In 2026 worden er belangrijke wijzigingen doorgevoerd in de regeling van de huurtoeslag. Deze regeling ondersteunt huurders met een laag inkomen en helpt hen bij de betaling van hun huur. De wijzigingen betreffen onder andere de inkomensgrenzen, de huurgrens en het weglaten van de maximale huurgrens. Deze veranderingen hebben directe gevolgen voor huurders, zowel inzake toegankelijkheid als de hoogte van de huurtoeslag. Het doel van deze artikel is om een duidelijk overzicht te geven van de nieuwe regels en hoe zij in de praktijk worden toegepast.
Inleiding
De huurtoeslag is een maatregel van de overheid die huurders met een laag inkomen helpt bij de betaling van hun huur. In 2026 worden de normen en grenzen van de huurtoeslag aangepast, waardoor het bereik van de regeling uitgebreid wordt. Belangrijk bij deze veranderingen is dat de huurgrens verdwijnt als voorwaarde voor het recht op huurtoeslag. Ook de manier van berekenen van de toeslag verandert, met name door het niet meer meenemen van servicekosten in de berekening. Daarnaast worden de inkomensgrenzen en de huurparameters aangepast op basis van de inflatie (CPI) en de indexering van huur (HO-index). In dit artikel worden de nieuwe regels voor de huurtoeslag in detail besproken, met een focus op hoe deze regels werken en wat ze betekenen voor huurders.
Veranderingen in de huurtoeslagregeling in 2026
1. Wegval van de maximale huurgrens
Een van de belangrijkste veranderingen in 2026 is de wegval van de maximale huurgrens als voorwaarde voor het recht op huurtoeslag. Eerder kon je alleen huurtoeslag ontvangen als je huurprijs onder een bepaalde grens lag. In 2026 geldt dit niet meer. Dit betekent dat huurders die een hogere huur betalen nu ook in aanmerking komen voor huurtoeslag. Echter, de hoogte van de huurtoeslag hangt nog steeds af van de huurprijs en het inkomen.
Voor huurders met een hogere huurprijs geldt dat de huurtoeslag wordt berekend alsof de huurprijs gelijk is aan de maximale huurgrens van € 932,93 (voor eenpersoonshuishoudens). Voor jongeren jonger dan 21 jaar geldt een lagere maximale huurprijs van € 498,20.
2. Aanpassing van inkomensgrenzen
De inkomensgrenzen worden in 2026 aangepast. In tegenstelling tot eerder, is er geen harde inkomensgrens meer waarboven het recht op huurtoeslag volledig vervalt. In plaats daarvan hangt het recht op huurtoeslag af van de verhouding tussen huurprijs, inkomen en het aantal bewoners. De inkomensgrenzen worden jaarlijks aangepast en zijn afhankelijk van het huishoudtype.
Voor 2026 geldt: - Eenpersoonshuishoudens: inkomensgrens min. eigen bijdrage € 23.425 - Meerpersoonshuishoudens: inkomensgrens min. eigen bijdrage € 31.500
Daarnaast is er een gezamenlijk toetsingsinkomen van € 60.525 voor zowel eenpersoonshuishoudens als meerpersoonshuishoudens. De inkomensgrenzen worden geïndexeerd op basis van de CPI (ConsumentenPrijsIndex).
3. Vermogensgrens
Het vermogen van een huishouden is een harde grens die op 1 januari van het jaar wordt bepaald. Voor 2026 geldt een vermogensgrens van € 38.479 per persoon. Als het vermogen hoger is dan deze grens, is er geen recht op huurtoeslag mogelijk voor het hele jaar. Dit geldt ook als het vermogen net iets boven de grens ligt, mits de peildatum 1 januari is.
4. Basishuur
De basishuur is het deel van de huur dat het huishouden zelf moet betalen. De hoogte van de basishuur hangt af van het inkomen. Hoe lager het inkomen, hoe lager de basishuur. Voor 2026 geldt: - Eenpersoonshuishouden: minimum basishuur € 202,52 - Meerpersoonshuishouden: minimum basishuur € 200,71
De basishuur is dus een minimumbedrag dat het huishouden zelf moet betalen. Het verschil tussen de basishuur en de kwaliteitskortingsgrens wordt volledig vergoed door de huurtoeslag.
5. Kwaliteitskortingsgrens
De kwaliteitskortingsgrens is een harde grens in euro’s die aangeeft tot welke huurprijs de huurtoeslag volledig wordt vergoed. Voor 2026 is de kwaliteitskortingsgrens € 498,20. Hieronder wordt 100% van het huurbedrag vergoed door de huurtoeslag. Boven deze grens telt de toeslagpercentage lager uit.
6. Aftoppingsgrenzen
De aftoppingsgrenzen bepalen hoeveel van de huurtoeslag er nog wordt vergoed als het inkomen stijgt. Voor 2026 gelden twee aftoppingsgrenzen: - Lage aftoppingsgrens: € 713,02 - Hoge aftoppingsgrens: € 764,14
Tussen de kwaliteitskortingsgrens en de lage aftoppingsgrens wordt 65% van de huurtoeslag vergoed. Boven de hoge aftoppingsgrens is de toeslagpercentage slechts 40%.
Berekening van de huurtoeslag in 2026
De huurtoeslag wordt berekend aan de hand van verschillende parameters. Deze parameters zijn afhankelijk van het huishoudtype (eenpersoon of meerpersoonshuishouden), de huurprijs, het inkomen en het vermogen.
1. Kale huurprijs
Vanaf 2026 wordt de huurtoeslag berekend op basis van de kale huurprijs. Eerder telde ook de servicekosten mee in de berekening. Nu telt alleen de kale huurprijs mee. Dit betekent dat de huurtoeslag wordt berekend met het deel van de huur dat het huishouden zelf betaalt.
2. Minimum normhuur
De minimum normhuur is het minimumbedrag dat een huishouden moet betalen aan huur. Voor 2026 geldt: - Eenpersoonshuishouden: € 250,67 - Meerpersoonshuishouden: € 248,86
De minimum normhuur wordt aangepast op basis van de HO-index (huurontwikkeling-index).
3. Verhoging normhuur
De verhoging van de normhuur is negatief voor 2026. Dat betekent dat de minimum normhuur met € 48,15 wordt verlaagd. Dit heeft gevolgen voor de berekening van de huurtoeslag, omdat de minimum normhuur een rol speelt bij de bepaling van de basishuur.
4. Huurgrens
De huurgrens is de maximale huurprijs waarover huurtoeslag verstrekt kan worden. Voor 2026 geldt een huurgrens van € 932,93. Huurders met een hogere huurprijs kunnen nu ook huurtoeslag ontvangen, maar dan wordt er gerekend alsof de huurprijs gelijk is aan de huurgrens.
5. Toeslagpercentage
Het toeslagpercentage bepaalt hoeveel van de huurprijs wordt vergoed door de huurtoeslag. Voor 2026 geldt: - Tot de kwaliteitskortingsgrens: 100% vergoed - Tussen kwaliteitskortingsgrens en lage aftoppingsgrens: 65% vergoed - Boven hoge aftoppingsgrens: 40% vergoed
Impact van de veranderingen in 2026
De veranderingen in 2026 hebben verschillende gevolgen voor huurders en voor de regeling huurtoeslag als geheel.
1. Toegankelijkheid
De wegval van de maximale huurgrens maakt de huurtoeslag toegankelijker voor huurders die eerder niet in aanmerking kwamen. Dit betekent dat meer huurders in aanmerking komen voor huurtoeslag. Echter, de hoogte van de huurtoeslag hangt nog steeds af van het inkomen en de huurprijs.
2. Veranderingen in de berekening
Het weglaten van de servicekosten in de berekening betekent dat de huurtoeslag nu op basis van de kale huurprijs wordt berekend. Dit heeft gevolgen voor de hoogte van de huurtoeslag, vooral voor huurders die servicekosten betalen.
3. Indexering
De indexering van de inkomensgrenzen en huurparameters op basis van CPI en HO-index zorgt ervoor dat de regeling aanpasbaar is aan de inflatie en huurontwikkeling. Dit houdt in dat de inkomensgrenzen en huurparameters jaarlijks worden aangepast.
4. Leeftijdsgrens
De leeftijdsgrens voor huurtoeslag jongeren is verlaagd van 23 naar 21 jaar. Dit betekent dat jongeren op een jongere leeftijd al meer huurtoeslag kunnen ontvangen. Voor jongeren jonger dan 21 jaar geldt een lagere maximale huurprijs van € 498,20.
De rol van de huurprijs in de berekening
De huurprijs speelt een centrale rol in de berekening van de huurtoeslag. De huurprijs bepaalt de hoogte van de huurtoeslag, samen met het inkomen en het vermogen.
1. Basishuur
De basishuur is het minimumbedrag dat het huishouden zelf moet betalen. De basishuur hangt af van het inkomen. Hoe lager het inkomen, hoe lager de basishuur. Voor 2026 geldt: - Eenpersoonshuishouden: minimum basishuur € 202,52 - Meerpersoonshuishouden: minimum basishuur € 200,71
De basishuur is dus een minimumbedrag dat het huishouden zelf moet betalen. Het verschil tussen de basishuur en de kwaliteitskortingsgrens wordt volledig vergoed door de huurtoeslag.
2. Kwaliteitskortingsgrens
De kwaliteitskortingsgrens is een harde grens in euro’s die aangeeft tot welke huurprijs de huurtoeslag volledig wordt vergoed. Voor 2026 is de kwaliteitskortingsgrens € 498,20. Hieronder wordt 100% van het huurbedrag vergoed door de huurtoeslag.
3. Aftoppingsgrenzen
De aftoppingsgrenzen bepalen hoeveel van de huurtoeslag er nog wordt vergoed als het inkomen stijgt. Voor 2026 gelden twee aftoppingsgrenzen: - Lage aftoppingsgrens: € 713,02 - Hoge aftoppingsgrens: € 764,14
Tussen de kwaliteitskortingsgrens en de lage aftoppingsgrens wordt 65% van de huurtoeslag vergoed. Boven de hoge aftoppingsgrens is de toeslagpercentage slechts 40%.
Conclusie
De huurtoeslagregeling in 2026 is veranderd ten opzichte van vorige jaren. Deze veranderingen maken de regeling toegankelijker en flexibel voor huurders. De wegval van de maximale huurgrens en de aanpassing van de inkomensgrenzen zorgen ervoor dat meer huurders in aanmerking komen voor huurtoeslag. Daarnaast is de berekening van de huurtoeslag nu simpeler, omdat de servicekosten niet meer meetaan. De indexering van de inkomensgrenzen en huurparameters zorgt ervoor dat de regeling aansluit op de inflatie en huurontwikkeling. De leeftijdsgrens voor huurtoeslag jongeren is verlaagd van 23 naar 21 jaar, wat betekent dat jongeren op een jongere leeftijd al meer huurtoeslag kunnen ontvangen.
Deze wijzigingen hebben directe gevolgen voor huurders, zowel inzake toegankelijkheid als de hoogte van de huurtoeslag. Het is belangrijk dat huurders zich bewust zijn van de nieuwe regels, omdat deze regels bepalen hoeveel huurtoeslag ze kunnen ontvangen.
