Inleiding
De toepassing van de kostendelersnorm bij kamerverhuur is in de juridische praktijk regelmatig onderwerp van discussie en uitspraken. Deze norm is bedoeld om bijstandsgerechtigden te stimuleren om woningen te delen en kosten te spreiden, bijvoorbeeld door het huurprijsvermogen te verlagen wanneer meerdere personen in één woning wonen. Echter, er zijn uitzonderingen wanneer sprake is van een commerciële huurprijs of zakelijke huurovereenkomsten. In dit artikel wordt ingegaan op de relevante jurisprudentie, beleidsregels en praktische casussen die hierop betrekking hebben, met name op basis van recente uitspraken en casuïstiek van rechters en colleges.
Het artikel is gericht op eigenaren van woningen, kamerhuurders, bijstandsgerechtigden en belanghebbenden die betrokken zijn bij huurovereenkomsten in combinatie met bijstandsregelingen. Het biedt een overzicht van de juridische kaders, belangrijke rechtspraak en belanghebbende casussen in het kader van de kostendelersnorm.
De kostendelersnorm en haar juridische kader
De kostendelersnorm is een regel binnen de Participatielijstwet (PW) die bepaalt hoeveel een bijstandsgerechtigde per maand ontvangt, afhankelijk van het aantal personen dat in dezelfde woning woont. De norm is bedoeld om het wettelijk minimumloon (WML) te bepalen, afhankelijk van het aantal kostendelers.
Commerciële huurprijs en de kostendelersnorm
Een belangrijke uitzondering op de kostendelersnorm is wanneer de huurprijs als commerciël wordt aangemerkt. Dit betekent dat de huurprijs in verhouding staat tot de geleverde voorzieningen en aan de marktstandarden voldoet. In juridische uitspraken is herhaaldelijk benadrukt dat sprake is van een commerciële huurprijs als:
- De huurprijs minstens 20% van de gehuwdennorm bedraagt (bijvoorbeeld in 2015: €275 per maand).
- De huurprijs periodiek wordt aangepast (bijvoorbeeld jaarlijks).
- Er sprake is van een schriftelijke huurovereenkomst en betalingsbewijzen.
In deze gevallen kan de kostendelersnorm niet van toepassing zijn, omdat de huurprijs al verdisconteert dat meerdere personen in de woning wonen en dat bepaalde voorzieningen worden gedeeld.
Jurisprudentie: Rechtbank Den Haag (2015)
Een belangrijke uitspraak is gedaan door de Rechtbank Den Haag in 2015 (RBDHA:2015:9159), waarin een belanghebbende betwistte dat de kostendelersnorm op haar van toepassing was. De belanghebbende woont in een woning met vier andere personen en betaalt €250 per maand aan kamerhuur. Het college van de gemeente hield rekening met vijf personen bij het berekenen van haar uitkering en paste de kostendelersnorm toe.
De voorzieningenrechter oordeelde echter dat het college geen rekening had gehouden met de verhouding tussen de betaalde huurprijs en de geleverde voorzieningen, zoals vermeld in de Memorie van Toelichting. Daarnaast benadrukte de rechter dat een huurprijs pas als commercieel kan worden aangemerkt als deze minstens 20% van de gehuwdennorm bedraagt. In dit geval was dat in 2015 €275. De betaalde huurprijs van €250 was dus lager dan de commerciële huurprijs, waardoor de kostendelersnorm wel van toepassing was.
Belang van de belanghebbende
De rechter oordeelde dat het belang van de belanghebbende (dat haar uitkering ongewijzigd zou blijven) zwaarder weegt dan het belang van het college om de kostendelersnorm toe te passen. Dit betekent dat in een voorlopige procedure de huidige uitkering wordt voortgezet, maar dat de kostendelersnorm later nog kan worden heroverwogen.
Casuïstiek en toepassing in de praktijk
Naast juridische uitspraken zijn er ook concrete casussen waarin de kostendelersnorm wordt toegepast of niet, afhankelijk van de huurovereenkomst en de inkomsten van de betrokkenen.
Commerciële huurovereenkomst versus kostendelers
In een casus die is beschreven in de bronnen, woont een kamerhuurder commercieel van een hoofdbewoner. De hoofdbewoner heeft ook zijn 24-jarige zoon in huis. Volgens de Participatiewet, artikel 19a lid 1 sub b, is een commerciële onderhuurder geen kostendeler, omdat er sprake is van een zakelijke relatie. De commerciële huurder zou recht kunnen hebben op 70% van de norm genoemd in artikel 21 sub b Participatiewet.
Echter, de zoon van de hoofdbewoner is geen commerciële huurder en wordt dus wel gezien als kostendeler. Dit leidt tot een juridisch dilemma: een commerciële huurder kan tegelijkertijd ook kostendeler zijn, maar volgens de wet is dit niet mogelijk. Deze casus is door Schulinck neergelegd bij het Ministerie en kan een aanpassing van de wetgeving op lange termijn betekenen.
Voorbeeld 1: Commerciële huurovereenkomst
In een ander voorbeeld wonen Ton en Tony in een woning en verhuren ze een kamer aan hun neef Theodor. Theodor betaalt €300 per maand aan kamerhuur. Er is een commerciële relatie tussen hen, waardoor Theodor niet wordt gezien als kostendeler. Hierdoor ontvangen Ton en Tony de volledige norm voor gehuwden (€1.742,34 per maand). De gemeente Oeteldonk kort echter €300 per maand van hun uitkering af, omdat rekening wordt gehouden met de ontvangen kamerhuur. Dit kan echter zijn afhankelijk van gemeentelijk beleid, bijvoorbeeld met rekening gehouden met eventuele onkosten.
Voorbeeld 2: Kostendeler zonder commerciële relatie
In een ander geval woont Marco, een alleenstaande bijstandsgerechtigde, met zijn dochter Anouk in een woning. Anouk is 29 jaar en werkt. Ze betaalt €250 per maand aan kostgeld. Omdat er geen commerciële huurovereenkomst is, wordt Anouk wel gezien als kostendelende medebewoner. Hierdoor ontvangt Marco de kostendelersnorm van €871,17 per maand.
Beleidsregels en hardheidsclausule
Niet alleen juridische uitspraken, ook beleidsregels spelen een rol bij de toepassing van de kostendelersnorm.
Commerciële huurprijs en 20% van de gehuwdennorm
De beleidsregels bepalen dat sprake is van een commerciële huurprijs als deze minstens 20% van de gehuwdennorm bedraagt. In 2015 was dit €275 per maand. Dit betekent dat als iemand minder betaalt, de huurprijs niet als commercieel wordt aangemerkt en dus de kostendelersnorm wel van toepassing is.
Hardheidsclausule
Er is ook een hardheidsclausule ingebouwd in de beleidsregels. Deze clausule kan worden aangewend in gevallen waarin de toepassing van de kostendelersnorm zou leiden tot een onbillijke situatie. In een casus uit de bronnen betoogde een belanghebbende dat hij niet wilde betalen €21,90 extra aan huur om de kostendelersnorm te vermijden. Hij eiste gebruik van de hardheidsclausule. Het college wees dit echter af, aangezien het beleid geen ruimte gaf voor afweging op basis van hardheidsaandoen.
Praktijkvoorbeeld: Commerciële huurprijs en indexering
In een uitspraak uit de bronnen woont een huurder al twintig jaar in een woning. De huurprijs is geïndexeerd van €205 naar €210 per maand. De rechter acht het verschil tussen de feitelijke huurprijs en de maximale huurprijs van €284 niet zo groot om te spreken van een vriendenprijsje. Omdat de huurprijs periodiek is aangepast en in overeenstemming is met de markt, wordt deze als commercieel aangemerkt. De rechter oordeelt dat de uitkeringkorting wegens kostendelersnorm onterecht is.
Juridische conclusies en praktische aanbevelingen
Toepassing van de kostendelersnorm
De kostendelersnorm is een belangrijk instrument binnen de Participatielijstwet, maar haar toepassing hangt af van de aard van de huurovereenkomst en de verhouding tussen huurprijs en geleverde voorzieningen. Een commerciële huurprijs kan ervoor zorgen dat de kostendelersnorm niet van toepassing is.
Belang van schriftelijke huurovereenkomsten
Rechters benadrukken regelmatig dat het belanghebbende moet kunnen aantonen dat er sprake is van een schriftelijke huurovereenkomst en dat er betalingen zijn geweest, zoals door bankafschriften of facturen. Zonder deze bewijsvoering is het risico groot dat de huurprijs niet als commercieel wordt aangemerkt.
Indexering en marktstandaarden
Ook is het belangrijk dat de huurprijs periodiek wordt aangepast en in overeenstemming is met de markt. Dit betekent dat bijvoorbeeld een huurprijs van €250 in 2015 wellicht als commercieel werd aangemerkt in 2015, maar mogelijk niet in 2025.
Conclusie
De toepassing van de kostendelersnorm bij kamerverhuur is juridisch complex en afhankelijk van meerdere factoren, zoals:
- De aard van de huurovereenkomst (commerciël of zakelijk),
- De verhouding tussen huurprijs en geleverde voorzieningen,
- De toepassing van beleidsregels, zoals de 20%-regel,
- De aanwezigheid van schriftelijke bewijsvoering.
In de praktijk is het belangrijk dat kamerhuurders en woningeigenaren zich bewust zijn van deze regels en mogelijk juridische hulp inschakelen bij twijfel over de toepassing van de kostendelersnorm. Rechters benadrukken regelmatig dat de huurprijs in overeenstemming moet zijn met de markt en dat periodieke indexering een essentieel onderdeel is van een commerciële huurovereenkomst.
Bijstandsgerechtigden kunnen voordelen hebben door commerciële huurovereenkomsten te sluiten, maar het is essentieel dat deze sluiting goed is vastgelegd en gecorrigeerd op marktstandaarden.
