De Starterslening 2011: Een Technische Analyse van de Verordeningen en Uitvoeringsregels

De starterslening uit het jaar 2011 vormt een cruciaal instrument binnen het Nederlandse woningmarktbeleid, ontworpen om de drempel voor het kopen van een eerste woning te verlagen voor huishoudens met beperkte financiële mogelijkheden. Deze regeling, die door diverse gemeenten zoals Diemen en andere plaatselijke overheden werd geïmplementeerd, functioneert als een tweede hypotheek die specifiek gericht is op starters die nog geen eigendom hebben verworven. De structuur van deze lening is complex en gebaseerd op een samenwerking tussen de gemeente, de Stichting Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse Gemeenten (SVn) en de aanvrager. Het systeem combineert een gemeentelijk fonds met een lening van de SVn, waarbij de financiering voor minimaal 50% uit het gemeentelijke fonds komt en de rest door de SVn wordt verstrekt. Dit artikel biedt een diepgaande technische analyse van de verordeningen, de financiële structuur, de voorwaarden voor toelating, de looptijden en de sancties die geldig waren in 2011.

Het Institutionele Kader en Definitie van de Starterslening

Om de werking van de starterslening volledig te begrijpen, is het noodzakelijk om de institutionele structuur te doorgronden. De regeling rust op een samenwerking tussen de lokale overheid en de SVn. In de verordeningen uit 2011 wordt een strikte definitie gegeven van de betrokken partijen en de aard van de lening.

De SVn fungeert als het centrale orgaan dat de leningen verstrekt, maar het kapitaal waaruit wordt geleend is een combinatie van gemeentelijke middelen en fondsen van de SVn. In de verordening van Diemen wordt gesproken over de "Gemeenterekening Diemen". Dit is het fonds waaruit de gemeente, op basis van een deelnemingsovereenkomst met de SVn, startersleningen kan toekennen. In dit fonds worden ook de rente en aflossingen over de leningen teruggestort. Een vergelijkbare structuur is terug te vinden in andere gemeenten, waar sprake is van een "Gemeenterekening Starterslening". Uit deze rekening worden de leningen toegekend, waarbij het gemeentelijke deel minimaal 50% van de hoofdsom bedraagt. Het resterende deel van de lening wordt verstrekt door de SVn.

De definitie van de "Starterslening" zelf is eveneens cruciaal. Het gaat om een lening die ten doel heeft om voor huishoudens met beperkte financiële mogelijkheden de ruimte te vergroten om een eigen woning te kopen. Deze lening wordt verstrekt op basis van productspecificaties die vastgelegd zijn in de SVn-informatiemap en de Gemeentelijke Uitvoeringsregels Startersleningen. Het is belangrijk op te merken dat dit geen standaard hypotheek is, maar een specifiek instrument dat vaak wordt gecombineerd met een andere bancaire lening. In sommige gevallen, zoals beschreven in de regeling van Lisse, werkt de starterslening als een tweede hypotheek met een looptijd van 30 jaar, waarbij de eerste drie jaar rente- en aflossingsvrij zijn.

De Doelgroep: Wie is een Starter?

De kern van elke starterslening ligt in de definitie van de "starter". De verordeningen uit 2011 stellen zeer specifieke eisen aan de aanvrager. Een starter wordt gedefinieerd als een natuurlijke persoon die de voorafgaande tien jaar geen eigenaar-bewoner is geweest. Deze eis geldt niet alleen voor de hoofdaanvrager, maar indien de starter deel uitmaakt van een huishouden van meerdere personen, geldt voor alle leden van het huishouden de eis dat men de voorafgaande tien jaar geen eigenaar-bewoner is geweest. Dit betekent dat het huishouden als geheel aan deze voorwaarde moet voldoen.

De doelgroep is niet leeftijdsgebonden. Hoewel de term "starter" vaak geassocieerd wordt met jongeren, kunnen ook personen ouder dan vijftig jaar in aanmerking komen, mits zij voldoen aan de definitie. De verordening verduidelijkt dat een starter iemand is die: - Voor het eerst zelfstandig gaat wonen in een koopwoning. - Al zelfstandig in een huurwoning woont en doorstroomt naar een koophuis. - Zijn of haar huurhuis koopt.

In de verordening van Diemen wordt benadrukt dat de gemeenten het recht hebben om eisen te stellen aan leeftijd, woonsituatie en inkomen. Artikel 2 van de verordening bepaalt dat de gemeente de doelgroep vaststelt die gebruik kan maken van de starterslening, en artikel 5, lid 2 bepaalt het marktsegment waar de lening van toepassing is. Dit geeft gemeenten de flexibiliteit om de regeling af te stemmen op de lokale woningmarkt. Het is echter essentieel dat de aanvrager geen corporatiewoningen of andere huurwoningen als doelwit heeft; de lening is specifiek gericht op de aanschaf van een eigen woning.

Financiële Structuur en Looptijden

De financiële architectuur van de starterslening is complex en verdeeld in verschillende perioden. De totale looptijd van de lening bedraagt 30 jaar. Deze looptijd is verdeeld in vijf specifieke perioden, waarbij de maandelijkse som van rente en aflossing in elke periode constant blijft. De structuur van deze perioden is als volgt:

Periode Jaartal Beschrijving
Periode 1 Jaar 1 t/m jaar 3 Eerste periode, vaak gekenmerkt door een aflossingsvrije periode.
Periode 2 Jaar 4 t/m jaar 6 Tweede periode met constante maandlasten.
Periode 3 Jaar 7 t/m jaar 10 Derde periode met constante maandlasten.
Periode 4 Jaar 11 t/m jaar 15 Vierde periode met constante maandlasten.
Periode 5 Jaar 16 t/m jaar 30 Vijfde en laatste periode met constante maandlasten.

Een uniek kenmerk van de regeling is de structuur van de maandlasten. Volgens de informatie uit Lisse werkt de starterslening als volgt: de lening bestaat uit twee delen. Het eerste deel is de starterslening zelf, dat met een vast bedrag wordt afgelost. Het tweede deel is de "combinatielening", waarvan het bedrag toeneemt. Voor beide delen geldt dat de aanvrager de eerste drie jaar geen maandlasten heeft. De aflossing van de starterslening in deze eerste drie jaar wordt in feite "betaald" met de combinatielening. Dit betekent dat de aanvrager in de eerste drie jaar geen maandelijkse lasten hoeft te betalen, wat de drempel voor het kopen van een eerste woning aanzienlijk verlaagt.

De ingangsdatum van de lening is de eerste dag van de maand volgend op de dag waarop de hypotheekakte wordt gepasseerd. De eerste periode start op deze ingangsdatum. De herzieningsdatum, dat is de eerste dag van een periode met ingang van periode 2, valt altijd op de eerste dag van een kalendermaand. De peildatum, die drie kalendermaanden voorafgaat aan de herzieningsdatum, is van cruciaal belang voor de hertoetsing van de draagkracht.

De Aanvraagprocedure en Toewijzingsbesluit

De procedure voor het aanvragen van een starterslening is strikt gereguleerd en omvat meerdere stappen die nauwkeurig moeten worden gevolgd. De bevoegdheid om startersleningen te verstrekken ligt in beginsel bij de Gemeenteraad, maar middels de verordening wordt deze bevoegdheid gedelegeerd aan het college van burgemeester en wethouders.

Het proces begint met de indiening van een aanvraag door de starter. Na de toekenning van de lening heeft de aanvrager de gelegenheid een bancaire lening aan te vragen. Een van de kritieke voorwaarden is dat de aanvrager binnen vier weken na de verzenddatum van het toewijzingsbesluit de offerte van de tweede bancaire lening naar de SVn moet sturen. Dit kan zowel onder opschortende als ontbindende voorwaarden gebeuren. Als de aanvrager deze offerte niet binnen de gestelde termijn (met een mogelijke verlenging van twee weken) indient, komt het toewijzingsbesluit te vervallen.

Na de toetsing van de bancaire offerte brengt de SVn een offerte voor de starterslening uit. Het toewijzingsbesluit kan ook worden ontbonden als de aanvrager onjuiste gegevens heeft verstrekt. Dit heeft betrekking op de algemene en specifieke voorwaarden die in de verordening zijn vastgesteld. Het college heeft de discretionaire bevoegdheid om (gedeeltelijk) af te zien van sancties als zij de belanghebbende toerekenbaar achten. Dit besluit valt onder de discretionaire beslissingsbevoegdheid van het college.

Financiële Parameters en Regionaal Verschil

De financiële parameters van de starterslening variëren per gemeente en per jaar. In 2011 had de gemeente Zwolle een totaalbedrag van € 1.000.000 beschikbaar voor startersleningen. Om meer starters te helpen, besloot Zwolle de maximale lening voor 2011 te verlagen van € 40.000 naar maximaal € 30.000. De provincie Overijssel nam voor de helft van de verstrekte startersleningen voor haar rekening, wat betekent dat de gemeente de andere helft voor haar rekening nam.

Deze regionale variatie illustreert hoe gemeenten de regeling kunnen afstemmen op de lokale behoeften en beschikbare middelen. De verordening van Diemen, die geldig was van 01-10-2011 t/m 28-02-2017, en de verordening van een andere gemeente (waarschijnlijk een andere locatie dan Diemen, mogelijk Lisse of een algemene verordening) die geldig was van 19-04-2011 t/m 30-06-2013, tonen aan dat er verschillende versies van de regeling bestonden. Het is belangrijk op te merken dat de verordening van Diemen in 2017 is vervallen, terwijl de andere verordening reeds in 2013 is ingetrokken. Dit wijst op de dynamische aard van het beleid, waarbij regelingen regelmatig worden geëvalueerd en aangepast.

De structuur van de lening is verder verankerd in de producten van de SVn. De SVn-informatiemap bevat de productspecificaties die als basis dienen voor de verlening. De gemeentelijke uitvoeringsregels bepalen de specifieke voorwaarden voor elke gemeente. Het is dus een samenspel tussen landelijke richtlijnen (SVn) en lokale verordeningen.

Huishouden en Draagkracht

De definitie van het huishouden is van cruciaal belang voor de toetsing van de draagkracht. Het huishouden bestaat uit een natuurlijk persoon en zijn niet duurzaam gescheiden levende echtgenoot of geregistreerd partner, of degene die met hem voorafgaand aan de peildatum minstens zes maanden een gezamenlijke huishouding voert. Kinderen of pleegkinderen worden niet als afzonderlijke leden van het huishouden geteld voor de berekening van de draagkracht. Er kunnen niet meer dan twee personen tot het aldus gedefinieerde huishouden behoren.

Deze beperking tot twee personen is een belangrijke beperking. Het betekent dat gezinnen met meerdere volwassen leden of gezinnen met kinderen die niet als huishouden worden geteld, mogelijk niet in aanmerking komen of een andere berekening moeten ondergaan. De peildatum, die drie maanden voorafgaat aan de herzieningsdatum, is het moment waarop de inkomens en uitgaven van het huishouden worden getoetst. Als de draagkracht niet toereikend is, kan de lening worden geweigerd of het bedrag worden aangepast.

Sancties en Intrekking

De verordeningen bevatten duidelijke bepalingen over sancties en de intrekking van het toewijzingsbesluit. Als de aanvrager niet voldoet aan de voorwaarden die in het toewijzingsbesluit zijn gesteld, kan de lening worden ingetrokken. Een van de opschortende voorwaarden is dat de aanvrager binnen de gestelde termijn de offerte van de tweede bancaire lening naar de SVn stuurt. Doet de aanvrager dit niet, komt het toewijzingsbesluit te vervallen.

Verder kan het toewijzingsbesluit worden ontbonden als de aanvrager onjuiste gegevens heeft verstrekt. Dit heeft betrekking op de algemene en specifieke voorwaarden die in de verordening zijn vastgesteld. Het college kan (gedeeltelijk) afzien van sancties als zij de belanghebbende toerekenbaar achten. Dit besluit valt onder de discretionaire beslissingsbevoegdheid van het college. Deze regels zorgen voor een strikte naleving van de voorwaarden en voorkomen misbruik van de regeling.

Conclusie

De starterslening uit 2011 was een complex en goed doordacht instrument om de toegang tot de woningmarkt te vergemakkelijken voor huishoudens met beperkte middelen. Door de combinatie van gemeentelijke fondsen en SVn-financiering, de specifieke definitie van de starter en de gestructureerde looptijd van 30 jaar met een aflossingsvrije periode, bood deze regeling een uniek alternatief voor traditionele hypotheken. De strikte voorwaarden, de noodzaak van een tweede bancaire lening en de beperkingen rondom het huishouden zorgden voor een gefilterde doelgroep. Hoewel specifieke verordeningen zoals die van Diemen en andere gemeenten zijn vervallen, blijft de structuur van deze lening een belangrijk voorbeeld van hoe lokale overheden kunnen ingrijpen op de woningmarkt. De regeling toont aan dat succesvol woonbeleid afhankelijk is van een nauwkeurige afstemming tussen lokale verordeningen en landelijke fondsen zoals de SVn.

Bronnen

  1. Verordening Startersleningen gemeente Diemen 2011
  2. Verordening Starterslening
  3. Zwolle zet starterslening opnieuw in
  4. Starterslening - Gemeente Lisse

Related Posts