Referteperiode energietoeslag 2023: inkomensgrens, peildatum en toekenning

In 2023 werd de Eenmalige Energi toeslag als tijdelijke maatregel ingevoerd om mensen met een lager inkomen te steunen bij de stijgende energiekosten. De regeling had een geldigheidsperiode vanaf november 2023 tot 31 augustus 2024 en was gebaseerd op het kader van de Participatiewet en specifieke beleidsregels op gemeentelijke niveau. Een belangrijk aspect bij het bepalen van het recht op deze toeslag was de referteperiode, een vastgelegde tijdsperiode waarin het inkomensniveau bepaald wordt.

In deze uitgebreide uitleg gaan we dieper in op de betekenis van de referteperiode, de peildatum, het inkomensniveau als toetsingskriterium, de doelgroep, en de rol van de gemeente bij toekenning. We leggen ook uit hoe de regeling in de praktijk werkte en wat de bevoegdheden van gemeenten waren bij de administratieve en beleidsmatige uitvoering.

Wat is de referteperiode?

De referteperiode is een bepaalde maand waarin het inkomen van een huishouden wordt beoordeeld om te kijken of het in aanmerking komt voor de Eenmalige Energi toeslag. Deze periode is vastgelegd in de beleidsregels van de gemeente en bepaalt of het inkomensniveau onder een bepaalde grens ligt.

In de meeste gemeenten gold de referteperiode als de maand voorafgaand aan de aanvraagdatum. Bijvoorbeeld: indien iemand aanvraag deed op 20 december 2023, dan was de referteperiode november 2023. Voor aanvragen vanaf 1 februari 2024 was de referteperiode standaard december 2023.

De inkomensgrens was vastgesteld op 130% van de toepasselijke bijstandsnorm. Als het inkomen binnen de referteperiode niet hoger was dan deze grens, had het huishouden recht op de toeslag, mits aan de overige voorwaarden was voldaan.

Belang van de referteperiode

De referteperiode is belangrijk omdat het bepaalt welk inkomen wordt meegenomen in de berekening. Niet alle inkomens zijn volledig meetelbaar. Denk bijvoorbeeld aan belastingtoeslagen, kinderbijslagen, of specifieke doeluitkeringen die niet worden meegerekend. Dit is uitgebreid vastgelegd in de beleidsregels en is vergelijkbaar met de regels voor bijzondere bijstand en minimaregelingen.

De referteperiode helpt bovendien bij het bepalen van de peildatum, een specifieke datum waarop het inkomensniveau wordt beoordeeld. De peildatum is doorgaans de eerste dag van de maand die voorafgaat aan de aanvraag. Bij ambtshalve toekenning was de peildatum vaak 1 oktober 2023.

Inkomensgrens en toetsing

De inkomensgrens van 130% van de toepasselijke bijstandsnorm was centraal in de regeling. Deze norm is afhankelijk van het aantal personen in het huishouden en de leefwijze. Voor huishoudens die algemene bijstand ontvangen of een andere uitkering voor levensonderhoud, zoals IOAW, IOAZ, of BBz, was dit een eenvoudigere toetsing.

De regeling was bedoeld voor huishoudens met een laag inkomen, en het inkomen moest gedurende de referteperiode binnen die grens blijven. De toetsing gebeurde op basis van gegevens uit bijvoorbeeld Suwi, Inlichtingenbureau, of aangiften van inkomsten.

Bij zelfstandigen was de toetsing iets anders. In plaats van een maandelijkse inkomensbepaling werd het netto gemiddelde maandinkomen over het kalenderjaar 2022 of de btw-aangifte van het kwartaal voorafgaand aan de aanvraag meegenomen. Daarbij werden ook privé-onttrekkingen in aanmerking genomen, die vaak worden gedaan voor levensonderhoud.

Peildatum en administratie

De peildatum is een belangrijk onderdeel van de regeling. Deze bepaalt het moment waarop het recht op de energietoeslag wordt vastgesteld. De peildatum is doorgaans de eerste dag van de maand die voorafgaat aan de aanvraagdatum. Bijvoorbeeld: een aanvraag op 20 december 2023 leidt tot een peildatum van 1 november 2023.

Voor huishoudens die ambtshalve de energietoeslag kregen, was de peildatum vaak 1 oktober 2023. Dit gold bijvoorbeeld voor huishoudens die al energi toeslag 2022 hadden ontvangen en waarbij de gemeente kon stellen dat het recht in 2023 opnieuw zou bestaan.

De peildatum en de referteperiode zijn belangrijk voor de administratie van de regeling. De peildatum bepaalt wanneer iemand recht krijgt, terwijl de referteperiode bepaalt of iemand in aanmerking komt op basis van inkomens.

Doelgroep en ambtshalve toekenning

De doelgroep van de regeling was gericht op huishoudens met een laag inkomen, en de toeslag kon worden verleend op aanvraag of ambtshalve. De gemeente had de bevoegdheid om huishoudens ambtshalve in aanmerking te nemen zonder dat zij een aanvraag hoefden in te dienen.

Huishoudens die bijzondere bijstand, minimaregelingen, of uitkeringen zoals IOAW, IOAZ, of BBz ontvingen, waren automatisch in aanmerking genomen. Daarnaast konden gemeenten ook extra doelgroepen vastleggen in hun beleidsregels. Denk bijvoorbeeld aan studenten met een eigen woonruimte, mensen in woon- of zorginstellingen, of inwoners die in een kamer wonen.

De regeling was bedoeld om iedereen binnen een bepaalde inkomensgroep gelijk te behandelen, ook als hun energiekosten niet sterk waren gestegen. Toch was het mogelijk om in de individuele bijzondere bijstand aanvullende toetsing te doen op basis van de energi rekening. Dit gold bijvoorbeeld als iemand buiten de standaarddoelgroep viel, maar toch sterk stijgende energiekosten ondervond.

Beleidsvrijheid van gemeenten

De gemeente had in de regeling een zekere beleidsvrijheid. De hoogte van de toeslag was vastgesteld op € 800,00 per huishouden, maar gemeenten konden ook kiezen om extra groepen in aanmerking te nemen of extra toeslagen uit te keren. Daarnaast konden gemeenten zelf bepalen of ze een vermogenstoets wilden uitvoeren. In veel beleidsregels was echter gekozen om geen vermogenstoets te doen, om de toegankelijkheid te waarborgen.

Bij de keuze van de peildatum en referteperiode hadden gemeenten ook vrijheid. Zo konden ze bijvoorbeeld een flexibele peildatum vastleggen op de eerste dag van de maand waarin een aanvraag werd ingediend. De referteperiode kon dan de maand voorafgaand aan de aanvraag zijn. Dit maakte de regeling flexibel voor gemeenten die administratief meer mogelijkheden hadden.

Een belangrijke bepaling was dat gemeenten de aanvraagperiode zelf konden bepalen. Aangezien de regeling officieel tot 31 augustus 2024 gold, konden gemeenten besluiten om de aanvraagtermijn eerder te sluiten, bijvoorbeeld 8 weken voor 31 augustus 2024, om administratieve termijnen in acht te nemen.

Praktijkuitvoering en administratie

De regeling was uitgevoerd via de bijzondere bijstand-proces en werd geregeld via het bijzondere bijstand-afdeling van de gemeente. De administratie was vergelijkbaar met de normale toekenning van bijzondere bijstand, maar vereiste wel specifieke informatie over het inkomen gedurende de referteperiode.

Bij ambtshalve toekenning was het vaak mogelijk om via Suwi en het Inlichtingenbureau automatisch te bepalen of iemand in aanmerking kwam. Dit maakte het mogelijk om zonder een aanvraag van de inwoner te beslissen of een huishouden recht had op de toeslag.

Bij individuele aanvragen moesten inwoners aanvraagformulieren invullen en eventueel inkomensbewijzen meesturen. De gemeente controleerde dan of het inkomen binnen de referteperiode binnen de inkomensgrens viel en of aan de overige voorwaarden was voldaan.

Vraag en antwoord over de regeling

1. Wat was de inkomensgrens voor de energietoeslag?

De inkomensgrens was 130% van de toepasselijke bijstandsnorm. Deze norm is afhankelijk van het aantal personen in het huishouden en de leefwijze.

2. Was er een vermogenstoets?

In de meeste beleidsregels was geen vermogenstoets vereist. Gemeenten hadden de keuze of ze dit wilden invoeren, maar in de praktijk was dit vaak niet het geval.

3. Kon de energietoeslag ambtshalve worden verleend?

Ja, de toeslag kon ambtshalve worden verleend aan huishoudens die bijzondere bijstand, minimaregelingen, of uitkeringen ontvangen. Daarnaast konden gemeenten extra groepen vastleggen in hun beleidsregels.

4. Wat was de peildatum?

De peildatum was de eerste dag van de maand voorafgaand aan de aanvraag. Voor ambtshalve toekenning was dit vaak 1 oktober 2023.

5. Wat was de referteperiode?

De referteperiode was de maand voorafgaand aan de aanvraagdatum. Voor aanvragen vanaf 1 februari 2024 was dit standaard december 2023.

6. Kon iedereen de energietoeslag krijgen?

Niet iedereen. De regeling was gericht op huishoudens met een laag inkomen. De inkomensgrens was vastgesteld en bepaalde middelen, zoals kinderbijslag of belastingtoeslagen, werden niet meetegerekend.

7. Wat was de hoogte van de energietoeslag?

De energietoeslag was vastgesteld op € 800,00 per huishouden, ongeacht de leefwijze of woonvorm.

Conclusie

De Eenmalige Energi toeslag 2023 was een tijdelijke maatregel om mensen met een lager inkomen te steunen bij de stijgende energiekosten. De regeling was gebaseerd op een vast bedrag en een inkomensgrens van 130% van de bijstandsnorm. De toekenning van de toeslag was mogelijk via aanvraag of ambtshalve, afhankelijk van de situatie van het huishouden.

De referteperiode was een belangrijk onderdeel van de regeling, omdat het bepaalde of het inkomen binnen de grens viel. De peildatum en referteperiode samen bepaalden wanneer het recht op de toeslag ontstond en of de inwoner in aanmerking kwam.

Gemeenten hadden bevoegdheid om de regeling flexibel uit te voeren, bijvoorbeeld door extra doelgroepen vast te leggen of administratieve termijnen in te stellen. De regeling was gericht op administratieve efficiëntie en toegankelijkheid, en de uitvoering verliep in de meeste gevallen soepel via het bijzondere bijstand-proces.

Hoewel de regeling officieel tot 31 augustus 2024 gold, was het voor gemeenten mogelijk om de aanvraagtermijn eerder te sluiten om administratieve lasten te beheren. De regeling was een voorbeeld van hoe tijdelijke maatregelen op gemeentelijke niveau worden uitgevoerd met behulp van beleidsregels en administratieve procedures.

Bronnen

  1. Beleidsregels eenmalige energietoeslag 2023, Gemeente Boekel
  2. Beleidsregels energietoeslag 2023 Kompas
  3. Vraag en antwoord energietoeslag: bevoegdheid en beleidsvrijheid

Related Posts