Raad van State adviseert herziening van huurtoeslaghervorming

De Raad van State heeft op 25 januari 2023 een advies uitgebracht over het wetsvoorstel van het kabinet ter hervorming van de huurtoeslag. Het advies is gericht op de vereenvoudiging van het stelsel, maar bevat tegelijkertijd felle kritiek op de uitvoerbaarheid en het effect op de huidige ontvangers van huurtoeslag. Het advies benadrukt dat het voorstel in zijn huidige vorm niet geschikt is om in de praktijk te worden ingevoerd, zeker gezien de negatieve gevolgen voor een aanzienlijk deel van de huidige huurtoeslagontvangers.

In dit artikel wordt een gedetailleerde analyse gegeven van het advies van de Raad van State, de inhoud van het wetsvoorstel, de kritiek van de Belastingdienst en de mogelijke gevolgen van de hervorming voor huurders in Nederland. Bovendien wordt ingegaan op de betekenis van dit advies voor het kabinet en de toekomstige uitvoering van de huurtoeslag.

De huidige situatie met de huurtoeslag

De huurtoeslag is een maatregel die bedoeld is om huishoudens met een laag inkomen te ondersteunen bij het betalen van hun huur. Momenteel is het toekennen van de toeslag afhankelijk van twee hoofdfactoren: het inkomen van de huurder en de daadwerkelijk betaalde huur. Dit betekent dat mensen die een lager inkomen hebben, een groter bedrag aan toeslag kunnen ontvangen. De huidige huurtoeslaggrens is in 2023 808 euro per maand, waarbij huurders die een huur boven deze grens betalen geen recht hebben op toeslag.

Het huidige systeem is gericht op het beperken van uitgaven van de overheid aan huurtoeslag, terwijl tegelijkertijd een ondersteunend effect wordt geleverd aan huishoudens met een beperkt budget.

Het wetsvoorstel voor hervorming

Het wetsvoorstel dat door het kabinet is ingediend, stelt een nieuwe aanpak voor bij de berekening van de huurtoeslag. Het voorstel wil het stelsel vereenvoudigen door af te zeggen van het gebruik van de daadwerkelijke huur als basis voor de berekening van de toeslag. In plaats daarvan wordt een zogenaamde normbedrag ingevoerd, dat fungeert als een soort genormeerde huur.

Het normbedrag varieert afhankelijk van de leeftijd van de huurder en de omstandigheden. Voor jongeren tot 21 jaar is het normbedrag 442,46 euro per maand, voor huurders ouder dan 21 jaar is het 520 euro, en voor gezinnen met meer dan acht personen of huurders met een aangepaste woning (bijvoorbeeld voor een persoon met een handicap) is het normbedrag 597 euro.

Het doel van deze aanpak is om het administratieve proces te vereenvoudigen, zodat zowel de uitvoerder als de huurders minder handelingen hoeven te ondernemen. Daarnaast is de afschaffing van de maximale huurgrens bedoeld om huurders in de vrije sector in aanmerking te laten komen voor huurtoeslag, ongeacht de werkelijke huur die zij betalen.

Kritiek van de Raad van State

Hoewel het advies van de Raad van State het doel om een eenvoudiger stelsel te creëren erkent, benadrukt het tegelijkertijd dat het wetsvoorstel in zijn huidige vorm niet geschikt is om in de praktijk te worden uitgevoerd. De Raad van State wijst op meerdere problemen en risico’s die aan het voorstel zijn verbonden.

Inkomensvermindering voor huurders

Een van de belangrijkste kritieken is gericht op het feit dat het nieuwe systeem leidt tot inkomensvermindering voor een aanzienlijk aantal huidige huurtoeslagontvangers. Volgens de Raad van State gaat het om ongeveer 300.000 huurders in Nederland die in het nieuwe systeem erop achteruit zouden gaan. De reden hiervoor ligt in het feit dat het normbedrag lager kan zijn dan de werkelijke huur die huurders betalen. In dat geval wordt de toeslag berekend op basis van het lage normbedrag, waardoor huurders gemiddeld 28 euro minder per maand ontvangen. In extreme gevallen zou het om 98 euro per maand gaan.

De Raad van State benadrukt dat dit vooral negatief is voor huishoudens die al aan de armoedegrens leven. Het advies benadrukt dat de hervorming dus in tegenspraak is met het doel om de koopkracht van deze groepen te versterken.

Uitvoerbaarheid en administratieve complexiteit

Naast de inkomensvermindering benadrukt de Raad van State ook de uitvoerbaarheid van het wetsvoorstel. Volgens de Belastingdienst leidt het voorstel tot een toename van vragen, klachten en bezwaren van burgers. Dit komt onder andere door de overgangsperiode van vijf jaar, waarin twee systemen naast elkaar zouden bestaan. Tijdens deze periode zouden huurders afwisselend de oude en de nieuwe berekening kunnen ervaren, afhankelijk van wanneer hun toeslag wordt berekend.

De Raad van State wijst erop dat dit leidt tot onduidelijkheid en administratieve complicaties. De Belastingdienst concludeert zelfs dat het wetsvoorstel waarschijnlijk niet uitvoerbaar is zonder significante negatieve gevolgen voor de dienstverlening aan toeslagontvangers.

Vereenvoudiging is niet bereikt

Hoewel het doel van de hervorming gericht is op vereenvoudiging, benadrukt de Raad van State dat dit doel in de praktijk waarschijnlijk niet wordt behaald. De invoering van het normbedrag vereist nog steeds dat huurders hun inkomen en huurgegevens aanleveren. Bovendien is er geen sprake van een aanzienlijke terugvermindering van administratieve handelingen of klachten, zoals was verwacht bij het ontwerp.

Daarnaast benadrukt de Raad van State dat de overgangsperiode van vijf jaar extra complexiteit oplevert, omdat het systeem gedurende die tijd dubbel functioneert. Dit maakt het voor zowel huurders als de Dienst Toeslagen moeilijker om te begrijpen en uit te voeren.

Reacties en gevolgen voor het kabinet

De kritiek van de Raad van State leidde tot verschillende reacties van betrokken partijen. Minister Hugo de Jonge, verantwoordelijk voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, stelde dat hij de invoering van de hervorming opnieuw wil wegen. Hij benadrukte dat het advies van de Raad van State een "harde conclusie" bevat en dat het kabinet nu snel moet beslissen over de toekomstige richting van de hervorming.

Coalitiepartijen bleken eveneens twijfel te hebben aan het plan. De Raad van State benadrukt dat het voorstel in zijn huidige vorm niet geschikt is voor invoering, tenzij het aangepast wordt. Dit betekent dat het kabinet mogelijk gedwongen wordt om het wetsvoorstel te herzien en eventueel opnieuw in te dienen bij de Tweede Kamer.

Mogelijke aangepaste maatregelen

De Raad van State erkent dat bepaalde maatregelen in het voorstel wel korte termijn vereenvoudigingen opleveren. Deze onderdelen worden daarom behouden. De overige onderdelen van het wetsvoorstel, met name de invoering van het normbedrag en de afschaffing van de maximale huurgrens, moeten volgens de Raad van State worden aangepast of geherzien.

Minister De Jonge benadrukte dat de invoering van de hervorming "snel" opnieuw moet worden beoordeeld, gezien het belang van duidelijkheid voor de betrokken huishoudens. De Raad van State adviseert dat het kabinet eerst concrete maatregelen moet nemen om de negatieve gevolgen van het huidige voorstel te beperken, voordat er sprake kan zijn van invoering.

Verantwoordelijkheid van de Minister

De Raad van State benadrukt dat de verantwoordelijkheid voor de invoering van de hervorming bij de minister ligt. De minister is verantwoordelijk voor het opstellen van een wetsvoorstel dat zowel doeltreffend is als uitvoerbaar. In dit geval concludeert de Raad van State dat het voorstel in zijn huidige vorm niet voldoet aan deze eisen en dat het kabinet daarom maatregelen moet nemen om het voorstel te herzien.

Een mogelijke oplossing is dat het kabinet kiest voor een tijdelijke opschorting van de invoering van de hervorming, zodat er tijd is voor verdere evaluatie en eventuele herzieningen. Dit is overigens een bekende strategie in het Nederlandse beleidsproces, waarbij kabinetsvoorstelletjes vaak worden herzien na adviezen van externe deskundigen.

Toekomstige effecten op huurders en woningbouw

De hervorming van de huurtoeslag heeft niet alleen directe gevolgen voor huurders, maar ook indirecte gevolgen voor de woningbouwsector. Huurders die inkomensvermindering zouden ondervinden, zouden onder druk komen te staan om hun huur te verlagen of alternatieve woningen te zoeken. Dit kan leiden tot veranderingen in de vraag naar woningen en mogelijke verhogingen van huurprijzen in bepaalde regio’s.

Daarnaast kan de hervorming ook leiden tot veranderingen in het huurcontractenbeleid. Huurders die hun huur niet langer kunnen betalen, zouden bijvoorbeeld aanspraak kunnen maken op verlaging van huurprijzen of andere maatregelen. Dit betekent dat woningcorporaties en particuliere huurders verplicht zouden kunnen worden om hun huurbeleid aan te passen, zodat huurders beter in staat worden gesteld om hun huur te betalen.

Conclusie

De Raad van State heeft duidelijk gemaakt dat de hervorming van de huurtoeslag in haar huidige vorm niet geschikt is om in de praktijk te worden ingevoerd. Het advies benadrukt dat het voorstel leidt tot inkomensvermindering voor een aanzienlijk deel van de huidige huurtoeslagontvangers, dat het niet leidt tot de gewenste vereenvoudiging, en dat het voorstel uitvoerbaarheidproblemen bevat.

Minister Hugo de Jonge heeft beloofd dat hij de hervorming opnieuw gaat beoordelen, en het is nog onduidelijk hoe het kabinet verder zal gaan. Voor huurders is het belangrijk om duidelijkheid te krijgen over de toekomstige richting van de huurtoeslag, zodat zij adequaat kunnen voorbereiden op eventuele veranderingen. Voor woningbouworganisaties en particuliere huurders is het eveneens belangrijk om te weten of en hoe het huurbeleid zal veranderen in de toekomst.

Totdat het kabinet heeft besloten over de hervorming, blijft het huidige systeem van huurtoeslag in werking. Huurders die vragen hebben over de toekomst van de huurtoeslag, kunnen terecht bij de Dienst Toeslagen of andere hulpverleners.

Bronnen

  1. RTL Nieuws - Felle kritiek van Raad van State op huurtoeslagplan kabinet
  2. Raad van State - Advies inzake het voorstel van wet tot wijziging van de Wet op de huurtoeslag
  3. Vastgoedactueel - Raad van State: minister moet huurtoeslagplannen aanpassen
  4. Wetten.overheid.nl - Wet tot wijziging van de Wet op de huurtoeslag

Related Posts