De huurtoeslag is een belangrijk onderdeel van de woningbouwsubsidie in Nederland, gericht op huurders met een lage of middeninkomen. De regels rondom de huurtoeslag worden jaarlijks geëvalueerd en aangepast, en in 2026 treden enkele belangrijke wijzigingen in werking. Deze wijzigingen hebben vooral gevolgen voor jongeren, mensen met een hogere huur of een hoger inkomen. In dit artikel wordt ingegaan op de nieuwe regels, vooral in relatie tot huurders na hun 27e levensjaar, en wat dit betekent voor hen die momenteel huurtoeslag ontvangen of zich afvragen of ze er recht op hebben.
Inleiding
Vanaf 1 januari 2026 worden de regels voor huurtoeslag aangepast. Deze wijzigingen zijn bedoeld om meer mensen in aanmerking te laten komen voor de toeslag, met name jongeren en huurders in duurdere steden. De huurgrens wordt verhoogd, de leeftijdsgrens voor volledige huurtoeslag voor jongeren wordt verlaagd, en servicekosten treden uit de berekening. Bovendien wordt de berekening van huurtoeslag voor mensen met een stijgend inkomen aangepast met een lineaire afbouw. Deze wijzigingen hebben gevolgen voor alle huurders, inclusief huurders na hun 27e.
In de volgende paragrafen worden deze wijzigingen nader toegelicht, met specifieke aandacht voor huurders boven de 27 jaar.
Nieuwe huurgrens en berekening van de huurtoeslag
De huurgrens is het maximum aan huur dat wordt meegerekend bij de berekening van de huurtoeslag. Tot 2025 gold een huurgrens van maximaal € 900,07 per maand. Huurders die boven deze grens woonden, hadden automatisch geen recht op huurtoeslag, ongeacht hun inkomen.
Vanaf 2026 stijgt deze huurgrens naar € 932,93. Hierdoor krijgen huurders die in duurdere steden wonen, zoals Amsterdam, Den Haag of Utrecht, een groter deel van hun huur vergoed via de huurtoeslag. Dit betekent dat ook huurders die boven deze nieuwe huurgrens wonen, in aanmerking kunnen komen voor de huurtoeslag, maar alleen voor het deel dat onder de huurgrens valt.
Voor huurders na hun 27e levensjaar is dit van belang, omdat deze leeftijdsgroep vaak in duurdere steden woont of in huurwoningen met een hogere huurprijs. Voor hen betekent de verhoogde huurgrens dat ze in 2026 waarschijnlijk meer huurtoeslag ontvangen dan in 2025, zolang hun inkomens- en vermogensgrenzen zijn behouden.
Leeftijdsgrens voor jongeren en gevolgen voor huurders na de 27e
Een van de belangrijkste wijzigingen vanaf 2026 betreft de leeftijdsgrens voor jongeren. Tot en met 2025 gold voor jongeren onder de 23 jaar een lagere huurgrens van € 498,20. Dit betekende dat jongeren die in zelfstandige woningen woonden en daarvoor meer dan € 498,20 betaalden, geen volledige huurtoeslag konden ontvangen.
Vanaf 2026 verandert dit. Jongeren vanaf 21 jaar vallen onder dezelfde huurgrens als oudere huurders, namelijk € 932,93. Dit betekent dat jongeren vanaf 21 jaar dus een hogere huurtoeslag kunnen ontvangen, zolang hun inkomsten en vermogen binnen de toegestane grenzen vallen.
Voor huurders na hun 27e leeftijd is dit minder direct van invloed, aangezien zij niet meer onder de jongerengrens vallen. Echter, in huishoudens waarbij jongeren van 18 tot 20 jaar wonen, of jongeren van 21 en 22 jaar, kan deze wijziging indirect gevolgen hebben. Bijvoorbeeld: als een huishouden bestaat uit een persoon van 28 jaar en een jongere van 21 jaar, dan geldt de hogere huurgrens voor de hele huishouding. Dit betekent dat de 28-jarige huurder indirect kan profiteren van de hogere huurgrens voor jongeren.
Servicekosten treden uit de huurtoeslagberekening
Een andere belangrijke wijziging is dat servicekosten vanaf 2026 niet meer meegenomen worden bij de berekening van de huurtoeslag. Tot 2025 mochten maximaal € 48 aan servicekosten, zoals schoonmaakkosten of energie voor gemeenschappelijke ruimtes, worden meegenomen. Deze kosten werden bij de huurtoeslag opgeteld, waardoor huurders in theorie meer subsidie konden ontvangen.
Vanaf 2026 geldt dit niet meer. Dienst Toeslagen berekent de huurtoeslag alleen op basis van de kale huurprijs. Voor huurders die al huurtoeslag ontvangen, wordt deze aanpassing automatisch doorgevoerd. Voor nieuwe aanvragers betekent dit dat alleen de huurprijs in het contract wordt meegerekend, zonder servicekosten.
Voor huurders na hun 27e leeftijd is dit van belang, omdat zij vaak in grotere of duurdere huurwoningen wonen, waarbij servicekosten vaak hoger liggen. Aangezien deze kosten nu niet meer meegenomen worden, ontvangen zij dus minder huurtoeslag dan ze in 2025 mogelijk kregen. Echter, omdat de huurgrens is verhoogd, kan dit effect gedeeltelijk worden gecompenseerd.
Lineaire afbouw bij stijgend inkomen
Een van de nieuwe regels die vanaf 2026 treden is de zogenaamde lineaire afbouw. Deze regel betreft de berekening van de huurtoeslag voor huurders waarvan het inkomen stijgt. Tot nu toe gold een zogenaamde "afkappuntregel", waarbij de huurtoeslag volledig verviel bij een bepaald inkomensniveau. Dit betekende dat huurders die hun inkomsten iets verhoogden, plotseling geen huurtoeslag meer kregen, terwijl de stijging van hun inkomsten hun huurtoeslag niet volledig zou kunnen compenseren.
Vanaf 2026 wordt deze berekening aangepast. De huurtoeslag zal lineair afbouwen bij stijgend inkomen. Dit betekent dat bij een lichte stijging van het inkomen, de huurtoeslag iets minder wordt, maar niet volledig verdwijnt. Deze aanpassing maakt het voor huurders aantrekkelijker om te werken en hun inkomsten te verhogen, zonder bang te zijn dat ze volledig hun huurtoeslag verliezen.
Voor huurders na hun 27e leeftijd is dit een belangrijke wijziging, omdat deze leeftijdsgroep vaak actief werkt en mogelijk inkomensstijgingen kan verwachten. Deze regel maakt het dus gunstiger voor hen om hun inkomsten te verhogen, zonder dat dit direct leidt tot een volledige vermindering van hun huurtoeslag.
Verworven recht en aanvragen voor verstreken jaren
Een andere belangrijke regel betreft het zogenaamde "verworven recht". Dit betreft huurders die in het verleden in aanmerking kwamen voor huurtoeslag, maar op een bepaald moment hun inkomsten of vermogen te hoog werden. In dat geval is hun recht op huurtoeslag vervallen. Echter, als hun inkomens of vermogen daarna weer dalen, kunnen ze opnieuw aanspraak maken op huurtoeslag, mits ze aan de voorwaarden voldoen.
Vanaf 2026 is dit proces versoepeld. Huurders kunnen nu tot vijf jaar terug huurtoeslag aanvragen voor verstreken jaren, zolang het betreffende jaar nog niet langer dan vijf jaar geleden is. Dit betekent dat huurders die bijvoorbeeld in 2024 te veel verdienden, maar in 2025 hun inkomsten verlaagden, in 2026 nog aanspraak kunnen maken op huurtoeslag voor 2025.
Voor huurders na hun 27e leeftijd is dit een belangrijke mogelijkheid, omdat zij vaak stabielere inkomens hebben en eventuele tijdelijke inkomensstijgingen kunnen voorkomen. Deze regel maakt het dus gunstiger voor hen om hun recht op huurtoeslag te behouden, zelfs in tijden van tijdelijke inkomensveranderingen.
Proefberekening en aanvraagprocedure
Voor huurders die al huurtoeslag ontvangen, wordt de wijziging automatisch doorgevoerd door Dienst Toeslagen. Zij hoeven niets te doen en zullen binnenkort per brief worden geïnformeerd over de nieuwe regels en hoe deze voor hen van invloed zijn.
Voor huurders die nog geen huurtoeslag ontvangen, is het mogelijk om een proefberekening te maken via de website van Mijn Toeslagen. Hierbij worden persoonlijke gegevens ingevuld, waarna een indicatie verschijnt van hoeveel huurtoeslag ze in 2026 kunnen ontvangen. Dit is een handige tool om te controleren of ze in aanmerking komen voor de toeslag, vooral gezien de nieuwe regels.
Voor huurders na hun 27e leeftijd is het verstandig om deze proefberekening te maken, omdat zij vaak in huurwoningen wonen met een hogere huurprijs of hogere inkomsten. Door vooraf te weten of ze in aanmerking komen, kunnen ze eventueel maatregelen nemen om hun inkomsten of vermogen aan te passen, zodat ze wel recht op huurtoeslag kunnen hebben.
Conclusie
De wijzigingen vanaf 1 januari 2026 betreffende de huurtoeslag zijn bedoeld om meer huurders in aanmerking te laten komen voor deze subsidie. De verhoogde huurgrens, de verlaagde leeftijdsgrens voor jongeren en de uitgezette berekening van servicekosten zijn belangrijke punten die voor veel huurders van invloed zijn. Ook de lineaire afbouw bij stijgend inkomen en het versoepelen van het verwerkte recht zijn belangrijke ontwikkelingen.
Voor huurders na hun 27e leeftijd betekent dit dat ze in 2026 waarschijnlijk een groter deel van hun huur kunnen vergoeden via de huurtoeslag, zolang hun inkomsten en vermogen binnen de toegestane grenzen vallen. Het is daarom verstandig voor deze leeftijdsgroep om te controleren of ze in aanmerking komen voor de toeslag, bijvoorbeeld via een proefberekening.
Deze wijzigingen maken het dus gunstiger voor huurders in de leeftijdscategorie boven de 27 jaar om hun woonkosten te ondersteunen via de huurtoeslag. Tegelijkertijd is het belangrijk om te beseffen dat de voorwaarden voor huurtoeslag nog steeds gelden, zoals inkomens- en vermogensgrenzen, en dat het noodzakelijk is om in een zelfstandige woning te wonen.
