Inleiding
Vanaf 2026 treden er significante wijzigingen in de huurtoeslag in werking, waardoor meer huurders in aanmerking komen voor subsidies. Deze veranderingen zijn onder andere gericht op het afkoppelen van de huurtoeslag van de maximum huurgrens, het uitbreiden van de leeftijdsgrenzen voor jongeren en het verwijderen van servicekosten uit de berekening. Binnen dit kader zijn ook minimum huurwaarden en inkomensgrenzen aangepast, die bepalend zijn voor de hoogte van de subsidie.
In deze artikel geven we een overzicht van de minimum huur- en inkomensparameters voor 2026, evenals het berekeningsmechanisme van de huurtoeslag. We leggen uit hoe huurders nu meer recht kunnen hebben op huurtoeslag en welke factoren bepalend zijn voor het uitkeringpercentage. Daarnaast wordt de rol van de normhuur, basishuur, kwaliteitskortingsgrens en aftoppingsgrens nader toegelicht.
Wijzigingen in de huurtoeslag in 2026
De huurtoeslag is in 2026 aangepast om te voldoen aan de veranderde woon- en inkomensrealiteiten in Nederland. De belangrijkste wijzigingen zijn:
Geen maximale huurgrens meer: Tot 2026 was er een limiet op de huurprijs waarbij huurtoeslag nog kon worden aangevraagd. Vanaf 2026 is deze grens afgeschaft. Huurders die een huurprijs boven deze oude grens betalen, kunnen nu ook huurtoeslag ontvangen, mits hun inkomens binnen bepaalde parameters vallen.
Nieuwe leeftijdsgrens voor jongeren: Voorheen had je pas op leeftijd 23 jaar recht op de jongerenvariant van huurtoeslag. Deze leeftijd is verlaagd naar 21 jaar, waardoor jongeren eerder toegang krijgen tot subsidies.
Servicekosten tellen niet meer mee: Vanaf 2026 wordt huurtoeslag berekend op basis van de kale huurprijs, niet meer op de rekenhuur (kale huur plus servicekosten). Dit betekent dat huurders die hoge servicekosten hebben, nu een groter deel van hun huur kunnen compenseren.
Minimum huur en inkomensparameters in 2026
De huurtoeslag wordt berekend aan de hand van een aantal parameters, zoals huurprijzen, inkomensgrenzen en vermogensgrenzen. Deze parameters worden jaarlijks aangepast en zijn vanaf 2026 als volgt:
Huurparameters
- Minimum normhuur:
- Eenpersoonshuishouden: € 250,67
- Meerpersoonshuishouden: € 248,86
- Verhoging normhuur: € 48,15
- Minimum basishuur:
- Eenpersoonshuishouden: € 202,52
- Meerpersoonshuishouden: € 200,71
De huurtoeslag wordt berekend op basis van de kale huurprijs, die moet liggen tussen het minimum basishuur en de maximale huurgrens (€ 932,93 per maand). De normhuur dient als een referentiepunt voor de huurprijsontwikkeling.
Inkomensparameters
- Inkomensgrens min. eigen bijdrage:
- Eenpersoonshuishouden: € 23.425
- Meerpersoonshuishouden: € 31.500
- Voordeel sparen en beleggen: € 5.516
- Gezamenlijk toetsingsinkomen: € 60.525
Een huurder moet minimaal een bepaalde eigen bijdrage leveren aan de huurprijs (€ 23.425 voor eenpersoonshuishoudens), maar mag niet teveel verdienen om nog in aanmerking te komen voor subsidies. Het gezamenlijk toetsingsinkomen is een maatstaf die bepaalt of het huishouden als geheel teveel verdient.
Aftoppingsgrenzen en kwaliteitskortingsgrens
De hoogte van de huurtoeslag hangt af van de huurprijs in relatie tot bepaalde grenzen. Deze grenzen bepalen ook het percentage subsidie dat toegewezen wordt.
Aftoppingsgrenzen
- Lage aftoppingsgrens: € 713,02
- Hoge aftoppingsgrens: € 764,14
Vanaf de lage aftoppingsgrens begint het uitkeringpercentage te verminderen. Tussen de lage en hoge aftoppingsgrens is de toeslag 65%, boven de hoge aftoppingsgrens is de toeslag 40%.
Kwaliteitskortingsgrens
- Kwaliteitskortingsgrens: € 498,20
Tot deze grens is de huurtoeslag 100%. Vanaf deze grens tot de lage aftoppingsgrens is de toeslag 65%. Deze grens is een maatstaf voor huurwoningen die voldoen aan bepaalde kwaliteitseisen.
Berekeningsmethode huurtoeslag
De huurtoeslag wordt berekend aan de hand van een formule die de huurprijs, inkomsten en eventuele vermogens meeneemt. De basisregels zijn als volgt:
- Het deel van de huur dat boven de basishuur ligt en onder de kwaliteitskortingsgrens valt, wordt 100% gesubsidieerd.
- Het deel van de huur dat boven de kwaliteitskortingsgrens ligt en onder de aftoppingsgrens valt, wordt 65% gesubsidieerd.
- Het deel van de huur dat boven de aftoppingsgrens ligt, wordt 40% gesubsidieerd.
- Het deel van de huur dat boven de maximale huurgrens ligt, wordt niet gesubsidieerd.
Daarnaast wordt het uitkeringbedrag beïnvloed door het inkomensniveau. Voor elk bedrag dat boven het minimum-inkomensijkpunt ligt, wordt het uitkeringbedrag verlaagd met een bepaald percentage, afhankelijk van het type huishouden.
Minimum inkomensijkpunt
Het minimum-inkomensijkpunt is een maatstaf die aangeeft vanaf welk inkomensniveau de afbouw van de huurtoeslag begint. Voor 2026 is dit:
- Minimum-inkomensijkpunt voor eenpersoonshuishoudens:
- Het bedrag van het bruto ouderdomspensioen, vermeerderd met bruto vakantiegeld en € 2.340.
Deze waarde wordt jaarlijks aangepast op basis van de verwachte huurprijsontwikkeling en wordt officieel vastgesteld in de Staatscourant.
Vermogensgrens
Hoewel er geen harde inkomensgrens meer is, geldt er wel een vermogensgrens:
- Vermogensgrens in 2026: € 38.479 per persoon
Het vermogen wordt op 1 januari van het betreffende jaar bepaald. Vermogen omvat onder andere spaargeld, beleggingen en de waarde van vastgoed dat buiten de woonruimte valt. Huurders die boven deze grens vallen, kunnen eventueel minder subsidie ontvangen of helemaal geen recht meer hebben op huurtoeslag.
Invloed van huurtoeslag op huurprijsontwikkeling
De huurtoeslagparameters worden jaarlijks aangepast, mede op basis van de huurprijsontwikkeling. In 2026 zijn de huurparameters verhoogd met een factor van 1,0440 (HO-index) en 1,0365 (CPI-index). Dit betekent dat de huurgrenzen en toeslagen met circa 4,4% tot 3,65% zijn verhoogd, afhankelijk van de index.
Deze indexering zorgt ervoor dat de huurtoeslag in lijn blijft met de inflatie en de stijgende huurprijzen in de regio. Het maakt ook het systeem duurzaam en toegankelijk voor huurders die in een stijgende huurmarkt wonen.
Toepassing op jongeren en bevoegdheden
Vanaf 2026 heeft het huurtoeslagstelsel een aparte regeling voor jongeren jonger dan 21 jaar. Voor hen geldt een lage huurgrens van € 498,20. Deze regeling is specifiek bedoeld voor jongeren die nog in opleiding zijn of zonder uitkomst wonen. Het verlagen van de leeftijdsgrens betekent dat jongeren eerder recht hebben op huurtoeslag, wat het woonbudget ondersteunt.
De regeling is uitgebreid met extra voorwaarden voor jongeren met een handicap, die ook tot 21 jaar in aanmerking komen voor de jongerenvariant van huurtoeslag. Dit zorgt voor meer woonstabiliteit voor jongeren die extra ondersteuning nodig hebben.
Toekomstige wijzigingen en toezicht
Hoewel de huurtoeslagparameters voor 2026 zijn vastgesteld, zijn er ook plannen voor verdere vereenvoudiging in de toekomst. De regering wil het systeem makkelijker en transparanter maken voor huurders en gemeenten. Tegenwoordig is het proces van toekenning nog vrij complex, vooral voor huurders die meerdere inkomsten hebben of wonen in groepswoningen.
De Dienst Toeslagen houdt de toekenning van huurtoeslag nauwkeurig in de gaten en zorgt voor regelgeving die in lijn is met de wetten en maatregelen op het gebied van sociale voorzieningen. Woningen die onder begeleid wonen of groepswoningprojecten vallen, vallen ook onder bepaalde bepalingen die in de regelgeving zijn opgenomen.
Conclusie
De huurtoeslag in 2026 is aangepast om meer huurders in aanmerking te laten komen en het systeem te vereenvoudigen. De afkoppeling van de maximum huurgrens betekent dat huurders met hogere huurprijzen nu ook subsidies kunnen ontvangen, mits hun inkomens binnen bepaalde grenzen vallen. De minimum huur- en inkomensparameters zijn verhoogd met een percentage dat in lijn is met de huurprijsontwikkeling en inflatie.
De berekening van de huurtoeslag is nu duidelijker en transparanter, met duidelijke grenzen voor het uitkeringpercentage. Deze wijzigingen zorgen voor meer woonstabiliteit voor huurders en ondersteunen het woonbudget, vooral voor jongeren en huurders met lage inkomsten.
