Vanaf 2026 treden er belangrijke wijzigingen in werking die betrekking hebben op het serviceabonnement en de berekening van de huurtoeslag in Nederland. Deze veranderingen hebben gevolgen voor huurders, vooral voor diegenen die vanaf de rekenhuur hun huurtoeslag berekenen. In dit artikel bespreken we de werking van het serviceabonnement, wat servicekosten zijn, hoe deze meespelen in de huurtoeslagberekening en welke gevolgen de nieuwe regels hebben voor huurders. Het doel is om huurders en professionals in de huurmarkt een duidelijk overzicht te geven van de situatie, op basis van de meest recente en betrouwbare informatie.
Wat is een serviceabonnement?
Een serviceabonnement is een optioneel abonnement dat huurders kunnen afsluiten bij hun verhuurder of wooncorporatie. Het is bedoeld om huurders te ondersteunen bij kleine onderhouds- en reparatiewerkzaamheden in hun woning. Het abonnement kost een vaste maandelijkse premie en is een aparte dienst die niet geheel of gedeeltelijk wordt vergoed door de huurtoeslag.
Werking van het serviceabonnement
Als huurder bent je voor een deel verantwoordelijk voor kleine reparaties in je woning. Denk bijvoorbeeld aan het smeren van scharnieren, het vastzetten van hangwerk of het repareren van klemmende deuren. Deze taken behoren tot de verantwoordelijkheid van de huurder. Echter, bij het afsluiten van een serviceabonnement kan de verhuurder deze werkzaamheden uitvoeren zonder dat de huurder extra kosten moet maken.
Het serviceabonnement is een maandelijkse betaling van €5,- en geldt voor een periode van minimaal 1 jaar. Na het eerste jaar is het abonnement maandelijks opzegbaar. Als je de huur opzegt, stopt het abonnement automatisch. Het is dus een eenvoudige optie voor huurders die niet zelf het onderhoud willen uitvoeren of die er niet de tijd of vaardigheden voor hebben.
De premiebetaling van het serviceabonnement heeft geen invloed op de huurtoeslag, omdat het beschouwd wordt als een extra dienst buiten de rekenhuur.
Wanneer gaat het serviceabonnement in?
Als de overeenkomst voor het afsluiten van het serviceabonnement bij de verhuurder voor de 15e van de maand wordt ingezonden, gaat het abonnement in op de eerste dag van de volgende maand. Als de overeenkomst na de 15e van de maand wordt ingezonden, tredt het abonnement in op de eerste dag van de maand daarna.
Wat zijn servicekosten?
Servicekosten zijn extra kosten die verhuurders aan huurders opleggen en die horen bij het huren van een woning. Deze kosten kunnen op verschillende manieren meespelen in de huurtoeslagberekening, afhankelijk van welke soorten servicekosten het betreft.
Welke servicekosten tellen mee bij huurtoeslag?
Volgens de Belastingdienst zijn er vier categorieën servicekosten die voor huurtoeslag meerekenen, maar slechts tot een maximum van €12 per categorie. De volgende categorieën zijn relevant:
- Energiekosten voor algemene ruimtes (bijv. trappenhuisverlichting, liftverwarming)
- Schoonmaakkosten voor algemene ruimtes (bijv. schoonmaak van trappenhuis of gemeenschappelijke entree)
- Huismeesterkosten
- Kapitaal- en onderhoudskosten
Elke categorie telt maximaal €12 per maand mee in de rekenhuur. Dit betekent dat de totale impact van servicekosten op de rekenhuur maximaal €48 per maand kan zijn.
Welke servicekosten tellen niet mee?
Niet alle servicekosten tellen mee bij de huurtoeslag. De Belastingdienst maakt onderscheid tussen servicekosten die wel meerekenen en die die dat niet doen. Voorbeelden van servicekosten die niet meerekenen zijn:
- Energiekosten voor eigen woning (zoals gas, elektriciteit en water)
- Internet- en televisiekosten
- Meubelvergoedingen
- Wasmachinevergoedingen
- Glasfonds
Deze servicekosten worden bij de huurtoeslagberekening niet meegerekend, omdat ze niet van betekenis zijn voor de rekenhuur.
Hoe worden servicekosten berekend in de huurtoeslag?
De rekenhuur is het bedrag waarmee wordt bepaald of een huurder recht heeft op huurtoeslag. De rekenhuur bestaat uit de kale huur plus eventuele servicekosten. Echter, zoals hierboven uitgelegd, zijn er beperkingen bij de toerekening van servicekosten.
Voorbeeldberekening rekenhuur
Een huurder betaalt: - Kale huur: €800 - Servicekosten: - Energie voor algemene ruimtes: €10 - Schoonmaak algemene ruimtes: €10 - Huismeester: €10 - Onderhoud: €10
Totale servicekosten: €40
Aangezien deze servicekosten binnen de vier toegestane categorieën vallen, telt de Belastingdienst deze allemaal mee, met een maximum van €12 per categorie. De totale servicekosten in de rekenhuur zullen dus maximaal €48 bedragen.
De rekenhuur wordt dan: €800 + €48 = €848
Wijzigingen in de huurtoeslagberekening vanaf 2026
Vanaf 1 januari 2026 treden er belangrijke wijzigingen in werking die betrekking hebben op de berekening van de huurtoeslag. Deze veranderingen zijn voornamelijk gericht op het verlagen van administratieve lasten en het maken van het systeem eenvoudiger en voorspelbaarder voor huurders.
Gevolgen van de wijzigingen
1. Servicekosten tellen niet meer mee
Een van de meest aandachtige veranderingen is dat servicekosten vanaf 2026 niet meer meerekenen in de rekenhuur. Dit betekent dat het bedrag dat wordt gebruikt voor de huurtoeslagberekening alleen nog bestaat uit de kale huur.
Voorbeeld:
- Nu (2025): kale huur €800 + €40 servicekosten = rekenhuur €840 → toeslag over €840
- Vanaf 2026: kale huur €800 (servicekosten tellen niet mee) → toeslag over €800
Gevolg: huurders krijgen gemiddeld €9 per maand minder huurtoeslag, aangezien de servicekosten niet meer meerekenen.
2. Compensatie via lagere eigen bijdrage
De overheid belooft dat deze verlaging van huurtoeslag gedeeltelijk wordt gecompenseerd door een lagere eigen bijdrage. De eigen bijdrage gaat omlaag met gemiddeld €7,58 per maand. Echter, volgens de Stichting Huurders (SHY) is deze compensatie onvoldoende en oneerlijk verdeeld, omdat het slechts gedeeltelijk de verlaging compenseert.
3. Kwetsbare huurders zijn het hardst getroffen
Vooral huurders die in flats wonen met huismeester, schoonmaak of lift worden het hardst getroffen door deze wijzigingen. Deze huurders hebben vaak lage inkomens en zijn dus financieel kwetsbaar. De wijzigingen hebben als gevolg dat deze huurders gemiddeld €9 minder per maand ontvangen aan huurtoeslag, terwijl de compensatie slechts €7,58 is. Dit betekent dat ze werkelijk minder toelage ontvangen.
Gevolgen van de wijzigingen voor huurders
De wijzigingen vanaf 2026 hebben verschillende gevolgen voor huurders:
1. Minder huurtoeslag
Zoals eerder uitgelegd, gaat de huurtoeslag vanaf 2026 gemiddeld €9 per maand omlaag voor huurders die servicekosten meenamen in hun rekenhuur. Deze verlaging is vooral duidelijk voor huurders die in flats wonen met huismeester of schoonmaakdiensten.
2. Eenvoudiger administratie
Een van de voordelen van de nieuwe regels is dat de berekening van de huurtoeslag eenvoudiger en voorspelbaarder wordt. Huurders hoeven niet langer te rekenen met meerdere soorten servicekosten en hoeven zich niet meer zorgen te maken over of hun servicekosten meerekenen of niet.
3. Jaarlijkse afrekening in uniform formaat
Verhuurders moeten vanaf 2026 servicekosten jaarlijks afrekenen in een uniform formaat. Deze afrekening moet uiterlijk op 30 juni per jaar worden verstuurd. Dit maakt het voor huurders duidelijker en eenvoudiger om te beoordelen of hun servicekosten correct zijn afgekoppeld.
Wat betekent dit voor het serviceabonnement?
Hoewel servicekosten vanaf 2026 niet meer meerekenen in de huurtoeslag, blijft het serviceabonnement geldig. De maandelijkse premie van €5,- blijft hetzelfde en het abonnement blijft maandelijks opzegbaar na een periode van minimaal 1 jaar. Het serviceabonnement is dus niet beïnvloed door de wijzigingen in de huurtoeslagberekening.
Geen invloed op huurtoeslag
Een belangrijk punt is dat de betaling van het serviceabonnement geen invloed heeft op de huurtoeslag. Omdat het serviceabonnement wordt gezien als een aparte dienst, telt het niet mee in de rekenhuur. Dit betekent dat huurders die een serviceabonnement afsluiten niet extra verlies zullen ondervinden door de wijzigingen in de huurtoeslagberekening.
Advies voor huurders
Bij de komst van de wijzigingen in de huurtoeslagberekening zijn er enkele stappen die huurders kunnen ondernemen om hun positie te bepalen en eventueel te corrigeren.
1. Kijk in je huurcontract
Huurders kunnen in hun huurcontract kijken om te zien of ze servicekosten betalen en wat voor soort servicekosten het zijn. Grote verhuurders geven meestal duidelijk aan uit welke elementen het huurbedrag bestaat.
2. Vraag aan de verhuurder
Als het huurcontract niet duidelijk is, is het verstandig om contact op te nemen met de verhuurder. De verhuurder kan uitleggen welke kosten in het huurbedrag zitten en of deze servicekosten meerekenen voor de huurtoeslag.
3. Bereken je rekenhuur
Huurders kunnen zelf de rekenhuur berekenen door te kijken naar de kale huur en eventuele servicekosten. Dit is belangrijk om te begrijpen hoeveel huurtoeslag ze kunnen ontvangen.
Conclusie
De wijzigingen in de huurtoeslagberekening vanaf 2026 hebben duidelijke gevolgen voor huurders. Het wegvallen van servicekosten uit de rekenhuur betekent dat huurders gemiddeld €9 per maand minder huurtoeslag zullen ontvangen. De overheid biedt een gedeeltelijke compensatie aan via een lagere eigen bijdrage, maar deze is volgens huurdersorganisaties onvoldoende en oneerlijk.
Hoewel het serviceabonnement niet wordt beïnvloed door deze veranderingen, is het belangrijk dat huurders zich bewust zijn van de nieuwe regels. Door het huurcontract te bestuderen en de verhuurder te informeren, kunnen huurders hun rekenhuur en huurtoeslag beter begrijpen en eventueel aanpassingen doorvoeren.
De wijzigingen hebben het doel om het huurtoeslagsysteem eenvoudiger en voorspelbaarder te maken. Of dit ook leidt tot eerlijkere en begripvolle regels, blijft afwachten. Voor nu is het belangrijk dat huurders goed geïnformeerd zijn en weten hoe de veranderingen hun huurbudget beïnvloeden.
