In het afgelopen decennium is de kostendelersnorm een veelbesproken regel geworden binnen het Nederlandse bijstandsbeleid. Deze regel heeft geleid tot tal van praktische en sociale problemen, met als gevolg een aanzienlijke toename in de hoeveelheid daklozen en jongeren die gedwongen worden vroegtijdig hun ouderlijk huis te verlaten. In reactie op deze ontwikkelingen is de regel in 2023 versoepeld, waardoor de leeftijdsgrens voor het toepassen van de kostendelersnorm van 21 naar 27 jaar is verhoogd. Deze wijziging is van belang voor zowel huishoudens die een bijstandsuitkering ontvangen, als voor jongeren die nog in hun ouderlijk huis wonen.
In deze artikel wordt de kostendelersnorm in detail besproken, met een focus op de wettelijke basis, praktische toepassing, en de gevolgen van de versoepeling. De informatie is opgebouwd uit officiële uitleg en praktijkvoorbeelden die in de bronnen zijn genoemd. Het doel is om een helder overzicht te geven van hoe de kostendelersnorm werkt, welke uitzonderingen gelden, en wat de impact is van de versoepeling vanaf 1 januari 2023.
Wat is de kostendelersnorm?
De kostendelersnorm is een regel binnen de Participatiewet die sinds 2015 in werking is. De essentie van deze norm is dat mensen die een bijstanduitkering ontvangen, een lagere uitkering krijgen wanneer zij in een woning wonen met personen van 27 jaar of ouder. De logica achter deze regel is dat woonkosten in een huishouden kunnen worden gedeeld, waardoor iedereen minder zou moeten betalen. Hierbij wordt echter geen rekening gehouden met het inkomen van de personen die meebetalen, noch met de financiële situatie van de bijstandsgerechtigde.
De toepassing van de kostendelersnorm heeft geleid tot situaties waarin jongeren van bijvoorbeeld 18 of 19 jaar gedwongen werden om hun ouderlijk huis te verlaten, omdat het risico was dat hun aanwezigheid zou leiden tot een verlaging van de uitkering van hun ouders. Hierdoor raakten sommige jongeren dakloos of verkeren ze in financiële moeilijkheden. Deze praktijk leidde tot kritiek van diverse partijen, waaronder gemeenten, vakbonden, en ngo’s die zich inzetten voor armoedebekämping.
Hoe werkt de kostendelersnorm?
De kostendelersnorm houdt in dat wanneer een persoon die een bijstanduitkering ontvangt, in een woning woont met meerdere personen van 27 jaar of ouder, de uitkering wordt aangepast. Hoe meer personen van deze leeftijd in de woning wonen, hoe lager de bijstanduitkering. De aanpassing is berekend op basis van een percentage van de standaard uitkering voor een huishouden.
De regel is bedoeld om het zogenaamde “uitkeringen stapelen” te voorkomen, waarbij meerdere personen in één woning wonen en elk hun eigen uitkering ontvangen, zonder dat dit leidt tot een overproportionele toename van de totale uitkering. In de praktijk heeft deze logica echter vaak leiding gegeven tot problemen, omdat jongeren die nog geen inkomen hebben, gedwongen worden hun ouderlijk huis te verlaten om de uitkering van hun ouders niet te beïnvloeden.
Uitzonderingen op de kostendelersnorm
Niet iedereen die in een woning woont, telt mee voor de kostendelersnorm. Er zijn een aantal uitzonderingen die belangrijk zijn om te begrijpen. Deze uitzonderingen gelden ook na de versoepeling van de norm op 1 januari 2023:
- Jongeren jonger dan 27 jaar: Vanaf 2023 tellen jongeren jonger dan 27 jaar niet meer mee als kostendelers. Dit betekent dat hun aanwezigheid in een huishouden geen invloed heeft op de uitkering van andere personen.
- Studenten met studiefinanciering: Zowel jongeren als volwassenen die een studie volgen met studiefinanciering of een BBL-opleiding tellen niet mee als kostendelers. Dit geldt ook als de student ouder is dan 27 jaar.
- Partners: Een partner telt niet mee voor de kostendelersnorm.
- Kamerhuurders en kostgangers: Personen die een commerciële huurovereenkomst hebben met de huurder, zoals kamerhuurders of kostgangers die geen familielid zijn en die een normale prijs betalen, tellen ook niet mee.
Deze uitzonderingen zijn bedoeld om ervoor te zorgen dat de regel niet in de verkeerde richting werkt. Zo kan een huurder bijvoorbeeld een kamer huurder ontvangen zonder dat dit leidt tot een verlaging van de uitkering. Ook jongeren die nog in hun ouderlijk huis wonen en geen inkomen hebben, kunnen blijven wonen zonder dat dit financiële gevolgen heeft voor hun ouders.
Voorbeelden van de kostendelersnorm in de praktijk
Om de werking van de kostendelersnorm duidelijk te maken, zijn er een aantal voorbeelden beschreven in de bronnen. Deze voorbeelden geven een goed beeld van hoe de regel in de praktijk werkt, en welke invloed de versoepeling heeft op huishoudens.
Voorbeeld 1: Kostendelersnorm in een gezin
Een jongen van 24 jaar woont inwonen bij zijn oom en tante van 52 en 54 jaar. Oom en tante ontvangen samen 100% van de gehuwdennorm, omdat ze beide 27 jaar of ouder zijn. Zolang de jongen jonger is dan 27 jaar, verandert deze norm niet. Zelf voor de jongen geldt een norm van 43,3%. Omdat de jongen jonger is dan 27, telt hij niet mee als kostendeler. Dit betekent dat oom en tante hun uitkering niet verliezen door de aanwezigheid van de jongen. Zelf ontvangt de jongen wel een uitkering, die bepaald wordt door de norm voor jongeren jonger dan 27.
Vanaf 1 januari 2023 geldt deze regel hetzelfde, maar als de jongen ouder wordt dan 27 en geen studiefinanciering ontvangt, telt hij wel mee als kostendeler. In dat geval zou de uitkering van oom en tante verder dalen, afhankelijk van het aantal kostdelers in het huishouden.
Voorbeeld 2: Kostendelersnorm bij een jongen die ouder wordt
Een jongen van 21 jaar woont nog in huis bij zijn ouders. De ouders ontvangen bijstand. Zolang de jongen jonger is dan 27, telt hij niet mee als kostendeler. Vanaf 2023 is dit het geval. Als de jongen ouder wordt dan 27 en geen studiefinanciering ontvangt, telt hij wel mee als kostendeler. Dit betekent dat de uitkering van de ouders verder verlaagt, afhankelijk van het aantal kostdelers in het huishouden. Als de jongen studeert of een BBL-opleiding volgt, telt hij niet mee, zelfs als hij ouder is dan 27.
Voorbeeld 3: Kostendelersnorm bij een huurder met kamerhuurders
Een persoon ontvangt bijstand en woont in een woning met een kamerhuurder van 30 jaar. Omdat de kamerhuurder een commerciële huurovereenkomst heeft, telt deze persoon niet mee als kostendeler. Dit betekent dat de uitkering van de bijstandsgerechtigde niet verandert door de aanwezigheid van de kamerhuurder. Dit geldt ook als de kamerhuurder een familielid is, mits er sprake is van een commerciële huurovereenkomst.
De versoepeling vanaf 1 januari 2023
Op 1 januari 2023 is de kostendelersnorm versoepeld, wat betekent dat jongeren jonger dan 27 jaar niet meer als kostendelers worden beschouwd. Dit is een belangrijke wijziging, die gericht is op het voorkomen van de problemen die in de praktijk zijn ontstaan. Deze versoepeling is voorgesteld door minister Carola Schouten en is bedoeld om jongeren die nog geen inkomen hebben, te beschermen tegen vroegtijdig uit hun ouderlijk huis worden gezet.
De leeftijdsgrens is verhoogd van 21 naar 27 jaar. Dit betekent dat jongeren tot 27 jaar niet meer als kostendelers treden en hun aanwezigheid in een huishouden geen invloed heeft op de uitkering van andere huishoudleden. De versoepeling geldt voor zowel nieuwe als bestaande gevallen.
Hoewel de leeftijdsgrens is verhoogd, blijft de leeftijdsgrens voor de persoon die bijstand ontvangt op 21 jaar. Dit betekent dat iemand die 21 jaar of ouder is en een bijstanduitkering ontvangt, nog steeds onder de kostendelersnorm valt. Als er bijvoorbeeld een ouder boven de 27 jaar woont in dezelfde woning, wordt de uitkering van de persoon die bijstand ontvangt verlaagd.
Gevolgen van de versoepeling voor huishoudens
De versoepeling van de kostendelersnorm heeft verschillende gevolgen voor huishoudens. Eén van de belangrijkste gevolgen is dat jongeren tot 27 jaar niet meer worden gedwongen hun ouderlijk huis te verlaten om de uitkering van hun ouders niet te beïnvloeden. Dit helpt om de toename in het aantal daklozen te beheersen, die een gevolg was van de toepassing van de oude norm.
Een ander gevolg is dat huishoudens met meerdere jongeren jonger dan 27 jaar nu een hogere uitkering kunnen ontvangen. Dit komt doordat deze jongeren niet meer meetellen als kostendelers. Dit betekent dat de uitkering wordt berekend op basis van het aantal volwassenen in het huishouden die 27 jaar of ouder zijn.
De versoepeling heeft ook invloed op de berekening van toeslagen. In huishoudens met meerdere jongeren jonger dan 27 jaar kan het gezamenlijk inkomen toenemen, wat heeft gevolgen voor het recht op toeslagen. Het is daarom belangrijk om de regels goed te begrijpen en eventueel professionele hulp in te schakelen bij het invullen van formulieren of het aanvragen van toeslagen.
Kritiek op de kostendelersnorm
De kostendelersnorm is vanaf haar invoering in 2015 al vaak besproken en gekritiseerd. Kritiek is gekomen van verschillende kanten, waaronder gemeenten, ngo’s en vakbonden. Deze kritiek richtte zich op verschillende aspecten van de regel, zoals de sociale gevolgen, de wettelijke basis, en de praktische toepassing.
Sociale gevolgen
Een van de belangrijkste kritiekpunten was de sociale impact van de regel. De toepassing van de kostendelersnorm leidde in veel gevallen tot situaties waarin jongeren gedwongen werden hun ouderlijk huis te verlaten. In sommige gevallen raakten jongeren dakloos of verkeren ze in financiële moeilijkheden. De toename in het aantal daklozen van 27.000 in 2014 naar bijna 40.000 in 2018 is een duidelijk gevolg van de toepassing van de regel. Deze toename had vooral te maken met jongeren tussen de 18 en 27 jaar, die geen inkomen hadden en niet in staat waren om op eigen benen te staan.
Wettelijke basis
De wettelijke basis van de kostendelersnorm is gebaseerd op de Participatiewet, waarin de regel is opgenomen. Kritiek is gekomen op de juridische redenering achter de regel, omdat er geen duidelijke verbinding is tussen het inkomen van kostdelers en de berekening van de uitkering. De regel houdt alleen rekening met het aantal kostdelers in het huishouden, niet met hun financiële bijdrage. Dit heeft geleid tot situaties waarin jongeren die geen inkomen hebben, gedwongen worden hun ouderlijk huis te verlaten, terwijl kostdelers met een hoog inkomen niet worden meegerekend in de berekening.
Praktische toepassing
Ook in de praktische toepassing van de kostendelersnorm is kritiek gekomen. In veel gevallen gaat het regelgeving in de verkeerde richting, omdat jongeren die geen inkomen hebben, worden uitgezonderd, terwijl kostdelers met een hoog inkomen niet worden meegerekend. Dit heeft geleid tot situaties waarin huishoudens met meerdere kostdelers met een hoog inkomen, nog steeds een lage uitkering ontvangen, terwijl jongeren die geen inkomen hebben, worden gedwongen hun ouderlijk huis te verlaten.
De versoepeling vanaf 1 januari 2023 is een reactie op deze kritiek. Door de leeftijdsgrens te verhogen, wordt het aantal jongeren dat gedwongen wordt hun ouderlijk huis te verlaten, beperkt. De regel is nu beter afgestemd op de werkelijkheid, waarin jongeren vaak nog geen inkomen hebben en afhankelijk zijn van hun ouders.
Conclusie
De kostendelersnorm is een regel die vanaf 2015 is ingevoerd om het zogenaamde “uitkeringen stapelen” te voorkomen. De regel houdt in dat mensen die een bijstanduitkering ontvangen, een lagere uitkering krijgen wanneer zij in een woning wonen met personen van 27 jaar of ouder. De logica achter deze regel is dat woonkosten kunnen worden gedeeld, waardoor iedereen minder zou moeten betalen. In de praktijk heeft deze regel echter geleid tot problemen, waarbij jongeren gedwongen werden hun ouderlijk huis te verlaten, omdat hun aanwezigheid leidde tot een verlaging van de uitkering van hun ouders.
Om deze problemen aan te kaarten, is de kostendelersnorm versoepeld vanaf 1 januari 2023. De leeftijdsgrens is verhoogd van 21 naar 27 jaar, waardoor jongeren tot 27 jaar niet meer meetellen als kostendelers. Deze wijziging is bedoeld om jongeren te beschermen tegen vroegtijdig uit hun ouderlijk huis worden gezet, en om de toename in het aantal daklozen te beheersen.
De regel heeft ook een aantal uitzonderingen, zoals dat jongeren jonger dan 27, studenten met studiefinanciering, partners, en kamerhuurders niet meetellen als kostendelers. Deze uitzonderingen zijn bedoeld om ervoor te zorgen dat de regel niet in de verkeerde richting werkt.
De versoepeling heeft gevolgen voor huishoudens, waarin jongeren jonger dan 27 jaar wonen. Deze jongeren treden niet meer als kostendelers, waardoor de uitkering van andere huishoudleden niet verlaagt. De regel is nu beter afgestemd op de werkelijkheid, waarin jongeren vaak nog geen inkomen hebben en afhankelijk zijn van hun ouders.
De kostendelersnorm is vanaf haar invoering in 2015 al vaak besproken en gekritiseerd. Kritiek is gekomen van verschillende kanten, waaronder gemeenten, ngo’s, en vakbonden. Deze kritiek richtte zich op de sociale gevolgen, de wettelijke basis, en de praktische toepassing van de regel. De versoepeling vanaf 2023 is een reactie op deze kritiek en betekent dat de regel nu beter afgestemd is op de werkelijkheid.
