Vanaf 1 januari 2026 treden belangrijke wijzigingen in werking op het gebied van huurtoeslag en servicekosten. Deze veranderingen raken miljoenen huurders en hebben directe gevolgen voor hun huishoudbudget. In dit artikel leggen we uit wat servicekosten zijn, welke van deze kosten meetellen bij de huurtoeslag, en wat de impact van de nieuwe regels voor huurders is. Bovendien geven we een overzicht van de wijzigingen vanaf 2026 en wat dit betekent voor huurtoeslagontvangers.
Wat zijn servicekosten bij huurtoeslag?
Servicekosten zijn kosten die bovenop de zogenaamde “kale huur” worden berekend. De kale huur is de huur die je betaalt voor de woning zelf, zonder extra kosten. Servicekosten kunnen bijvoorbeeld zijn voor schoonmaak van gemeenschappelijke ruimtes, energie voor die ruimtes, diensten van een huismeester, of kosten voor reparaties aan recreatieruimten.
Tot en met 2025 gold dat vier soorten servicekosten meetellen bij de huurtoeslag. Deze kosten werden namelijk opgeteld bij de kale huur om de zogenaamde “rekenhuur” te bepalen. Per categorie was er een maximum van € 12, wat betekende dat in totaal maximaal € 48 aan servicekosten meetelde in de rekenhuur.
De vier soorten servicekosten die wel meetelden zijn:
- Schoonmaakkosten voor gemeenschappelijke ruimten: Dit zijn kosten voor het schoonmaken van gemeenschappelijke ruimtes zoals trappenhuis, lift, galerij of recreatieruimte. Individuele schoonmaak (zoals van je eigen keuken of badkamer) telt niet mee.
- Energiekosten voor gemeenschappelijke ruimten: Dit zijn kosten voor elektriciteit, verlichting, ventilatie of verwarming van gemeenschappelijke ruimtes. Je eigen energierekening voor je eigen woning telt niet mee.
- Kosten voor diensten van een huismeester of conciërge: Deze kosten worden berekend voor het werk dat deze personen leveren, zoals het beheren van de woning of het oplossen van klachten.
- Kosten voor reparaties en groot onderhoud aan recreatieruimten: Deze kosten zijn gericht op het onderhouden van recreatieruimtes, zoals gemeenschappelijke terrassen of speelplaatsen.
De Belastingdienst stelde tot 2025 een maximum van € 12 per categorie, wat leidde tot een totaal van maximaal € 48 extra huur per maand. Deze extra huur werd gebruikt om te bepalen of een huurder in aanmerking kwam voor huurtoeslag.
Wat verandert vanaf 2026?
De regels voor huurtoeslag worden vanaf 2026 aanzienlijk aangepast. De belangrijkste wijziging is dat servicekosten vanaf 1 januari 2026 niet meer meetellen bij de berekening van de huurtoeslag. De huurtoeslag wordt nu alleen nog berekend op basis van de kale huur.
Deze verandering betekent dat huurders die vroeger servicekosten betaalden, in de toekomst minder huurtoeslag ontvangen zullen dan vroeger. Dit geldt vooral voor huurders in appartementen of flats, waar servicekosten vaak een aanzienlijk deel van de huur uitmaken.
Voorbeeldberekening
Stel dat je in 2025 een kale huur had van € 800 per maand en servicekosten van € 40. De rekenhuur was dan € 840. De huurtoeslag werd berekend op deze € 840.
Vanaf 2026 zou de rekenhuur € 800 zijn (alleen de kale huur), wat resulteert in een lagere huurtoeslag. In het voorbeeld van SHY verliest een huurder gemiddeld € 9 per maand aan huurtoeslag. Deze verlaging wordt gedeeltelijk gecompenseerd door een lagere eigen bijdrage van € 7,58 per maand. Maar zoals SHY en andere organisaties wijzen op, is deze compensatie onvoldoende en oneerlijk verdeeld.
Gevolgen van de wijziging
De wijziging heeft verschillende gevolgen voor huurders, afhankelijk van hun situatie:
Meer huurders in aanmerking voor huurtoeslag: Vanaf 2026 wordt de huurtoeslag alleen nog bepaald op basis van de kale huur. Dit betekent dat huurders die eerder de maximale huurgrens overschreden (bijvoorbeeld vanwege hoge servicekosten), nu toch in aanmerking kunnen komen. Volgens de overheid zouden zo’n 170.000 extra huishoudens recht op huurtoeslag krijgen.
Gevolg voor huurders met servicekosten: Voor huurders die servicekosten betalen, zoals schoonmaak of energiekosten, betekent deze verandering dat ze minder huurtoeslag ontvangen. Zij verliezen gemiddeld € 9 per maand aan toeslag, terwijl ze slechts € 7,58 terug krijgen in de vorm van een lagere eigen bijdrage. Per saldo gaan deze huurders dus op voordeel uit.
Oneerlijke verdeling: De verlaging van de eigen bijdrage geldt voor alle huurtoeslagontvangers, ook voor huurders die geen servicekosten betalen. Aangezien alleen huurders met servicekosten worden beïnvloed door de wijziging, is de compensatie oneerlijk verdeeld.
Kwetsbare huurders het hardst getroffen: Vooral huurders met een laag inkomen die wonen in appartementen met huismeester, schoonmaak of lift, verliezen het meeste aan toeslag. Deze huurders zijn vaak de meest kwetsbare, en de wijziging verergert hun financiële situatie.
Eenvoudiger berekening: De overheid stelt dat de nieuwe regels het systeem eenvoudiger en voorspelbaarder maken. Dit is een positief aspect, maar het is van belang dat het systeem ook eerlijk is.
Wat betekent dit voor huurders?
Voor huurders betekent de wijziging dat de bepaling van huurtoeslag vanaf 2026 alleen nog afhangt van de kale huur en het inkomen. Dit betekent dat:
- Je niet meer hoeft te rekenen met servicekosten in de rekenhuur.
- Je huurtoeslag wordt op basis van de kale huur berekend.
- Je geen servicekosten meer hoeft in te vullen bij de aanvraag van huurtoeslag.
- Je niets hoeft te doen; de Belastingdienst stelt de berekening automatisch aan. Je ontvangt eind november 2026 bericht van de Belastingdienst over de nieuwe situatie.
Het is belangrijk om te weten dat je servicekosten nog steeds moet betalen aan je verhuurder, maar deze kosten tellen niet meer mee bij de huurtoeslag. Dit betekent dat je eigenlijk dubbel uitkomt: je betaalt de servicekosten aan je verhuurder en verliest tegelijkertijd huurtoeslag.
Wat kun je doen als huurder?
Als huurder kun je enkele stappen ondernemen om te voorkomen dat je dubbel uitkomt:
Controleer je huurcontract: Kijk in je huurcontract of servicekosten zijn opgenomen en wat voor soorten servicekosten er zijn. Grote verhuurders geven meestal duidelijk aan uit welke elementen je huurbedrag bestaat.
Vraag aan je verhuurder: Als je onzeker bent over servicekosten of je huur niet duidelijk is, kun je altijd contact opnemen met je verhuurder. Vraag of je huur kan worden gesplitst in kale huur en servicekosten.
Blijf op de hoogte: De Belastingdienst stelt eind november 2026 een bericht naar huurders. Dit bericht bevat informatie over de wijziging en hoe het je beïnvloedt. Zorg dat je deze informatie goed leest en begrijpt.
Overweeg huurverlagingen: Als je servicekosten betaalt en merkt dat je nu minder huurtoeslag ontvangt, kun je overwegen om een verzoek in te dienen voor huurverlaging. Dit kan verstandig zijn als je huur voordien was opgebouwd uit kale huur en servicekosten.
Blijf actief in de huurmarkt: De wijziging van de huurtoeslag is een belangrijk onderwerp. Huurdersorganisaties zoals de Woonbond, Aedes en SHY roepen op tot meer transparantie en eerlijkheid in het huurtoeslagstelsel.
Wat is de reactie van huurdersorganisaties?
Meerdere huurdersorganisaties zijn kritisch over de wijziging van de huurtoeslag. Volgens SHY, Aedes en de Woonbond is de nieuwe regeling oneerlijk en onvoldoende gecompenseerd. De organisaties stellen dat:
- De lagere huurtoeslag wordt niet volledig gecompenseerd door de verlaging van de eigen bijdrage.
- De verlaging van de eigen bijdrage geldt voor alle huurtoeslagontvangers, ook voor huurders zonder servicekosten.
- De verandering heeft vooral invloed op kwetsbare huurders, zoals mensen met lage inkomens.
- De wijziging maakt het systeem eenvoudiger, maar niet eerlijker.
De huurdersorganisaties pleiten voor een eerlijkere verdeling van de compensatie en meer transparantie in de huurtoeslagberekening. Ze roepen op tot een herziening van de regels om te zorgen dat alle huurders op gelijke voet worden behandeld.
Wat is de rol van de verhuurder?
De verhuurder heeft ook een rol in de nieuwe regels. Het is belangrijk dat verhuurders duidelijk zijn over de inhoud van de huur en servicekosten. Huurders moeten weten wat ze precies betalen en wat niet meetelt bij de huurtoeslag. Dit betekent dat verhuurders:
- Duidelijke huurcontracten moeten opstellen: De huurcontracten moeten aangeven welke soorten servicekosten zijn opgenomen en wat het totale huurbedrag is.
- Transparantie moeten waarborgen: Verhuurders moeten open en eerlijk zijn over de inhoud van de huur en servicekosten.
- Duidelijke communicatie moeten houden: Als er wijzigingen zijn in de huur of servicekosten, moet de verhuurder dit tijdig aan de huurder doorgeven.
Transparantie en eerlijkheid zijn essentieel voor een goed functionerende huurmarkt. De wijziging vanaf 2026 maakt het belang van duidelijke communicatie en verantwoordelijk gedrag van verhuurders nog groter.
Conclusie
De wijzigingen in de huurtoeslagregels vanaf 2026 hebben directe gevolgen voor miljoenen huurders. Servicekosten, die tot nu toe meetelden bij de huurtoeslag, tellen vanaf 1 januari 2026 niet meer mee. Dit betekent dat huurders die servicekosten betalen, in de toekomst minder huurtoeslag ontvangen zullen dan vroeger.
De wijziging heeft verschillende gevolgen. Aan de ene kant krijgen meer huurders recht op huurtoeslag, omdat de berekening nu alleen op de kale huur is gebaseerd. Aan de andere kant verliezen huurders met servicekosten gemiddeld € 9 per maand aan toeslag, terwijl ze slechts € 7,58 terug krijgen in de vorm van een lagere eigen bijdrage. Deze compensatie wordt door huurdersorganisaties als oneerlijk en onvoldoende ervaren.
Voor huurders is het belangrijk om zich bewust te zijn van deze veranderingen en actief te blijven in de huurmarkt. Door je huurcontract goed te begrijpen, contact op te nemen met je verhuurder en op de hoogte te blijven van de nieuwe regels, kun je beter beslissen over je huur- en financiële situatie.
De wijziging maakt ook duidelijk dat transparantie en eerlijkheid in de huurmarkt belangrijk zijn. Huurders en verhuurders moeten samen werken om een eerlijke en duurzame huurmarkt te creëren.
