Wanneer huishoudens hun situatie veranderen door bijvoorbeeld een scheiding of de verhuizing van een medebewoner, kan dit gevolgen hebben voor de hoogte van de huurtoeslagen. In zulke gevallen kan het inkomen van een oude bewoner of ex-partner nadien aanzienlijk stijgen, wat leidt tot een herberekening van de toeslagen. Dit kan resulteren in het terugbetalen van eerder ontvangen ondersteuning. Om dit te voorkomen of te verminderen, biedt de Belastingdienst de 10%-regeling aan. Deze regeling maakt het mogelijk om een stijging van het inkomen van een oude bewoner of ex-partner na vertrek of overlijden buiten beschouwing te laten. In dit artikel wordt uitgelegd wanneer en hoe de 10%-regeling kan worden aangewend, welke voordelen deze biedt en wat de voorwaarden zijn.
Wat is de 10%-regeling?
De 10%-regeling is een fiscale maatregel die de Belastingdienst biedt aan huurtoeslagenontvangers wanneer het inkomen van een oude bewoner of ex-partner na hun vertrek of overlijden aanzienlijk is gestegen. Deze stijging kan ertoe leiden dat de toeslagen die eerder zijn ontvangen, opnieuw moeten worden berekend, wat vaak resulteert in terugbetaling. Met de 10%-regeling kan de toeslagenontvanger vragen om deze stijging van inkomen buiten beschouwing te laten, mits deze ten minste 10% is toegenomen.
De regeling is toepasbaar in twee hoofdscenario’s:
Scheiding of verhuizing van een medebewoner: Wanneer een partner of medebewoner vertrekt en zijn inkomen aanzienlijk stijgt, kan dit ertoe leiden dat het toetsingsinkomen van het huishouden wordt aangepast. Door de 10%-regeling in te stellen, wordt het verhoogde inkomen van de vertrokken persoon niet meegenomen in de berekening van de toeslagen die zijn ontvangen tijdens de periode dat deze persoon nog in het huishouden woonde.
Overlijden van een toeslagpartner: Als een toeslagpartner overlijdt en het inkomen van de overlevende partner stijgt (bijvoorbeeld door het ontvangen van een nabestaandenuitkering), kan dit ook leiden tot een herberekening van de toeslagen. In dergelijke gevallen kan de 10%-regeling worden gebruikt om de stijging van het inkomen buiten beschouwing te laten.
De regeling is bedoeld om huishoudens te beschermen tegen onverwachte financiële verplichtingen die voortvloeien uit veranderingen in de situatie van oud-bewoners of ex-partners.
Wanneer is de 10%-regeling toepasbaar?
De toepassing van de 10%-regeling hangt af van het volgende:
Scheiding of verhuizing: De regeling is toepasbaar als een partner of medebewoner is vertrokken, bijvoorbeeld na een scheiding of omdat een kind het huis verlaat. Het inkomen van deze persoon moet minstens 10% zijn toegenomen sinds het vertrek.
Overlijden: Als de toeslagpartner is overleden en het inkomen van de overlevende partner is toegenomen (bijvoorbeeld door het ontvangen van een nabestaandenuitkering), is de regeling toepasbaar mits de stijging ten minste 10% bedraagt.
Toepassing op huurtoeslagen: De regeling is van toepassing op huurtoeslagen, zorgtoeslagen en andere vergelijkbare subsidies. Het is echter belangrijk op te merken dat de regeling alleen werkt wanneer het inkomen van de vertrokken persoon of overledene tijdens de periode dat hij of zij nog in het huishouden woond, een rol speelde in de berekening van de toeslagen.
Tijdslimiet: De regeling kan worden aangevraagd tot 5 jaar na het jaar waar het verzoek overgaat. Dit betekent dat er tijd is om aanvragen in te dienen, maar het is verstandig om dit zo snel mogelijk te doen om mogelijke terugbetalingen te voorkomen.
Hoe werkt de 10%-regeling in de praktijk?
De 10%-regeling maakt het mogelijk om het verhoogde inkomen van een vertrokken persoon of overledene buiten beschouwing te laten bij de berekening van de toeslagen die zijn ontvangen tijdens de periode dat deze persoon nog in het huishouden woonde. Dit heeft het volgende effect:
Berekening zonder stijging: De Belastingdienst berekent de toeslagen opnieuw, maar op basis van het inkomen dat de vertrokken persoon had op het moment van vertrek. Dit voorkomt dat een stijging van inkomen in de toekomst een negatieve invloed heeft op de toeslagen die zijn ontvangen tijdens de periode dat deze persoon nog in het huishouden woonde.
Voorwaarde van 10% stijging: De regeling is alleen van toepassing als het inkomen van de vertrokken persoon of overledene minstens 10% is toegenomen. Als de stijging lager is dan 10%, is de regeling niet van toepassing.
Schattingsrisico’s: In sommige gevallen heeft de vertrokken persoon geen aangifte van inkomstenbelasting gedaan. In dat geval moet de Belastingdienst een schatting maken van het jaarinkomen. Als deze schatting hoger uitvalt dan het daadwerkelijke inkomen, kan dit nadeel opleveren voor de toeslagenontvanger. Het is dan niet mogelijk om bezwaar te maken tegen deze schatting.
Voorbeeld 1: Scheiding en stijging van inkomen
Een huishouden ontvangt huurtoeslag. Per 1 maart gaat de partner van het huishouden het huis uit. Na de scheiding start deze partner met een nieuwe baan en verdient € 400 per maand extra, wat leidt tot een stijging van het jaarinkomen van meer dan 10%. Omdat het inkomen van deze ex-partner tijdens de periode voor 1 maart meetelt in de berekening van de huurtoeslag, wordt de toeslag opnieuw berekend. Hierdoor moet het huishouden toeslag terugbetalen.
Door de 10%-regeling aan te vragen, kan het huishouden vragen om de toeslag tot 1 maart te berekenen zonder het extra inkomen van de ex-partner. Hierdoor kan het huishouden voorkomen dat het moet terugbetalen.
Voorbeeld 2: Overlijden en stijging van inkomen
Een huishouden ontvangt huurtoeslag. Per 1 april overlijdt de partner. De overlevende partner ontvangt vanaf dat moment een nabestaandenuitkering van € 1.000 per maand, waardoor het jaarinkomen met meer dan 10% stijgt. Omdat dit inkomen meetelt in de berekening van de huurtoeslag voor de periode tot 1 april, wordt de toeslag opnieuw berekend. Hierdoor moet het huishouden toeslag terugbetalen.
Als de huurtoeslag op naam van de overledene stond, kan het huishouden de 10%-regeling aanvragen om de toeslag tot 1 april te berekenen zonder het extra inkomen (de nabestaandenuitkering). Dit voorkomt dat toeslag moet worden terugbetaald.
Hoe stel je een verzoek in voor de 10%-regeling?
Het stellen van een verzoek voor de 10%-regeling kan op een eenvoudige manier via een formulier dat is beschikbaar via de Belastingdienst. Dit formulier kan digitaal worden ingevuld met behulp van Adobe Reader versie 9.0 of hoger. Na het invullen moet het formulier worden afdrukt, ondertekend en verstuurd naar de Dienst Toeslagen in Heerlen.
Benodigde informatie
Het formulier vraagt om bepaalde gegevens afhankelijk van de situatie:
Wanneer een lid van het huishouden vertrekt en het inkomen van deze persoon buiten beschouwing moet worden gelaten: U dient uw eigen burgerservicenummer en dat van de vertrokken persoon in te vullen.
Wanneer de toeslagpartner is overleden en het inkomen van de overlevende persoon buiten beschouwing moet worden gelaten: U dient uw eigen burgerservicenummer en dat van de overledene in te vullen.
Versturen van het formulier
Het ingevulde en ondertekende formulier moet worden verstuurd naar:
Dienst Toeslagen
Antwoordnummer 21360
6400 TZ Heerlen
Het is verstandig om het formulier vroegtijdig in te dienen, aangezien de regeling pas werkt als het verzoek binnenkomt binnen de 5 jaar na het jaar waar het verzoek overgaat.
Problemen met het invullen
Het formulier is bedoeld om op een computer te worden ingevuld. De Belastingdienst kan niet garanderen dat het formulier correct werkt op een tablet of smartphone. Als het formulier niet op uw computer werkt, kunt u het eerst opslaan en later opnieuw proberen.
Voordelen en nadelen van de 10%-regeling
Voordelen
Voorkomt terugbetaling van toeslagen: Door het verhoogde inkomen van een vertrokken persoon of overledene buiten beschouwing te laten, voorkomt de 10%-regeling dat toeslagen die zijn ontvangen tijdens de periode dat deze persoon nog in het huishouden woonde, opnieuw worden berekend. Dit voorkomt terugbetaling.
Flexibiliteit bij veranderende situaties: De regeling biedt huishoudens de mogelijkheid om veranderingen in de situatie van oude bewoners of ex-partners te omzeilen. Dit is vooral nuttig bij onverwachte inkomensstijgingen.
Toepasbaar op meerdere toeslagen: De regeling is toepasbaar op zowel huurtoeslagen als zorgtoeslagen, wat het een brede toepassing geeft.
Nadelen
Beperkte toepassing: De regeling is alleen van toepassing als het inkomen van de vertrokken persoon of overledene minstens 10% is toegenomen. Als de stijging lager is dan 10%, is de regeling niet van toepassing.
Schattingsrisico’s: In gevallen waarin de vertrokken persoon geen aangifte van inkomstenbelasting heeft gedaan, moet de Belastingdienst een schatting maken van het jaarinkomen. Als deze schatting hoger uitvalt dan het daadwerkelijke inkomen, kan dit leiden tot nadeel voor de toeslagenontvanger. In dergelijke gevallen is het niet mogelijk om bezwaar te maken tegen de schatting.
Invoeringsvertraging: Aangezien de regeling pas werkt als het verzoek binnenkomt binnen de 5 jaar na het jaar waar het verzoek overgaat, is het belangrijk om snel te handelen om mogelijke terugbetalingen te voorkomen.
De 10%-regeling in het kader van veranderingen in de huurtoeslagregeling
De huurtoeslagregeling ondergaat momenteel enkele belangrijke veranderingen. De Tweede Kamer is begonnen met de plenaire behandeling van twee nieuwe wetten die de huurtoeslagregeling vereenvoudigen. Deze maatregelen zijn bedoeld om de regeling minder complex te maken, zodat meer huurders recht op huurtoeslag krijgen. Ook gaan de meeste huidige ontvangers erop vooruit na invoering.
Vanaf 2026 krijgen circa 170.000 huishoudens extra recht op huurtoeslag, voor gemiddeld € 175 per maand. Deze veranderingen worden mogelijk gemaakt door een vrijstelling van € 650 miljoen per jaar. In 2025 zullen vrijwel alle huidige ontvangers van huurtoeslag erop vooruit gaan, gemiddeld met € 12 per maand. In 2026 gaan ongeveer 80% van de huidige ontvangers erop vooruit, terwijl ongeveer 20% minder huurtoeslag ontvangt, gemiddeld € 9 per maand.
Deze veranderingen zijn vooral gunstig voor huurders die momenteel geen recht hebben op huurtoeslag, maar toch in een moeilijke financiële situatie verkeren. De nieuwe regeling maakt het mogelijk voor huurders met een hogere huur laster ook recht op huurtoeslag te krijgen.
In het kader van deze veranderingen kan de 10%-regeling een waardevolle optie zijn voor huishoudens die veranderen door bijvoorbeeld een scheiding of de verhuizing van een medebewoner. Door het verhoogde inkomen van deze persoon buiten beschouwing te laten, kunnen huishoudens voorkomen dat ze toeslagen moeten terugbetalen, wat de financiële druk verder kan verminderen.
Conclusie
De 10%-regeling is een belangrijke maatregel voor huishoudens die veranderen door bijvoorbeeld een scheiding of de verhuizing van een medebewoner. Deze regeling maakt het mogelijk om een stijging van het inkomen van deze persoon na vertrek of overlijden buiten beschouwing te laten bij de berekening van de toeslagen die zijn ontvangen tijdens de periode dat deze persoon nog in het huishouden woonde. Dit voorkomt dat toeslagen moeten worden terugbetaald, wat voor veel huishoudens een aanzienlijke financiële last kan zijn.
De regeling is toepasbaar in twee hoofdscenario’s: bij de scheiding of verhuizing van een partner of medebewoner en bij het overlijden van een toeslagpartner. De regeling is echter alleen van toepassing als het inkomen van de vertrokken persoon of overledene minstens 10% is toegenomen. Het stellen van een verzoek kan via een formulier dat is beschikbaar via de Belastingdienst. Het is belangrijk om dit verzoek tijdig in te dienen, aangezien de regeling pas werkt als het verzoek binnenkomt binnen de 5 jaar na het jaar waar het verzoek overgaat.
In het kader van de veranderingen in de huurtoeslagregeling vanaf 2025 en 2026 kan de 10%-regeling een waardevolle optie zijn voor huishoudens die veranderen. Deze regeling helpt huishoudens om veranderingen in de situatie van oude bewoners of ex-partners te omzeilen en voorkomt financiële lasten die voortvloeien uit onverwachte inkomensstijgingen.
