In de Nederlandse sociale zekerheidsstelsel speelt de kostendelersnorm een belangrijke rol bij de berekening van bijstandsuitkeringen. Deze norm beïnvloedt hoeveel geld een persoon ontvangt afhankelijk van het aantal personen dat in dezelfde woning woont. In Rotterdam is er in de afgelopen jaren een duidelijke keuze gemaakt om deze regel los te laten, met name voor jongeren tussen 21 en 27 jaar. Deze verandering is bedoeld om gezinnen te ondersteunen en te voorkomen dat jongeren gedwongen worden hun eigen huishouden op te richten, terwijl zij nog niet financieel zelfredzaam zijn. In dit artikel bespreken we de kostendelersnorm in detail, de wijzigingen die Rotterdam heeft doorgevoerd, en de gevolgen voor huishoudens en de woningmarkt.
Wat is de kostendelersnorm?
De kostendelersnorm is een regel binnen het bijstandsbeleid waarbij de uitkering voor een persoon verlaagt als zij of hij samenwoont met volwassenen (27 jaar of ouder). De logica achter deze norm is dat gezinnen of huishoudens die groter zijn, hun woonkosten kunnen delen, waardoor de individuele uitkering lager mag zijn.
De hoeveelheid uitkering die een persoon ontvangt wordt berekend op basis van het aantal kostendelers in het huishouden. Hoe meer volwassenen in het huis wonen, hoe lager de uitkering. Bijvoorbeeld, in een tweepersoonshuishouden ontvangt iedereen 50% van de normaal gesproken toegewezen bijstanduitkering. In een vijfpersoonshuishouden is dit percentage al gedaald tot 38%. Deze verdeling wordt toegepast op zowel eenenhuizen als gezinnen, en geldt voor alle personen vanaf 27 jaar of ouder, tenzij zij in een uitzondering vallen zoals studenten of kamerhuurders met commerciële huurovereenkomsten.
De regels zijn hetzelfde voor huishoudens die een IOAW- of IOAZ-uitkering ontvangen, alleen het uitkeringsbedrag is anders. De kostendelersnorm is dus een breed toepasbare regel binnen het sociale zekerheidsstelsel in Nederland.
Uitzonderingen op de kostendelersnorm
Niet iedereen die in een woning woont telt mee als kostendeler. Volgens de officiële richtlijnen van de gemeente Rotterdam zijn er duidelijke uitzonderingen. Deze uitzonderingen zijn bedoeld om ervoor te zorgen dat de regel niet onredelijk wordt toegepast op personen die financieel onafhankelijk zijn of bijvoorbeeld studenten zijn. De volgende personen tellen niet mee als kostendeler:
- Jongeren jonger dan 27 jaar.
- Studenten die een studie volgen waarvoor studiefinanciering toegestaan is.
- Medewerkers van de beroepsbegeleidende leerweg (BBL).
- Kamerhuurders die commerciële huurovereenkomsten hebben en een normale huurprijs betalen.
- Partners of medebewoners die op basis van een zakelijke huurovereenkomst wonen.
- Personen die een Wtos- of BBL-opleiding volgen.
De gemeente Rotterdam heeft duidelijke definities opgesteld over wat een commerciële huurovereenkomst inhoudt. Het uitgangspunt is dat een huurprijs commercieel is als deze in lijn is met de marktstandaarden. In 2026 stijgt de referentieprijs voor een kamerhuur vanaf €391,16 per maand. Als de huur lager is dan deze referentieprijs, wordt per geval beoordeeld of de huurprijs nog steeds als commercieel wordt beschouwd.
De rol van de kostendelersnorm in de woningmarkt
De kostendelersnorm heeft ook een indirecte impact op de woningmarkt, met name op de huurprijsontwikkelingen en de beschikbaarheid van woningen voor jongeren. In huishoudens waar jongeren tussen 21 en 27 jaar wonen, kan het huishouden totaal minder uitkering ontvangen dan wanneer deze jongeren afzijdig van de ouders wonen. Dit betekent dat ouders of andere volwassenen in het huishouden minder geld kunnen besteden aan woonruimte of andere levensonderhoudskosten.
In de praktijk leidt dit soms tot situaties waarin ouders van jongeren vanaf 21 jaar niet langer bereid zijn om hen onderdak te bieden, omdat ze vrezen dat hun uitkering zal dalen. Dit heeft in het verleden conflicten binnen gezinnen opgeleverd en heeft jongeren gedwongen hun eigen huishouden op te richten, terwijl zij financieel nog niet zelfredzaam zijn.
In dit opzicht speelt de woningmarkt een cruciale rol. Als jongeren gedwongen worden op zichzelf te gaan wonen, is er een groeiende vraag naar woningen, die echter niet altijd voldoende wordt gedekt door de aanbod. Hierdoor kan de druk op de woningmarkt toenemen, met mogelijke gevolgen voor huurprijsontwikkelingen en de beschikbaarheid van woningen voor jonge starters.
Wijzigingen in Rotterdam: Loslaten van de kostendelersnorm voor jongeren
Vanaf 1 juli 2022 heeft de gemeente Rotterdam een belangrijke wijziging doorgevoerd in het toepassen van de kostendelersnorm. Inwonende jongeren van 21 tot 27 jaar tellen niet langer mee als kostendeler. Dit betekent dat ouders of andere volwassenen in het huishouden geen lager bedrag aan bijstanduitkering ontvangen, zelfs als deze jongeren in hun woning blijven wonen.
Deze verandering is bedoeld om gezinnen te steunen en te voorkomen dat jongeren gedwongen worden hun eigen huishouden op te richten, terwijl zij financieel nog niet in staat zijn. In de praktijk kan dit helpen om conflicten te voorkomen en jongeren de gelegenheid te geven om financieel onafhankelijk te worden op een rustiger tempo.
De gemeente Rotterdam loopt hiermee vooruit op de landelijke wijziging van de Participatiewet, die in 2023 in werking zal treden. In de zomer van 2022 was deze wijziging al ingevoerd, maar tot die tijd werden vrijstellingen al verleend in specifieke gevallen. Dit betekent dat ook al voor de officiële invoering, jongeren van 21 tot 27 jaar in sommige gevallen niet als kostendeler werden gerekend.
De beslissing om de kostendelersnorm los te laten voor jongeren tot 27 jaar is genomen na observatie van problemen binnen gezinnen. Wethouder Richard Moti van Werk en Inkomen benadrukte dat ouders met een uitkering vaak geen onderdak durfden te bieden aan hun kinderen van 21 jaar of ouder, uit angst voor een lagere uitkering. Deze situatie leidt tot conflicten en kan jongeren in een kwetsbare positie brengen.
Gevolgen voor huishoudens en woningbouw
De verandering in de kostendelersnorm heeft duidelijke gevolgen voor huishoudens en de woningmarkt. Door het loslaten van deze regel voor jongeren tot 27 jaar, blijven deze personen in hun ouderlijk huis of in huishoudens waar ze al wonen, zonder dat het uitkeringsbedrag van andere personen in het huishouden daalt. Dit betekent dat ouders of andere volwassenen in het huishouden extra financiële ruimte hebben om levensonderhoudskosten te dekken, inclusief wonen.
In de woningmarkt kan dit leiden tot minder druk op de huurmarkt voor jonge starters. Als jongeren langer bij hun ouders blijven wonen, is er minder vraag naar zelfstandige woonruimte voor jonge starters. Dit kan het evenwicht tussen vraag en aanbod op de woningmarkt gunstig beïnvloeden, met name in steden zoals Rotterdam waar de huurmarkt al druk is.
Op de lange termijn kan deze maatregel ook leiden tot een verandering in woningbouwpraktijken. Inwonende jongeren kunnen bijvoorbeeld meer ruimte creëren voor flexibele woningoplossingen, zoals uitbreidingen van bestaande woningen of woningen met meerdere leeflagen. In de woningbouwsector is het dus belangrijk om te kijken naar hoe woningen kunnen worden geconfigureerd om meerdere generaties in één woning te onderhouden, zonder dat dit leidt tot financiële belasting op ouders of andere volwassenen in het huishouden.
De toekomst van de kostendelersnorm
De kostendelersnorm staat op de voorgrond van de landelijke discussie over de Participatiewet, die verwacht wordt in 2023 in werking te treden. De huidige regel wordt gezien als een stimulans voor het delen van huiskosten, maar tegelijkertijd kan het ook leiden tot onwenselijke gevolgen, zoals jongeren die gedwongen worden hun eigen huishouden op te richten, terwijl ze financieel nog niet in staat zijn.
De gemeente Rotterdam heeft met haar verandering al aangegeven dat de huidige regel niet altijd evenredig is toepasbaar. Door jongeren van 21 tot 27 jaar uit de berekening te halen, wordt er ruimte gecreëerd om jongeren te ondersteunen in hun overgang naar financiële zelfredzaamheid, zonder dat zij gedwongen worden hun ouderlijk huis te verlaten op jonge leeftijd.
Op de lange termijn is het belangrijk dat de kostendelersnorm niet alleen op leeftijd is gebaseerd, maar ook op financiële situaties en het vermogen om huiskosten te dekken. In de toekomst kan het bijvoorbeeld zinvol zijn om de norm aan te passen aan de individuele omstandigheden van jongeren, in plaats van een vast leeftijdspunt te hanteren.
Conclusie
De kostendelersnorm speelt een cruciale rol in het bepalen van bijstanduitkeringen in Nederland. Deze regel beïnvloedt niet alleen het inkomen van individuen, maar ook de woningmarkt en de sociale dynamiek binnen huishoudens. In Rotterdam is gekozen voor een aanpassing van deze norm, met name voor jongeren van 21 tot 27 jaar. Deze verandering is bedoeld om gezinnen te ondersteunen en jongeren de kans te geven om financieel onafhankelijk te worden op een rustig tempo.
De gevolgen van deze verandering zijn zowel voor huishoudens als voor de woningmarkt aanzienlijk. Door het loslaten van de kostendelersnorm voor jongeren, blijven zij langer in hun ouderlijk huis of in bestaande huishoudens wonen, wat gunstig kan zijn voor de woningmarkt. Bovendien wordt voorkomen dat jongeren gedwongen worden hun eigen huishouden op te richten zonder dat ze financieel in staat zijn.
In de toekomst is het belangrijk om de kostendelersnorm verder te analyseren en eventueel aan te passen aan individuele omstandigheden, in plaats van alleen aan leeftijd. Hierbij kan ook worden gekeken naar hoe woningen zijn geconfigureerd om meerdere generaties te onderhouden, zodat jongeren en ouders samen kunnen wonen zonder dat dit leidt tot financiële belasting.
De veranderingen in Rotterdam tonen aan dat het bijstandsbeleid flexibel kan worden aangepast aan sociale en economische realiteiten, zonder dat dit ten koste gaat van de financiële stabiliteit van huishoudens of de woningmarkt.
