De relatie tussen een woningcorporatie en haar statutair bestuurder vormt het draaistel van een doeltreffende organisatie. Een zorgvuldig opgestelde arbeidsovereenkomst is niet slechts een administratief formalisme, maar een cruciaal instrument voor het waarborgen van transparantie en wederzijds vertrouwen tussen de bestuurder en de raad van commissarissen. Deze overeenkomst fungeert als de wetenschappelijke en juridische basis waarop de samenwerking tussen bestuurder en toezichthouders steunt. Voor woningcorporaties is er specifiek een handreiking gepubliceerd door de Nederlandse Vereniging Bestuurders Woningcorporaties (NVBW) en de Vereniging van Toezichthouders in Woningcorporaties (VTW). Deze handreiking is recent geactualiseerd om volledig in lijn te zijn met de Governancecode 2025 en de geldende wetgeving, met specifieke aandacht voor bepalingen rondom standplaats, zorgverlof, scholing en nevenactiviteiten.
De complexe natuur van deze relatie wordt gedefinieerd door de Wet Normering Topinkomens (WNT). Deze wet legt beperkingen op aan de bezoldiging van bestuurders in de publieke en semipublieke sector, waaronder woningcorporaties. De handreiking biedt een praktische leidraad voor het opstellen van de overeenkomst, waarbij wordt uitgegaan van een klassieke arbeidsovereenkomst. Het is essentieel om te begrijpen dat deze richtlijn niet van toepassing is op situaties waar het overgangsrecht van de WNT geldt, maar specifiek op situaties waar de huidige WNT en de daarin vastgelegde regeling voor toegelaten instellingen volkshuisvesting direct van toepassing zijn. De samenwerking tussen bestuurder en commissarissen moet worden ondersteund door duidelijke afspraken, waarbij de basis wordt gevormd door vertrouwen en respect. Een goed geformuleerde overeenkomst zorgt ervoor dat beide partijen weten waar zij aan toe zijn, wat essentieel is voor het succesvol realiseren van de opgave van de woningcorporatie.
Juridische Kader en WNT-beperkingen
De juridische basis voor het bestuurderssalaris en de eindvergoedingen wordt in grote mate bepaald door de Wet Normering Bezoldiging Topfunctionarissen (WNT). Deze wet heeft directe impact op de hoogte van het salaris en de mogelijke beëindigingsvergoedingen. Voor een woningcorporatie is het niet toegestaan om bij beëindiging van een arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden een hogere beëindigingsvergoeding af te spreken dan het maximumbedrag dat door de WNT wordt vastgesteld.
De Wet Werk en Zekerheid (WWZ), die per 1 juli 2015 in werking is getreden, heeft het recht op een transitievergoeding wettelijk vastgelegd. Volgens deze wet bedraagt de maximale transitievergoeding € 75.000 of, indien het jaarsalaris hoger is, een bedrag gelijk aan het jaarsalaris. Dit recht bestaat als de arbeidsovereenkomst door de werkgever wordt opgezegd of door de rechter wordt ontbonden. Bij een beëindiging met wederzijds goedvinden bestaat er geen wettelijk recht op een transitievergoeding. Hoewel partijen in een dergelijk geval wel een hogere vergoeding kunnen overeenkomen, is dit voor woningcorporaties beperkt door de WNT. De WNT verbiedt dat bij een beëindiging met wederzijds goedvinden een hogere vergoeding wordt afgesproken dan € 75.000. Het is ook relevant dat het salaris over een periode van non-actiefstelling wordt aangemerkt als een uitkering wegens beëindiging van het dienstverband, wat valt onder de regeling.
Deze beperkingen zijn van groot belang voor de financiële planning en het risicomanagement van de woningcorporatie. Het maximumbedrag voor de transitievergoeding is geactualiseerd in de handreikingen. In de eerdere versie uit 2019 bedroeg het bedrag € 81.000, terwijl dit in de versie van 2021 is aangepast naar € 84.000. Deze aanpassingen weerspiegelen de dynamiek van de wetgeving en de noodzaak om de afspraken voortdurend op de dag te houden.
Voor de berekening van de bezoldiging is op de site van de VTW een Splitsingstool gepubliceerd. Deze tool maakt het mogelijk om de bezoldiging om te rekenen naar een maandsalaris, waarbij rekening wordt gehouden met de pensioenpremies die specifiek gelden voor de woningcorporatiesector. Dit instrument helpt bij het vertalen van de WNT-beperkingen naar een concreet maandsalaris dat binnen de wettelijke kaders past.
De Structuur van de Arbeidsovereenkomst
De arbeidsovereenkomst voor een statutair bestuurder van een woningcorporatie volgt een specifiek kader. In de handreiking wordt een klassieke arbeidsovereenkomst als uitgangspunt gehanteerd. De structuur van deze overeenkomst bevat diverse hoofdstukken die in de loop der jaren zijn aangepast aan de veranderende wetgeving.
Belangrijke wijzigingen ten opzichte van de vorige versie (2019) in de huidige handreiking (2021) omvatten onder andere: - In hoofdstuk 3 zijn de verwijzingen naar de Governancecode Woningcorporaties 2020 gecorrigeerd met de juiste verondering van de artikelen. - In hoofdstuk 4 is de invoering van de Wet Arbeid en Zekerheid (WAB) per 1 januari 2020 verwerkt. - In hoofdstuk 8 is het bedrag van de Flexpensioenregeling van het Sociaal Plan Woningbouw (SPW) aangepast van € 107.593 (2019) naar € 112.189 (2021). - In hoofdstuk 12 is het bedrag van de transitievergoeding aangepast van € 81.000 (2019) naar € 84.000 (2021). - De referentiedata in de tekst zijn aangepast van 1 januari 2019 naar 1 januari 2021.
Deze aanpassingen tonen de continue noodzaak om de overeenkomst te actualiseren met de nieuwste versie van de Governancecode en relevante wetgeving. De handreiking is bedoeld als hulpmiddel om de relatie tussen bestuurder en commissarissen te versterken, waardoor ze samen kunnen werken aan het realiseren van de opgave van de woningcorporatie. De relatie is gebaseerd op wederzijds vertrouwen en respect, en de afspraken in de overeenkomst moeten deze relatie ondersteunen.
Casuïstiek en de Gezagsverhouding
Een kritisch aspect bij de arbeidsovereenkomst van een bestuurder, met name bij stichtingen, is het bestaan van een gezagsverhouding. De vraag of een bestuurder in dienstbetrekking staat, is niet alleen een vraag van juridische interpretatie, maar een feitelijke beoordeling van de machtsverhoudingen binnen de organisatie. Dit is van cruciaal belang voor het recht op uitkeringen, zoals onder de Werkloosheidswet.
Een verlichtend voorbeeld wordt gevonden in een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) van 8 april 2015. De casus betrof een directeur van een stichting die na beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst in april 2012 een uitkering aanvraagd bij het UWV. Het UWV oordeelde dat er geen sprake was van een gezagsverhouding en derhalve geen dienstbetrekking bestond, waardoor de persoon geen recht op uitkering had.
De achtergrond van deze zaak toont de complexiteit van de structuur. De betrokkene was in dienst van de stichting vanaf 2009 als directeur, maar trad toe als enig bestuurder in augustus 2011. Vanwege de verandering in het bestuur, waarbij vanaf oktober 2011 twee andere bestuurders aantraden, bestond het bestuur uit drie personen met elk één stem. Het geschil betrof de mogelijke dienstbetrekking in de periode oktober 2011 tot 1 april 2012.
De rechtbank oordeelde dat sprake was van een gezagsverhouding. De reden hiervoor was dat de directeur geen zelfstandige beslissingsbevoegdheid meer had vanaf het moment dat de andere bestuurders aantraden. De handelingen van de directeur waren onderworpen aan de goedkeuring van de andere bestuursleden. Dit betekent dat er feitelijk sprake was van een gezagsverhouding.
In hoger beroep oordeelde de CRvB eveneens dat de directeur in gezagsverhouding stond tot de stichting. Volgens de vaste rechtspraak van de Hoge Raad is bij de beoordeling van de vraag of een gezagsverhouding bestaat, namelijk niet van belang welke personen deel uitmaken van het orgaan van de rechtspersoon dat instructies kan geven. De vraag of materieel sprake is van een gezagsverhouding, is bij die beoordeling niet relevant. Dit betekent dat de vorm van het orgaan (enig bestuurder versus collectief bestuur) de aanwezigheid van een gezagsverhouding niet automatisch wegneemt; het gaat om het feitelijke ondergeschikt zijn aan het gezag van de organisatie.
Specifieke Regelingen en Bijkomende Zaken
Naast de basis van de arbeidsovereenkomst zijn er specifieke situaties die vereisen dat er sprake is van een afzonderlijke regeling. Bijvoorbeeld, als een bestuurder tevens werkzaam is als medisch specialist, dan kan dit het beste in een afzonderlijke arbeidsovereenkomst worden vastgelegd. Dit is een praktisch voorbeeld van hoe complexe werkrelaties in de zorg of andere sectoren moeten worden afgebakend.
De handreikingen zijn ook gewijzigd om rekening te houden met nevenactiviteiten, scholing en zorgverlof. Deze onderwerpen zijn essentieel voor een volledige regeling van de arbeidsovereenkomst. De aanpassingen in de handreikingen omvatten ook de integratie van de Flexpensioenregeling en de bijbehorende bedragen, die in de loop der tijd zijn aangepast.
Voor de pensioenvoorziening is er een specifieke regeling van toepassing. De bedragen voor de Flexpensioenregeling van het Sociaal Plan Woningbouw (SPW) zijn geactualiseerd. Het bedrag is gewijzigd van € 107.593 (2019) naar € 112.189 (2021). Dit is een belangrijk detail voor de financiële planning van de pensioenvoorziening van de bestuurder.
Ook de transitievergoeding heeft specifieke bedragen ondergaan. Het bedrag is aangepast van € 81.000 (2019) naar € 84.000 (2021). Deze wijzigingen zijn direct gerelateerd aan de WNT en de wettelijke beperkingen die gelden voor woningcorporaties. Het is essentieel dat de raad van commissarissen en de bestuurder zich bewust zijn van deze grenzen.
De Rol van NVBW en VTW in de Regeling
De Nederlandse Vereniging Bestuurders Woningcorporaties (NVBW) en de Vereniging van Toezichthouders in Woningcorporaties (VTW) hebben gezamenlijk de handreiking ontwikkeld. Deze samenwerking tussen vertegenwoordigers van bestuurders en toezichthouders garandeert dat de handreiking zowel de belangen van de bestuurder als de toezichthouders belichaamt. De handreiking is een uitgave van deze twee verenigingen en is bedoeld als praktisch hulpmiddel voor het opstellen van de arbeidsovereenkomst.
De nieuwe versie van de handreiking bevat redactionele wijzigingen ter verduidelijking en verbetering van de leesbaarheid. Daarnaast zijn inhoudelijke aanpassingen doorgevoerd, zoals de verwijzing naar de Governancecode 2020 en de verwerking van de WAB. De actualisatie is in lijn met de Governancecode 2025 en de relevante wetgeving. Dit toont de continuïteit en actualiteit van de documenten die als basis dienen voor de arbeidsrelatie.
De handreiking is niet beperkt tot alleen de tekstuele regeling, maar bevat ook praktische hulpmiddelen zoals de Splitsingstool op de site van de VTW. Deze tool helpt bij het berekenen van het maandsalaris, rekening houdend met de pensioenpremies die specifiek gelden voor de woningcorporatiesector. Dit maakt de handreiking een praktisch instrument voor de dagelijkse beheer van de arbeidsovereenkomst.
Tabel: Overzicht van Financiële Grenswaarden en Wijzigingen
Om de complexiteit van de financiële beperkingen te verduidelijken, biedt onderstaande tabel een samenvatting van de belangrijkste bedragen en hun evolutie in de handreikingen:
| Omschrijving | Bedrag 2019 | Bedrag 2021 | Opmerkingen |
|---|---|---|---|
| Flexpensioenregeling (SPW) | € 107.593 | € 112.189 | Maximaal toelaatbaar pensioenbedrag |
| Transitievergoeding | € 81.000 | € 84.000 | Maximale vergoeding bij beëindiging |
| WNT Maximaal Beëindigingsvergoeding | N.V.T. | € 75.000 | Maximale bedragen bij wederzijds goedvinden |
| Referentiedatum | 1 januari 2019 | 1 januari 2021 | Datum van de geldende handreiking |
Deze tabel illustreert hoe de financiële kaders in de loop der tijd zijn aangepast aan de veranderingen in de wetgeving en de economische situatie. Het is van essentieel belang dat zowel de bestuurder als de raad van commissarissen deze bedragen nauwkeurig in de arbeidsovereenkomst opnemen.
Conclusie
De arbeidsovereenkomst voor een statutair bestuurder van een woningcorporatie is een complex document dat ingewikkelde juridische en financiële regels omvatt. De samenwerking tussen de bestuurder en de raad van commissarissen steunt op een basis van wederzijds vertrouwen en respect, waarbij de afspraken in de overeenkomst deze relatie moeten versterken. De handreikingen van NVBW en VTW bieden een uitgebreide leidraad voor het opstellen van deze overeenkomst, met specifieke aandacht voor de WNT-beperkingen, de transitievergoeding en de gezagsverhouding.
De actualisaties in de handreikingen, zoals de aanpassingen aan de Governancecode 2025 en de WAB, benadrukken de noodzaak om de documenten voortdurend op de dag te houden. De juridische casuïstiek rondom de gezagsverhouding toont aan dat de vraag of er sprake is van een dienstbetrekking niet louter formeel is, maar afhangt van het feitelijke ondergeschikt zijn aan het gezag van de organisatie. De beperkingen van de WNT zijn van cruciaal belang voor het bepalen van de financiële kaders, waarbij de maximumbedragen voor pensioen en transitievergoedingen nauwkeurig moeten worden gerespecteerd.
Voor woningcorporaties is het van essentieel belang om de arbeidsovereenkomst zorgvuldig te formuleren om een transparante werkrelatie te waarborgen. De handreikingen van NVBW en VTW fungeren als het belangrijkste hulpmiddel om dit te realiseren, met specifieke aandacht voor de financiële en juridische aspecten. De samenwerking tussen bestuurder en commissarissen, gebaseerd op vertrouwen en respect, is de sleutel tot het succesvol realiseren van de opgave van de woningcorporatie.
Bronnen
- WNT in de arbeidsovereenkomst - WNT Advies
- Nieuwe handreiking arbeidsovereenkomst statutair bestuurder - NVBW
- Geactualiseerde handreiking arbeidsovereenkomst statutair bestuurder - NVBW
- Handreiking arbeidsovereenkomst statutair bestuurder - VTW
- Beëindigingsvergoedingen bestuurders woningcorporaties - Bres Advocaten
- Bestuurder in dienstbetrekking bij stichting - PwC
