Kostendelersnorm en het voorkomen van dakloosheid onder jongeren: een kritisch overzicht

Het fenomeen van dakloosheid onder jongeren is in de afgelopen jaren sterk toegenomen in Nederland. Volgens de Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is het aantal zwerfjongeren sinds 2009 meer dan verdrievoudigd. In dit kader speelt de kostendelersnorm een belangrijke rol. Deze norm beïnvloedt de uitkeringen die uitkeringsgerechtigden ontvangen wanneer ze samenwonen met andere volwassenen.

De kostendelersnorm zorgt ervoor dat individuen in een gezamenlijk huishouden een lagere uitkering ontvangen dan wanneer ze alleen wonen. Dit is bedoeld om te voorkomen dat mensen opkrimpen in hun huishouden om financiële voordelen te behalen. De norm is echter ook een oorzaak van onrust, omdat ze jongeren, in het bijzonder, in een kwetsbare positie kan plaatsen. In het licht van de huidige situatie is het van belang om de werking van de kostendelersnorm, haar impact op jongeren, en de mogelijkheden tot maatwerk grondig te analyseren.

In deze artikel zullen we in detail kijken naar de werking van de kostendelersnorm, de uitwerking ervan op jongeren en het voorkomen van dakloosheid, de maatwerkopties die gemeenten kunnen inschakelen, en de kritische standpunten van betrokken partijen.

Wat is de kostendelersnorm?

De kostendelersnorm is een regeling binnen het sociale domein, met name gericht op uitkeringsgerechtigden. Deze norm bepaalt dat wanneer meerdere volwassenen samenwonen, de uitkering per persoon lager wordt dan wanneer ze alleenwonend zijn. De norm is bedoeld om te voorkomen dat mensen hun huishouden krimpen om aan hun uitkering te blijven voldoen.

Tot 1 januari 2023 gold de leeftijdsgrens van 21 jaar voor jongeren die met een uitkeringsgerechtigde konden wonen zonder hun uitkering te verminderen. Sindsdien is die leeftijd verhoogd naar 27 jaar. Daarbij geldt het principe dat een alleenwonende uitkeringsgerechtigde ongeveer 70 procent van de bijstandsnorm ontvangt, terwijl twee volwassenen in hetzelfde huishouden elk 50 procent ontvangen. Hoe groter het aantal personen in het huishouden, hoe lager de individuele uitkering per persoon.

Dit is een belangrijke maatregel binnen de Participatiewet, die in 2015 is ingevoerd om de sociale zekerheid te verbeteren en jongeren sneller een eigen huishouden te laten opbouwen. Echter, zoals verschillende bronnen aangeven, kan de kostendelersnorm ook een rem zijn op het voorkomen van dakloosheid, vooral bij jongeren.

De impact op jongeren en dakloosheid

De kostendelersnorm heeft in de praktijk vaak negatieve gevolgen voor jongeren die in een kwetsbare situatie verkeren, zoals dakloosheid of de dreiging van dakloosheid. Er zijn verschillende redenen waarom dit gebeurt.

Een van de voornaamste problemen is dat jongeren minder bereid zijn om tijdelijk onderdak te bieden aan dakloze of in nood zijnde jongeren. De drempel om iemand tijdelijk te huisvesten is namelijk hoog, omdat het financiële risico voor de uitkeringsgerechtigde kan zijn. Als een uitkeringsgerechtigde iemand tijdelijk in huis neemt, kan dat leiden tot een verminderde uitkering, wat voor sommige huishoudens niet verdedigbaar is.

Een voorbeeld is gegeven door Erik Dannenberg van Divosa, waarin een moeder die een verslaafd kind weer in huis neemt, financieel in de problemen raakt doordat de uitkering wordt verminderd. Dit kan ertoe leiden dat de kinderen weer op straat belanden, wat uiteraard volledig tegen de bedoeling van de regel is.

Verder is er ook het probleem van bankhopping of het slapen op de bank bij vrienden of familie. Omdat jongeren zich vaak niet direct bij de gemeente melden als dakloos, wordt het probleem pas opgemerkt wanneer het te ver is gegaan. De kostendelersnorm maakt het voor deze jongeren moeilijker om tijdelijk terecht te kunnen in een bestaand huishouden, omdat het financiële risico voor de huisgenoot is.

Daarnaast is er ook sprake van economische dilemma’s bij gemeenten. Hoewel gemeenten de kostendelersnorm kunnen aanpassen in bepaalde gevallen, zoals tijdelijk verblijf in crisissituaties, is dit niet altijd toegestaan of wenselijk. Zoals gezegd, lopen gemeenten tegen de grenzen van de wet aan wanneer ze jongeren willen helpen, zonder dat dit leidt tot een administratieve of financiële straf.

Maatwerkopties en de Participatiewet

De Participatiewet biedt gemeenten bepaalde maatwerkopties om jongeren te ondersteunen, ook binnen het kader van de kostendelersnorm. De wet stelt dat gemeenten onder bepaalde voorwaarden de norm kunnen tijdelijk buiten toepassing laten.

Bijvoorbeeld, in een crisissituatie zoals de situatie van Wesley (zie bron), kan een gemeente bepalen dat de kostendelersnorm tijdelijk niet van toepassing is. Dit geldt ook in gevallen van tijdelijk verblijf in een huishouden of in opvang of begeleid wonen. In die gevallen is de norm niet van toepassing, omdat het niet om een hoofdverblijf gaat.

Daarnaast is er ook een logeerregeling binnen de Participatiewet die jongeren kan helpen. Hierbij kan een jongere tijdelijk terecht in een huishouden zonder dat hij of zij zich hoeft in te schrijven als medebewoner. Dit zorgt ervoor dat de uitkering van de huisgenoot niet verandert.

Een voorbeeld van maatwerk is ook het gebruik van een briefadres. Hiermee kan een jongere tijdelijk een adres in het systeem hebben zonder dat hij of zij de uitkering van de huisgenoot beïnvloedt. Dit is vooral van belang als de jongere in de toekomst een woning wil vinden of opvang wil zoeken.

De maatwerkopties zijn echter niet zonder beperkingen. Zoals Judith Suurmond en Diederik de Klerk aangeven, zijn de regels vaak te strak of te ambigue om op brede schaal toegepast te kunnen worden. Bovendien is er sprake van ongeveer 9.400 dak- en thuisloze jongeren in Nederland, terwijl de beschikbare oplossingen niet voor iedereen toegankelijk zijn of opschalen kunnen.

Kritische standpunten en alternatieven

Er zijn verschillende kritische standpunten tegen de kostendelersnorm, vooral vanuit de sociale zekerheid en jongerenondersteuning. Eén van de belangrijkste kritiekpunten is dat de norm te sterk gericht is op inkomenspolitiek en niet voldoende op het voorkomen van dakloosheid. Erik Dannenberg benadrukt dat het voorkomen van dakloosheid zwaarder zou moeten wegen dan het juist berekenen van inkomsten.

Een ander punt is dat de norm disproportionale gevolgen kan hebben op andere leefdomeinen, zoals gezondheidszorg en onderwijs. Als jongeren tijdelijk terechtkomen in een huishouden of in de opvang, kunnen ziektekosten stijgen of onderwijsbelemmeringen ontstaan. Dit betekent dat het samenvoegen van kosten en inkomsten niet altijd leidt tot het beste beleid.

Daarnaast is er ook sprake van een financieel dilemma voor gemeenten. De implementatie van maatwerk, zoals het tijdelijk buiten toepassing stellen van de kostendelersnorm, kan leiden tot hogere kosten voor de gemeente, vooral als jongeren terecht komen in maatschappelijke opvang of begeleid wonen. Hoewel het aanvankelijk lijkt alsof het voorkomen van dakloosheid kostenefficiënter is, kan de norm in de praktijk juist leiden tot hogere kosten op de lange termijn.

Alternatieven die voorliggen, zijn onder andere:

  • Een ‘light’ variant van de kostendelersnorm, waarbij de hoofdhuurder uitgezonderd is.
  • Een lagere leeftijdsgrens of tijdelijke uitzonderingen voor jongeren die in een kwetsbare situatie verkeren.
  • Een wetswijziging die de maatwerkopties uitbreidt, zodat gemeenten meer flexibiliteit hebben in het voorkomen van dakloosheid.
  • Een aanpassing van de wettelijke kaders, zodat de norm minder ontwrichtende effecten heeft en passender is voor jongeren.

De rol van de overheid en gemeenten

De overheid en gemeenten spelen een belangrijke rol in het voorkomen van dakloosheid en het beheren van de kostendelersnorm. De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) benadrukt bijvoorbeeld dat gemeenten zelf verantwoordelijk zijn voor het toepassen van maatwerk en het vinden van oplossingen.

Toch blijkt uit de praktijk dat gemeenten vaak tegen de grenzen van de wet lopen wanneer ze jongeren willen helpen. De wetskaders zijn zo strak dat het moeilijk is om jongeren tijdelijk onder te brengen of tijdelijk uitkering te verhogen zonder administratieve complicaties.

Bovendien is het voorkomen van dakloosheid niet altijd goed te meten of te verantwoorden in financiële termen. Een jongere die tijdelijk in een huishouden terecht kan komen, kan op lange termijn minder afhankelijk zijn van de opvang en meer kans hebben om zich in de maatschappij te vestigen. Dit is een belangrijk argument om de kostendelersnorm aan te passen of om maatwerk te stimuleren.

Conclusie

De kostendelersnorm is een belangrijk instrument in het sociale beleid van Nederland, maar heeft ook belangrijke beperkingen wanneer het gaat om het voorkomen van dakloosheid, in het bijzonder bij jongeren. De norm is bedoeld om financiële voordelen te beperken, maar kan juist leiden tot verdere kwetsbaarheid van jongeren die in een crisissituatie verkeren.

De Participatiewet biedt gemeenten bepaalde maatwerkopties, maar deze zijn vaak te beperkt of te ambigue om op brede schaal toegepast te kunnen worden. Daarnaast lopen gemeenten vaak tegen wettelijke grenzen aan wanneer ze jongeren willen helpen.

Alternatieve oplossingen, zoals een light variant van de kostendelersnorm, tijdelijke uitzonderingen of een uitbreiding van de maatwerkopties, zouden kunnen bijdragen aan een effectievere aanpak van dakloosheid. Het is belangrijk dat de overheid en gemeenten hierover samenwerken en de balans zoeken tussen inkomenspolitiek en sociaal beleid.

Aangezien het aantal dakloze jongeren nog steeds stijgt, is het tijd om de huidige regelingen te herzien en te kijken naar nieuwe manieren om jongeren te ondersteunen. De kostendelersnorm moet niet langer een rem zijn op het voorkomen van dakloosheid, maar een instrument om jongeren beter te integreren in de maatschappij.

Bronnen

  1. Geen meerderheid voor afschaffen kostendelersnorm
  2. Pas wet aan om dakloosheid te voorkomen
  3. Maatwerk Participatiewet voor dak- en thuisloze jongeren
  4. Kostendelersnorm rem voor dak- en thuisloze jongeren

Related Posts