De berekening van de beslagvrije voet is vanaf 1 januari 2026 aanbelandend gewijzigd, vooral door de omgang met woonkostencompensatie en de nieuwe methode om huurtoeslag te berekenen. Deze wijzigingen hebben directe en indirecte gevolgen voor zowel huurders als schuldeisers en beslagleggers. Het doel van deze wijziging is om het systeem eerlijker te maken en het verloop van huurtoeslag gelijkmatiger bij stijgende inkomens. In dit artikel worden de belangrijkste veranderingen en hun impact in detail toegelicht, met aandacht voor praktische voorbeelden, verhogingen van de beslagvrije voet, en de rol van huurtoeslag in de berekening.
De nieuwe berekeningsmethode van huurtoeslag
Vanaf 2026 verandert de manier waarop de huurtoeslag wordt berekend. Tot nu toe was de methode kwadratisch, wat betekent dat de toeslag bij lagere inkomens sneller stijgt, maar bij hogere inkomens langzaam afneemt. Vanaf 2026 wordt de methode lineair, waardoor de toeslag gelijkmatiger afneemt naarmate het inkomen stijgt. Deze wijziging maakt het voor huurders makkelijker om te inschatten hoe hun toeslag verandert bij een inkomenstijging, bijvoorbeeld door meer te werken.
Gevolgen voor de beslagvrije voet
De beslagvrije voet is een berekening die aangeeft welk deel van het inkomen vrij is van beslag, afhankelijk van woonkosten, huurtoeslag, en andere factoren. Deze berekening is gekoppeld aan de methode van huurtoeslag. Omdat de methode van huurtoeslag gewijzigd is, verandert ook de woonkostencompensatie in de beslagvrije voet. Dit betekent dat bepaalde mensen een lagere beslagvrije voet kunnen hebben, vooral als zij gedeeltelijk of helemaal geen huurtoeslag ontvangen. Voor mensen die wel huurtoeslag krijgen, blijft hun beschikbare inkomen hetzelfde door de nieuwe regels.
Verhoging van de beslagvrije voet voor hoge woonkosten
De beslagvrije voet kan verhoogd worden voor mensen die geen recht hebben op huurtoeslag of woonkosten die hoger liggen dan 110% van de maximale huurgrens. Deze verhoging kan bijvoorbeeld van toepassing zijn als de huur hoger is dan €990 per maand in 2025. De verhoging geldt vaak voor 18 maanden, en kan verlengd worden als de schulden binnen 6 maanden na die periode afbetaald kunnen worden.
Vanaf 2026 verandert deze verhoging echter, omdat meer mensen recht krijgen op huurtoeslag. Voor deze mensen vervalt de compensatie in de beslagvrije voet, aangezien de huurtoeslag hun woonkostencompensatie al dekt. Hierdoor kan de beslagvrije voet voor sommigen lager uitvallen.
De rol van huurtoeslag in de berekening van de beslagvrije voet
Huurtoeslag speelt een centrale rol in de berekening van de beslagvrije voet. Als iemand recht heeft op huurtoeslag, ontvangt hij of zij een deel van het standaardbedrag voor woonkosten via de toeslag. Voor het gedeelte dat niet ontvangen wordt (bijvoorbeeld omdat het inkomen te hoog is), kan de beslagvrije voet verhoogd worden. Deze verhoging geldt zolang er beslag op het inkomen ligt.
Vanaf 2026 verdwijnt een deel van deze compensatie. Dat komt doordat de methode van huurtoeslag gewijzigd is en meer mensen nu recht hebben op huurtoeslag dan voorheen. Voor deze groepen vervalt de compensatie in de beslagvrije voet, waardoor hun beslagvrije voet lager kan uitvallen. Voor mensen met een iets hoger inkomen kan dit betekenen dat hun beschikbare inkomen afneemt, omdat de ruime compensatie in de oude berekening verdwijnt.
Voorbeeld: Eénpersoonshuishoudens
Om dit concreet te maken, wordt het volgende voorbeeld gegeven: een eenpersoonshuishoudens met een inkomen rond €30.000 en een huur van €600. In 2024 ontving deze persoon €143 aan huurtoeslag. In 2025 is dit bedrag gestegen naar €186, en in 2026 wordt het verwacht rond €205 te liggen. Dit betekent dat de huurtoeslag stijgt, wat gunstig is voor het beschikbare inkomen. Tegelijkertijd kan de beslagvrije voet lager uitvallen, afhankelijk van het inkomen en de woonkosten.
Gevolgen voor schuldeisers
Omdat de beslagvrije voet lager kan uitvallen, kan dit leiden tot een hogere afdracht aan schuldeisers. Voor schuldeisers betekent dit dat er meer inkomen beschikbaar is voor het afbetalen van schulden. Dit kan vooral voorkomen bij mensen die voorheen geen recht hadden op huurtoeslag, maar nu wel. Hierdoor kan het bedrag dat beschikbaar is voor beslag groter worden.
Gevolgen voor kwijtschelding
De wijzigingen in de huurtoeslag hebben ook gevolgen voor de kwijtschelding. De maximale woonlasten die meetellen bij kwijtscheldingsverzoeken blijven in 2026 bestaan. Deze bedragen €932,93 per maand. Nieuw is echter dat mensen met een hogere huur nu huurtoeslag kunnen ontvangen, wat de berekening van de woonlasten kan beïnvloeden. Bovendien telt bij kwijtscheldingsverzoeken die in 2026 zijn ingediend alleen de kale huur mee. Servicekosten blijven buiten beschouwing, wat betekent dat het mee te nemen bedrag aan woonlasten lager kan uitvallen.
Veranderende regels voor servicekosten
Een belangrijk aspect van de wijzigingen is dat servicekosten vanaf 2026 geen rol meer spelen in de berekening van de beslagvrije voet. Tot nu toe kon een huurder tot maximaal €48 aan zogenoemde subsidiabele servicekosten meenemen, zoals schoonmaak of verlichting van algemene ruimtes. Deze regel is nu afgeschaft. Dit heeft gevolgen voor de berekening van de beslagvrije voet, omdat servicekosten nu niet meer meerekenen.
Rekenvoorbeeld
Een rekenvoorbeeld laat dit concreet zien: een alleenstaande huurder met een netto inkomen van €2.613 en een huurprijs van €1.050. In 2025 had deze persoon geen recht op huurtoeslag, waardoor de beslagvrije voet €1.693 bedroeg. In 2026 krijgt deze persoon €175 huurtoeslag, waardoor de beslagvrije voet daalt tot €1.578. Dit is een daling van €115. Dit effect kan zich ook voordoen bij andere regelingen, zoals MSNP en WSNP.
De verplichting van de deurwaarder om rekening te houden met de beslagvrije voet
De deurwaarder is verplicht om bij beslag op zorg- en huurtoeslag rekening te houden met de beslagvrije voet. Dit geldt ook bij beslag op zorg- en huurtoeslag. Daarnaast zijn er bepaalde uitkeringen waarop geen beslag mag leggen, zoals kinderbijslag, studiefinanciering, en overlijdensuitkeringen. Voor huurtoeslag, zorgtoeslag, en kinderopvangtoeslag geldt dat alleen bepaalde partijen beslag kunnen leggen. Alleen de verhuurder mag beslag leggen op huurtoeslag, alleen de zorgverzekeraar mag beslag leggen op zorgtoeslag, en alleen de kinderopvanginstelling mag beslag leggen op kinderopvangtoeslag.
Wanneer mag de beslagvrije voet verlaagd worden?
Bij een huishouden waarin de inkomsten niet zijn opgegeven, mag de beslagvrije voet verlaagd worden. Voor getrouwde personen kan de beslagvrije voet halveren, terwijl voor alleenstaande personen de laagste beslagvrije voet wordt aangenomen.
De rol van woonkosten in de berekening
Woonkosten spelen een centrale rol in de berekening van de beslagvrije voet. Er is altijd een standaardbedrag dat meerekent voor woonkosten. Als de woonkosten hoger liggen dan dit standaardbedrag, kan de beslagvrije voet verhoogd worden. Dit kan het geval zijn als de huur hoger is dan €1.026,22 per maand. De verhoging geldt vaak voor 18 maanden en kan verlengd worden als de schulden binnen 6 maanden afbetaald kunnen worden.
Laag inkomen zonder huurtoeslag
Voor mensen met een laag inkomen zonder recht op huurtoeslag kan de beslagvrije voet ook verhoogd worden. Dit is het geval als de woonkosten hoger liggen dan €252,49 per maand en het inkomen lager is dan €46.681,89 per jaar voor alleenstaanden of €60.141,27 voor huishoudens met een partner en of kinderen. In deze gevallen kan een verhoging van de beslagvrije voet gunstig zijn.
Gevolgen van een herberekening
Het is normaal gesproken gunstig om per 1 januari en per 1 juli een herberekening van de beslagvrije voet aan te vragen, vooral bij een laag inkomen. Bij een inkomen boven €30.000 voor alleenstaanden en €40.000 voor huishoudens met een partner kan een herberekening echter nadelig uitpakken. In dergelijke gevallen wordt aanbevolen om eerst een proefberekening te maken met de Rekentool beslagvrije voet.
Conclusie
De wijzigingen in de berekening van de beslagvrije voet en de huurtoeslag hebben significante gevolgen voor huurders, schuldeisers, en beslagleggers. Door de nieuwe methode van huurtoeslag is de berekening gelijkmatiger en voorspelbaarder. De veranderingen in de compensatie van woonkosten hebben directe effecten op de beslagvrije voet, wat leidt tot een lagere of hogere afdracht aan schuldeisers. Het is belangrijk dat huurders controleren of zij recht hebben op huurtoeslag en of hun beslagvrije voet aangepast moet worden. Bovendien is het gunstig om regelmatig de beslagvrije voet te herberekenen, afhankelijk van het inkomen en de woonkosten.
