Inleiding
Het besluit om samen te wonen heeft verdergaande gevolgen dan alleen de logistiek van het delen van een woonruimte of het opstellen van een samenlevingscontract. Bijvoorbeeld huur- en zorgtoeslagen zijn vaak automatisch, maar veranderen aanzienlijk bij het begin van een nieuwe woonvorm. Dit artikel legt uit hoe samenwonen beïnvloedt door huur- en zorgtoeslagen, wat de gevolgen zijn van het inschrijven van medebewoners of toeslagpartners en welke maatregelen worden genomen voor de toekomst. Aan de hand van actuele informatie en voorbeelden wordt uitgelegd hoe je als huurder of koopwoningbezitter vooraf dient te plannen bij het begin van een nieuwe relatie.
Wat verandert er bij samenwonen?
Bij het begin van een nieuwe woonvorm wordt doorgaans een keuze gemaakt tussen een huur- of koopwoning. Deze keuze heeft directe gevolgen op eventuele toeslagen, zoals huurtoeslag en zorgtoeslag. Bovendien speelt de keuze van een medebewoner of toeslagpartner een rol in de verdeling en hoogte van toeslagen. Hierbij zijn drie belangrijke concepten van toepassing: medebewoner, toeslagpartner en fiscaal partnerschap.
Medebewoner
Een medebewoner is iemand die op hetzelfde adres woont en daar ingeschreven staat bij de gemeente. Dit kan bijvoorbeeld een partner, kind of oudere zijn. Deze persoon heeft invloed op de huurtoeslag, maar niet op andere toeslagen zoals de zorgtoeslag. De Belastingdienst bekijkt het inkomen en vermogen van de medebewoner, wat bepalend is voor de hoogte van de huurtoeslag. Als de medebewoner bijvoorbeeld een hoog inkomen heeft, kan dit tot het volledig verlies van de huurtoeslag leiden.
Toeslagpartner
Een toeslagpartner is iemand met wie je een toeslag aanvraagt. Dit betekent dat je en je partner gezamenlijk worden beoordeeld voor de toeslagen. In dit geval wordt niet alleen het inkomen van de huurder in overweging genomen, maar ook dat van de toeslagpartner. Dit heeft invloed op meerdere toeslagen, zoals huurtoeslag, zorgtoeslag en kindgebonden budget. Het gevolg kan zijn dat het totaal inkomen hoger ligt, waardoor de toeslagen gedeeltelijk of volledig verdwijnen.
Fiscaal partnerschap
Een fiscaal partnerschap betreft een situatie waarin huurders hun belastingaangifte gezamenlijk indienen. Dit heeft vaak positieve gevolgen in termen van belastingvoordeel, maar kan tegelijkertijd ook leiden tot het verlies van toeslagen. Bijvoorbeeld bij huurtoeslagen wordt het gezamenlijke inkomen bepaalend voor de hoogte of het verlies van de toeslag.
Gevolgen voor huurtoeslag
De huurtoeslag is een van de meest gebruikte toeslagen onder huurders. Het is echter belangrijk om te weten dat het begin van een nieuwe woonvorm directe gevolgen kan hebben op deze toeslag. Bijvoorbeeld:
- Toename van het inkomen: Als een medebewoner of toeslagpartner een hoog inkomen heeft, kan dit het totaal inkomen verhogen. Dit kan leiden tot het volledig verlies van de huurtoeslag.
- Vermogen: Ook het vermogen van medebewoners of toeslagpartners speelt een rol in de beoordeling van de huurtoeslag. Vermogensbezit boven een bepaalde drempel kan ertoe leiden dat de toeslag wordt ingetrokken.
- Inschrijving in de BRP: De officiële inschrijving in de basisregistratie personen (BRP) van medebewoners bepaalt hoe de Belastingdienst je situatie beoordeelt. Niet inschrijven kan leiden tot foutieve beoordelingen en eventueel terugbetalen van toeslagen.
Een voorbeeld van de gevolgen van samenwonen op huurtoeslag is als volgt:
Situatie 1 – LAT, apart ingeschreven
- Partner A behoudt huur- en zorgtoeslag.
- Partner B behoudt hypotheekrenteaftrek (als deze in een koopwoning woont).
Situatie 2 – samen in huurwoning
- Gezamenlijk inkomen: €55.000 → vaak geen recht meer op huur- en zorgtoeslag.
- Koopwoning telt als tweede woning → geen hypotheekrenteaftrek meer.
Situatie 3 – samen in koopwoning
- Huurtoeslag vervalt.
- Hypotheekrenteaftrek blijft bestaan.
Aanpassing huurtoeslagregels in 2026
In 2026 zullen er belangrijke wijzigingen zijn in de regels rond huurtoeslag. Deze wijzigingen zijn bedoeld om de toegankelijkheid van huurtoeslag te verbeteren. De nieuwe regels zijn als volgt:
- Jongeren onder de 21 jaar kunnen vanaf 2026 huurtoeslag aanvragen als hun huur hoger is dan €477,20 (bedrag 2025). Nu is dit alleen mogelijk als de huur lager is dan €477,20.
- Jongeren krijgen nu pas vanaf 23 jaar recht op volledige huurtoeslag. In 2026 wordt dit verlaagd naar 21 jaar.
- Ongeveer 20% van de huidige ontvangers gaat in 2026 minder huurtoeslag ontvangen, gemiddeld €9 per maand. Dit komt doordat de vergoeding voor vier soorten gemeenschappelijke servicekosten vervalt.
- Huurders zullen vanaf 2026 minder betalen voor hun eigen bijdrage (€7,58 minder).
- De berekening van de huurtoeslag wordt aangepast door de introductie van lineaire afbouw, waardoor huurders beter kunnen inschatten wat er gebeurt met hun toeslagen bij een inkomenstijging.
Terugvorderingen en nieuwe beoordeling
De Belastingdienst heeft zijn aanpak van huurtoeslagen aangepast. In de lopende en toekomstige zaken wordt niet alleen naar de tekst van de huurovereenkomst gekeken, maar ook naar andere relevante factoren. Dit betreft bijvoorbeeld de intentie van de huurovereenkomst en de aard van het gebruik van de woning.
Vooraf afgesloten zaken, waarbij een aanvraag om huurtoeslag is afgewezen of waarin de beoordeling van het contract tot een terugvordering heeft geleid, worden alsnog beoordeeld op deze nieuwe wijze. De Belastingdienst kan tot vijf jaar terug deze besluiten herzien.
Bijvoorbeeld: belanghebbenden die in 2019 of 2020 een eenmalige herstelbetaling kindgebonden budget hebben ontvangen, komen tijdelijk in aanmerking voor een uitzondering op de vermogenstoetsen van de huurtoeslag, de zorgtoeslag en het kindgebonden budget. Zij kunnen een verzoek indienen bij de Belastingdienst/Toeslagen.
Gevolgen voor zorgtoeslag
De zorgtoeslag is een toeslag die wordt uitgekeerd aan mensen die de GZ-tarief (groot gezin) of het tarief voor langdurig ziek of verlamd niet kunnen betalen. De zorgtoeslag is geen automatische toeslag. Als je in aanmerking komt, moet je dit zelf aanvragen bij de Belastingdienst.
Bij het begin van een woonvorm is het belangrijk om aan te duiden of de medebewoner of toeslagpartner ook een zorgtoeslag ontvangt. Dit heeft invloed op de hoogte van de toeslag. In het geval van een toeslagpartner wordt het gezamenlijke inkomen en vermogen beoordeeld. Dit kan leiden tot het verlies van de zorgtoeslag of een verlaging van het bedrag.
Verplichte melding
Een veelvoorkomend probleem is dat mensen vergeten hun situatie aan te melden bij de Belastingdienst. Dit kan leiden tot terugbetalingen of het verlies van toeslagen. De Belastingdienst verwacht dat huurders en ontvangers van toeslagen actief zijn bij veranderingen in hun situatie. Dit is van toepassing op:
- Een nieuwe medebewoner.
- Een wijziging in inkomen of vermogen.
- Een wisseling van woonvorm (bijvoorbeeld van huur naar koop).
Verloop van toeslagen
Toeslagen zijn vaak afhankelijk van het inkomen en vermogen van de huurder en eventuele medebewoners. Als dit verandert, is het belangrijk om dit aan te melden. Als je dit niet doet, kan dit leiden tot:
- Terugbetaling van toeslagen.
- Verlies van toekomstige toeslagen.
- Problemen bij een verzoek tot herziening van de toeslagen.
De termijn om een verzoek in te dienen tot herziening van de hoogte van de huurtoeslag in bijzondere situaties is verruimd. In veel gevallen is gebleken dat de oude termijn van zes weken te kort was. De nieuwe termijn is vijf jaar na afloop van het berekeningsjaar of één jaar na de definitieve toekenning.
Praktijkvoorbeeld: samenwonen en toeslagen
Een duidelijk voorbeeld van de gevolgen van samenwonen op toeslagen is als volgt:
Partner A heeft een inkomen van €20.000 per jaar en woont in een huurwoning. Zij ontvangt huurtoeslag en zorgtoeslag.
Partner B verdient €35.000 per jaar en woont in een koopwoning met hypotheekrenteaftrek.
Situatie 1 – LAT, apart ingeschreven
- Partner A behoudt huur- en zorgtoeslag.
- Partner B behoudt hypotheekrenteaftrek.
Situatie 2 – samen in huurwoning
- Gezamenlijk inkomen: €55.000 → vaak geen recht meer op huur- en zorgtoeslag.
- Koopwoning telt als tweede woning → geen hypotheekrenteaftrek meer.
Situatie 3 – samen in koopwoning
- Huurtoeslag vervalt.
- Hypotheekrenteaftrek blijft bestaan.
Gevolgen voor hypotheekrenteaftrek
De hypotheekrenteaftrek is een fiscaal voordeel dat huurders kunnen gebruiken als ze in een koopwoning wonen. Het is echter belangrijk om te weten dat samenwonen directe gevolgen kan hebben op dit voordeel. De hypotheekrenteaftrek is alleen mogelijk voor de hoofdwoning. Als een huurwoning wordt gebruikt als tweede woning, vervalt de aftrek.
Voorbeeld
Partner A woont in een koopwoning en heeft hypotheekrenteaftrek. Partner B woont in een huurwoning. Als ze samen gaan wonen in de koopwoning, telt de huurwoning als tweede woning. Dit betekent dat Partner B geen hypotheekrenteaftrek meer ontvangt.
Risico's van verkoop of opzegging
Een veelvoorkomende risico bij het verkoopen of opzeggen van een tweede woning is dat het niet mogelijk is om terug te keren naar de oude situatie. Dit is vooral problematisch in tijden van woningtekort. Als partners besluiten om de relatie te beëindigen, is het soms moeilijk om weer apart te gaan wonen. Dit kan leiden tot een penibele situatie, waarin er geen geschikte woonruimte beschikbaar is.
Samenwonen en scheiding of nieuwe relatie
Samenwonen heeft ook gevolgen bij de beëindiging van een relatie of bij een nieuwe relatie. Bij scheiding moet rekening worden gehouden met:
- Alimentatie: Als één partner verantwoordelijk is voor kinderopvang, kan dit leiden tot alimentatieverplichtingen.
- Toeslagen: Bij een nieuwe relatie kan het inkomen van de nieuwe partner bepalend zijn voor de hoogte of het verlies van toeslagen.
- Kinderen: Als er kinderen zijn van een vorige relatie, kan dit leiden tot veranderingen in de toeslagenregeling.
Officiële inschrijving in BRP
De officiële inschrijving in de BRP bepaalt hoe instanties je situatie beoordelen. Het is belangrijk om te weten dat LAT (levenspartnerschap) op papier blijven een aantrekkelijke optie kan lijken, maar dat dit risico’s met zich meebrengt. Bijvoorbeeld:
- Het kan leiden tot foutieve beoordelingen door de Belastingdienst.
- Het kan leiden tot terugbetalingen of verlies van toeslagen.
- Het kan leiden tot problemen bij een toekomstige relatie of scheiding.
Conclusie
Samenwonen heeft directe en soms onverwachte gevolgen op huur- en zorgtoeslagen. Het is belangrijk om vooraf te plannen en eventuele veranderingen aan te melden bij de Belastingdienst. Dit geldt ook voor veranderingen in inkomen, vermogen en woonvorm. Het begin van een nieuwe relatie of de beëindiging ervan heeft directe gevolgen op toeslagen en hypotheekrenteaftrek.
In de praktijk blijkt dat het samenwonen soms uit wordt gesteld tot wanneer de toeslagen nog gelden of de hypotheekrenteaftrek nog beschikbaar is. Dit kan leiden tot het bezetten van extra woningen of het vertragen van belangrijke levenskeuzes. Het is daarom belangrijk dat de overheid een systematische aanpassing maakt van het toeslagensysteem, zodat huurders en koopwoningbezitters beter kunnen inschatten wat hun keuze betekent voor hun financiële situatie.
Een mogelijke oplossing is het introduceren van een tijdelijke periode waarin toeslagen behouden blijven, bijvoorbeeld de eerste vijf jaar van een woonvorm. Ook kan een leeftijdsgrens worden ingevoerd, aangezien de meeste scheidingen optreden bij mensen van 35 jaar of ouder.
Totdat deze wijzigingen op de lange termijn worden doorgevoerd, is het aan te raden om vooraf te berekenen wat samenwonen betekent voor toeslagen en hypotheekrenteaftrek. Dit kan worden gedaan via de Belastingdienst of via professionele hulp, zoals een makelaar of belastingadviseur.
