Huurtoeslag is een belangrijke financiële ondersteuning voor huurders met een laag inkomen. Het helpt hen om hun huur te betalen en speelt een essentiële rol in de toegankelijkheid van woningruimte. Echter, er zijn situaties waarin huurders geen huurtoeslag ontvangen of deze moeten terugbetalen. In deze bijdrage bespreken we de voorwaarden waaraan voldaan moet worden om huurtoeslag te ontvangen, mogelijke obstakels zoals een te hoog inkomen of het ontbreken van een eigen wasgelegenheid, en de wijzigingen die in de toekomst in werking zullen treden. Daarnaast wordt ingegaan op het probleem van het zogenaamde "papieren inkomen" en de gevolgen daarvan voor de rechtentoewijzing.
Wanneer krijgt iemand geen huurtoeslag?
De toekenning van huurtoeslag hangt af van een aantal voorwaarden. Eerst en vooral moet het inkomen van de huurder en eventuele medebewoners binnen een bepaalde grens blijven. Daarnaast moet de huurprijs van de woning onder een bepaalde maximumhuurgrens vallen. De huurtoeslag is verder alleen toegankelijk voor huurders die in een zelfstandige woonruimte wonen. Hieronder vallen woningen met een eigen wasgelegenheid. Woningen zonder eigen bad of douche vallen niet onder deze definitie.
Inkomen en vermogen
Een te hoog inkomen is een directe reden om geen huurtoeslag te ontvangen. De regels zijn duidelijk: als het inkomen of het vermogen van de huurder of medebewoners te hoog is, is er geen recht op huurtoeslag. Dit betekent dat huurders met een hoge inkomensvoet of een aanzienlijke schatkist financieel onafhankelijk zijn en dus geen toezicht of ondersteuning via de huurtoeslag nodig hebben.
Een ander belangrijk aspect is het geval van huurgrensoverschrijding. De huurprijs van de woning mag niet boven een bepaalde grens komen. Als dit wel het geval is, kan het gebeuren dat de huurtoeslag niet verstrekt wordt, tenzij de huurder voldoet aan de voorwaarden voor een "verworven recht".
Eigen wasgelegenheid
Sinds 1 maart 2024 geldt een aanscherping van de regels voor zelfstandige woonruimtes. Woningen zonder eigen wasgelegenheid (zoals een eigen badkamer of douche) worden niet meer als zelfstandig beschouwd. Dit betekent dat huurders van dergelijke woningen geen huurtoeslag ontvangen, tenzij ze al in het bezit zijn van de toeslag en hun huurprijs niet boven de huurgrens komt. Bij vertrek uit een dergelijke woning vervalt het recht op huurtoeslag, tenzij er aannemelijk gemaakt kan worden dat een eigen wasgelegenheid aanwezig is.
Medebewoners en verblijfsvergunning
Ook de verblijfsstatus van medebewoners bepaalt of huurtoeslag verstrekt kan worden. Een medebewoner is bijvoorbeeld een partner of een kind dat in de woning woont. Als een medebewoner geen geldige verblijfsvergunning heeft, is er geen recht op huurtoeslag. Dit geldt voor iedereen die in Nederland verblijft zonder de juiste papieren. Sinds 1 januari 2022 is de regel echter versoepeld voor kinderen jonger dan 18 jaar. Deze kinderen hoeven niet per se een verblijfsvergunning te hebben om huurtoeslag te ontvangen.
Daarnaast is er een maatregel ingevoerd voor Oekraïense ontheemden. Deze personen worden sinds 1 januari 2023 niet langer als medebewoners aangemerkt, wat betekent dat hun aanwezigheid geen gevolgen heeft voor de huurtoeslag van de huurder. Dit maakt het mogelijk voor gasthuishoudens om huurtoeslag te behouden zonder dat hun inkomen wordt beïnvloed door de aanwezigheid van ontheemden.
Papieren inkomen en nabetalingen
Een bekend probleem is het zogenaamde "papieren inkomen". Dit gebeurt wanneer een inkomensbestanddeel op papier lager is dan in werkelijkheid. Een voorbeeld is wanneer een nabetaling in een latere periode verwerkt wordt, waardoor het inkomen schijnbaar hoger is. In dergelijke gevallen kan het gebeuren dat de huurtoeslag wordt teruggevorderd, terwijl het inkomen in werkelijkheid nog steeds binnen de toegestane grens valt.
De Belastingdienst Toeslagen heeft een regeling waarbij nabetalingen buiten beschouwing kunnen worden gelaten. Echter, dit geldt niet voor een "papieren inkomen". De Raad van State heeft in 2010 beslist dat het niet mogelijk is om papieren inkomsten buiten beschouwing te laten, omdat dit niet wettelijk geregeld is. Het gevolg is dat huurders in sommige gevallen hun huurtoeslag verliezen, terwijl het in werkelijkheid mogelijk is dat ze die zouden moeten ontvangen.
Echte nabetalingen
Echte nabetalingen kunnen op zijn beurt ook leiden tot terugbetaling van de huurtoeslag. Een voorbeeld is een arbeidsongeschiktheidsuitkering die in een latere periode wordt verwerkt. Als deze uitkering in een jaar verwerkt wordt dat hoger is dan de periode waarin het eigenlijk toekwam, kan het gebeuren dat er teveel huurtoeslag is verstrekt. In dat geval moet de huurder het overschot terugbetalen.
Veranderingen vanaf 2026
Op 1 januari 2026 treden belangrijke wijzigingen in werking die het recht op huurtoeslag voor velen gunstig beïnvloeden. De belangrijkste verandering is de afschaffing van de maximumhuurgrens. Tot nu toe was er een bovengrens voor de huurprijs van de woning; huurders met een hogere huur kregen geen huurtoeslag, ook al lag hun inkomen binnen de toegestane grens. Vanaf 2026 is dit niet meer het geval. Het recht op huurtoeslag wordt dan exclusief bepaald door het inkomen van de huurder.
Daarnaast vallen servicekosten, zoals gas, water, licht en internet, niet meer mee in de berekening voor huurtoeslag. Dit betekent dat huurders die in woningen wonen met hoge servicekosten nu eindelijk in aanmerking komen voor huurtoeslag. Deze wijziging is een duidelijke verbetering, aangezien velen verplicht zijn in woningen te wonen waar deze kosten verplicht zijn.
Verworven recht en de Raad van State
Een andere belangrijke juridische ontwikkeling betreft het "verworven recht" op huurtoeslag. Tot 2019 was het niet mogelijk om een recht op huurtoeslag opnieuw in te eisen als het inkomen of vermogen eenmaal te hoog was geweest. Na de uitspraak van de Raad van State in juli 2019 is dit veranderd. Huurders die een verworven recht hebben, kunnen nu opnieuw aanspraak maken op huurtoeslag als hun inkomen of huurprijs daalt, zolang de overige voorwaarden voldaan zijn.
De Raad van State oordeelde in 2010 dat het niet mogelijk was om papieren inkomsten buiten beschouwing te laten, omdat dit niet wettelijk geregeld is. Deze uitspraak heeft geleid tot een onredelijke situatie waarin huurders hun huurtoeslag verliezen op basis van een schijnbaar hoger inkomen, terwijl dat in werkelijkheid niet het geval is. De Landelijke Organisatie Sociaal Raadslieden (LOSR) heeft dit probleem benadrukt en heeft voorgesteld om de regels aan te passen.
Conclusie
Huurtoeslag is een essentieel onderdeel van de financiële ondersteuning voor huurders met een laag inkomen. Echter, er zijn diverse situaties waarin huurders geen huurtoeslag ontvangen of deze moeten terugbetalen. Deze situaties kunnen te maken hebben met een te hoog inkomen, huurgrensoverschrijding, het ontbreken van een eigen wasgelegenheid of het bezit van een "papieren inkomen".
Sinds 2023 zijn er maatregelen ingevoerd die het recht op huurtoeslag iets gunstiger maken, zoals de versoepeling van de eisen voor medebewoners jonger dan 18 jaar. Vanaf 2026 treden nog belangrijke veranderingen in werking, zoals de afschaffing van de maximumhuurgrens en het niet meewegen van servicekosten. Deze wijzigingen zorgen ervoor dat meer mensen in aanmerking komen voor huurtoeslag, ook al wonen ze in duurdere woningen.
Toch blijft er nog werk aan de winkel. Het probleem van het "papieren inkomen" is een voorbeeld van hoe de regels niet altijd logisch of eerlijk zijn. Huurders verliezen in sommige gevallen hun huurtoeslag op basis van inkomen dat op papier hoger is, terwijl het in werkelijkheid nog steeds binnen de toegestane grens valt. Dit is een punt dat aandacht verdient en waarin de regels mogelijk verder moeten worden aangepast.
