Eugène Janssen en de Toekomst van Woningbouw: Van Ketensamenwerking tot Pensioen

De sector van de woningcorporaties in Nederland staat voor ingrijpende uitdagingen die ver ver reiken dan alleen het leveren van woningen. Het gaat om de structuur van de ketensamenwerking, de veranderende behoeften van een ouder wordende samenleving, de noodzaak van CO2-reductie en de complexe balancering tussen betaalbaarheid en kwaliteit. In dit klimaat treedt de figuur van Eugène Janssen op als een centrale speler. Zijn loopbaan bij woningcorporatie Oosterpoort, een organisatie die fungeert als monopolist in de gemeenten Berg en Dal en Heumen, illustreert hoe een bestuurder kan fungeren als katalysator voor fundamentele veranderingen in de bouw- en huisvestingssector. Janssen, die in 2021 met pensioen ging, vertegenwoordigt niet enkel een individu, maar een specifieke benadering waarbij traditionele rollen van opdrachtgever en opdrachtnemer worden omgezet in partnerschappen. Deze transformatie is essentieel voor het aanpakken van hedendaagse maatschappelijke vraagstukken zoals woningnood, huurschulden en duurzaamheid.

De kern van deze aanpak ligt in de concepten die Janssen heeft ontwikkeld. In plaats van een hiërarchische relatie waarin de woningcorporatie als enige bepalende factor fungeert, is er sprake van een ketensamenwerking waarbij onderhouds- en bouwbedrijven als volwaardige partners optreden. Deze partnerschappen werken op strategisch, tactisch en operationeel niveau mee aan de uitdagingen. De betrokken bedrijven, zoals De Variabele en Van de Klok, zijn niet uitvoerders maar samen denkers. Deze methode is ontwikkeld in een periode waarin de wereld van woningcorporaties sterk veranderde, wat de noodzaak van reflectie en nieuwe leiderschapsstijlen onderstreept. Janssen heeft deze aanpak in 2011 geïnitieerd toen Oosterpoort voor de uitdaging stond om te verbeteren op het gebied van kosten, kwaliteit en huurderstevredenheid.

De Transformatie van Traditionele Rollen naar Ketensamenwerking

De basis van de benadering van Eugène Janssen berust op een fundamentele verschuiving in de manier waarop een woningcorporatie met haar ketenpartners samenwerkt. Traditioneel fungeert de woningcorporatie als de centrale opdrachtgever die specificaties opstelt en aannemers instrucent om deze uit te voeren. In het model dat Janssen heeft geïmplementeerd bij Oosterpoort, worden deze rollen vervangen door een partnerschap waarbij de betrokken partijen meedenken op drie niveaus: strategisch, tactisch en operationeel. Dit betekent dat onderhouds- en bouwbedrijven niet langer louter uitvoeringspartners zijn, maar dat zij actief bijdragen aan de visie en de uitvoering van projecten.

Deze verandering is een reactie op de dynamiek in de markt. De wereld van woningcorporaties was sterk aan het veranderen, wat de behoefte van Janssen om te reflecteren en nieuwe manieren te ontwikkelen versterkte. In 2015 startte hij met het programma Executive Change Management (ECM) om concrete klantvraagstukken van Oosterpoort aan te pakken. Het doel was om een andere, indirectere vorm van aansturing te creëren, waarbij de bestuurder meer de richting aangeeft en de partnerschap de uitvoering verzorgt. Dit model is cruciaal voor het aanpakken van complexe vraagstukken zoals de woningnood, de ouder wordende samenleving en CO2-reductie.

De ketensamenwerking brengt met zich mee dat de organisatie wendbaar blijft. Door samen vorm te geven aan verandering in de praktijk, ontwikkelt de organisatie het vermogen om wendbaar te blijven. Dit is niet alleen een theoretisch concept, maar een werkend model dat is toegepast bij Oosterpoort samen met ketenpartners zoals De Variabele en Van de Klok. Dit partnerschap fungeerde als een voorbeeld voor vakgenoten in de sector. De nadruk ligt op het samenwerken om een bijdrage te leveren aan de samenleving, wat de filosofie "adel verplicht" versterkt. Omdat de corporatie een monopolist is in het werkgebied van Berg en Dal en Heumen, geldt de verantwoordelijkheid voor het bieden van betaalbare woningen en het voorkomen van huurschulden als een plicht die niet kan worden afgewend.

Reflectie en Leiderschap in de Publieke Sector

Eugène Janssen heeft ruim 30 jaar in de publieke sector gewerkt, gedreven door het verbeteren van publieke prestaties. Een kenmerkend aspect van zijn loopbaan is de regelmatige behoefte aan reflectie. Elk zoveel jaar stopt hij om na te gaan of hij nog steeds op de juiste weg zit. Deze behoefte werd extra versterkt vlak voor hij in 2015 begon met de ECM-opleiding. Hij was begin zestig en had zes jaar hard gewerkt bij Oosterpoort om tot een vergaande vorm van ketensamenwerking te komen.

Het ECM-programma diende als middel om nieuwe manieren van hanteren van vraagstukken te ontwikkelen. Janssen gebruikte deze tijd om samen met collega's concrete klantvraagstukken op te pakken. De focus lag op het behalen van meer resultaat met een andere, indirecte aansturing. Dit proces was erg tijdsintensief en boeiend. Het schrijven van het reflectieverslag fungeerde als een indringende manier van reflecteren, wat heel anders was dan hij gewend was en zeer waardevol bleek te zijn. Deze reflectie leidde tot een dieper inzicht in hoe leiderschap in de publieke sector moet functioneren.

De leiderschapsstijl die Janssen hanteert kenmerkt zich door een indirecte aansturing. Dit betekent dat hij de richting aangeeft en de verantwoordelijkheid voor de uitvoering delegeert aan de ketenpartners. Dit vraagt om een hoge mate van vertrouwen en een gedeelde visie. Het doel is om mensen in de organisatie te sturen en samen te werken met anderen in de keten om een bijdrage te leveren aan de samenleving. De uitdagingen die hiermee worden aangepakt zijn veelzijdig: woningnood, een ouder wordende samenleving, betaalbaarheid, huurschulden en CO2-reductie. Janssen probeert zijn bevlogenheid in te zetten om iets te betekenen voor de bewoners van de gemeenten Berg en Dal en Heumen en omstreken.

De Context van Woningbouw en Architectuur

Naast de bestuurlijke rol van Janssen is er ook de architectonische dimensie van woningbouw van belang. Eugène Wijffels (1954) is een architect gespecialiseerd in woningbouw en huisvesting voor de zorg. Zijn werkwijze is gebaseerd op de context van het gebouw, waarbij historie, landschap en stedelijke inpassing een belangrijk uitgangspunt vormen. Wijffels streeft naar een meerwaarde in architectonische uitstraling, functionaliteit, duurzaamheid en betaalbaarheid. Zijn portfolio omvat diverse projecten zoals de energiezuinige "Sfinx" woningen in Steggerda, 108 gerenoveerde woningen in Lemmer, 10 uitzichtwoningen in Makkum, "Kingsize" torens in Sneek en het afscheidscentrum/crematorium Andringastate ten zuiden van Marsum.

De samenwerking tussen architecten en bouwbedrijven is essentieel voor de kwaliteit van woningen. Op dit moment werkt Eugène Wijffels samen met Sipma Architecten uit Heerenveen aan verschillende woningbouwprojecten. Een bijzonder project is het ontwerp voor tiny houses in samenwerking met de DBTW Woningbouwgroep. Dit onderstreept de diversiteit van de behoeften in de woningbouwsector, van grote renovaties tot kleine, compacte oplossingen.

De contextuele benadering van Wijffels sluit naadloos aan bij de filosofie van ketensamenwerking zoals door Janssen is ingevoerd. Beide benaderingen benadrukken dat woningen niet in een vacuüm ontworpen worden, maar in de context van de geschiedenis, het landschap en de stedelijke omgeving. Dit zorgt voor een betere inpassing en een hogere duurzaamheid. De samenwerking met partners zoals De Variabele en Van de Klok, zoals vermeld in de bronnen, is essentieel voor het realiseren van deze visie.

Uitdagingen en Verantwoordelijkheid van Woningcorporaties

De huidige uitdagingen waar woningcorporaties mee te maken hebben zijn complex en meervoudig. De parlementaire enquête van 2014 heeft geleid tot een snelle toename van regelgeving, wat de druk op de sector verhoogt. Desondanks deze externe factoren blijft de kern van de opdracht van de corporatie ongewijzigd: het zorgen voor betaalbare woningen en het aanpakken van maatschappelijke vraagstukken. De uitdagingen omvatten onder andere woningnood, de ouder wordende samenleving, betaalbaarheid, huurschulden en CO2-reductie.

Een belangrijk aspect van deze uitdagingen is de rol van de woningcorporatie als monopolist in haar werkgebied. Voor Oosterpoort betekent dit dat zij de enige leverancier is van sociale huisvesting in de gemeenten Berg en Dal en Heumen. Dit creëert een specifieke verantwoordelijkheid die door Janssen als "adel verplicht" wordt omschreven. Omdat er geen concurrentie is, geldt de ethische plicht tot het dienen van de gemeenschap als een onontkoombare verplichting. De bestuurder moet ervoor zorgen dat de corporatie niet enkel voldoet aan regelgeving, maar ook actief bijdraagt aan het oplossen van maatschappelijke problemen.

De ketensamenwerking is een noodzakelijk middel om deze complexe uitdagingen aan te pakken. Door samen te werken met aannemers en onderhoudsbedrijven op strategisch niveau, kunnen corporaties flexibeler en effectiever reageren op veranderende behoeften. Dit model helpt bij het vinden van oplossingen voor de woningnood en het verminderen van CO2-uitstoot door meer efficiënte bouw- en onderhoudsmethoden.

Overgang naar Pensioen en Vererfde Kennis

Op 1 juni 2021 ging Eugène Janssen met pensioen na een decennium bij Oosterpoort. De overgang van actief bestuurder naar gepensioneerde was geen periode van rust, maar van reflectie en verdere bijdrage. In zijn optiek geldt dat het geen "uitzitten" wordt, omdat er veel te doen is in de samenleving. Hij blijft betrokken bij het verbeteren van publieke prestaties en het sturen van mensen in de organisatie.

De kennis en ervaring die Janssen heeft opgebouwd tijdens zijn carrière zijn van cruciaal belang voor de toekomst van de sector. Zijn aanpak van ketensamenwerking heeft gediend als voorbeeld voor zijn vakgenoten. Samen met ketenpartners zoals De Variabele en Van de Klok, een collega-bestuurder van woningcorporatie Talis en medewerkers van Oosterpoort, blikt hij met trots terug op zijn prestaties. Deze kennis is essentieel voor de volgende generatie van bestuurders die de uitdagingen van de woningsector moeten aanpakken.

Deze overgang benadrukt ook de continuïteit van de missie. Hoewel Janssen niet langer de dagelijkse leiding voert, blijft de filosofie van "adel verplicht" en de benodigde samenwerking met ketenpartners van toepassing zijn voor de toekomst. De reflectie die hij heeft doorgevoerd via het ECM-programma heeft geleid tot inzichten die verder gaan dan de individuele carrière en de hele sector beïnvloeden.

Vergelijking van Aanpak en Resultaten

Om de impact van de door Janssen geïnitieerde ketensamenwerking te visualiseren, kan een vergelijking worden gemaakt tussen de traditionele aanpak en het nieuwe partnerschapsmodel.

Aspect Traditioneel Model Model van Ketensamenwerking (Janssen)
Relatie Opdrachtgever en Opdrachtnemer Volwaardige partners
Niveau Uitvoering (Operationeel) Strategisch, Tactisch en Operationeel
Doel Uitvoeren van specificaties Samen denken en oplossingen vinden
Aansturing Directe instructies Indirecte aansturing en samenwerking
Resultaat Uitgevoerd werk Verbeterde kosten, kwaliteit en tevredenheid
Flexibiliteit Beperkt Wendbaar door samenwerking
Verantwoordelijkheid Uitvoerder draagt risico Gedeelde verantwoordelijkheid

Dit model is essentieel voor het aanpakken van complexe vraagstukken zoals de woningnood en CO2-reductie. Door de samenwerking op strategisch niveau kan de corporatie beter reageren op veranderende maatschappelijke behoeften. De nadruk op kwaliteitsverbetering en tevredenheid van de huurder is direct verbonden aan deze aanpak.

De Rol van Reflectie in Professionele Ontwikkeling

De behoefte aan reflectie is een sleutelcomponent in de professionele ontwikkeling van een bestuurder in de publieke sector. Eugène Janssen benadrukt dat eens in de zoveel jaar een stilstand nodig is om te beoordelen of men nog steeds op de juiste weg is. Deze reflexie is niet louter theoretisch, maar wordt ingezet om concrete vraagstukken aan te pakken. Het schrijven van het reflectieverslag tijdens het ECM-programma diende als een indringende manier om nieuwe inzichten te verankeren.

Deze reflectie heeft geleid tot een verandering in de leiderschapsstijl. Janssen ontwikkelde een vorm van indirecte aansturing waarbij hij de richting aangeeft en de uitvoering overlaat aan de ketenpartners. Dit vereist een hoge mate van vertrouwen en communicatie. Het proces is tijdsintensief, maar zeer waardevol voor de organisatie. Door deze reflectie heeft hij niet alleen zijn eigen rol veranderd, maar ook de cultuur binnen de organisatie.

De reflectie is ook een middel om te omgaan met de snel veranderende regelgeving en maatschappelijke druk. De parlementaire enquête van 2014 heeft geleid tot veel regelgeving in hoog tempo. Een bestuurder moet constant de context volgen en aanpassen. De reflectie helpt bij het vinden van balans tussen deze externe eisen en de interne doelen van de corporatie.

Conclusie

De carrière van Eugène Janssen bij woningcorporatie Oosterpoort vertegenwoordigt een model van leiderschap dat gebaseerd is op ketensamenwerking, reflectie en een diep verankerd besef van maatschappelijke verantwoordelijkheid. Zijn aanpak, waarbij traditionele rollen worden omgezet in partnerschappen op strategisch, tactisch en operationeel niveau, heeft geleid tot verbeteringen in kosten, kwaliteit en huurderstevredenheid. Deze benadering is niet louter een managementtechniek, maar een noodzakelijke reactie op de complexe uitdagingen van de huidige woningbouwsector, waaronder woningnood, de ouder wordende samenleving en CO2-reductie.

De filosofie van "adel verplicht" benadrukt de ethische plicht van een monopolist in het werkgebied van Berg en Dal en Heumen. Door samen te werken met ketenpartners zoals De Variabele en Van de Klok, heeft Janssen een voorbeeld gegeven voor de sector. Zijn overgang naar pensioen op 1 juni 2021 markeert het einde van zijn actieve rol, maar de kennis en de methode die hij heeft ontwikkeld blijven relevant. De reflectie via het ECM-programma heeft geleid tot inzichten die verder gaan dan de individuele carrière en de hele sector beïnvloeden. De toekomst van de woningbouw ligt in deze samenwerkingen en de vermogen om wendbaar te blijven in een snel veranderende wereld.

Bronnen

  1. Eugène Janssen: van pionier tot pensionado
  2. Eugène Wijffels Architecten - CV
  3. SIOO: Eugène Janssen
  4. B&B Vol Liefde 2025: Gene

Related Posts