Inleiding
In 2025 gelden verschillende regels voor huurverhogingen, afhankelijk van het type woning en huurovereenkomst. Voor woningen in de vrije sector is de maximale huurverhoging beperkt tot 4,1%, terwijl woningen in de middenhuursector een hogere verhogingsmarge van maximaal 7,7% toestaan. Sociale huurwoningen blijven onder specifieke regels vallen, met een standaard verhoging van maximaal 5% of een vast bedrag, afhankelijk van de kale huur. Daarnaast zijn er regels rondom inkomensafhankelijke huurverhogingen en bezwaargronden voor huurders. In dit artikel worden de relevante regelgevingen en praktijken voor huurverhogingen in 2025 uitgebreid besproken, met nadruk op de wettelijke kaders, praktische toepassing en beschikbare mogelijkheden voor verhuurders en huurders.
Huurverhoging in de vrije sector
De huurovereenkomsten in de vrije sector zijn onder meer gereguleerd door de Wet betaalbare huur. Vanaf 1 januari 2025 mag de verhuurder van woningen in de vrije sector de huur met maximaal 4,1% verhogen. Deze verhoging is een maximumgrens, wat betekent dat lagere percentages in de huurovereenkomst van toepassing kunnen zijn. In dergelijke gevallen geldt het lager percentage.
Er is geen verplichting voor verhuurders om schriftelijk voorstel te doen of de huurverhoging vooraf aan te kondigen. Toch is het aan te raden om schriftelijke communicatie te gebruiken om mogelijke onduidelijkheden te voorkomen. In de huurovereenkomst is vaak vermeld in welke maand de huur jaarlijks mag worden verhoogd.
Woningen in de vrije sector zoals appartementen, eengezinswoningen of studio’s kunnen dus met maximaal 4,1% worden verhoogd. Deze verhoging geldt ook voor lopende huurovereenkomsten die vooraf in de vrije sector werden aangegaan, zelfs als deze nu in de middenhuursector vallen. Alleen bij het aangaan van een nieuwe huurovereenkomst gelden de regels van de middenhuursector.
Lopende huurovereenkomsten die voor 1 juli 2024 in de vrije sector vielen en nu onder de Wet betaalbare huur vallen, blijven onder de vrije sectorregels vallen voor huurverhogingen in 2025. Pas bij een nieuwe huurovereenkomst worden de regels van de middenhuursector van toepassing.
Een belangrijk aspect is dat de huurverhoging niet mag leiden tot een huurprijs die boven de maximale huurprijs uitkomt, zoals bepaald door het woningwaarderingsstelsel (WWS). Deze maximale huurprijs is afhankelijk van het aantal kamers, de ligging en andere kenmerken van de woning.
Huurverhoging in de middenhuursector
Woningen in de middenhuursector mogen vanaf 1 januari 2025 met een maximale huurverhoging van 7,7% worden verhoogd. Dit percentage is hoger dan het maximum voor de vrije sector, wat een bepaalde flexibiliteit biedt aan verhuurders in deze sector. Net als bij de vrije sector geldt dat het lager percentage uit de huurovereenkomst geldt als dat lager is dan 7,7%.
De huurovereenkomst bepaalt wanneer de huur jaarlijks mag worden verhoogd, meestal in een bepaalde maand. Verhuurders hoeven geen schriftelijk voorstel of aankondiging te doen, hoewel schriftelijke communicatie aan te raden is voor transparantie.
Net als bij de vrije sector geldt de huurprijsbescherming ook voor middenhuurwoningen. Dit betekent dat de huurverhoging niet mag leiden tot een huurprijs die boven de maximale huurprijs uitkomt, zoals bepaald door het woningwaarderingsstelsel.
Huurverhoging in de sociale sector
Voor sociale huurwoningen gelden aparte regels, die vanaf 1 juli 2025 zijn vastgesteld. De verhoging is maximaal 5% van de kale huur, mits deze 350 euro of meer per maand is. Voor huurprijzen onder de 350 euro geldt een vaste verhoging van 25 euro. Deze verhoging is onafhankelijk van het inkomen van de huurder.
Daarnaast geldt er een inkomensafhankelijke huurverhoging, die toepasbaar is op zelfstandige woningen in de sociale sector wanneer de huurder een hoger inkomen heeft. In dergelijke gevallen mag de verhuurder een hogere huurverhoging voorstellen. Deze verhoging is afhankelijk van het inkomen van de huurder en de inkomensgrenzen zijn vastgelegd in de wetgeving.
Bij huurverhogingen in de sociale sector moet de verhuurder een schriftelijk voorstel doen. De huurder kan binnen vier maanden na de ingangsdatum van de huurverhoging een procedure starten bij de Huurcommissie als ze het voorstel weigert.
De regels voor huurverhogingen in de sociale sector zijn van toepassing op zelfstandige woningen zoals eengezinswoningen, appartementen en studios. Kamers, woonwagens en woonwagenstandplaatsen vallen onder andere regels, zoals verder uitgelegd in de volgende sectie.
Huurverhoging van kamers, woonwagens en woonwagenstandplaatsen
Kamers, woonwagens en woonwagenstandplaatsen vallen onder specifieke regels voor huurverhogingen. Vanaf 1 juli 2025 mag de huur van deze woningen met maximaal 5% worden verhoogd. Deze verhoging is niet afhankelijk van het inkomen van de huurder, in tegenstelling tot wat geldt voor huurwoningen in de sociale sector.
Een belangrijk verschil is dat de verhuurder van een kamer, woonwagen of standplaats het inkomen van de huurder niet mag opvragen bij de Belastingdienst. Dit betekent dat er geen inkomensafhankelijke huurverhoging is voor deze categorie woningen.
De huurverhoging voor kamers, woonwagens en woonwagenstandplaatsen is vastgelegd voor meerdere jaren. Voor 2025 is het maximum 5%, terwijl de verhoging voor 2024 5,8% bedroeg. In 2023 was de verhoging 3,1% en in 2022 2,3%. In 2021 was er zelfs geen huurverhoging, terwijl in 2020 de verhoging opnieuw 4,1% was.
Inkomensafhankelijke huurverhoging
In de sociale sector is sprake van een inkomensafhankelijke huurverhoging, wat betekent dat de verhoging afhankelijk is van het inkomen van de huurder. Deze verhoging is vooral van toepassing op huurwoningen waarin meerpersoonshuishoudens wonen.
De inkomensgrenzen voor deze verhoging zijn vastgelegd. Voor eenpersoonshuishoudens met een gezamenlijk inkomen van 2023 lager dan 57.143 euro is de maximale huurverhoging 5%. Voor huurders met hoger inkomen, boven 67.366 euro, is de verhoging 100 euro. In het middenmuntje, tussen deze grenzen, geldt een verhoging van 50 euro.
Voor meerpersoonshuishoudens zijn de inkomensgrenzen hoger. Bij een gezamenlijk inkomen van 2023 lager dan 66.126 euro is de verhoging 5%. Voor huurders met een inkomen tussen 66.126 en 89.821 euro geldt een verhoging van 50 euro, en voor huurders met een inkomen boven 89.821 euro is de verhoging 100 euro.
Het belangrijkste verschil tussen de inkomensafhankelijke verhoging en de standaardverhoging is dat de inkomensafhankelijke verhoging geen verplichting is voor de verhuurder. De verhuurder mag, maar hoeft niet, een verhoging voor te stellen aan huurders met hoger inkomen. De huurder kan dan besluiten of ze deze verhoging aanvaarden of niet.
Bezwaargronden en procedurale regels
Huurders hebben de mogelijkheid om bezwaar te maken tegen een huurverhoging. Voor woningen in de vrije sector en de middenhuursector mag een huurder binnen vier maanden na de ingangsdatum van de huurverhoging een procedure starten bij de Huurcommissie. Deze procedure is bedoeld om eventuele onredelijke of wettelijk niet aanvaardbare verhogingen te bespreken.
In de sociale sector zijn er extra bezwaargronden. Zo kan een huurder bezwaar maken als de huurprijs tijdelijk is verlaagd vanwege onderhoudsgebreken. Ook kan er bezwaar worden gemaakt als de verhoging niet in overeenstemming is met de regels voor inkomensafhankelijke verhoging of als het inkomen van de huurder niet correct is bepaald.
Het belangrijkste is dat de huurder schriftelijk kan aangeven dat ze het voorstel tot huurverhoging weigert en eventueel een procedure kan indienen bij de Huurcommissie. De verhuurder is dan verplicht om het voorstel te herzien of eventueel terug te nemen.
Praktische toepassing en tips voor verhuurders
Voor verhuurders is het belangrijk om schriftelijke communicatie te gebruiken bij huurverhogingen. Hoewel het niet verplicht is, helpt dit om eventuele onduidelijkheden te voorkomen en bij te dragen aan een goede relatie met de huurder.
Bij huurovereenkomsten in de vrije sector en middenhuursector is het aan te raden om het wettelijk toegestane maximum van 4,1% of 7,7% te hanteren, tenzij een lagere verhoging in de huurovereenkomst is afgesproken. In dergelijke gevallen geldt het lagere percentage.
Voor sociale huurwoningen is het verplicht om een schriftelijk voorstel tot verhoging te doen. De verhuurder moet dit voorstel duidelijk formuleren, waarin staat hoeveel de verhoging is en wanneer deze in werking treedt. De huurder kan dan beslissen of ze dit aanvaarden of niet.
Het is ook belangrijk om te weten dat een huurverhoging slechts één keer per 12 maanden mag plaatsvinden. Dit geldt voor alle huurovereenkomsten, ongeacht welk segment ze in vallen.
De spoedwet en toekomstige ontwikkelingen
In februari 2025 is een spoedwetsvoorstel ingediend met als doel de huurprijzen voor alle segmenten te bevriezen per 1 juli 2025 voor een jaar. Dit voorstel is bedoeld om huurders te beschermen tegen verder stijgende huren, maar de Raad van State heeft negatief geadviseerd. Het wetsvoorstel moet nog worden behandeld door de Tweede Kamer, maar het is niet verwacht dat het zal worden aangenomen.
Verhuurders en huurders die meer informatie willen over de spoedwet of andere regelgeving kunnen contact opnemen met Claudia van Meurs-Janssens. De behandeling van het wetsvoorstel is openbaar en kan online worden gevolgd via een link die op de website van de overheid staat.
Conclusie
In 2025 gelden verschillende regels voor huurverhogingen, afhankelijk van het type woning en huurovereenkomst. Voor woningen in de vrije sector is de maximale huurverhoging beperkt tot 4,1%, terwijl woningen in de middenhuursector een hogere verhogingsmarge van maximaal 7,7% toestaan. Sociale huurwoningen blijven onder specifieke regels vallen, met een standaard verhoging van maximaal 5% of een vast bedrag, afhankelijk van de kale huur.
Daarnaast zijn er regels rondom inkomensafhankelijke huurverhogingen en bezwaargronden voor huurders. Het is belangrijk dat verhuurders schriftelijke communicatie gebruiken om eventuele onduidelijkheden te voorkomen en zich aan de wettelijke regels houden. Huurders hebben de mogelijkheid om bezwaar te maken tegen een verhoging via de Huurcommissie.
Tot slot is er ook de mogelijkheid van een spoedwetsvoorstel om de huurprijzen voor een jaar te bevriezen, maar het is niet verwacht dat dit voorstel zal worden aangenomen. Het is aan te raden dat zowel verhuurders als huurders op de hoogte blijven van eventuele wijzigingen in de wetgeving.
