Voor velen die een thuisonderhoudsproject starten of hun woning uitbreiden, is het belangrijk om zowel het budget als de financiële hulpmogelijkheden, zoals de huurtoeslag, goed in te schatten. Als ouder met een inwonend kind, is het essentieel te begrijpen hoe het inkomen van je kind kan beïnvloeden of niet beïnvloeden door de huurtoeslag. In dit artikel bespreken we hoe de Belastingdienst de huurtoeslag berekent bij een inwonend kind, welke vrijstellingen er zijn en hoe het vermogen en inkomen van kinderen en ouders in het beeld passen.
Wat is de huurtoeslag?
De huurtoeslag is een maandelijks bedrag dat de Belastingdienst uitkeert aan huurders met een laag inkomen. Het bedrag helpt bij het betalen van de huur en is bedoeld om mensen te ondersteunen bij het vinden van een betaalbare woonruimte. De huurtoeslag wordt berekend op basis van het inkomen van alle bewoners in het huishouden. Dit betekent dat ook het inkomen van een inwonend kind meespeelt in de berekening.
Vanaf 2026 zijn er enkele wijzigingen in de huurtoeslagregeling. Zo is er geen maximale huurgrens meer, waardoor huurders die meer dan € 932,93 huur betalen, ook in aanmerking komen voor huurtoeslag. Bovendien telt de kale huurprijs nu mee in de berekening, zonder dat servicekosten (zoals gemeentelijke belastingen of water- en riolagekosten) meegenomen worden. Dit betekent dat de huurtoeslag nu iets makkelijker te berekenen is.
Het inkomen van een inwonend kind
Als een kind ouder dan 18 jaar nog steeds thuis woont, kan het inkomen van dat kind invloed hebben op de huurtoeslag. De Belastingdienst ziet een thuiswonend kind als medebewoner, wat betekent dat het inkomen van het kind meespeelt in de berekening van de huurtoeslag. Echter, de mate waarin dit inkomen meespeelt, hangt af van de leeftijd van het kind.
Vrijstelling voor kinderen jonger dan 23 jaar
Als het inwonend kind jonger is dan 23 jaar, geldt er een vrijstelling. Dit betekent dat een deel van het inkomen van het kind niet meespeelt in de berekening van de huurtoeslag. De vrijstelling is een vast bedrag dat jaarlijks wordt vastgesteld. Voor 2025 is de vrijstelling € 6.042. In 2026 is dit bedrag verhoogd tot € 6.218.
Deze vrijstelling geldt ook in het jaar waarin het kind 23 wordt. Pas vanaf 1 januari van het jaar dat het kind 23 wordt, telt het hele inkomen mee in de huurtoeslagberekening. Dit maakt de overgang iets soepeler voor ouders en kinderen die in het huishouden wonen.
Een voorbeeld: een kind dat op 15 januari jarig wordt en 23 jaar oud is, heeft nog tot 31 december van dat jaar de vrijstelling. Vanaf 1 januari volgend jaar telt het volledige inkomen mee.
Invloed op meerpersoonshuishouden
Het is belangrijk om te weten dat als een kind ouder is dan 23 jaar en thuis woont, het gezien wordt als medebewoner. Dit betekent dat het huishouden dan een meerpersoonshuishouden wordt. Bij een meerpersoonshuishouden gelden andere berekeningstekenen voor de huurtoeslag. Het totale inkomen van alle bewoners wordt opgeteld, en dit bepaalt hoeveel huurtoeslag er uitbetaald wordt.
Een voorbeeld: een alleenstaande ouder met een inwonend kind ouder dan 23 jaar wordt een meerpersoonshuishouden. Het inkomen van beide personen wordt bij elkaar opgeteld, en de huurtoeslag wordt berekend op basis van dit totaal.
Onderhuurders tellen niet mee
In sommige gevallen kan een inwonend kind ook als onderhuurder worden beschouwd. Dit is het geval als er een huurcontract is tussen de ouder en het kind. In dat geval telt het inkomen van de onderhuurder niet mee voor de huurtoeslag. Ook gezinsleden van de onderhuurder tellen niet mee. Dit maakt het mogelijk om het inkomen van het kind te isoleren van de huurtoeslagberekening.
Vermogen en inkomsten
Niet alleen het inkomen van bewoners, maar ook hun vermogen speelt een rol bij de huurtoeslag. Voor 2024 geldt dat een individuele bewoner maximaal € 36.952 aan vermogen mag hebben. Voor een koppel mogen partners samen maximaal € 73.904 aan vermogen hebben. Als het vermogen boven deze limieten komt, verlies je mogelijk aanspraak op huurtoeslag.
Het vermogen omvat bijvoorbeeld spaargeld, aandelen, en vastgoed. Het is belangrijk om te weten dat bij een meerpersoonshuishouden het vermogen van alle bewoners meespeelt. Dit betekent dat als een inwonend kind een aanzienlijk vermogen heeft, dit kan leiden tot een verminderde huurtoeslag voor het hele huishouden.
Gevolgen voor andere toeslagen
Hoewel het inkomen van een inwonend kind meespeelt in de huurtoeslagberekening, is dit niet altijd het geval voor andere toeslagen. Zo heeft het inkomen van een kind geen invloed op de zorgtoeslag, het kindgebonden budget of de kinderopvangtoeslag. Deze toeslagen worden berekend op basis van het inkomen van de ouder of partner en zijn niet afhankelijk van het inkomen van inwonende kinderen.
Een uitzondering is wanneer het inwonend kind ouder is dan 27 jaar en gezien wordt als toeslagpartner. In dat geval wordt het inkomen van het kind meegenomen in de berekening van alle toeslagen. Dit betekent dat zowel de ouder als het kind aanspraak kunnen hebben op toeslagen, maar dat deze gezamenlijk berekend worden.
Aanvragen en verwerking
Het aanvragen van huurtoeslag is een proces dat jaarlijks gebeurt. Ouders moeten hun eigen inkomen doorgeven aan de Belastingdienst, maar ook het inkomen van hun inwonend kind. Dit is belangrijk omdat het inkomen van het kind meespeelt in de berekening.
Studiefinanciering hoeft niet meegedeeld te worden, omdat dit niet als inkomen wordt beschouwd. Echter, als het kind bijvoorbeeld een bijbaantje heeft of zelfstandig is, moet dit inkomen wel doorgegeven worden. De Belastingdienst houdt automatisch rekening met de vrijstelling voor kinderen jonger dan 23 jaar. Dit betekent dat ouders niet hoeven in te vullen hoeveel van het inkomen van het kind vrijgesteld is.
Het is ook mogelijk om het inwonend kind te vragen om een bijdrage aan de huishoudenkosten. Als het kind bijvoorbeeld genoeg verdient, kan het helpen met kosten zoals elektriciteit, internet of gas. Dit kan het huishouden helpen om binnen de limieten te blijven voor huurtoeslag.
Gevolgen voor alleenstaande ouders
Als een ouder alleenstaand is en een inwonend kind heeft, kan dit gevolgen hebben voor de huurtoeslag. Voor 2024 geldt dat een alleenstaand persoon met een inkomenssituatie boven € 44.000 niet in aanmerking komt voor huurtoeslag. Dit betekent dat als het inkomen van de ouder plus het inkomen van het inwonend kind deze drempel overschrijdt, de huurtoeslag niet verleend wordt.
Een voorbeeld: een alleenstaand ouder met een inkomensbedrag van € 35.000 en een inwonend kind met een inkomensbedrag van € 15.000. Samen is het totale inkomen € 50.000, wat boven de drempel van € 44.000 ligt. In dit geval is de ouder niet in aanmerking gekomen voor huurtoeslag.
Het is daarom belangrijk om te weten dat zowel het inkomen van de ouder als het inkomen van het inwonend kind meespeelt in de berekening. Dit maakt het belangrijk om het inkomen van het kind goed in te schatten bij het plannen van het huishoudenbudget.
Conclusie
De huurtoeslag is een belangrijk instrument voor huurders met een laag inkomen, maar de berekening is complex, vooral bij een inwonend kind. Het inkomen van een inwonend kind meespeelt in de huurtoeslagberekening, met uitzondering van kinderen jonger dan 23 jaar, die genieten van een vrijstelling. Deze vrijstelling vermindert de impact van het inkomen van het kind op de huurtoeslag.
Het vermogen van bewoners speelt ook een rol, met duidelijke limieten voor individuen en koppels. Bovendien kan het inkomensniveau van het kind leiden tot veranderingen in de huurtoeslag, afhankelijk van de leeftijd en de situatie van het huishouden.
Het is belangrijk om de regels goed te begrijpen, zowel voor ouders als voor inwonende kinderen, om ervoor te zorgen dat de huurtoeslag correct berekend wordt. In het kader van woningbouwprojecten of uitbreidingen is het verstandig om de financiële situatie van het huishouden goed in kaart te brengen, inclusief eventuele subsidies en toeslagen.
