De huurtoeslag is een cruciale financiële steunmaatregel voor huurders met een lager inkomen. Het doel van deze toeslag is om huurders in staat te stellen om een woning te huren die anders niet betaalbaar zou zijn. De berekening van de huurtoeslag is echter niet simpel en hangt af van een aantal voorwaarden, waaronder de kale huur en servicekosten. Tot eind 2025 speelden servicekosten nog een rol bij de berekening van de huurtoeslag, maar vanaf 2026 veranderen de regels aanzienlijk.
Dit artikel biedt een gedetailleerde uitleg van de huidige regels rond huurtoeslag en servicekosten, de veranderingen die in 2026 ingaan, en wat dit betekent voor huurders. We baseren ons op de beschikbare informatie uit betrouwbare bronnen, waaronder officiële en betrouwbare huurdersorganisaties en adviesinstanties.
Wat zijn servicekosten bij huurtoeslag?
Servicekosten zijn een onderdeel van de huur die huurders aan hun verhuurder betalen, naast de kale huur. Deze kosten zijn gericht op het onderhoud en gebruik van gemeenschappelijke ruimtes in een woning of woningcomplex. Voor de huurtoeslag speelden deze servicekosten tot 2026 een rol in de berekening van de zogenaamde rekenhuur. De rekenhuur is de huurwaarde die wordt gebruikt bij de bepaling van het recht op huurtoeslag en wordt bepaald door de kale huur plus de servicekosten die meetellen.
Volgens de huidige regels tellen slechts bepaalde soorten servicekosten mee bij de huurtoeslag, namelijk:
- Schoonmaak van gemeenschappelijke ruimtes (zoals trappenhuis, lift of entree).
- Energiekosten voor gemeenschappelijke ruimtes (zoals verlichting, ventilatie of alarminstallatie).
- Huismeesterkosten (bijvoorbeeld een conciërge of wijkbeheerder).
- Onderhoudskosten van dienst- en recreatieruimten (bijvoorbeeld recreatiezalen in seniorenwoningen).
Deze servicekosten tellen elk maximaal € 12 per maand mee, wat in totaal een maximum van € 48 per maand uitmaakt. Andere servicekosten, zoals die voor internet, tv, wasmachinevergoeding of glasfonds, tellen niet mee. Deze worden niet meegenomen in de berekening van de rekenhuur en dus ook niet bij de huurtoeslag.
Huurders die een all-in huur betalen, waarbij huur en servicekosten samengevoegd zijn, moeten hun huurcontract bekijken of dit kan worden gesplitst. Grote verhuurders, zoals woningcoöperaties, geven vaak in hun huurcontract duidelijk aan wat welke kosten zijn. Huurders kunnen ook altijd contact opnemen met hun verhuurder om duidelijkheid te krijgen over de opbouw van hun huur.
Hoe wordt de huurtoeslag berekend?
De huurtoeslag wordt berekend op basis van de rekenhuur, die bestaat uit de kale huur plus de servicekosten die meetellen. De Belastingdienst maakt hierbij onderscheid tussen de huur en de servicekosten. Niet alle servicekosten worden meegenomen, en ook niet in volle hoogte.
Volgens huurexpert Matthijs ten Broeke, zoals vermeld op de website van de Huurdersraad Triada, wordt de rekenhuur berekend als de kale huur plus maximaal € 12 per categorie van servicekosten. Dit geldt voor de vier genoemde categorieën: schoonmaak, energie, huismeester en onderhoud van dienst- en recreatieruimten.
De rekenhuur bepaalt dus de hoogte van de huurtoeslag. Hoe hoger de rekenhuur, hoe groter de kans op een hogere toeslag — mits het inkomen van de huurder onder de wettelijke grens ligt.
De veranderingen in 2026: servicekosten tellen niet meer mee
In 2026 wordt een belangrijke wijziging doorgevoerd in de regels voor huurtoeslag. De meest opvallende verandering is dat servicekosten niet meer meegaan in de berekening van de huurtoeslag. Dit betekent dat de rekenhuur vanaf 2026 gelijk zal zijn aan de kale huur.
Volgens HOGH, zoals vermeld in hun overzicht, vervalt de toeslag over gemeenschappelijke servicekosten vanaf 2026. De vier categorieën servicekosten die tot nu toe mee konden tellen (schoonmaak, energie, huismeester, recreatieruimten) zullen dus niet meer worden meegerekend in de rekenhuur.
Deze wijziging heeft gevolgen voor huurders. Ongeveer 20% van de huurtoeslagontvangers zal gemiddeld € 9 per maand minder toeslag ontvangen. Dit komt doordat de rekenhuur lager uitvalt, waardoor de toeslag berekend op een lagere huurprijs is.
Een voordeel van deze wijziging is dat de huurtoeslag voortaan alleen afhangt van het inkomen van de huurder en de kale huur. Dit maakt de toekenning van de toeslag eerlijker en transparanter. Bovendien vervalt de maximale huurgrens, wat betekent dat huurders met een iets hogere huur ook in aanmerking kunnen komen voor huurtoeslag, zolang hun inkomen onder de wettelijke grens blijft.
Welke servicekosten telden wel mee?
Tot eind 2025 konden slechts bepaalde servicekosten meetellen bij de huurtoeslag. Deze waren beperkt tot de vier categorieën die hierboven zijn genoemd. Huurders moesten deze servicekosten opgeven bij het indienen van hun toeslagaanvraag. De Belastingdienst berekende dan automatisch de maximum € 12 per categorie, wat in totaal € 48 per maand kon zijn.
Deze servicekosten zijn exclusief andere kosten zoals:
- Energiekosten voor de eigen woning.
- Internet- en tv-abonnementen.
- Was- en droogmachines.
- Glasfonds.
- Meubels.
- Onderhoudskosten van particuliere ruimtes.
Deze kosten werden niet meegenomen in de berekening van de rekenhuur. Huurders die bijvoorbeeld in een gemeubileerde woning wonen, moeten deze kosten apart betalen en kunnen ze niet opgeven bij hun huurtoeslag.
Wat verandert er per 2026?
Vanaf 2026 is de berekening van de huurtoeslag eenvoudiger. De Belastingdienst kijkt alleen nog naar de kale huur en het inkomen van de huurder. Servicekosten tellen niet meer mee, wat betekent dat de rekenhuur gelijk is aan de kale huur.
Deze verandering heeft meerdere gevolgen:
- Minder administratie voor huurders: Er hoeft geen onderscheid meer te worden gemaakt tussen kale huur en servicekosten.
- Grootte van de toeslag hangt alleen af van het inkomen en kale huur: Dit maakt de toeslag eerlijker, omdat servicekosten soms willekeurig of ongelijk verdeeld kunnen zijn.
- Minder toeslag voor huurders met hoge servicekosten: Huurders die tot nu toe veel servicekosten hadden, zullen vanaf 2026 mogelijk minder toeslag ontvangen, omdat deze servicekosten nu niet meer meegaan in de berekening.
- Transparantie en eenvoud voor huurders: De verandering maakt het voor huurders makkelijker om te begrijpen hoe hun toeslag wordt berekend.
De Belastingdienst zal de verandering automatisch doorvoeren. Huurders hoeven niets te doen — ze zullen eind november 2026 bericht krijgen van de Belastingdienst.
Jaarlijkse afrekening van servicekosten in 2026
Een belangrijke toevoeging vanaf 2026 is dat verhuurders servicekosten jaarlijks in een vast formaat moeten afrekenen. Deze afrekening moet uiterlijk 30 juni worden verstuurd. Dit maakt het makkelijker voor huurders om inzicht te krijgen in hun servicekosten en eventueel bezwaren aan te vragen.
Deze maatregel maakt de transparantie groter. Huurders kunnen beter controleren of de servicekosten correct zijn berekend en of ze reden hebben tot bezwaar. Voor huurders die bezwaar willen maken, is dit nu eenvoudiger.
Wat betekent dit voor huurders?
De veranderingen vanaf 2026 hebben verschillende gevolgen, afhankelijk van de situatie van de huurder. Voor huurders die weinig servicekosten hebben, is er weinig veranderd. Voor huurders die veel servicekosten betalen, kan de verandering betekenen dat ze minder huurtoeslag ontvangen.
Een voorbeeld: een huurder die in 2025 € 48 per maand aan servicekosten betaalt, krijgt daar € 48 mee in de berekening van zijn rekenhuur. Vanaf 2026 tellen deze servicekosten niet meer mee, wat betekent dat de rekenhuur lager is. De toeslag is dus berekend op een lagere huurprijs.
Daarnaast kan de verandering ook een positief effect hebben. Het feit dat servicekosten niet meer meegaan in de berekening, maakt het voor huurders met een iets hogere huur mogelijk om in aanmerking te komen voor huurtoeslag, zolang hun inkomen onder de wettelijke grens blijft.
Conclusie
De huurtoeslag is een belangrijke maatregel om huurders met een lager inkomen te ondersteunen. De berekening van de toeslag is grotendeels afhankelijk van de kale huur en servicekosten. Tot eind 2025 speelden servicekosten nog een rol in de berekening van de rekenhuur, maar vanaf 2026 verandert dit.
De belangrijkste verandering is dat servicekosten niet meer meegaan in de berekening van de huurtoeslag. Dit betekent dat de rekenhuur gelijk is aan de kale huur. Voor huurders met hoge servicekosten kan dit betekenen dat ze minder toeslag ontvangen. Voor anderen kan het juist betekenen dat ze in aanmerking komen voor toeslag, ook als hun huur iets hoger is.
De veranderingen vanaf 2026 maken de huurtoeslag eenvoudiger en eerlijker. Huurders hoeven niet langer onderscheid te maken tussen kale huur en servicekosten. Daarnaast wordt de jaarlijkse afrekening van servicekosten uniformer, wat transparantie en controle vergroot.
