes-, Meidoorn-, Prunusstraat) | 100% | 0,87 | Groot onderhoud in uitvoering: extra parkeerplaatsen |
| D118 | Burg. Trooststraat (ten westen van M) | 100% | 0,90 | Groot onderhoud in uitvoering: extra parkeerplaatsen |
Dit overzicht toont aan dat de gemeente actief is in gebieden met een hoge bezetting en een laag aanbod. Bij deze gebieden wordt er bij groot onderhoud ingezet op extra parkeerplaatsen. Dit is een directe toepassing van het beleid waarbij de verantwoordelijkheid van de gemeente wordt ingezet om de situatie te verbeteren.
De Invloed van Locatie en Stedelijkheidsgraad
De parkeervraag wordt niet alleen bepaald door het autobezit, maar ook door de locatie van de ontwikkeling. De CROW-richtlijnen onderscheiden diverse locaties binnen de bebouwde kom. Voor Waddinxveen zijn de volgende variabelen van belang:
- Locatie dichtbij snelweg: Een locatie dichtbij een aansluiting op een snelweg (zoals de A2 en A20) kan een hoger autogebruik veroorzaken en daarmee een hogere vraag naar parkeerplaatsen.
- Locatie dichtbij treinstation: Een locatie dichtbij een treinstation kan een lager autogebruik veroorzaken en daarmee minder vraag naar parkeerplaatsen. Omdat Waddinxveen vlakbij de A2 en de A20 ligt én twee (straks drie) treinstations heeft, wordt er in beginsel uitgegaan van een plek in het midden van de bandbreedte.
- Stedelijkheidsgraad: De stedelijkheidsgraad wordt bepaald door het aantal adressen per vierkante kilometer. Voor Waddinxveen is dit berekend als 'matig stedelijk', de middelste van vijf categorieën. Hoe hoger de stedelijkheidsgraad, hoe lager het voorgeschreven aantal parkeerplaatsen.
- Plek in of buiten de kern: De locatie van de nieuwe ontwikkeling in de kern heeft opties zoals centrum, schil centrum, rest bebouwde kom en buitengebied. Hoe meer centrum, hoe lager het voorgeschreven aantal parkeerplaatsen. In Waddinxveen worden alleen de categorieën 'rest bebouwde kom' of 'buitengebied' gebruikt, omdat er geen betaald parkeren geldt in het centrum of schil.
Samen met de CROW-publicatie 317 kunnen we de parkeervraag van elke toekomstige ontwikkeling goed bepalen. Een fictief voorbeeld kan dienen om te illustreren hoe deze variabelen samenwerken.
Gehandicaptenparkeerplaatsen en Specifieke Regels
Voor publieke functies zijn vaak algemene gehandicaptenparkeerplaatsen aanwezig. Voor het bepalen van percentages en aantallen hanteren we de richtlijnen uit CROW publicatie 317. Voor mindervaliden met aantoonbare noodzaak is er de mogelijkheid om een persoonsgebonden gehandicaptenparkeerplaats aan te vragen. Hiervoor zijn in 2014 specifieke uitvoeringsregels vastgesteld.
De belangrijkste criteria voor het toekennen van een persoonsgebonden gehandicaptenparkeerplaats zijn:
- Een persoonsgebonden gehandicaptenparkeerplaats wordt alleen toegekend als er geen parkeergelegenheid op eigen terrein beschikbaar is.
- Een persoonsgebonden gehandicaptenparkeerplaats die in het verleden toegekend is, wordt ingetrokken als blijkt dat er niet (meer) aan de criteria wordt voldaan.
Deze regels zorgen ervoor dat de beperkte ruimte voor gehandicaptenparkeerplaatsen rechtvaardig wordt verdeeld onder hen die er daadwerkelijk behoefte aan hebben. Het beleid benadrukt dat de gesteldheid van de aanvrager wordt beoordeeld voordat er een plaats wordt toegekend.
De Verantwoordelijkheid van de Samenleving en de Gemeente
Een fundamenteel aspect van het parkeerbeleid van Waddinxveen is de duidelijke afbakening van verantwoordelijkheden. De gemeente neemt haar verantwoordelijkheid binnen de vastgestelde klassen (Klasse 1 en 2). Buiten het bereik van de uitgangspunten ligt de verantwoordelijkheid niet primair bij de gemeente.
Naast de gemeente heeft ook de samenleving verantwoordelijkheden. Dit omvat:
- Bewoners: Moeten rekening houden met het gebruik van eigen terrein en de loopafstand naar parkeerplaatsen.
- Bedrijven en Winkeliers: Moeten zorgen voor voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein.
- Scholen en Verenigingen: Moeten rekening houden met de parkeervraag van hun bezoekers.
- Automobilisten: Moeten zich houden aan de parkeerrichtlijnen en niet zomaar op openbare plekken parkeren als er geen ruimte is.
Dit principe is essentieel voor sociale huurwoningen. Als de parkeerdruk hoog is maar het gemiddelde aantal parkeerplaatsen per woning boven de 1,2 ligt, is het niet de verantwoordelijkheid van de gemeente om extra plekken aan te leggen. Het beleid maakt duidelijk dat de gemeente niet onbeperkt vraagvolgend is.
Conclusie
Het parkeerbeleid van Waddinxveen biedt een gedetailleerd kader voor het bepalen van parkeernormen, met name voor sociale huurwoningen en bestaande wijken. Door het hanteren van de CROW-richtlijnen, het bepalen van de bezettingsgraad en het onderscheid tussen autobezit en autogebruik, creëert de gemeente duidelijkheid over wat een goede parkeersituatie is en waar de verantwoordelijkheid ligt.
De norm van 1,2 parkeerplaatsen per woning fungeert als een referentiepunt, maar betekent niet dat de gemeente verplicht is om elke woning een openbare plek te bieden. Bij een bezettingsgraad lager dan 90% wordt er bij groot onderhoud niet ingezet op meer parkeerplaatsen. Dit principe is toegepast in diverse wijken zoals de Genestetlaan en de Busken Huetlaan.
De parkeersituatie wordt beïnvloed door factoren zoals de locatie (dichtbij snelweg of treinstation), de stedelijkheidsgraad en de beschikbaarheid van privéparkeerplaatsen. Voor functies die niet wonen zijn, zoals bedrijven en scholen, is de parkeervraag een gevolg van autogebruik en mobiliteitsgedrag. Door in te zetten op fietsparkeren en openbaar vervoer kan de vraag naar parkeerplaatsen worden verlaagd.
De verantwoordelijkheid voor een goede en eerlijke parkeersituatie ligt niet alleen bij de gemeente, maar ook bij de samenleving. Het beleid benadrukt dat de gemeente haar verantwoordelijkheid neemt binnen de vastgestelde klassen, maar dat buiten deze uitgangspunten de verantwoordelijkheid bij de bewoners en andere actoren ligt. Dit zorgt voor een eerlijke verdeling van de parkeerdruk en voorkomt dat de gemeente onbeperkt vraagvolgend is.
