In de gemeente Smallingerland geldt sinds 1 januari 2024 een bepaalde regelgeving rondom bijstandsuitkeringen en de kostendelersnorm. Deze norm beïnvloedt de hoogte van de uitkeringen en is van belang voor huishoudens die rekenen op bijstand van de gemeente. Deze artikel behandelt de kostendelersnorm in detail, met een nadruk op de regels en uitzonderingen die in Smallingerland van toepassing zijn, volgens de wetgeving zoals vastgelegd in het Besluit Bijzondere Bijstand 2024 en gerelateerde documenten.
Wat is de kostendelersnorm?
De kostendelersnorm is een regel die bepaalt dat het aantal volwassenen in een huishouden een invloed heeft op de hoogte van de bijstandsuitkering. Hoe meer volwassen personen in één woning wonen, hoe lager de uitkering per persoon wordt. De logica achter deze norm is dat wanneer meerdere personen samenwonen, de woonkosten – zoals huur of elektriciteitskosten – verdeeld kunnen worden. Hierdoor is het verondersteld dat ieder individu minder uitgeeft aan deze kosten, wat wordt weerspiegeld in de bijstandsuitkering.
De kostendelersnorm is een onderdeel van de bijstandregeling zoals beschreven in de Participatiewet en de bijbehorende besluiten zoals het Besluit Bijzondere Bijstand 2024. De regel geldt voor huishoudens waarin meerdere volwassen personen wonen. De leeftijdsgrens voor deze norm is verhoogd naar 27 jaar of ouder, zoals aangegeven in de bronnen.
Hoe werkt de kostendelersnorm in de praktijk?
De kostendelersnorm werkt op basis van een vaste berekening die de bijstandsnorm per persoon bepaalt, afhankelijk van het aantal volwassenen in het huishouden. De bijstandsnorm is de normale uitkering die een persoon zou krijgen bij een alleenstaande situatie, en deze wordt gedeeld over het aantal personen in het huishouden. Voorbeeldsgetallen uit de gegevens geven een duidelijk beeld van de verdeling:
| Aantal volwassenen in het huishouden | Bijstandsnorm per persoon (%) | Totale bijstandsnorm (%) |
|---|---|---|
| 1 | 70% | 70% |
| 2 | 50% | 100% |
| 3 | 43,33% | 130% |
| 4 | 40% | 160% |
| 5 | 38% | 190% |
Bijvoorbeeld: in een huishouden met drie volwassenen ontvangt elk persoon 43,33% van de normale bijstanduitkering. De totale uitkering voor het huishouden is dan 130% van de standaard norm. Dit betekent dat de uitkering daalt met het aantal volwassenen, maar dat de totale uitkering in absolute termen stijgt.
De regel geldt ook voor huishoudens met meer dan vijf volwassen personen. Vanaf 1 januari 2023 is de leeftijdsgrens verhoogd naar 27 jaar of ouder, wat betekent dat jongeren jonger dan 27 jaar niet meerekenen bij de kostendelersnorm.
Uitzonderingen op de kostendelersnorm
Niet alle personen in een huishouden tellen mee voor de kostendelersnorm. De regel heeft een aantal uitzonderingen, die van belang zijn bij het bepalen van de hoogte van de uitkering. Uitgezonderd zijn:
Jongeren jonger dan 27 jaar
Jongeren onder de 27 jaar tellen niet mee voor de kostendelersnorm. Dit betekent dat hun aanwezigheid geen invloed heeft op de uitkering.Studenten
Studenten die een opleiding volgen die recht geeft op studiefinanciering, of studenten die een Beroeps Begeleidende Leerweg (BBL) volgen, tellen ook niet mee. Ook wanneer ze deel uitmaken van een gezamenlijke huishouding en woonkosten delen, is de kostendelersnorm niet van toepassing.Kamerhuurders en kostgangers met een zakelijke huurprijs
Personen die commercieel huur betalen, zoals kamerhuurders of kostgangers, worden niet meegeteld in de berekening. Dit geldt ook voor commerciële huurders of onderhuurders die in dezelfde woning wonen.Gezamenlijke huishouding met slechts één persoon
Als je een gezamenlijke huishouding voert met één persoon en er geen andere personen in de woning wonen, tellen die personen ook niet mee voor de kostendelersnorm.
Deze uitzonderingen zijn belangrijk omdat ze bepalen of een persoon wel of niet meetelt bij de berekening van de uitkering. In praktische zin betekent dit dat niet iedereen die in een huishouden woont, automatisch invloed heeft op de hoogte van de bijstanduitkering.
Gezamenlijke huishouding versus kostendelersnorm
De kostendelersnorm gaat alleen over huishoudens waarin meerdere volwassenen wonen. De regel is van toepassing op huishoudens waarin de woonkosten verdeeld worden. Wanneer je een gezamenlijke huishouding voert met een partner of met een ander persoon, dan geldt de norm niet automatisch. In dat geval geldt de regel dat het inkomen en vermogen van de partner of gezamenlijke huishouding wel meerekenen bij de beoordeling van de bijstandsuitkering.
Een gezamenlijke huishouding betekent dat twee personen hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning en samen huishoudelijke kosten delen. In tegenstelling tot de kostendelersnorm, waarbij alleen het aantal volwassen personen telt, geldt bij gezamenlijke huishoudingen een specifieke regel waarbij het inkomen van de partner meerekent.
Kostendelersnorm en bijzondere bijstand
De kostendelersnorm is vooral van toepassing op algemene bijstanduitkeringen. Bijzondere bijstand, zoals bedoeld in artikel 35 van de Participatiewet, is echter niet altijd onderworpen aan deze norm. Bijzondere bijstand kan worden verstrekt voor bijzondere noodzakelijke bestaanskosten die niet iedereen heeft. Deze uitkering is gericht op extra kosten, bijvoorbeeld door ziekte of sociale omstandigheden, die niet zelf kunnen worden geregeld.
De verstrekte bijzondere bijstand hoeft in principe niet terugbetaald te worden. Voor het aanvragen van bijzondere bijstand is het noodzakelijk om een aanvraagformulier in te vullen voordat de kosten gemaakt zijn. De beoordeling van de aanvraag is gebaseerd op de vraag of de kosten onontkoombaar zijn, of dat ze het gevolg zijn van een vrijwillige keuze. Bij het bepalen van de hoogte van de bijzondere bijstand wordt uitgegaan van de goedkoopste toereikende oplossing.
De kostendelersnorm is niet van toepassing op bijzondere bijstand, tenzij het huishouden waarin de aanvraag wordt gedaan, ook onderworpen is aan de norm. In dat geval kan de uitkering wel worden beïnvloed.
Kostendelersnorm en het vermogen van huishoudgenoten
Wanneer de kostendelersnorm van toepassing is, tellen de inkomsten en het vermogen van de huishoudgenoten niet mee voor het recht op bijstanduitkering. Dit betekent dat de beoordeling van de uitkering is gebaseerd op de situatie van de aanvrager zelf, en niet op de financiële situatie van andere personen in het huishouden.
Een uitzondering op deze regel geldt wanneer de aanvrager gehuwd is of in een samenvoeging leeft met een partner. In dat geval tellen de inkomsten en het vermogen van de partner wel mee bij de beoordeling van de bijstanduitkering.
Algemene en bijzondere bijstand
Er zijn twee soorten bijstandsverlening op grond van de Participatiewet: algemene bijstand en bijzondere bijstand.
Algemene bijstand is een uitkering die is gericht op de algemeen noodzakelijke bestaanskosten. De hoogte van deze uitkering wordt bepaald door landelijke basisnormen. De kostendelersnorm is van toepassing op deze uitkering.
Bijzondere bijstand is een uitkering voor bijzondere noodzakelijke bestaanskosten die niet iedereen heeft. Deze uitkering is bedoeld voor inwoners die extra kosten hebben, bijvoorbeeld door ziekte of sociale omstandigheden. In tegenstelling tot algemene bijstand is bijzondere bijstand niet afhankelijk van de kostendelersnorm, tenzij de aanvrager onder de norm valt.
De beoordeling van een aanvraag voor bijzondere bijstand gebeurt op basis van het principe van de goedkoopste toereikende oplossing. Dit betekent dat de uitkering wordt bepaald aan de hand van de minste mogelijke kosten die nodig zijn om de situatie van de aanvrager te verbeteren.
Aanvraagprocedure voor bijzondere bijstand
Voor het aanvragen van bijzondere bijstand is het noodzakelijk om een aanvraagformulier in te vullen voordat de kosten gemaakt zijn. De aanvraag moet worden ingediend bij de gemeente Smallingerland en bevat onder meer:
- Een beschrijving van de situatie van de aanvrager;
- Een duidelijke voorstel van de benodigde bijstand;
- Bewijsmateriaal dat de kosten ondersteunt (zoals facturen of schattingen).
De beoordeling van de aanvraag wordt gedaan door het college van burgemeester en wethouders. In het beoordelingsproces wordt gekeken of de kosten onontkoombaar zijn of dat ze het gevolg zijn van een vrijwillige keuze. Ook wordt er rekening mee gehouden of er alternatieve oplossingen zijn.
Wanneer de aanvraag wordt goedgekeurd, wordt de bijzondere bijstand uitbetaald. In de regel wordt de uitkering uitbetaald aan de hand van een betalingsbewijs, zoals een factuur of een schatting. De uitkering hoeft in principe niet terugbetaald te worden.
Samenwerking met externe partijen
In sommige gevallen kan het nodig zijn om externe adviezen in te winnen om de beoordeling van een aanvraag te ondersteunen. Bijvoorbeeld wanneer de aanvraag betreft medische kosten of zorgkosten, kan er contact opgenomen worden met medische instanties of zorgverzekeraars. Deze externe partijen kunnen een advies geven over de noodzaak van de uitkering en de hoogte van de benodigde bijstand.
De aanvrager kan ook zelf een adviesaanvraag indienen bij de gemeente. In dat geval moet de aanvraag duidelijk maken wat de goedkoopste toereikende oplossing is en waarom deze nodig is.
Juridische en sociale ondersteuning
Voor vragen over bijstanduitkeringen en de kostendelersnorm is het mogelijk om contact op te nemen met de sociaal raadslieden van de gemeente Smallingerland. Deze personen kunnen uitleg geven over de regels en helpen bij het aanvragen van bijstanduitkeringen. Als de gemeente geen sociaal raadslieden heeft, is het mogelijk om terecht te komen bij Sociaal Werk Nederland, waar sociaal raadslieden beschikbaar zijn in de regio.
Voor gratis juridisch advies is het mogelijk om contact op te nemen met het Juridisch Loket. Deze dienst kan uitleg geven over de juridische regels rondom bijstanduitkeringen en kan helpen bij het indienen van een klacht of bij een rechtsprobleem.
Kostendelersnorm en woningbouw
De kostendelersnorm heeft ook gevolgen voor de woningbouwsector, vooral in gemeenten zoals Smallingerland waar bijstanduitkeringen een rol spelen in de financiering van woningverblijf. Omdat de uitkeringen worden aangepast aan het aantal volwassenen in een huishouden, kan dit leiden tot veranderingen in de huurprijs en de woonkosten.
Voor woningbouwmaatschappijen en gemeenten kan dit van invloed zijn op de planning van woningprojecten en de beoordeling van huurprijsverlagingen. In combinatie met andere regelingen, zoals de inkomensgrens of de bijstandsnorm, kan de kostendelersnorm leiden tot een verlaging van de woonkosten per persoon.
Samenvatting
De kostendelersnorm is een belangrijk instrument in de bijstandregeling van de gemeente Smallingerland. De norm bepaalt dat de uitkeringen voor algemene bijstand worden aangepast aan het aantal volwassen personen in een huishouden. Hoe meer volwassenen in het huishouden wonen, hoe lager de uitkering per persoon wordt. De norm is van toepassing op huishoudens waarin meerdere volwassen personen wonen en woonkosten delen. De leeftijdsgrens is verhoogd naar 27 jaar, wat betekent dat jongeren jonger dan 27 jaar niet meerekenen.
Er zijn uitzonderingen op de norm, waaronder jongeren, studenten en commerciële huurders. Deze personen tellen niet mee bij de beoordeling van de uitkering. De norm is niet van toepassing op bijzondere bijstand, tenzij de aanvrager onder de norm valt.
Voor vragen over de kostendelersnorm of over bijstanduitkeringen is het mogelijk om contact op te nemen met de gemeente Smallingerland of met sociaal raadslieden. Voor juridisch advies kan het Juridisch Loket worden geraadpleegd.
