Woningdelen is momenteel een belangrijk onderwerp binnen het woningcorporatiebeleid en woningbouw in Nederland. Het heeft niet alleen betrekking op de financiële situatie van huurders, maar ook op de kosten voor de overheid en woningcorporaties. Voor huurders die deel uitmaken van de primaire of secundaire doelgroep van woningcorporaties, is huurtoeslag een belangrijke ondersteuning om woonlasten te dragen. Het werkt echter anders bij woningdelen dan bij zelfstandig wonen. Dit artikel legt uit hoe huurtoeslag functioneert bij woningdelen met twee of meer personen, met aandacht voor het rekenkundige voordeel, de veranderingen in huurtoeslagregelingen vanaf 2025, en de impact op woningcorporaties en de samenleving.
Inleiding
Woningdelen betekent dat meerdere personen een woning delen via een friendscontract of kamerverhuur. Voor huurders in de primaire doelgroep (met een laag inkomen) is dit een manier om woonlasten te verlagen en te profiteren van het feit dat huurtoeslag bij woningdelen vaak niet nodig is. Voor huurders in de secundaire doelgroep (met een iets hoger inkomen) is woningdelen financieel nog gunstiger, omdat zij sowieso al minder huurtoeslag ontvangen of er zelfs geen recht op hebben.
Voor de overheid en woningcorporaties is woningdelen een manier om middelen te besparen, omdat de huurtoeslag niet uitbetaald hoeft te worden voor gedeelde woningen. Dit artikel geeft een gedetailleerde uitleg van hoe huurtoeslag werkt bij woningdelen met twee of meer personen, op basis van gegevens uit studies en publicaties.
Hoe verandert huurtoeslag bij woningdelen?
1. Woningdelen en huurtoeslag
Wanneer een huurder een woning deelt met een of meer personen, verandert de manier waarop huurtoeslag wordt berekend of uitbetaald. Voor huurders in de primaire doelgroep (mensen jonger dan 23 of met een inkomen onder € 25.476 per jaar) is huurtoeslag meestal alleen beschikbaar tot een bepaalde kwaliteitskortingsgrens. Deze grens bedraagt in 2023 € 452,20 per maand. Als huurders deze grens overschrijden, verliest huurtoeslag deels of volledig zijn betekenis.
Bij woningdelen, waarbij huurders bijvoorbeeld een woning delen met twee of drie personen, is het huurbedrag per persoon aanzienlijk lager dan bij zelfstandig wonen. Dit betekent dat het huurbedrag vaak binnen de kwaliteitskortingsgrens blijft, waardoor huurtoeslag niet nodig is. Het is dus financieel gunstiger voor huurders om een woning te delen, omdat zij minder huur betalen per persoon en bovendien geen subsidie nodig hebben.
2. Financiële voordeel voor huurders
Een rekenvoorbeeld uit de bronnen laat zien dat een huurprijs van € 647 voor een tussenwoning of flat, bij woningdelen met twee personen, per persoon € 324 per maand kost. Als deze woning in zijn eentje wordt gehuurd, is de maandlast € 647. Met huurtoeslag van € 353 (het maximale bedrag) is de netto huur € 294. Bij woningdelen is het netto huurbedrag per persoon € 324. Dit betekent dat huurders bij woningdelen zonder huurtoeslag gemakkelijker woonlasten kunnen dragen.
In het geval van woningdelen met drie personen daalt het huurbedrag verder. Een woning met een huurprijs van € 647 kost € 216 per persoon per maand. Dit is een aanzienlijk verschil ten opzichte van een zelfstandig huurcontract, waarin de huurtoeslag nodig is om de woonlast te dragen.
Het voordeel van woningdelen is dus dubbel: huurders betalen minder per persoon, en de huurtoeslag is niet nodig. Dit bespaart niet alleen individuele huurders geld, maar ook de overheid, omdat minder subsidie uitbetaald hoeft te worden.
Woningdelen en huurtoeslagregelingen vanaf 2025
1. Nieuwe leeftijdsgrens en huurtoeslagberekening
In 2025 zullen er veranderingen zijn in de huurtoeslagregeling. De leeftijdsgrens voor huurtoeslag zal gelijk worden aan de leeftijdsgrens voor het wettelijk minimumloon. Dit betekent dat jongeren jonger dan deze leeftijd automatisch in een specifieke regeling vallen.
Daarnaast verdwijnt het verschil in huurtoeslag tussen ouderen en niet-ouderen. Huishoudens met meerdere personen onder de AOW-leeftijd zullen een hogere vergoeding krijgen als de huur hoger is. Deze veranderingen zorgen voor een eerlijker verdeling van subsidies, maar hebben ook impact op de huurtoeslagberekening bij woningdelen.
2. Afbouw huurtoeslag bij inkomenstijging
Een belangrijke verandering in 2025 is de langzaamere afbouw van huurtoeslag bij stijgend inkomen. Huurders zullen dus langer kunnen profiteren van huurtoeslag als hun inkomen groeit. Vanaf 2026 wordt de berekening verder aangepast door de introductie van een lineaire afbouw. Dit maakt het duidelijker voor huurders hoe hun huurtoeslag verandert bij inkomenstijging.
Voor huurders die woningen delen, is dit minder van invloed, omdat zij in de praktijk vaak geen huurtoeslag nodig hebben. Hun woonlasten zijn lager en de huur is verdeeld over meerdere personen, waardoor subsidies minder relevant zijn.
Woningdelen en impact op woningcorporaties
1. Verlaging van subsidiekosten
Woningcorporaties hebben jaarlijks te maken met grote uitgaven aan huurtoeslag. Voor elke woning die aan een huurtoeslaggerechtigde huurder wordt verhuurd, is een subsidie nodig om de woonlast te dekken. Bij woningdelen is dit niet het geval, waardoor woningcorporaties aanzienlijk kunnen besparen.
Een rekenvoorbeeld uit de bronnen laat zien dat een woning die door twee huurtoeslaggerechtigde huurders wordt gedeeld, € 8.482 per jaar aan huurtoeslag bespaart. Bij woningdelen met drie personen is de besparing zelfs € 12.723 per jaar. Dit is een groot bedrag dat inzetbaar is voor andere investeringen of verbeteringen in de woningbouwsector.
2. Woningcorporaties en flexwoningen
Flexwoningen, die meestal bedoeld zijn voor tijdelijke verblijven of tijdelijke woningoplossingen, zijn vaak niet rendabel zonder subsidies. Zelfs met huurtoeslag is de exploitatie vaak niet rendabel, vooral bij korte levensduur van 10 of 15 jaar. Bij woningdelen is dit anders: de huur is verdeeld over meerdere huurders en subsidies zijn niet nodig, waardoor de exploitatie wél rendabel kan zijn.
3. Aantal woningen en bouwkosten
Een ander voordeel van woningdelen is dat er maar één woning nodig is in plaats van meerdere zelfstandige woningen. Dit bespaart bouwkosten en verminderd de druk op de woonruimte op de korte en middellange termijn. Voor de overheid en woningcorporaties is dit een aantrekkelijke oplossing om woningnood en stijgende huurprijzen aan te pakken.
Woningdelen en huurtoeslag in de praktijk
1. Huurtoeslag per persoon
De huurtoeslagbedragen variëren afhankelijk van leeftijd en inkomen. Voor huurders ouder dan 23 en met een inkomen onder € 25.476 per jaar is de huurtoeslag tot € 353 per maand. Bij woningdelen is dit bedrag niet nodig, omdat het huurbedrag per persoon al onder de kwaliteitskortingsgrens ligt. Dit betekent dat huurders bij woningdelen financieel beter af zijn dan bij zelfstandig wonen, ook zonder subsidie.
Voor huurders in de secundaire doelgroep (met een inkomen tussen € 25.476 en € 44.035) is huurtoeslag sowieso al lager of niet nodig. Bij woningdelen is de woonlast aanzienlijk lager dan bij zelfstandig wonen. In plaats van maandlasten van € 808 tot € 1.008 per persoon, is het bedrag bij woningdelen € 360 tot € 530.
2. Extra kosten bij woningdelen
Hoewel huurtoeslag bij woningdelen niet nodig is, zijn er wel extra kosten die gedeeld moeten worden. Denk aan internet, tv, huishoudelijke apparaten, keukengerei en boodschappen. Deze kosten worden verdeeld over meerdere huurders, wat leidt tot een totale besparing. In de praktijk is het voordeel van woningdelen dus nog groter dan in rekenvoorbeelden.
Conclusie
Woningdelen is een financieel voordelige keuze voor huurders in zowel de primaire als de secundaire doelgroep. Het lukt huurders om woonlasten te verlagen zonder subsidie nodig te hebben, wat ook gunstig is voor de overheid en woningcorporaties. Vanaf 2025 zullen er veranderingen komen in de huurtoeslagregeling, maar deze hebben minder impact op huurders die woningen delen, omdat subsidies sowieso niet nodig zijn.
Woningcorporaties profiteren ook van woningdelen, omdat subsidiekosten aanzienlijk worden verlaagd. Dit maakt het mogelijk om meer investeringen te doen in woningbouw en verbeteringen. Bovendien is woningdelen een duurzame oplossing die bijdraagt aan het verminderen van woningnood en de druk op de woningmarkt.
