Huurtoeslag en financiële gevolgen bij opname van partner in een zorginstelling

Als partner van iemand die wordt opgenomen in een zorginstelling, zoals een verpleeghuis of woonzorgcentrum, kan de financiële situatie van beide partijen sterk veranderen. Deze situatie heeft gevolgen voor de huurtoeslag, inkomstenbelasting, vermogen en eventuele zorgverzekering. Het is daarom belangrijk om goed te weten hoe de huurtoeslag werkt bij opname in een zorginstelling, wat de invloed is van de keuze voor een AOW-uitkering (voor partners of alleenstaanden) en hoe het vermogen en inkomen worden berekend voor de eigen bijdrage aan de Wet langdurige zorg (Wlz). In dit artikel wordt ingegaan op de financiële gevolgen en juridische kaders die van toepassing zijn bij de opname van een partner in een zorginstelling, met een focus op de huurtoeslag.

Huurtoeslag bij opname van partner in een zorginstelling

De huurtoeslag is een toegangssubsidie waarmee huurders die lager inkomen hebben, ondersteuning krijgen bij het betalen van de huur. Bij opname van een partner in een zorginstelling kan het inkomen van die partner uit het berekeningsmodel voor de huurtoeslag worden gehaald, wat kan leiden tot een hogere huurtoeslag voor de achterblijvende partner.

Toeslagpartnerschap bij verhuizing naar een zorginstelling

Als partner van iemand die naar een zorginstelling verhuist, blijft het toeslagpartnerschap standaard behouden, mits er sprake is van een geregistreerd huwelijk of geregistreerd partnerschap. Dit betekent dat de huurtoeslag wordt berekend op basis van het gezamenlijke inkomen van beide partners. De Belastingdienst verwerkt automatisch de adreswijziging die voortkomt uit de opname in een zorginstelling.

Echter, als het gaat om samenwonenden zonder geregistreerd partnerschap of huwelijk, verandert de situatie. Als partner naar een zorginstelling verhuist, wordt het toeslagpartnerschap verbroken. In dat geval is het mogelijk om een brief aan te vragen waarin wordt aangegeven dat het toeslagpartnerschap toch behouden moet blijven. Dit is bijvoorbeeld relevant als de achterblijvende partner recht heeft op huurtoeslag, maar het inkomen te hoog is op basis van het gezamenlijke vermogen. In dat geval is het belangrijk om de huurtoeslag te berekenen op basis van het individuele inkomen van de achterblijvende partner.

Veranderingen in huurtoeslag

Wanneer een partner wordt opgenomen in een zorginstelling, kan de huurtoeslag voor de achterblijvende partner stijgen. Dit hangt af van het vermogen en inkomen dat wordt meegenomen in de berekening. Als bijvoorbeeld de partner met het hoogste inkomen in de zorginstelling woont, kan de huurtoeslag voor de andere partner sterk stijgen.

Het is belangrijk om in de aangifte inkomstenbelasting het vermogen correct te verdelen. Als de partner bijvoorbeeld gebruik wil maken van een huurtoeslag, mag het gezamenlijke vermogen niet meer dan € 36.952,- op de naam van de achterblijvende partner staan. Anders kan de huurtoeslag worden vernietigd. Deze limiet geldt voor de situatie in 2024, op basis van de informatie die beschikbaar is in de bronnen.

AOW-uitkering en financiële gevolgen

Een belangrijke overweging bij opname in een zorginstelling is de keuze voor de AOW-uitkering. Voor partners die in een gezamenlijk huishouden wonen, is het mogelijk om kiezen tussen een AOW-uitkering voor partners of een AOW-uitkering voor alleenstaanden.

AOW voor partners versus AOW voor alleenstaanden

De AOW-uitkering voor partners is op dit moment 50% van het netto minimumloon. Als beide partners kiezen voor een AOW voor alleenstaanden, ontvangen zij samen 70% van het netto minimumloon per persoon, wat samen 140% van het minimumloon oplevert. Dit betekent dat het totaalbedrag aan AOW-uitkering hoger is bij kiezen voor AOW voor alleenstaanden. Maar dit heeft ook nare gevolgen voor andere zaken, zoals de belastingaangifte en eventuele eigen bijdrage in de Wet langdurige zorg (Wlz).

Invloed op belastingaangifte

Hoewel partner A in de zorginstelling woont, blijft het partnerschap bij de belastingaangifte geldig. Dit betekent dat de partners samen hun aangifte inkomstenbelasting moeten doen. Het is belangrijk om het gezamenlijke vermogen goed te verdelen in deze aangifte, omdat het heeft gevolgen voor eventuele toezicht op huurtoeslag of andere subsidies.

Eigen bijdrage in de Wlz

De keuze voor AOW voor alleenstaanden kan leiden tot een hogere eigen bijdrage in de Wlz. De eigen bijdrage wordt berekend op basis van het inkomen en vermogen van de partner die in het zorghuis woont. Als er geen thuiswonende partner meer is, is er geen lage eigen bijdrage meer toegestaan. Hierdoor kan de eigen bijdrage sterk stijgen.

Vermogen en eigen bijdrage in de Wlz

De eigen bijdrage die een partner betaalt in de Wlz wordt berekend op basis van het inkomen en vermogen van twee jaar geleden. Het vermogen dat meerekenbaar is, is het vermogen boven het heffingsvrije vermogen. Voor 2022 was dit bijvoorbeeld € 50.650,- per persoon. Vermogen dat in box 3 staat, zoals een tweede woning of beleggingen, telt voor een klein percentage mee in de berekening van de eigen bijdrage.

Het eigen huis van de partner die achterblijft, wordt meestal volledig buiten beschouwing gelaten bij het berekenen van de eigen bijdrage aan de Wlz. Dit geldt zolang de partners fiscaal als partners worden beschouwd, bijvoorbeeld door huwelijk of geregistreerd partnerschap.

Reiskosten ziekenbezoek

Een partner die zijn of haar naaste bezoekt in een zorginstelling, kan eventueel reiskosten aftrekken. Dit is het geval wanneer de afstand van deur tot deur groter is dan 10 kilometer. Voor auto-ritten is er een vaste aftrek van € 0,19 per gereden kilometer. Voor reizen met taxi of openbaar vervoer kunnen de daadwerkelijke kosten worden afgerekend, mits er bewijs is van uitgaven.

Juridische aangifte en bewindvoerder

Als een partner niet in staat is om zelf financiële beslissingen te nemen, kan een bewindvoerder worden aangesteld. Dit is vaak de andere partner of een familielid. De kantonrechter moet echter vooraf toestemming geven voor belangrijke financiële beslissingen, zoals het verkopen van een woning of grote investeringen.

Conclusie

De opname van een partner in een zorginstelling heeft gevolgen voor de huurtoeslag, AOW-uitkering, eigen bijdrage in de Wlz en inkomstenbelasting. Het is belangrijk om de financiële situatie goed te analyseren en eventueel juridisch advies in te winnen. De huurtoeslag kan stijgen of veranderen, afhankelijk van de situatie. Daarnaast is het mogelijk om een AOW-uitkering voor alleenstaanden te kiezen, wat leidt tot een hogere uitkering maar ook tot veranderingen in de belastingaangifte en eventuele eigen bijdrage.

Het vermogen van beide partners speelt een rol bij de berekening van de eigen bijdrage aan de Wlz, waarbij het vermogen boven het heffingsvrije bedrag meerekent. Het eigen huis van de partner die achterblijft, wordt meestal volledig buiten beschouwing gelaten. Ook is het mogelijk om reiskosten voor ziekenbezoeken aftrekbaar te maken, mits de afstand van deur tot deur groter is dan 10 kilometer.

Het is verstandig om eventueel financieel advies in te winnen, bijvoorbeeld via een financieel adviseur van een organisatie als ViVa! Deze adviseurs helpen bij het maken van berekeningen en het opstellen van een strategie die het vermogen optimaal beschermt. Voor partners die in een zorginstelling wonen, is het belangrijk om goed te weten hoe de AOW-uitkering, huurtoeslag en eigen bijdrage elkaar beïnvloeden, zodat er geen onverwachte financiële gevolgen zijn.

Bronnen

  1. Mantelzorgcentrum.nl: Mijn naaste verhuist naar een zorginstelling
  2. Vivazorggroep.nl: Financieel ontzorgd bij verhuizing naar een woonzorglocatie
  3. Belastingdienst.nl: Hoe werkt het met zorgtoeslag als ik of mijn partner naar een zorginstelling gaat
  4. Zorgregelhulp.nl: AOW en partner opgenomen in verpleeghuis

Related Posts