Inleiding
De huurmarkt in Nederland ondergaat momenteel een transformatie, waarbij zowel woningcorporaties als huurders worden geconfronteerd met nieuwe regels en afspraken. Een belangrijk onderdeel van deze transformatie is de inkomensafhankelijke huurverhoging. Deze verhoging is gericht op huurders met een hoger inkomen dan de aangegeven drempel, met als doel sociale huurwoningen beschikbaar te houden voor huishoudens met een lager inkomen. Binnen dit kader zijn ook belangrijke afspraken gemaakt tussen Aedes, de vereniging van woningcorporaties, en de Woonbond, een belangrijke vertegenwoordiger van huurders.
Deze artikelen behandelen zowel de juridische en praktische aspecten van de inkomensafhankelijke huurverhoging als de nieuwe afspraken rondom de jaarlijkse huurverhoging op basis van inflatie en het inkomensniveau van huurders. Deze maatregelen zijn bedoeld om de huur betaalbaar en voorspelbaar te houden voor huurders, terwijl woningcorporaties tegelijkertijd financieel stabiel kunnen blijven. Het artikel biedt een gedetailleerde uitleg van de regelingen, het proces van inkomensverklaringen en bezwaargronden, en de rol van de overheid in deze ontwikkeling.
Wat is een inkomensafhankelijke huurverhoging?
De inkomensafhankelijke huurverhoging is een maatregel die gericht is op huurders van sociale huurwoningen die een hoger inkomen hebben dan een bepaalde drempel. Het doel is om de beschikbaarheid van sociale huurwoningen te waarborgen voor mensen die financieel minder in staat zijn om een duurdere woning te betalen. Deze verhoging is een onderdeel van de bredere inspanningen om scheefwonen te voorkomen, wat gebeurt wanneer huurders te veel verdienen voor een sociale huurwoning.
In juni 2025 is duidelijk geworden dat de eerder geplande huurbevriezing voor sociale huurwoningen niet doorgaat. Daarom gaat de huurverhoging op 1 juli 2025 zoals gewoon door. Voor huurders die boven de drempel van 33.614 euro verdienen, kan de huur extra verhoogd worden. Dit is afhankelijk van het inkomen dat de huurder verklaart. De verhuurder mag dan een hogere huur vragen, maar moet dit op basis van het inkomen berekenen.
Hoe wordt het inkomen bepaald?
Het inkomen dat wordt meegerekend voor de inkomensafhankelijke huurverhoging is gebaseerd op het geregistreerde inkomen dat door de Belastingdienst wordt gebruikt, ook wel het verzamelinkomen genoemd. De verhuurder kan de Belastingdienst vragen om dit inkomen te verstrekken, mits de huurder toestemming geeft. Deze inkomensverklaring wordt alleen gebruikt voor de berekening van de eventuele huurverhoging en mag niet voor andere doeleinden worden gebruikt.
Huurders kunnen bezwaar maken tegen de berekening van hun inkomensafhankelijke huurverhoging. Dit is mogelijk als het inkomen niet correct wordt meegerekend of als de verhoging niet in overeenstemming is met de regels. Het document van Aedes bevat een uitgebreide uitleg van welke bezwaargronden geldig zijn.
Wie is beïnvloed?
Het document van Aedes geeft aan dat ongeveer 450.000 huishoudens in Nederland mogelijk te maken krijgen met een inkomensafhankelijke huurverhoging. Dit betreft huishoudens die meer verdienen dan de drempel van 33.614 euro per jaar. Voor deze huishoudens kan de huur extra verhoogd worden, afhankelijk van het exacte inkomensniveau.
De inkomensafhankelijke huurverhoging is niet verplicht voor verhuurders. Zij mogen kiezen om een lagere huurverhoging aan te houden, ook al is de wettelijke drempel overschreden. De huurverhoging is bovendien alleen van toepassing bij een bewonerswissel in woningen met energielabel A, waarbij de huur met 10 euro per maand mag worden verhoogd.
Afspraken tussen Woonbond en Aedes over jaarlijkse huurverhoging
Naast de inkomensafhankelijke huurverhoging zijn er ook belangrijke afspraken gemaakt tussen de Woonbond en Aedes over de jaarlijkse huurverhoging voor sociale huurwoningen. Deze afspraken zijn onderdeel van een breder huurakkoord dat gericht is op het voorkomen van extreme huurstijgingen, het behouden van voorspelbaarheid en het waarborgen van betaalbaarheid voor huurders.
Huurverhoging op basis van drie jaar inflatie
Een van de kernpunten van het akkoord is dat de huurverhoging in de toekomst wordt bepaald op basis van het gemiddelde van de inflatie van de afgelopen drie jaar. Dit betekent dat de huur niet direct in de wachtrij staat voor extreme stijgingen in perioden van hoge inflatie. Door het gebruik van een gemiddelde over drie jaar wordt het effect van extreme inflatie verwaterd en blijft de huur stabiel.
Maximum huursomverhoging van 4%
Een tweede kernpunt is dat de huur mag stijgen met maximaal 4% per jaar. Dit is een wettelijke garantie die ervoor zorgt dat huurverhogingen niet te abrupt of te hoog uit kunnen vallen. Als de gemiddelde inflatie over de afgelopen drie jaar hoger is dan 4%, moet de overheid een oplossing bieden, zoals compensatie voor verhuurders. Dit maximum geldt zowel voor woningcorporaties als voor particuliere verhuurders.
Differentiële huurverhoging binnen een woningcorporatie
Woningcorporaties hebben binnen de 4%-grens de mogelijkheid om huurverhogingen te differentiëren. Dit betekent dat ze voor een deel van hun woningen een iets hogere huurverhoging mogen toepassen, mits ze deze hogere verhoging compenseren door elders lager te verhogen. De maximale afwijking per woning is 1 procentpunt boven het gemiddelde. Als het gemiddelde 4% is, mag een individuele huurverhoging maximaal 5% zijn.
Aanpassing wetsvoorstel
Het huurakkoord tussen Woonbond en Aedes is een reactie op een wetsvoorstel van woonminister Mona Keijzer. Het plan is om de jaarlijkse huurverhoging te baseren op de gemiddelde inflatie van de afgelopen drie jaar. Aedes en Woonbond steunen dit plan, maar willen dat de wet nog aangepast wordt. Ze stellen voor dat de wetsvoorstel moet worden uitgebreid met het maximum van 4% huursomstijging, om ervoor te zorgen dat de huur op de lange termijn betaalbaar blijft.
Extra ruimte voor particuliere verhuurders
Voor particuliere verhuurders, die meestal geen gebruik maken van een huursomstijging, is voorgesteld om het maximumpercentage gelijk te trekken met het percentage dat voor woningcorporaties geldt. Als de huursomstijging 4% is, dan mag de huurverhoging ook maximaal 4% zijn. Dit betekent dat particuliere verhuurders eveneens onder dezelfde regels vallen als woningcorporaties.
De rol van de overheid
De afspraken tussen Woonbond en Aedes zijn nog niet officieel in werking getreden. Ze moeten eerst worden uitgewerkt en in de wet worden vastgelegd. De volgende stap is dat Aedes en Woonbond het akkoord verder bespreken met de partners van het Duurzaam Prestatiemodel, waaronder het Rijk, het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) en de Autoriteit woningcorporaties (Aw). Vervolgens komt het akkoord in overleg met de partners van de Nationale Prestatieafspraken, namelijk het Rijk en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG).
Pas wanneer het wetsvoorstel is aangepast en goedgemaakt door de Tweede Kamer en de Eerste Kamer, kunnen de afspraken officieel in werking treden. Dit proces vereist dus nog enige tijd en politieke overleg.
Invloed op huurders en verhuurders
De afspraken tussen Woonbond en Aedes en de inkomensafhankelijke huurverhoging hebben een duidelijke invloed op zowel huurders als verhuurders. Voor huurders is het belangrijk om te weten dat hun huur verhoging afhankelijk kan zijn van hun inkomensniveau. Huurders die boven de drempel vallen, moeten rekening houden met eventuele extra verhogingen. Daarnaast is het wenselijk om in de toekomst een voorspelbare huurverhoging te kunnen verwachten, die niet afhankelijk is van extreme inflatieperiodes.
Voor verhuurders, met name woningcorporaties, betekent het huurakkoord dat hun huurverhogingen beperkt zijn tot een maximum van 4%. Binnen die grens is er wel ruimte voor differentiatie, wat kan helpen om de financiële balans van de corporatie te behouden. Verhuurders zijn echter niet verplicht om het wettelijk maximum te gebruiken. Ze kunnen kiezen om lager te verhogen, wat voor huurders gunstig kan zijn.
Privacy en inkomensverklaring
Een belangrijk aspect van de inkomensafhankelijke huurverhoging is de verstrekkende toegang tot inkomensgegevens van huurders. Woningcorporaties mogen de Belastingdienst vragen om het verzamelinkomen van huurders te verstrekken, mits de huurder toestemming geeft. Het document van Aedes benadrukt dat de verhuurder geen misbruik maakt van deze gegevens en dat ze alleen gebruikt worden voor de berekening van de eventuele verhoging.
Huurders kunnen bezwaar maken tegen de berekening van hun inkomensafhankelijke huurverhoging. De afspraken tussen Aedes en Woonbond geven aan welke bezwaargronden geldig zijn. Deze omvatten situaties waarin het inkomen niet correct wordt meegerekend of waarin de huurverhoging niet in lijn is met de regels. Het proces van bezwaar is duidelijk uitgelegd in de documenten van Aedes en Woonbond.
Verduurzaming en energiebesparing
Een extra maatregel die deel uitmaakt van het huurakkoord is de mogelijkheid om de huur van woningen met energielabel A te verhogen. Deze verhoging is alleen van toepassing bij een bewonerswissel en bedraagt 10 euro per maand. De reden voor deze verhoging is dat huurders van deze woningen lager in energiekosten belopen. De mogelijkheid om iets meer te vragen voor deze woningen kan ook helpen bij het verduurzamen van extra woningen.
De toekomst van huurbeleid
De afspraken tussen Woonbond en Aedes zijn een moeizaam bereikt compromis. Zowel huurders als verhuurders hebben hun belangen behartigd en zijn tot het uiterste gegaan. Nu is het aan de politiek om te investeren in de bouw van nieuwe sociale huurwoningen en de bestaande huurbeleid te verbeteren. De afspraken zijn een stap in de richting van een duurzamere en betaalbare huurmarkt.
De Woonbond en Aedes zien in de huidige regelingen ook kansen om de financiële kaders van woningcorporaties te verbeteren. Deze corporaties betalen veel winstbelasting en ontvangen geen subsidie voor nieuwbouw van sociale huurwoningen. Het huurakkoord stelt dat geld dat door huurders wordt opgebracht, moet ten goede komen aan de volkshuisvesting en niet in de staatskas.
Conclusie
De inkomensafhankelijke huurverhoging en de afspraken tussen Woonbond en Aedes vormen belangrijke onderdelen van de huidige ontwikkeling in de Nederlandse huurmarkt. Deze maatregelen zijn bedoeld om sociale huurwoningen beschikbaar te houden voor huishoudens met een laag inkomen, om huurverhogingen voorspelbaar en betaalbaar te houden, en om woningcorporaties financieel stabiel te houden. De inkomensafhankelijke huurverhoging is gericht op huurders die boven een bepaalde drempel vallen, terwijl de afspraken tussen Woonbond en Aedes ervoor zorgen dat huurverhogingen binnen een wettelijk maximum blijven.
De overheid speelt een cruciale rol in het verwerken van deze afspraken in de wetgeving. Pas wanneer het wetsvoorstel is aangepast en door de Tweede Kamer en de Eerste Kamer is goedgekeurd, kunnen de afspraken officieel in werking treden. Tegen die tijd zijn verhuurders en huurders in staat om zich op de nieuwe regelingen voor te bereiden.
De privacy van huurders blijft een belangrijk thema, aangezien verhuurders toegang krijgen tot inkomensgegevens. Het is belangrijk dat deze gegevens alleen gebruikt worden voor de berekening van de eventuele verhoging en niet voor andere doeleinden. Het proces van bezwaar is duidelijk uitgelegd en geeft huurders de mogelijkheid om kritisch te kijken naar de berekening van hun huurverhoging.
In de toekomst is het wenselijk dat de huurmarkt zich verder ontwikkelt naar een model waarin zowel huurders als verhuurders in een duurzame en betaalbare situatie terecht komen. De afspraken tussen Woonbond en Aedes en de inkomensafhankelijke huurverhoging vormen een eerste stap in die richting.
