Inleiding
De kostendelersnorm speelt een centrale rol binnen het huidige toeslagenstelsel in Nederland en beïnvloedt zowel de hoogte van uitkeringen als de manier waarop deze worden berekend. In het kader van de Toeslagenwet wordt deze norm gebruikt om te bepalen hoeveel uitkering een persoon ontvangt wanneer hij of zij deel uitmaakt van een gezamenlijk huishouden. De kern van de kostendelersnorm is dat het delen van woonruimte en levensonderhoudskosten een positief effect heeft op de financiële situatie van de betrokkenen, wat geëffectiveerd moet worden in de uitkeringen. Deze norm is in 2015 formeel ingevoerd en heeft sindsdien zowel kritiek als steun gekregen vanuit verschillende maatschappelijke en politieke kringen.
In dit artikel wordt ingegaan op de werking van de kostendelersnorm in het kader van de Toeslagenwet, de gevolgen voor de uitkeringsgerechtigden, en de maatschappelijke discussie die hieromheen ontstaat. Daarnaast wordt aandacht besteed aan de toekomstperspectieven van deze norm en mogelijke hervormingen die op tafel liggen.
Wat is de kostendelersnorm?
De kostendelersnorm is een regel in het huidige stelsel van toeslagen in Nederland die ervoor zorgt dat de hoogte van de uitkeringen wordt aangepast op basis van het aantal volwassenen in een huishouden. De veronderstelling is dat mensen die samenwonen, ook kosten delen, zoals huur, energie, water en internet. Hierdoor zou iedereen in het huishouden theoretisch minder uitgaven maken per persoon. De kostendelersnorm maakt deze veronderstelling concreet in de berekening van de uitkeringen.
De norm geldt niet alleen voor personen die recht hebben op bijstand, maar ook voor personen die onder de Toeslagenwet vallen, zoals uitkeringsgerechtigden van de Werkloosheidswet (WW), Werknemer Algemene Werving (WGA), Algemene Ouderdomswet (AOW), enzovoort. De norm is een juridisch vastgelegde maatregel die is ingevoerd om het voorkomen van ‘stapeling’ van uitkeringen.
Hoe werkt de kostendelersnorm in de praktijk?
De kostendelersnorm werkt op de volgende manier: hoe meer volwassenen in een huishouden wonen, hoe lager de uitkering per persoon. Dit gebeurt door het totale uitkeringbedrag te verdelen over het aantal volwassenen in het huishouden. Bijvoorbeeld:
- Bij twee kostendelers (volwassenen) ontvangt iedereen 50% van de normuitkering.
- Bij drie kostendelers ontvangt iedereen ongeveer 43,33% van de norm.
- Bij vier kostendelers is het percentage ongeveer 40%.
- Bij vijf kostendelers is het percentage ongeveer 38%.
Deze percentages zijn afhankelijk van de maandelijkse normuitkering, die voor 2026 is vastgesteld op €2.002,13 per maand. Dit betekent dat iemand die deel uitmaakt van een huishouden met drie volwassenen in theorie ongeveer €867,47 per maand ontvangt. Deze verdeling is gebaseerd op de veronderstelling dat kosten worden gedeeld, maar het veronderstelt niet dat elke persoon daadwerkelijk evenveel bijdraagt aan de kosten van het huishouden.
Het is belangrijk om te benadrukken dat bij de kostendelersnorm het inkomen of vermogen van medebewoners niet meetelt. Dit wil zeggen dat de uitkering niet wordt bepaald door hoeveel iemand verdiend of bezit, maar enkel door het aantal volwassenen in het huishouden. Deze aanpak maakt de norm eenvoudiger in administratieve zin, maar ook controversieel, omdat het niet altijd accuraat is in de praktijk.
Juridische en politieke context
De kostendelersnorm is juridisch ingevoerd door het kabinet en is officieel vanaf 1 januari 2015 van toepassing gegaan voor nieuwe bijstandsgerechtigden, en vanaf 1 juli 2015 voor bestaande bijstandsgerechtigden. De Centrale Raad van Beroep heeft in november 2016 bepaald dat de kostendelersnorm geoorloofd is. Dit juridische oordeel is een belangrijk moment geweest, omdat het de norm een juridisch standpunt gaf en de vraag oploste of ze in strijd was met andere regelgeving of grondrechten.
De wetgever heeft bewust gekozen om de kostendelersnorm ook van toepassing te maken op huishoudens waarin bloedverwanten wonen en waar sprake is van zorgbehoefte. Dit betekent dat ook bijvoorbeeld een ouder die samenwoont met een kind dat zorg nodig heeft, in aanmerking komt voor een lagere uitkering, omdat het aantal volwassenen in het huishouden wordt meegerekend.
Kritiek en discussie
Hoewel de kostendelersnorm is ingevoerd om het beleid van het kabinet te ondersteunen — met name het idee dat het lonend moet zijn om te werken en dat de vangnetfunctie van de bijstand blijft bestaan — is de norm niet zonder kritiek. Er zijn diverse groepen die negatieve gevolgen ondervinden van de kostendelersnorm.
Een van de belangrijkste kritiekpunten is dat jongeren onder de leeftijd van 27 jaar (tot 2023 was dit 21 jaar) worden aangemerkt als kostendelers, ook al hebben ze vaak geen eigen inkomsten en geen vermogen. Dit heeft geleid tot situaties waarin jongeren die bij hun ouders wonen of tijdelijk onderdak zoeken, minder uitkeringen ontvangen. Dit is vooral problematisch voor jongeren die uit hun ouderlijk huis zijn verjaagd of die tijdelijk onderdak zoeken bij familie of vrienden.
Ook dak- en thuislozen kunnen volgens enkele studies negatieve gevolgen ondervinden van de kostendelersnorm, omdat het moeilijker wordt om tijdelijk onderdak te zoeken bij vrienden of kennissen. In dergelijke situaties wordt de uitkering verlaagd, waardoor het levensonderhoud minder zorgvuldig kan worden geregeld.
Politieke ontwikkelingen
De discussie over de kostendelersnorm heeft geleid tot politieke actie. Zo is er in 2023 een wet voorgesteld om de leeftijdsgrens voor toepassing van de kostendelersnorm te verhogen van 21 naar 27 jaar. Deze wet is door de Tweede Kamer unaniem aangenomen en zou per 1 januari 2023 in werking treden.
Het voorstel is gebaseerd op het idee dat jongeren die nog in een afhankelijke relatie staan tot hun ouder of familie niet zouden moeten worden aangemerkt als kostendelers, omdat hun bijdrage aan het huishouden en het inkomen beperkt is. Met deze verandering zou de norm eerlijker worden, omdat jongeren die in een huishouden wonen, niet automatisch leiden tot verlagingen in uitkeringen.
Toekomstige hervormingen en alternatieven
Hoewel de kostendelersnorm op dit moment nog volledig in werking is, is er binnen het huidige kabinet sprake van een verkennende houding ten opzichte van andere vormen van deze norm. De Ambtelijke Commissie Heroverweging (ACH) heeft in een deelrapport geconcludeerd dat het huidige toeslagenstelsel niet goed aansluit op de manier waarop mensen handelen. Dit betekent dat er mogelijkheid is voor veranderingen of aanpassingen in de toekomst.
Een mogelijke richting voor hervorming is om de kostendelersnorm aan te passen aan de werkelijke bijdrage van medebewoners aan het huishouden, in plaats van enkel het aantal volwassenen. Dit zou betekenen dat uitkeringen niet alleen afhankelijk zijn van het aantal medewoonenden, maar ook van de mate waarin deze medewoonenden daadwerkelijk kosten delen en bijdragen aan het levensonderhoud.
Conclusie
De kostendelersnorm is een belangrijk onderdeel van het huidige toeslagenstelsel in Nederland. Ze speelt een rol bij de berekening van uitkeringen en is bedoeld om ervoor te zorgen dat mensen die samenwonen, een lager uitkeringbedrag ontvangen dan wanneer ze alleen zouden wonen. De norm is ingevoerd om te voorkomen dat uitkeringen ‘stapelen’ en om het lonend maken van werken te ondersteunen.
Hoewel de norm juridisch geoorloofd is en deels het beleid van het kabinet ondersteunt, is ze niet zonder kritiek. Jongeren, dak- en thuislozen, en andere groepen ondervinden negatieve gevolgen van de norm, wat heeft geleid tot politieke actie en een voorstel om de leeftijdsgrens te verhogen. De toekomst van de kostendelersnorm is niet zeker, aangezien er sprake is van een verkennende houding binnen het kabinet.
Het is belangrijk dat er duidelijkheid is over de werking van de kostendelersnorm, zowel voor uitkeringsgerechtigden als voor professionals die hiermee te maken hebben. Deze norm heeft reële gevolgen voor mensen die in moeilijke situaties verkeren en moet daarom worden beoordeeld op haar effectiviteit en gerechtvaardigdheid.
