Toepassing van de kostendelersnorm in bijstandsrecht: juridische richtsnoeren uit uitspraken van de Centrale Raad van Beroep

Inleiding

De kostendelersnorm speelt een belangrijke rol in het bijstandsrecht in Nederland, waarbij de toekenning van bijstand wordt beïnvloed door het bestaan van medebewoners met wie kosten worden gedeeld. Deze norm is geregeld in artikel 22a van de Participatiewet (PW), en de toepassing ervan heeft in meerdere rechtszaken geleid tot controverses. In dit artikel wordt een overzicht gegeven van de juridische richtsnoeren rond de kostendelersnorm, met name op basis van uitspraken van de Centrale Raad van Beroep (CRvB), zoals verwerkt in de juridische casuïstiek vanaf 2020 tot en met 2024.

Het centrale juridische vraagstuk dat in meerdere uitspraken ter discussie is geweest, is wie als kostendelende medebewoner kan worden aangemerkt en op welke basis de bewijslast bij de toepassing van deze norm rust. Ook is er aandacht voor de rol van de Basisregistratie Personen (BRP), de juridische betekenis van huurovereenkomsten en de vraag of geldoverboekingen tussen kostendelers als middelen worden aangemerkt.

De kostendelersnorm en haar juridische basis

Juridische regulering in de Participatiewet

De kostendelersnorm is juridisch geregeld in artikel 22a van de Participatiewet. Dit artikel luidt als volgt:

"Als de belanghebbende van 21 jaar of ouder een of meer kosten delende medebewoners heeft, is de norm per kalendermaand voor de belanghebbende afhankelijk van het aantal kosten delende medebewoners."

Deze norm heeft tot doel rekening te houden met het feit dat het bestaan van kostendelende medebewoners leidt tot een verlaging van de kosten die aan de belanghebbende toekomt. Bijvoorbeeld, wanneer een belanghebbende in een gezamenlijk huishouden woont met meerdere personen, kunnen kosten zoals huur en lichtgeld worden gedeeld, wat een verlaging van de benodigde uitkering tot gevolg kan hebben.

Bewijslast bij toepassing van de norm

Een centraal thema in meerdere uitspraken van de CRvB is de vraag wie de verantwoordelijkheid draagt voor het aannemelijk maken dat aan de voorwaarden voor toepassing van de kostendelersnorm is voldaan. Uit diverse uitspraken blijkt dat deze bewijslast in beginsel op het college rust. Zo stelt de CRvB in haar uitspraak van 30 januari 2023 dat het college verantwoordelijk is om aannemelijk te maken dat medebewoners als kostendelende medebewoners kunnen worden aangemerkt, tenzij de feiten die het college aanlegt in geschil zijn.

Een uitzondering op deze regel kan ontstaan wanneer de feiten die het college aanlegt in geschil zijn, zoals in de uitspraak van 2020 waarin de CRvB concludeert dat het college zich in dit geval ten onrechte heeft berust op feiten die niet door de belanghebbende werden betwist. In zulke gevallen kan de bewijslast eventueel worden omgedraaid.

Kostendelende medebewoners en BRP-inschrijving

In een aantal uitspraken is ook de rol van de BRP-inschrijving in vraag gesteld. De BRP (Basisregistratie Personen) is een centraal register dat informatie bevat over inwoners van Nederland, waaronder hun woonadres. In enkele gevallen is het college uitgegaan van de BRP-inschrijving om medebewoners als kostendelende medebewoners aan te merken.

De CRvB oordeelde echter in 2023 dat de BRP-inschrijving in zichzelf niet doorslaggevend is voor de toepassing van de kostendelersnorm. De CRvB benadrukt dat de BRP-inschrijving wel kan worden gebruikt als uitgangspunt, maar dat het aan de belanghebbende is om aannemelijk te maken dat het werkelijke adres van de betreffende personen afwijkt van de registratie in de BRP. Dit betekent dat een BRP-inschrijving op hetzelfde adres niet automatisch leidt tot een juridisch aannemelijke toepassing van de kostendelersnorm.

Vraagstukken rond huurovereenkomsten en bewijsvoering

Schriftelijke huurovereenkomsten

Een ander juridisch vraagstuk dat in meerdere uitspraken ter discussie is geweest, is of het ontbreken van een schriftelijke huurovereenkomst leidt tot het uitsluiten van de toepassing van de kostendelersnorm. In een uitspraak van de CRvB uit 2023 wordt duidelijk dat het ontbreken van een schriftelijke huurovereenkomst niet automatisch inhoudt dat er geen kostendelersrelatie bestaat. De CRvB benadrukt dat de toepassing van de norm moet worden beoordeeld op basis van concrete feiten en omstandigheden.

Bewijsvoering bij huurovereenkomsten

In een uitspraak uit 2020 werd geconcludeerd dat de uitlevering van kwitanties of andere bewijzen voor huur betalingen een essentieel onderdeel is van het aannemelijk maken van een kostendelersrelatie. In deze zaak was het feit dat de kwitanties voor commerciële huurprijsbetalingen niet werden aangevoerd als bewijs, bepalend voor de uitspraak. De CRvB benadrukt hier dat het college niet mag aansluiten op beweringen zonder onderbouwing.

Geldoverboekingen en middelenbegrip

Juridische betekenis van geldoverboekingen

Een belangrijk thema dat in enkele uitspraken ter discussie is geweest, is de vraag of geldoverboekingen tussen kostendelende medebewoners als middelen worden aangemerkt. In een uitspraak uit 2024 oordeelde de CRvB dat geldoverboekingen van kostendelende medebewoners naar de bankrekening van een belanghebbende als middelen worden aangemerkt, waardoor de uitkering wordt gekort. Dit geldt ook wanneer het geld wordt gebruikt voor het dekken van kosten zoals boodschappen of huur.

De CRvB benadrukte in deze uitspraak dat het aannemelijk maken van kostendeling door middel van geldoverboekingen niet automatisch leidt tot een uitzondering op het middelenbegrip. Het feit dat kosten worden gedeeld, maakt niet dat de overboekte bedragen niet als middelen worden aangemerkt.

Wetgever en middelenbegrip

In een andere uitspraak werd de vraag gesteld of de wetgever bij de invoering van de kostendelersnorm vergeten is om het middelenbegrip aan te passen. De CRvB oordeelde hier dat het niet aan de rechter is om dergelijke wijzigingen aan te brengen in de wet. Als er inderdaad aandacht nodig is voor de juridische betekenis van geldoverboekingen tussen kostendelende medebewoners, is het aan de wetgever om dergelijke aanpassingen door te voeren.

Conclusie

De toepassing van de kostendelersnorm in het bijstandsrecht is een complexe juridische aangelegenheid waarin meerdere factoren een rol spelen. De CRvB heeft in meerdere uitspraken richtsnoeren gegeven die kunnen dienen als handvatten voor zowel de sociale dienst als de belanghebbende bij het beoordelen van de geschiktheid voor toepassing van de norm.

De volgende thema’s zijn centraal geweest in de juridische discussie:

  1. Bewijslast: De bewijslast rust in beginsel op het college, tenzij de feiten in geschil zijn.
  2. BRP-inschrijving: De BRP-inschrijving is niet automatisch doorslaggevend voor de toepassing van de kostendelersnorm, maar kan worden gebruikt als uitgangspunt.
  3. Schriftelijke huurovereenkomsten: Het ontbreken van een schriftelijke huurovereenkomst is geen automatisch uitsluitend criterium voor de toepassing van de norm.
  4. Geldoverboekingen: Geldoverboekingen tussen kostendelende medebewoners worden als middelen aangemerkt, wat leidt tot een korting op de uitkering.
  5. Middelenbegrip: De wetgever is verantwoordelijk voor eventuele aanpassingen aan het middelenbegrip indien dat nodig is.

Deze richtsnoeren benadrukken de belangrijkheid van feitelijke onderbouwing en de rol van juridische duidelijkheid bij de toepassing van de kostendelersnorm. Voor zowel sociale diensten als individuen is het essentieel om rekening te houden met deze uitspraken bij het beoordelen van bijstandaanvragen.

Bronnen

  1. Centrale Raad van Beroep - 30 januari 2023
  2. Inzicht - ECLI:NL:CRVB:2023:202
  3. Schulinck - pwjuri-2021-21.htm
  4. Inzicht - ECLI:NL:CRVB:2020:880
  5. Schulinck - pwjuri-2024-06.htm

Related Posts