Grafieken en trends in de huurtoeslag: inkomens, huurkosten en betaalbaarheid

De huurtoeslag is een essentieel instrument in de Nederlandse woningmarkt om huurders te ondersteunen die hun huurkosten niet volledig zelf kunnen dragen. Het bedrag dat iemand ontvangt, hangt af van het inkomen, de samenstelling van het huishouden en de huurprijs. In dit artikel bekijken we hoe de huurtoeslag wordt berekend, welke trends er zijn op het gebied van inkomens en huurkosten, en wat dit betekent voor de betaalbaarheid van woningen. We voeren ook een analyse uit van de verdeling van huishoudens over inkomensklassen en hoe huurders in de corporatiesector qua inkomens zijn verdeeld.

Wat is de huurtoeslag en hoe werkt deze?

De huurtoeslag is een bijdrage van de overheid die wordt uitgekeerd aan huurders die behoren tot een bepaalde inkomensgroep. Het doel van deze toeslag is om te zorgen dat huurwoningen betaalbaar blijven voor mensen met een laag inkomen. De huurtoeslag wordt berekend op basis van drie belangrijke parameters: de eigen bijdrage, de kwaliteitskortingsgrens, de aftoppingsgrens, en de maximale huurgrens.

1. Eigen bijdrage

De eigen bijdrage is het deel van de huur dat de huurder zelf moet betalen. Dit is het minimumbedrag dat iemand altijd zelf draagt. Tussen deze eigen bijdrage en de kwaliteitskortingsgrens ontvangt de huurder 100% huurtoeslag.

2. Kwaliteitskortingsgrens

De kwaliteitskortingsgrens ligt in 2026 op € 498,20. Tussen deze grens en de aftoppingsgrens (€ 713,02 of € 764,14, afhankelijk van de woning) ontvangt de huurder 65% huurtoeslag.

3. Aftoppingsgrens

De aftoppingsgrens is het moment waarop de huurtoeslag verder vermindert. In dit segment ontvangt de huurder 40% huurtoeslag tussen de aftoppingsgrens en de maximale huurgrens (€ 932,93).

4. Maximale huurgrens

De maximale huurgrens is het hoogste huurbedrag dat in aanmerking komt voor huurtoeslag. De huurtoeslag stopt hier, ongeacht het inkomen van het huishouden.

Inkomensafhankelijke afbouw

De hoogte van de huurtoeslag wordt ook beïnvloed door het inkomen van het huishouden. Huishoudens met een inkomen onder of gelijk aan een bepaald minimumniveau ontvangen de maximale huurtoeslag. In 2026 is dit minimumniveau:

  • € 23.425 voor eenpersoonshuishoudens
  • € 31.500 voor meerpersoonshuishoudens

Als het inkomen boven deze drempel ligt, wordt de huurtoeslag geleidelijk verlaagd. Voor eenpersoonshuishoudens wordt de toeslag met € 0,27 per euro extra inkomen verlaagd, en voor meerpersoonshuishoudens met € 0,22 per euro extra inkomen.

Dit betekent dat huurders met hoger inkomen steeds minder subsidie ontvangen, zodat de huurtoeslag zich geleidelijk afbouwt naarmate het inkomen stijgt. Dit mechanisme zorgt ervoor dat de toeslag vooral wordt uitbetaald aan mensen met het laagste inkomen, waarop het meest nodig is.

Betaalbaarheid van huurwoningen in de corporatiesector

Naast de huurtoeslag speelt ook de betaalbaarheid van huurwoningen een grote rol in de woningtoegankelijkheid. In de corporatiesector is de huurquote (het percentage van het besteedbaar inkomen dat aan huur wordt besteed) sinds 2015 geleidelijk gedaald. Dit betekent dat huurders in de corporatiesector relatief minder van hun inkomens besteden aan huur, wat een positieve ontwikkeling is in termen van woningbetaalbaarheid.

Verdeling van huishoudens over inkomensklassen

Volgens de CBS-visualisaties is het gemiddelde inkomensverdelingsmodel over de afgelopen jaren duidelijk veranderd. In 2021 woonden 41% van de huishoudens in sociale woningen in de laagste 20% van de inkomensverdeling. Dit is een toename ten opzichte van 1986, waarin 24% van de huishoudens in deze groep viel.

Tegelijkertijd is het aandeel huishoudens in de hoogste 20% van de inkomensverdeling sterk gedaald. In 2021 woonden slechts 2% van de huishoudens in sociale woningen in deze inkomensgroep. Dit is een aanzienlijke afname ten opzachte van 1986, waarin dit percentage nog 10% was.

Deze ontwikkeling duidt op een verandering in de demografie van huurders in de corporatiesector. Er zijn nu meer huishoudens met lage inkomens, wat verder wordt beïnvloed door het beleid van passend toewijzen en de snelle toename van het aantal eenpersoonshuishoudens in Nederland. Deze huishoudens hebben vaak een lager inkomen dan meerpersoonshuishoudens.

Huurtoeslaggroep per provincie

De verdeling van huurders in de huurtoeslaggroep varieert per provincie. In Zuid-Holland, bijvoorbeeld, wonen 282.240 huishoudens in de huurtoeslaggroep, wat bijna 24% van het landelijke totaal is. Andere regio’s met een hoog aantal huishoudens in de huurtoeslaggroep zijn Groningen (50.330 huishoudens) en Noord-Holland (200.630 huishoudens).

Deze cijfers tonen duidelijk aan dat de huurtoeslagvoorziening vooral gericht is op huurders in bepaalde regio’s, waar het aandeel huishoudens met lage inkomens het hoogst is. In de tabel hieronder is de verdeling van huishoudens in de huurtoeslaggroep, overige corporatiedoelgroep en midden- of hoge inkomens per provincie weergegeven:

Provincie Huurtoeslaggroep (%) Overige corporatiedoelgroep (%) Midden- en hoge inkomens (%)
Groningen 68,55 19,69 11,75
Drenthe 66,63 19,02 14,35
Zeeland 65,64 21,47 12,89
Limburg 65,19 22,30 12,51
Flevoland 64,67 21,92 13,42
Overijssel 63,69 18,87 17,44
Friesland 59,83 25,45 14,71
Nederland 59,24 23,11 17,65
Zuid-Holland 58,81 23,74 17,44
Gelderland 58,17 23,15 18,68
Noord-Brabant 57,06 23,51 19,43
Noord-Holland 56,36 23,48 20,16
Utrecht 53,47 26,50 20,02

Deze gegevens tonen dat de huurtoeslaggroep het grootste deel uitmaakt van huishoudens in de corporatiesector in de meeste regio’s. In Utrecht is de huurtoeslaggroep iets kleiner (53,47%), terwijl de overige corporatiedoelgroep het grootste aandeel uitmaakt (26,50%).

Verandering in huurquote en scheefhuur

De huurquote (het percentage van het besteedbaar inkomen dat aan huur wordt besteed) is in de corporatiesector sinds 2015 gestegen. In 2021 ligt dit percentage voor huurders in de huurtoeslaggroep onder de 40%, wat een verbetering is ten opzichte van eerdere jaren. Dit betekent dat huurders in deze groep relatief minder van hun inkomsten aan huur besteden.

Naast de huurquote speelt ook de scheefhuur een rol in de woningbetaalbaarheid. Scheefhuur ontstaat wanneer huurders uit lage inkomensgroepen woningen huren die boven de aftoppingsgrens liggen. In de corporatiesector is het percentage dure scheefhuur sinds 2015 afgenomen. In 2021 lag het percentage lager dan in de jaren ervoor, terwijl het in de particuliere huur juist sterk is toegenomen.

Dit is te danken aan beleidsmaatregelen zoals huurverlagingen en passend toewijzen, die ervoor zorgen dat huurders met lage inkomens vooral woningen binnen de betaalbare prijsklasse krijgen toegewezen. De huurverlaging in 2021 voor 160.000 huishoudens had ook een positieve invloed op de woningbetaalbaarheid.

De rol van corporaties in de woningmarkt

Corporaties spelen een cruciale rol in de woningmarkt, vooral in het toewijzen van woningen aan huurders met lage inkomens. Sinds 2015 is het percentage huurders in de huurtoeslaggroep in de corporatiesector gestegen, terwijl het percentage huurders met hogere inkomens is gedaald. Dit is een gevolg van het beleid van passend toewijzen, waarbij huurders worden toegewezen aan woningen die qua huurprijs passen bij hun inkomensniveau.

De cijfers tonen aan dat ruim 99% van de toewijzingen in 2021 volgens de norm van passend toewijzen zijn gedaan. Dit is een sterke beweging ten opzichte van eerdere jaren en draagt bij aan een betere woningbetaalbaarheid voor huurders in lage inkomensgroepen.

Gevolgen van economische ontwikkelingen

De huidige economische ontwikkelingen, zoals de energiecrisis en hoge inflatie, hebben extra druk op huishoudens met lage inkomens. Deze groepen zijn extra kwetsbaar, omdat een groot deel van hun inkomens al wordt besteed aan huur en levensonderhoud. Het kabinet heeft daarom verschillende maatregelen genomen om de impact van deze ontwikkelingen te dempen, zoals:

  • Verhoging van het minimumloon en uitkeringen met 10%.
  • Prijsplafonds voor gas en elektra.
  • Extra subsidies voor huurders met lage inkomens.

Hoewel deze maatregelen een positieve invloed hebben, blijft het een uitdaging om de woningbetaalbaarheid te waarborgen in een tijd van stijgende levensonderhoudskosten.

Conclusie

De huurtoeslag en woningbetaalbaarheid zijn belangrijke thema’s in de huidige woningmarkt. Huurders met lage inkomens verlenen er veel baat bij om subsidies zoals de huurtoeslag te ontvangen. Deze toeslagen worden berekend op basis van het inkomen en de huurprijs, met geleidelijke afbouw bij hoger inkomen. Bovendien speelt de betaalbaarheid van huurwoningen een grote rol, waarbij corporaties een essentiële functie vervullen in het toewijzen van woningen binnen passende prijsklasse.

In de afgelopen jaren is het percentage huurders in lage inkomensgroepen in de corporatiesector sterk toegenomen. In combinatie met beleidsmaatregelen zoals huurverlagingen en passend toewijzen is er een verbetering in de woningbetaalbaarheid voor huurders met lage inkomens. Toch blijft de woningmarkt kwetsbaar voor economische crises, zoals de huidige energiecrisis, wat extra maatregelen vereist.

Bij het overwegen van een verkoop of huurwoning, is het belangrijk om rekening te houden met de inkomensverdeling en betaalbaarheid van woningen. Voor huurders met lage inkomens kan de huurtoeslag een essentiële ondersteuning zijn, maar ook voor andere huishoudens zijn huurprijsontwikkelingen en woningmarktprijzen van belang bij woningkeuze of renovatie.

Bronnen

  1. Volkshuisvesting Nederland – Werking en berekening huurtoeslag
  2. Staat van de corporatiesector – Betaalbaarheid
  3. CBS – Inkomensverdeling

Related Posts