Inleiding
De huurtoeslag is een belangrijk onderdeel van het sociaal beleid in Nederland, gericht op het ondersteunen van huurders met een lager inkomen bij hun woonlasten. De regels rondom het recht op huurtoeslag zijn in de loop van de jaren meerdere malen aangepast, waaronder ook het concept van het zogenaamde overgangsrecht of verworven recht op huurtoeslag. Deze wijzigingen zijn geïnitieerd om te zorgen voor meer gelijkheid en rechtvaardigheid in de verstrekkingsregels, zodat huurders in moeilijke omstandigheden toch een ondersteuning kunnen ontvangen.
In dit artikel wordt een overzicht gegeven van het overgangsrecht bij huurtoeslag, inclusief de wijzigingen in de regels vanaf 2020 tot en met 2026. De nadruk ligt op de praktische gevolgen voor huurders, de voordelen van het verworven recht, en de wijze waarop huurders dit recht kunnen aanvragen of gebruiken. Aan de hand van voorbeelden en feiten uit de bronnen wordt duidelijk gemaakt wat er verandert en wat de betekenis is voor het huurtoeslagbeleid.
Wat is het verworven recht op huurtoeslag?
Het verworven recht op huurtoeslag betreft de mogelijkheid voor huurders om hun recht op huurtoeslag te behouden, zelfs als hun huur of hun inkomens- en vermogenssituatie tijdelijk boven de toegestane grenzen komt. Dit recht ontstaat bijvoorbeeld wanneer de huurprijs van een woning boven de huurgrens uitkomt. Normaal gesproken zou dit leiden tot het verlies van huurtoeslag. Echter, sinds een belangrijke uitspraak van de Raad van State in 2019, is er een aanpassing gedaan waardoor huurders in bepaalde situaties toch in aanmerking kunnen komen voor huurtoeslag, mits ze aan andere voorwaarden voldoen.
Voorwaarden voor het verworven recht
Het verworven recht op huurtoeslag geldt onder de volgende voorwaarden:
- Huurtoeslag is actief geweest: Het huurtoeslagrecht moet minstens één keer actief zijn geweest op de woning.
- Huurprijs boven de huurgrens: De huurprijs mag boven de huurgrens uitkomen.
- Inkomens- of vermogensstijging: Er mag een tijdelijke stijging van inkomens of vermogen zijn geweest, waardoor het recht op huurtoeslag zou vervallen.
- Later herstel: De huurprijs of het inkomen/vermogen mag weer dalen naar binnen de toegestane grenzen.
Een belangrijke voorwaarde is dat de huurder aan de overige regels voor huurtoeslag voldoet, zoals het nationaliteits- of verblijfsvergunningbeleid. Dit verworven recht is dus geen automatisch recht, maar afhankelijk van een voorgaande situatie waarin huurtoeslag al was verstrekt.
De wijziging van 2019 en de uitspraak van de Raad van State
In juli 2019 deed de Raad van State een belangrijke uitspraak die de regels voor het verworven recht op huurtoeslag aanzienlijk veranderde. Voordat deze uitspraak viel het recht op huurtoeslag verloren als het inkomen of vermogen stijging had, en er was geen huurtoeslag meer verstrekt. Dit betekende dat zelfs als het inkomen of vermogen later weer daalde, het recht niet kon worden hersteld.
De uitspraak van de Raad van State veranderde dit. Vanaf dat moment konden huurders die eerder een recht op huurtoeslag hadden, opnieuw aanspraak maken op huurtoeslag, mits ze weer voldeden aan de inkomens- en vermogensgrenzen en aan andere voorwaarden. Deze wijziging betekende een duidelijke versoepeling in het beleid en gaf huurders meer flexibiliteit bij veranderingen in hun financiële situatie.
Gevolgen van deze wijziging
De gevolgen van deze wijziging zijn vooral duidelijk in situaties waarin huurders tijdelijk een hoger inkomen of vermogen hadden, bijvoorbeeld door een tijdelijke baan of eenmalige inkomsten. In dergelijke gevallen kon de huurtoeslag tijdelijk worden gestopt, maar na herstel van de inkomenssituatie kon het recht opnieuw worden aangevraagd.
Een belangrijk aspect van deze wijziging is dat huurders zelf ook een verzoek kunnen indienen om de nieuwe regel toe te passen. Dit is vooral relevant voor huurders die in eerdere jaren hun recht op huurtoeslag verloren hadden. De uiterste termijn voor dergelijke verzoeken was 1 maart 2021, maar in sommige gevallen kan het nog mogelijk zijn om een verzoek in te dienen.
Wijzigingen in de regels vanaf 2022
In 2022 zijn er belangrijke wijzigingen doorgevoerd die het toekomstige recht op huurtoeslag betreffen. De belangrijkste wijziging betreft het verwijderen van de eis dat ieder gezinslid een geldige verblijfsvergunning moet hebben, tenminste voor kinderen jonger dan 18 jaar. Deze voorwaarde was eerder een belemmering voor huurders die bijvoorbeeld een pasgeboren kind hadden en nog geen verblijfsvergunning hadden kunnen aanvragen. Door deze versoepeling is het nu makkelijker voor huurders om hun recht op huurtoeslag te behouden, zelfs als er tijdelijke juridische kwesties zijn met betrekking tot verblijfsvergunningen.
Oekraïense ontheemden
Een andere wijziging die in 2022 is doorgevoerd betreft de behandeling van Oekraïense ontheemden. Deze personen zijn niet langer automatisch aangemerkt als medebewoner, wat betekent dat hun aanwezigheid in het huishouden geen negatieve invloed heeft op de huurtoeslag. Deze maatregel is vanaf 1 januari 2023 in werking getreden en werkt terug tot 24 februari 2022, de datum van de invasie van Rusland in Oekraïne.
Een uitzondering geldt wanneer de ontvanger van de huurtoeslag zelf ook een Oekraïense ontheemde is. In dat geval zijn er extra regels van toepassing, afhankelijk van de geldigheid van de verblijfsvergunning en de bescherming onder EU-wetgeving.
Wijzigingen in 2026 en verder uitbreiden van het recht
In 2026 is een belangrijk nieuw beleid ingevoerd dat het recht op huurtoeslag voor een bredere groep huurders uitbreidt. Deze wijziging betreft vooral huurders die in een middenhuurwoning of vrijesectorwoning wonen. Tot 2026 was het recht op huurtoeslag beperkt tot huurders van sociale huurwoningen. Vanaf 2026 kunnen huurders van deze andere woonvormen ook huurtoeslag aanvragen, maar dan alleen voor het deel van de huurprijs dat onder de sociale huurgrens valt.
Voorwaarden voor huurtoeslag in 2026
De voorwaarden voor huurtoeslag in 2026 zijn als volgt:
- Maximum huurgrens: Huurders kunnen huurtoeslag aanvragen voor het deel van hun huurprijs dat onder de sociale huurgrens valt (€ 932,93 in 2026).
- Inkomens- en vermogensgrenzen: De inkomens- en vermogensgrenzen zijn aangepast, zodat meer huurders in aanmerking komen.
- Leeftijdswijziging voor jongeren: Vanaf 2026 is de leeftijdswijziging voor jongeren verlaagd van 23 naar 21 jaar. Dit betekent dat jongeren vanaf 21 jaar volledige huurtoeslag kunnen ontvangen.
- Nieuwe regels voor huurgrensoverschrijding: Huurders die eerder huurtoeslag hadden kunnen nu, zelfs bij huurgrensoverschrijding, hun recht behouden of opnieuw aanspraak doen.
Een belangrijk gevolg van deze wijzigingen is dat meer huurders recht krijgen op huurtoeslag, ook al wonen ze in een woning met een hogere huurprijs. De regels zijn dus uitgebreid om meer mensen te ondersteunen in hun woningbestedingen.
Praktische gevolgen en voorbeelden
De wijzigingen in de regels van het verworven recht op huurtoeslag hebben duidelijke praktische gevolgen voor huurders. Hieronder worden enkele voorbeelden beschreven die illustreren hoe het verworven recht werkt en wat de gevolgen zijn in de praktijk.
Voorbeeld 1: Tijdelijke inkomensstijging
Een huurder ontvangt huurtoeslag tot en met maart 2022. In april 2022 krijgt de huurder een tijdelijke baan die leidt tot een hoger inkomen. Hierdoor valt het inkomen boven de toegestane grens en vervalt de huurtoeslag. In juli 2023 stopt de tijdelijke baan en dalen de inkomens weer naar onder de grens. Vanwege het verworven recht kan de huurder opnieuw aanspraak maken op huurtoeslag, mits de huurprijs binnen de huurgrens blijft.
Voorbeeld 2: Huurgrensoverschrijding
Een huurder ontvangt huurtoeslag voor een woning met een huurprijs van € 850 per maand. In mei 2023 stijgt de huurprijs naar € 1.000. Omdat deze prijs boven de huurgrens ligt, vervalt de huurtoeslag. In januari 2024 daalt de huurprijs weer naar € 900. Vanwege het verworven recht kan de huurder opnieuw aanspraak maken op huurtoeslag voor de deel van de huurprijs dat onder de huurgrens valt.
Aanvraagprocedure en hulpvragen
Huurders die rechten hebben die kunnen profiteren van het verworven recht op huurtoeslag kunnen dit recht opnieuw aanvragen bij de Belastingdienst/Toeslagen. Het is belangrijk om te weten dat de aanvraagprocedure kan variëren afhankelijk van het specifieke geval. Voor huurders die in het verleden hun recht op huurtoeslag verloren hebben, is het mogelijk om een verzoek in te dienen voor het toepassen van de nieuwe regels.
Informeren en hulp
Voor huurders die vragen hebben over het verworven recht of willen weten of ze in aanmerking komen, is het raadzaam om contact op te nemen met de Belastingdienst of een vertrouwd adviesorgaan. Ook zijn er online hulpmiddelen beschikbaar om een voorlopige berekening van huurtoeslag te maken en te controleren of er een recht op huurtoeslag bestaat.
Conclusie
Het verworven recht op huurtoeslag is een belangrijke wijziging in de regels die het beleid van de overheid onderbreekt en aanpast. Deze wijziging biedt huurders meer flexibiliteit en zekerheid in hun financiële situatie, vooral in tijden van veranderingen. Door het verworven recht kunnen huurders hun recht op huurtoeslag behouden of opnieuw aanspraak doen, ook als hun inkomens of huurprijs tijdelijk boven de grenzen komen.
De wijzigingen vanaf 2022 en 2026 tonen aan dat het beleid van de overheid is gericht op het brengen van ondersteuning aan meer huurders. Met de uitbreiding van het recht op huurtoeslag naar huurders van middenhuurwoningen en vrijesectorwoningen is het mogelijk geworden voor een bredere groep huurders om woonlasten te dragen. Dit is een positieve ontwikkeling die bijdraagt aan een stabieler en eerlijker huurtoeslagbeleid.
Huurders die in hun situatie twijfelen of willen weten of ze recht hebben op huurtoeslag, moeten actief te werk gaan en eventueel een verzoek indienen bij de Belastingdienst. Door deze mogelijkheid te benutten, kunnen huurders hun financiële positie verbeteren en hun woonlasten onder controle houden.
