Bij het persoonsgebonden budget (PGB) gaat het om een systeem waarbij mensen die langdurige zorg nodig hebben, het budget zelf kunnen besturen en inzetten voor de zorg die zij nodig hebben. Voor degenen die als zorgverleners betrokken zijn – zowel informeel als formeel – speelt het inkomen een belangrijke rol. Hierbij zijn er regels voor de hoogte van het tarief, het maximaal aantal uren per week en de fiscale gevolgen van dit inkomensmodel. Bovendien kan het PGB-inkomen invloed hebben op het recht op huurtoeslag en andere sociale uitkeringen. In deze artikel zullen we dieper ingaan op de relevante regels, tarieven en fiscale aspecten van PGB-inkomen, en hoe deze samenhangen met huurtoeslagen en andere sociale uitkeringen.
Wat is PGB en wie zijn betrokken?
Het PGB is een systeem waarbij mensen die langdurige zorg nodig hebben, zelf het budget kunnen beheren om zorgverleners in te huren. Er zijn twee soorten zorgverleners: informele zorgverleners, zoals familieleden of kennissen, en formele zorgverleners, die professioneel werkzaam zijn. Beide soorten zorgverleners kunnen in het kader van het PGB betaald worden, maar de regels voor tarieven en belastingen zijn verschillend.
Informele zorgverleners mogen worden betaald uit het PGB-budget, maar het tarief mag niet hoger zijn dan wat wettelijk is vastgesteld. Formele zorgverleners werken onder een arbeidsovereenkomst en kunnen hogere tarieven ontvangen, maar moeten zich houden aan de regels voor loon, belastingen en sociale verzekeringen.
Het inkomst uit het PGB voor informele zorgverleners heeft gevolgen voor belastingen en sociale uitkeringen, zoals huurtoeslag. Dit betekent dat het PGB-inkomen wordt meegerekend bij het bepalen van het totale inkomen, wat beïnvloedt of iemand recht heeft op huurtoeslag, zorgtoeslag of andere toezeggingen.
Tarieven voor informele en formele zorgverleners
Voor informele zorgverleners gelden maximale uurtarieven die wettelijk zijn vastgelegd. Deze tarieven kunnen variëren afhankelijk van het type PGB en de wet waaronder het PGB valt. In 2026 zijn de volgende maxima vastgesteld:
- Informele zorgverleners: € 26,98 per uur.
- Formele zorgverleners: € 84,99 per uur of € 78,24 per dagdeel.
Als een budgethouder wil betalen boven deze tarieven, moet dat geld apart worden betaald aan de Sociale Verzekeringsbank (SVB). Dit geldt bijvoorbeeld als iemand extra wil betalen voor extra zorg of voor een zorgverlener die verder van huis woont.
Voor informele zorgverleners geldt bovendien dat het inkomst beperkt is tot 40 uur per week. Dit betekent dat zelfs als iemand meer dan 40 uur in werkelijkheid zorgt, het PGB-budget alleen 40 uur vergoed. Een uitzondering geldt voor zorgverleners met een arbeidsovereenkomst, die wél meer dan 40 uur per week kunnen werken, mits ze zich houden aan de regels voor werktijden en rusttijden.
De tarieven per PGB-type kunnen ook verschillen. Voor zorg die valt onder de Zorgverzekeringswet (Zvw) bepaalt de zorgverzekeraar de tarieven, terwijl voor PGB’s onder de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) of de Jeugdwet de gemeente de tarieven vastlegt. In de praktijk betekent dit dat zorgverleners moeten controleren bij hun budgethouder of gemeente welke tarieven gelden.
PGB-inkomen en huurtoeslag
Een van de belangrijkste gevolgen van PGB-inkomen is dat het meegerekend wordt bij het bepalen van de huurtoeslag. Huurtoeslag wordt uitgekeerd aan huishoudens waarvan het inkomen onder het huurbedrag ligt. Het inkomen wordt berekend inclusief het PGB-inkomen van informele zorgverleners, wat kan leiden tot een afname van de huurtoeslag.
Volgens de Belastingdienst telt PGB-inkomen wél mee bij het inkomen. Dit geldt ook als de zorgverlener informeel is. In dit geval wordt het inkomen afgetrokken bij de berekening van de huurtoeslag. Het effect hiervan kan zijn dat iemand minder of geen huurtoeslag meer ontvangt, afhankelijk van het totale inkomen en het huurbedrag.
De Belastingdienst stelt aan informele zorgverleners het formulier Opgaaf wereldinkomen ter beschikking. Met dit formulier wordt het inkomen van de zorgverlener vastgesteld, waarna de huurtoeslag wordt berekend. Het is daarom belangrijk dat informele zorgverleners hun inkomsten aangifte doen bij de Belastingdienst en het UWV, zodat de juiste berekening kan plaatsvinden.
Daarnaast zijn er ook uitzonderingen. Als bijvoorbeeld de informele zorgverlener een student is, is het toegestaan om onbeperkt bijverdienen, waaronder ook PGB-inkomen. In dit geval is er geen beperking voor het aantal uren of het inkomen, wat mogelijk leidt tot een hoger totaalinkomen en dus een lagere of afwezige huurtoeslag.
Fiscale gevolgen van PGB-inkomen
Het PGB-inkomen voor informele zorgverleners heeft fiscale gevolgen. Informele zorgverleners ontvangen hun inkomsten meestal als bruto bedrag, wat betekent dat de inkomstenbelasting en premies voor sociale verzekeringen (zoals de werknemersverzekeringen) zelf moeten worden betaald. Dit geldt ook als de zorgverlener via de SVB betaald wordt en het bedrag netto ontvangt. In dat geval is de belasting al afgetrokken, maar moet het bruto bedrag nog steeds worden opgegeven bij de jaarlijkse aangifte inkomstenbelasting.
Voor zorgverleners die een arbeidsovereenkomst hebben, gelden de reguliere regels voor belastingen en premies. In dit geval is het inkomensbelasting en premies automatisch ingehouden uit het loon.
Het is daarom belangrijk dat informele zorgverleners zich bewust zijn van de fiscale verantwoordelijkheden. Dit geldt ook voor budgethouders, die ervoor moeten zorgen dat de zorgverleners hun inkomsten aangifte doen bij de Belastingdienst en het UWV. Fouten hierbij kunnen leiden tot boetes of het verliezen van rechten, zoals huurtoeslag of andere sociale uitkeringen.
Rechten en plichten van informele zorgverleners
Informele zorgverleners hebben bepaalde rechten en plichten binnen het kader van het PGB. Zo is er bijvoorbeeld een regeling voor vervanging bij ziekte. Als een informele zorgverlener ziek wordt, moet de budgethouder zelf zorgen voor vervanging. Als er een arbeidsovereenkomst is, wordt het inkomen in ieder geval de eerste zes weken doorbetaald. Buiten die periode is er geen automatische doorbetaling, wat betekent dat de zorgverlener mogelijk geen inkomsten ontvangt tijdens de ziekte.
Bij overlijden van de budgethouder stopt het PGB-inkomen direct. In sommige gevallen is er een eenmalige uitkering mogelijk, afhankelijk van het type PGB. Voor PGB’s onder de Wmo of Jeugdwet kan deze uitkering maximaal één gemiddeld maandloon bedragen. Voor PGB’s onder de Zvw is er geen uitkering mogelijk.
Het is belangrijk dat informele zorgverleners deze regels kennen. De zorgovereenkomst bevat doorgaans informatie over deze rechten en plichten. Informele zorgverleners kunnen deze informatie ook vinden op de website van de Sociale Verzekeringsbank.
Invloed van PGB-inkomen op andere sociale uitkeringen
Naast huurtoeslag kan PGB-inkomen ook invloed hebben op andere sociale uitkeringen, zoals bijstandsuitkeringen, zorgtoeslag en AOW-partnertoeslag. Voor bijstandsuitkeringen geldt dat het PGB-inkomen wordt meegerekend bij het bepalen van het recht. Dit betekent dat iemand minder of geen bijstandsuitkering kan ontvangen als het PGB-inkomen stijgt.
Zorgtoeslag en AOW-partnertoeslag zijn toezeggingen die ook kunnen veranderen bij het ontvangen van PGB-inkomen. Informele zorgverleners moeten dit in overweging nemen bij het aangaan van een zorgovereenkomst. Het is verstandig om vooraf te informeren bij de Belastingdienst of de gemeente hoe het PGB-inkomen beïnvloedt op de uitkeringen.
Extra toeslagen voor PGB-budgethouders
Budgethouders kunnen in sommige gevallen extra toeslagen ontvangen. Voor wooninitiatieven in 2026 is er een toeslag van € 5.961 per jaar. Daarnaast krijgen budgethouders met zorgprofiel VV4 t/m VV8 nog een extra toeslag voor kwaliteit verpleging en verzorging van € 5.345 per jaar.
Deze toeslagen zijn bedoeld om zorgverleners te ondersteunen bij het kopen van kwalitatief hoogwaardige zorg. Voor informele zorgverleners betekent dit dat er extra geld beschikbaar is, wat kan leiden tot hogere tarieven of betere zorg. Het is belangrijk om te weten dat deze toeslagen alleen gelden voor bepaalde profielen en wooninitiatieven.
Invloed van PGB-inkomen op pensioen en werkloosheidsuitkeringen
Een van de belangrijkste beperkingen van informele zorgverleners is dat ze geen pensioen opbouwen. Informele zorgverleners die als informeel worden betaald, hebben namelijk geen aangifte gedaan bij de sociale verzekeringen. Hierdoor is er geen aanspraak op een pensioen uit de AOW of andere pensioenregelingen.
Daarnaast is er in veel gevallen geen uitkering bij werkloosheid of arbeidsongeschiktheid. Informele zorgverleners kunnen geen recht op werkloosheidsuitkeringen maken, tenzij ze een arbeidsovereenkomst hebben. In dat geval zijn er wel regels voor uitkeringen bij werkloosheid.
Conclusie
Het PGB-inkomen speelt een belangrijke rol in de bepaling van huurtoeslagen en andere sociale uitkeringen. Informele zorgverleners ontvangen hun inkomsten uit het PGB-budget, maar deze inkomsten worden meegerekend bij het bepalen van het totale inkomen. Dit kan leiden tot een afname van huurtoeslag, zorgtoeslag of andere toezeggingen. Bovendien zijn er fiscale verantwoordelijkheden, zoals het betalen van inkomstenbelasting en premies voor sociale verzekeringen.
Het is belangrijk dat informele zorgverleners zich bewust zijn van deze regels en ervoor zorgen dat hun inkomsten correct worden aangemeld bij de Belastingdienst en het UWV. Dit geldt ook voor budgethouders, die ervoor moeten zorgen dat de zorgovereenkomst duidelijk is en dat de rechten en plichten van informele zorgverleners zijn meegenomen.
Het PGB-systeem biedt de mogelijkheid om zorg zelf te regelen en in te huren, maar het is belangrijk om te weten dat dit ook fiscale en sociale gevolgen heeft. Informele zorgverleners en budgethouders moeten ervoor zorgen dat ze deze regels begrijpen en correct toepassen, om eventuele boetes of verliezen aan uitkeringen te voorkomen.
