Inleiding
De kostendelersnorm speelt een belangrijke rol bij de berekening van de hoogte van de bijstandsuitkering. Deze norm houdt rekening met het feit dat woon- en levensonderhoudskosten worden gedeeld binnen een woning. Voor gezinnen met een gehandicapte zoon zonder inkomen kan dit complex worden, omdat de norm niet alleen afhankelijk is van het aantal personen in het huishouden, maar ook van hun leeftijd en eventueel inkomen. In dit artikel bespreken we de werking van de kostendelersnorm, hoe deze toepassing vindt op huishoudens met een gehandicapte zoon zonder inkomen, en welke gevolgen dit heeft voor de hoogte van de bijstandsuitkering. Alle informatie is gebaseerd op de voor dit onderwerp relevante bronnen, zoals verwerkt in de SOURCE DATA.
Wat is de kostendelersnorm?
De kostendelersnorm is een berekening die wordt gebruikt bij de bijstanduitkering om te bepalen hoeveel de gemeente aan uitkeringen verleent. Deze norm is gebaseerd op het idee dat woonkosten worden gedeeld binnen een woning, zodat de uitkering per persoon lager uitvalt naarmate het aantal volwassenen in het huishouden toeneemt. Deze norm geldt uitsluitend voor personen van 27 jaar of ouder die in dezelfde woning wonen.
Volgens de SOURCE DATA geldt de kostendelersnorm niet voor: - Jongeren onder de leeftijd van 27 jaar, - Studenten die een studie volgen waarvoor studiefinanciering kan worden aangevraagd, - Personen die een zakelijke huurovereenkomst hebben met de woningeigenaar (zoals kamerhuurders of kostgangers die commercieel wonen), - Partners die in het huishouden wonen, en - Leerlingen in de BBL (beroepsbegeleidende leerweg) of onderwijs dat deel uitmaakt van de Wet tegemoetkoming onderwijskosten schoolgaande kinderen (Wtos).
Het inkomen van kostendelende personen telt niet mee in de berekening. Slechts het aantal personen van 27 jaar of ouder bepaalt de vermindering van de bijstanduitkering.
Kostendelersnorm en een gehandicapte zoon zonder inkomen
Bij een gehandicapte zoon zonder inkomen is het belangrijk te bepalen of deze persoon wordt gerekend als een kostendelende medebewoner. Dit hangt vooral af van de leeftijd en de situatie van deze persoon.
1. Leeftijd is bepalend
Als de gehandicapte zoon 27 jaar of ouder is, kan hij wel terecht worden gerekend als kostendelende medebewoner, zolang hij geen studiefinanciering ontvangt en geen zakelijke huurovereenkomst heeft. Dit betekent dat de bijstanduitkering van de hoofdverdiener (bijvoorbeeld de ouder) zal dalen, omdat het woonbudget wordt gedeeld.
Als de zoon jonger is dan 27 jaar, telt hij niet mee als kostendelende medebewoner. De bijstanduitkering van de hoofdverdiener blijft dan volledig hetzelfde.
2. Studie of onderwijs
Een belangrijke uitzondering is als de gehandicapte zoon in een onderwijsvolgprogramma zit (zoals Wtos of BBL). In dat geval telt hij ook niet mee als kostendelende medebewoner, ongeacht zijn leeftijd. Dit geldt ook als hij geen inkomen heeft, zolang hij in een erkend onderwijsprogramma zit.
Als de zoon niet studeert en ook geen onderwijs volgt, maar 27 jaar of ouder is, dan telt hij wel mee als kostendelende medebewoner. De bijstanduitkering van de hoofdverdiener wordt dan verlaagd.
3. Inkomen
Hoewel de zoon geen inkomen heeft, is dit een voordeel voor de hoofdverdiener. Het inkomen van kostendelende personen telt immers niet mee in de berekening. Echter, als de zoon wel inkomen heeft, dan is hij alsnog een kostendelende medebewoner, maar zijn inkomen telt niet mee bij de bepaling van de uitkering.
Hoe werkt de berekening van de bijstanduitkering?
De bijstanduitkering wordt berekend op basis van de gehuwdennorm (of gezinsuitkering), welke het maandbedrag is dat een gehuwd koppel ontvangt. Voor de berekening met meerdere kostendelende personen wordt deze norm verlaagd op basis van het aantal volwassenen in de woning.
De formule is als volgt:
$$ \text{Uitkering} = \left(40\% + \left(A \times 30\%\right) \times B \right) \div A $$
Waarbij: - A = aantal volwassenen van 27 jaar of ouder in het huishouden, - B = de rekennorm (bijvoorbeeld de gehuwdennorm).
Een voorbeeld: Als er 3 volwassenen in het huishouden wonen (bijvoorbeeld een moeder en 2 kinderen van 27+ jaar), dan wordt de uitkering als volgt berekend:
$$ \text{Uitkering} = \left(40\% + \left(3 \times 30\%\right)\right) \times \text{gehuwdennorm} \div 3 $$
$$ = \left(40\% + 90\%\right) \times \text{gehuwdennorm} \div 3 $$
$$ = 130\% \times \text{gehuwdennorm} \div 3 $$
$$ = 651,43\% \times \text{gehuwdennorm} $$
Als de gehuwdennorm bijvoorbeeld €1.503,31 is, dan is de uitkering:
$$ 651,43 \times 1.503,31 = €651,43 $$
Deze berekening is relevant voor gezinnen met meerdere kostendelende personen, zoals een gehandicapte zoon van 27+ jaar. De uitkering per persoon wordt dus verlaagd.
Gevolgen van de kostendelersnorm
De kostendelersnorm heeft verschillende gevolgen voor gezinnen:
1. Verlaagde uitkering per persoon
De belangrijkste gevolg is dat de bijstanduitkering per persoon lager wordt als er meerdere volwassenen in het huishouden wonen. Dit geldt ook als de zoon geen inkomen heeft, maar 27 jaar of ouder is en niet studeert.
2. Geen invloed van inkomen
Omdat het inkomen van kostendelende personen niet meetelt, is het gunstig voor de hoofdverdiener als de zoon geen inkomen heeft. Dit vermindert het risico op inkomenverlies door het toepassen van de kostendelersnorm.
3. Vakantiegeld vermindert ook
Het vakantiegeld, dat meestal 5% van de uitkering is, wordt eveneens verlaagd. Dit kan extra financiële druk veroorzaken, vooral bij gezinnen met meerdere kostendelende personen.
4. Geen invloed van huwelijksstatus
De kostendelersnorm geldt ook voor alleenstaanden. Als een alleenstaande ouder een gehandicapte zoon van 27+ jaar heeft, dan telt deze persoon mee als kostendelende medebewoner, ongeacht zijn huwelijksstatus.
Uitzonderingen op de kostendelersnorm
Er zijn enkele situaties waarin de kostendelersnorm niet van toepassing is of waarin afwijkende berekeningen kunnen worden gedaan:
1. Tijdelijk verblijf
Als een volwassene tijdelijk in het huishouden woont, kan de gemeente ervoor kiezen om de kostendelersnorm niet toe te passen. Dit is bijvoorbeeld het geval bij een zoon die tijdelijk thuiskomt vanwege een ziekte of studie.
2. Zakelijke huurovereenkomst
Als de zoon een zakelijke huurovereenkomst heeft met de woningeigenaar, telt hij niet mee als kostendelende medebewoner. Dit is het geval bij een huurder die commercieel woont, ongeacht zijn leeftijd of inkomen.
3. Studenten
Als de zoon student is, telt hij ook niet mee als kostendelende medebewoner. Dit is het geval ook als hij 27 jaar of ouder is, zolang hij in een erkend onderwijsprogramma zit.
4. Vakantiegeld
Hoewel het vakantiegeld 5% van de bijstanduitkering is, wordt dit ook verlaagd bij toepassing van de kostendelersnorm. Het is dus belangrijk om dit extra te overwegen bij het bepalen van de financiële impact.
Conclusie
De kostendelersnorm heeft een directe invloed op de hoogte van de bijstanduitkering in huishoudens met meerdere volwassenen. Voor gezinnen met een gehandicapte zoon zonder inkomen hangt het vooral af van de leeftijd en de situatie van deze persoon of hij mee telt als kostendelende medebewoner. Als de zoon 27 jaar of ouder is en geen studie volgt, dan telt hij mee en daalt de uitkering. Als hij jonger is of in een onderwijsprogramma zit, dan telt hij niet mee.
Het is belangrijk om te weten dat het inkomen van kostendelende personen niet meetelt, wat een voordeel kan zijn voor de hoofdverdiener. Echter, het vakantiegeld en de uitkering per persoon worden wel verlaagd. Uitzonderingen kunnen gelden, zoals bij tijdelijk verblijf of zakelijke huurovereenkomsten.
Bij het opstellen van een financieel plan is het dus essentieel om rekening te houden met de kostendelersnorm en haar gevolgen. Informatie over de exacte berekening en toepassing van de norm is beschikbaar via gemeentelijke diensten en officiële documenten.
