De huurtoeslag speelt een centrale rol in het beleid van het Nederlandse kabinet, met name in tijden van economische druk en stijgende woonlasten. Tijdens Prinsjesdag, het jaarlijkse ritueel waarin het kabinet zijn plannen presenteert, komen regelmatig maatregelen aan bod die betrekking hebben op de huurtoeslag. Deze maatregelen zijn bedoeld om huurders met een laag inkomen financieel te steunen, de woonlasten te verlichten, en tegelijkertijd het aanbod van betaalbare woningen te vergroten.
In dit artikel wordt een overzicht gegeven van de recente ontwikkelingen rond de huurtoeslag, met een focus op de maatregelen gepresenteerd tijdens de Prinsjesdagplannen van 2023 en 2025. De informatie is opgebouwd rond drie hoofdthema’s: uitbreiding van de huurtoeslag, compensatie voor stijgende huren, en maatregelen ter ondersteuning van de woningbouw. De betekenis van deze maatregelen voor huurders, woningcorporaties en verhuurders wordt belicht, evenals de verwachte impact in de komende jaren.
Uitbreiding van de huurtoeslag: Meer huurders in aanmerking komend
Een van de belangrijkste maatregelen op Prinsjesdag betreft de uitbreiding van de huurtoeslag. In de plannen van het kabinet is besloten om de maatregel te wijzigen, zodat meer huurders recht krijgen op huurtoeslag. Tot voor kort was de huurprijsgrens voor het ontvangen van huurtoeslag vastgesteld op €900,07 per maand. Vanaf 1 januari 2026 vervalt deze grens, waardoor huurders met hogere huurprijs in aanmerking komen voor ondersteuning. Deze wijziging betekent dat circa 170.000 extra huishoudens in het komende jaar recht krijgen op huurtoeslag. Dit maakt het voor huurders met een laag inkomen mogelijk om hun woonlasten te verlichten, ondanks de stijgende huurprijzen.
Daarnaast wordt er in 2026 ook een aanvullende regeling ingevoerd voor huurders met een lager inkomen die hoge huur betalen, maar geen huurtoeslag ontvangen. Deze regeling zorgt voor een extra bijdrage in de huurkosten, die gericht is op kwetsbare huishoudens. Deze maatregel is bedoeld om het financiële drukkingsvlies voor deze huurders te verlichten, en tegelijkertijd de woonstabiliteit te verhogen. De uitbreiding van de huurtoeslag is dus niet alleen gericht op het vergroten van het aantal huurders dat ondersteuning ontvangt, maar ook op het verhogen van de intensiteit van die ondersteuning.
Jongeren krijgen recht op huurtoeslag
Een ander belangrijk aspect van de uitbreiding van de huurtoeslag is de toegang voor jongeren. Tot voor kort konden jongeren pas vanaf hun 23e huurtoeslag aanvragen. Deze regel wordt nu versoepeld: vanaf 2026 kunnen jongeren onder de 21 jaar huurtoeslag aanvragen, mits hun huur hoger is dan €477,20 per maand. Jongeren vanaf 21 jaar krijgen volledig recht op huurtoeslag. Deze wijziging is gericht op het steunen van jongeren die vanaf een jonge leeftijd al huur betalen, bijvoorbeeld in een studentenhuis of bij familie. Het maakt het mogelijk voor jongeren om hun woonlasten te verlichten, zonder dat zij hun huurprijs of inkomen hoeven te verlagen.
Grote impact op woningbouw en verhuur
De uitbreiding van de huurtoeslag heeft ook gevolgen voor de woningbouwsector. Met meer huurders die recht hebben op huurtoeslag, wordt de vraag naar betaalbare woningen verder opgetrokken. Dit kan leiden tot een toename van de druk op de woningmarkt, zowel op de huurmarkt als op de woningbouw. Het kabinet is zich daarvan bewust en heeft daarom extra middelen vrijgemaakt voor de bouw van betaalbare woningen. Tot en met 2030 moet het aantal woningen met twee derde betaalbaar zijn voor mensen met een laag- of middeninkomen.
Compensatie voor stijgende huren: Een verzuim van het kabinet
Hoewel het kabinet op Prinsjesdag 2025 maatregelen heeft genomen om de huurtoeslag uit te breiden, is er geen compensatie ingevoerd voor de stijgende huren. In juni 2025 is in de Tweede Kamer een motie aangenomen om huurders te compenseren voor hogere woonlasten, maar deze maatregel is in de Prinsjesdagplannen niet opgenomen. Het kabinet heeft wel besloten om de bezuiniging op de huurtoeslag, die gepland was als gevolg van de huurbevriezing, terug te draaien. Echter, deze compensatie is beperkt tot huurders die al huurtoeslag ontvangen. Voor huurders die geen huurtoeslag ontvangen, of voor wie de toeslag slechts gedeeltelijk de stijging dekt, is er geen extra ondersteuning.
De Woonbond heeft hier opgemerkt dat de stijging van de huren in 2025 zelfs met vijf procent is geweest. Dit heeft een harde impact gehad op huurders met een laag inkomen. Aangezien de huurbevriezing niet doorging, is het kabinet verplicht om extra maatregelen te nemen om de woonlasten van huurders te verlichten. De Woonbond benadrukt hierbij dat het kabinet in 2026 niet opnieuw de huurders in de steek mag laten.
Geen compensatie, wel bezuiniging
Het ontbreken van een compensatieplan betekent dat huurders in 2026 zonder extra ondersteuning worden gelaten. Ondanks de stijging van de huurtoeslag, is die stijging niet proportioneel met de stijging van de huurprijzen. Voor veel huurders betekent dit dat hun netto huur lastiger te hanteren is dan voorheen. Bovendien is het kabinet niet in staat om de huurprijsstijgingen volledig te beperken, gezien de stijgende bouwkosten en hypotheekrentes. Dit maakt het voor woningbouwers en verhuurders moeilijker om betaalbare woningen aan te bieden.
Maatregelen voor woningbouw: Meer geld voor betaalbare woningen
Om de druk op de woningmarkt te verlichten, zijn er maatregelen genomen om de bouw van betaalbare woningen te vergemakkelijken. Het kabinet stelt vanaf 2026 ruim €900 miljoen beschikbaar voor de woningbouw. Deze investering is gericht op het vergroten van het aanbod van betaalbare woningen voor mensen met een laag- of middeninkomen. Het kabinet benadrukt hierbij dat het beleid van stilstand niet aan de orde is. Te veel mensen hebben hoge maandelijkse lasten en kunnen geen betaalbare woning vinden. De groei van de bevolking in de komende jaren maakt het noodzakelijk om het woningaanbod te vergroten.
Groei van het woningaanbod
Tot en met 2030 moet het aantal woningen met 981.000 stijgen. Van deze extra woningen moet twee derde betaalbaar zijn voor mensen met een laag- of middeninkomen. De stijging van bouwkosten en hypotheekrentes maakt het bouwproces echter complexer dan voorheen. Het kabinet moet dus creatieve oplossingen bedenken om het woningaanbod te vergroten, zonder dat de woonlasten voor huurders verder stijgen.
Verlaging van overdrachtsbelasting
Een andere maatregel die gericht is op de woningbouw is de verlaging van de overdrachtsbelasting. Vanaf 1 januari 2026 wordt deze belasting verlaagd van 10,4% naar 8% voor woningen die niet in eigen gebruik zijn. Denk hierbij aan verhuurwoningen en vakantiewoningen. Voor woningen die wel in eigen gebruik zijn, blijft het verlaagde tarief van 2% of de startersregeling van kracht. Deze verlaging maakt het voor woningbouwers en investeerders aantrekkelijker om woningen te bouwen of te kopen, wat op de lange termijn kan leiden tot een groter aanbod van betaalbare woningen.
Conclusie
De huurtoeslag speelt een centrale rol in de inkomenssteun voor huurders met een laag inkomen. Tijdens Prinsjesdag 2023 en 2025 zijn maatregelen genomen om de huurtoeslag uit te breiden, zodat meer huurders ondersteuning ontvangen. Vanaf 2026 vervalt de huurprijsgrens, waardoor 170.000 extra huishoudens in aanmerking komen voor huurtoeslag. Bovendien wordt er een aanvullende regeling ingevoerd voor huurders met een lager inkomen die hoge huur betalen, maar geen huurtoeslag ontvangen.
Een nadeel is echter dat er geen compensatie is ingevoerd voor de stijgende huren. Hoewel het kabinet de bezuiniging op de huurtoeslag heeft teruggedraaid, is deze compensatie beperkt tot huurders die al huurtoeslag ontvangen. Voor huurders zonder huurtoeslag is er geen extra ondersteuning, waardoor hun woonlasten verder stijgen.
Om de druk op de woningmarkt te verlichten, zijn er maatregelen genomen voor de bouw van betaalbare woningen. Het kabinet stelt vanaf 2026 €900 miljoen beschikbaar voor de woningbouw. Bovendien wordt de overdrachtsbelasting verlaagd voor woningen die niet in eigen gebruik zijn. Deze maatregelen zijn gericht op het vergroten van het aanbod van betaalbare woningen, zodat meer huurders een woning kunnen vinden die passend is in de woonlast.
In de komende jaren zal het belangrijk zijn om te volgen hoe de Prinsjesdagplannen worden uitgevoerd en of extra maatregelen worden genomen om de woonlasten van huurders te verlichten. Huurders, woningcorporaties en verhuurders moeten hierbij rekening houden met de veranderende omstandigheden op de woningmarkt en het beleid van het kabinet.
Bronnen
- Respectus.nl – Wat betekent Prinsjesdag voor huurders
- VBT Verhuurmakelaars – Prinsjesdag 2025 wat betekent het voor huurders
- Woningcorporatie WBU Velsen – Prinsjesdag: geen bezuiniging op huurtoeslag
- Huurdersfederatie.nl – Prinsjesdag: geen compensatie voor gestegen huren
- Moore MKW – Prinsjesdag 2025: belangrijkste wijzigingen voor particulieren
