De huurtoeslag speelt voor veel huurders een cruciale rol in het onderhouden van een betaalbare woonkostendekking. Momenteel wordt de huurtoeslag berekend op basis van de zogenaamde rekenhuur, die de kale huur combineert met bepaalde servicekosten. Echter, zoals aangekondigd, verandert dit vanaf 1 januari 2026. Servicekosten, zoals schoonmaak, energie voor algemene ruimtes en huismeesterkosten, tellen dan niet meer mee voor de berekening van de huurtoeslag. In dit artikel wordt een overzicht gegeven van de huidige regels, de wijzigingen vanaf 2026, en wat dit betekent voor huurders en eventuele aanspraken op huurtoeslag.
Inleiding
Voor huurders die rekenen op huurtoeslag is het begrip servicekosten belangrijk. In het huidige systeem worden bepaalde servicekosten meegenomen in de rekenhuur, maar niet alle kosten zijn hierin opgenomen. Vanaf 2026 wordt de rekenhuur eenvoudiger berekend: enkel de kale huur telt mee. Hierdoor verandert de manier waarop de huurtoeslag wordt berekend en hoeveel huurders er recht op hebben. Deze wijziging is bedoeld om het systeem te vereenvoudigen en duidelijker te maken voor huurders.
In dit artikel worden de relevante servicekosten voor de huidige huurtoeslagbeleid besproken, evenals de geplande veranderingen vanaf 2026. Bovendien worden praktische voorbeelden gegeven van hoe huurders deze wijzigingen kunnen beoordelen, en of zij recht hebben op een aanpassing van hun huurtoeslag.
Wat zijn servicekosten in het huidige huurtoeslagbeleid?
Voor het begrijpen van de huidige regels, is het belangrijk om de definitie van servicekosten en hun rol in de huurtoeslag te kennen.
Definitie van servicekosten
Servicekosten zijn extra kosten die horen bij het huren van een woning. Deze kosten kunnen bijvoorbeeld verwijzen naar schoonmaak van gemeenschappelijke ruimtes, energie voor die ruimtes, huismeesterkosten of onderhoudskosten. Niet alle servicekosten tellen mee voor de huurtoeslag. Slechts de kosten die gerelateerd zijn aan gemeenschappelijke ruimtes en niet aan de eigen woning, zijn relevant.
De Belastingdienst maakt onderscheid tussen:
- Kale huur: de huur die een huurder betaalt voor de woonruimte zonder extra kosten.
- Servicekosten: extra kosten die kunnen worden opgeteld bij de kale huur, maar beperkt zijn tot maximaal €12 per categorie.
Welke servicekosten tellen mee?
Voor de huurtoeslag tellen slechts bepaalde servicekosten mee, en dat is per categorie maximaal €12. Deze categorieën zijn:
Energiekosten voor algemene ruimtes
Dit omvat energie die wordt verbruikt in ruimtes die toegankelijk zijn voor meerdere huurders, zoals trappenhuisverlichting of verwarming van een gemeenschappelijke entree.Schoonmaakkosten voor algemene ruimtes
Kosten die gemaakt worden voor het onderhouden van de schoonmaak van gemeenschappelijke ruimtes, zoals het trappenhuis of de entree.Huismeesterkosten
De kosten die de huismeester maakt bij het onderhouden van de woning en het complex.Kapitaal- en onderhoudskosten
Deze kosten zijn gerelateerd aan het algemene onderhoud van de woning of het complex, zoals vervangingskosten van daken of muren.
Elke categorie telt maximaal €12 per maand mee naar de rekenhuur. In totaal is dit dus maximaal €48 per maand aan servicekosten die meetellen.
Welke servicekosten tellen niet mee?
Niet alle servicekosten die een huurder betaalt, zijn relevant voor de huurtoeslag. Dienstverlenende servicekosten zoals:
- Huur van meubels
- Abonnementen op internet of televisie
- Wasgebruik of andere persoonlijke diensten
zijn niet opgenomen in de vier categorieën die meetellen. Deze kosten worden niet meegenomen in de rekenhuur en daarmee ook niet in de huurtoeslag.
Hoe wordt de rekenhuur berekend?
De rekenhuur is de basis voor de berekening van de huurtoeslag. Deze rekenhuur bestaat uit de kale huur en de servicekosten die meetellen, zoals hierboven beschreven.
Voorbeeldberekening
Stel dat een huurder de volgende kosten heeft:
- Kale huur: € 500
- Energiekosten voor algemene ruimtes: € 20
- Schoonmaakkosten voor algemene ruimtes: € 10
- Huismeesterkosten: € 15
- Kapitaal- en onderhoudskosten: € 12
- Andere servicekosten: € 30 (niet meetellen)
De rekenhuur wordt dan berekend als:
- Kale huur: € 500
- Servicekosten (max. €12 per categorie):
- Energie: €12 (van de €20)
- Schoonmaak: €10
- Huismeester: €12
- Onderhoud: €12
Totaal rekenhuur: € 500 + € 46 = € 546
De Belastingdienst telt hierbij maximaal €12 per categorie mee, zelfs als de daadwerkelijke kosten hoger zijn. Huurders hoeven dus niet zelf te bepalen welke bedragen meetellen; de Belastingdienst zorgt automatisch voor deze berekening.
Wijzigingen vanaf 2026
Vanaf 1 januari 2026 verandert het huurtoeslagstelsel. Deze wijziging wordt doorgevoerd om het systeem eenvoudiger en duidelijker te maken.
Servicekosten tellen niet meer mee
De grootste verandering is dat servicekosten niet meer meerekenen in de rekenhuur. De Belastingdienst zal vanaf 2026 uitsluitend rekening houden met de kale huur. Dit betekent dat huurders die momenteel servicekosten meenemen in hun rekenhuur, mogelijk minder huurtoeslag ontvangen. De exacte impact is afhankelijk van de hoogte van de servicekosten in het huidige stelsel.
Voorbeeldverandering
Als een huurder momenteel €546 rekenhuur heeft (inclusief servicekosten), en de kale huur €500 is, dan zal vanaf 2026 de rekenhuur €500 zijn. Dit betekent dat de huurtoeslag eventueel iets lager kan uitvallen, afhankelijk van de persoonlijke omstandigheden.
Eigen bijdrage verlaagt
Ten opzichte van de mogelijke afname van de huurtoeslag, wordt de eigen bijdrage verlaagd. Vanaf 2026 hoeft een huurder minder zelf te betalen als de huurtoeslag verandert. Deze verandering helpt om het netto effect voor huurders te beperken.
Leeftijdsgrens verlaagt
Daarnaast verandert ook de leeftijdsgrens voor jongeren. Vanaf 2026 komt iedereen jonger dan 21 jaar in aanmerking voor volledige huurtoeslag, terwijl de huidige leeftijdsgrens 23 jaar is. Hierdoor krijgen jongeren met hogere huur een groter recht op huurtoeslag.
Verwijdering van de maximale huurgrens
De maximale huurgrens voor huurtoeslag (in 2026 €932,93) vervalt. Dit betekent dat huurders met huur boven deze grens ook in aanmerking kunnen komen voor huurtoeslag. Voor circa 170.000 huishoudens betekent dit dat zij voor het eerst in aanmerking komen voor huurtoeslag, gemiddeld €175 per maand extra.
Wat betekent dit voor huurders?
De wijzigingen vanaf 2026 hebben verschillende gevolgen voor huurders, afhankelijk van hun individuele situatie:
1. Huurtoeslag kan iets dalen
Huurders die nu servicekosten meenemen in hun rekenhuur, kunnen vanaf 2026 gemiddeld €9 per maand minder huurtoeslag ontvangen. Dit is echter meestal een klein verschil. Voor de meeste huurders betekent het niet direct een aanzienlijke vermindering van hun huurtoeslag.
2. Eenvoudiger berekening
De nieuwe manier van rekenen is eenvoudiger voor huurders. De rekenhuur is nu gelijk aan de kale huur, wat betekent dat huurders makkelijker kunnen inschatten hoeveel huurtoeslag zij ontvangen. Dit maakt het systeem transparanter.
3. Lineaire afbouw
Een andere wijziging is de introductie van de lineaire afbouw van de huurtoeslag. Dit betekent dat de huurtoeslag geleidelijk minder wordt bij stijgend inkomen, in plaats van plotsklaps. Dit maakt het voordeliger om te gaan werken, omdat het risico op inkomenverlies door een verlaagde huurtoeslag kleiner is.
Wat betekent dit voor huurders met hoge stookkosten?
Op dit moment is het niet mogelijk om huurtoeslag aan te vragen voor stookkosten. Deze kosten zijn niet meegenomen in de rekenhuur. Als huurders hoge stookkosten hebben en deze kosten hun inkomen aanzienlijk beïnvloeden, kunnen zij overwegen om steun aan te vragen via het Noodfonds Energie. Dit fonds is bedoeld voor huurders en eigenaars die financiële hulp nodig hebben door hoge energiekosten.
Conclusie
De huidige regels rond huurtoeslag en servicekosten zijn gebaseerd op de kale huur plus maximaal €12 per categorie aan servicekosten. Vanaf 2026 verandert dit systeem. Servicekosten tellen dan niet meer mee, waardoor de rekenhuur gelijk is aan de kale huur. Deze verandering zorgt voor een eenvoudiger systeem, waarbij huurders makkelijker kunnen inschatten hoeveel huurtoeslag zij ontvangen.
Voor huurders betekent dit dat de huurtoeslag eventueel iets lager kan zijn, maar de eigen bijdrage wordt verlaagd, waardoor het netto effect beperkt is. Bovendien komen jongeren jonger in aanmerking voor huurtoeslag, en is er geen maximale huurgrens meer. Dit maakt het systeem toegankelijker voor meer huurders.
Het is belangrijk dat huurders zich bewust zijn van deze wijzigingen en eventueel aanpassingen maken in hun huurtoeslagverzoek. Voor vragen of verdere uitleg is het verstandig om contact op te nemen met de Belastingdienst of de verhuurder om duidelijkheid te krijgen over de exacte berekening van de rekenhuur.
