Voor mensen die in bijstand verkeren is de kostendelersnorm een belangrijke maatregel die de uitkering beïnvloedt wanneer ze met meerdere volwassenen in één woning wonen. Deze norm is geregeld in de Participatiewet en heeft als doel aan te nemen dat huur, energie en andere woonkosten met meerdere volwassenen worden gedeeld. Hoe meer volwassenen van 27 jaar of ouder in de woning wonen, hoe lager de uitkering per persoon wordt. Dit artikel belicht de specifieke situatie bij het einde van een studie, waarbij een persoon niet langer als student wordt gezien, en daarmee mogelijk wel meetelt als kostendeler.
De informatie in dit artikel is gebaseerd op officiële uitleg van de gemeente Den Haag, Den Haag, en Werksaam Werk, evenals rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB). Deze bronnen geven inzicht in de toepassing van de kostendelersnorm, uitzonderingen, en de verantwoordelijkheid van de gemeente bij het beoordelen van de situatie van een bewoner.
Wat is de kostendelersnorm?
De kostendelersnorm is een maatregel binnen de Participatiewet die ervan uitgaat dat wanneer iemand in bijstand verkeert, maar in een woning woont met meerdere volwassenen, de woonkosten worden gedeeld. Daardoor wordt aangenomen dat de persoon minder uitkering nodig heeft. De norm geldt alleen voor personen van 27 jaar of ouder, en niet voor jongeren onder de 27, of studenten die studiefinanciering ontvangen.
De uitkering wordt berekend op basis van het aantal kostendelers in de woning. Hoe hoger het aantal, hoe lager de uitkering per persoon. Het is belangrijk om te begrijpen dat de inkomens van de medebewoners niet worden meegerekend, alleen het aantal volwassenen bepaalt de toepassing van de norm.
Wie telt mee als kostendeler?
Volgens de uitleg van de gemeente Den Haag en Werksaam Werk geldt het volgende:
- Personen van 27 jaar of ouder, die geen studie volgen met studiefinanciering, tellen wel mee.
- Studenten, die een opleiding volgen waarvoor studiefinanciering toegestaan is, tellen niet mee.
- Jongeren onder de 27 jaar, die geen studie volgen met studiefinanciering, tellen niet mee.
- Kamerhuurders of kostgangers, die een commerciële huurovereenkomst hebben, tellen niet mee als kostendeler, zolang er geen nauwe familieband bestaat.
Deze regels zijn ook bevestigd in een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 30 januari 2023, waarin onder andere wordt benadrukt dat het bewijslast ligt bij de gemeente om aan te tonen dat de voorwaarden voor toepassing van de kostendelersnorm zijn voldaan.
Kostendelersnorm bij het einde van een studie
Een van de meest voorkomende situaties waarin de kostendelersnorm van toepassing kan veranderen, is bij het einde van een studie. Als een persoon die tot dan toe als student beschouwd werd, zijn of haar opleiding beëindigt, kan deze persoon plotseling wel meetellen als kostendeler. Dit heeft directe gevolgen voor de uitkering.
Wanneer telt een voormalige student mee als kostendeler?
Als een persoon:
- Niet langer een studie volgt, of
- Geen toegang heeft tot studiefinanciering,
dan kan die persoon niet langer worden uitgenomen als kostendeler. De gemeente heeft dan de verplichting om te beoordelen of deze persoon nu wel meetelt als kostendeler.
De praktijk is echter soms ingewikkeld. Zoals beschreven in een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep, moet de gemeente bewijzen dat aan de voorwaarden is voldaan voor toepassing van de kostendelersnorm. In het geval van een voormalige student, moet de gemeente dus aantonen dat:
- De persoon geen studie meer volgt.
- Er een commerciële huurovereenkomst is (als het om een huurder gaat).
- De relatie niet commercieel genoeg is om te worden uitgenomen als kostendeler.
In het besproken voorbeeld was er sprake van een persoon die beweerde dat ze nog geen schriftelijk huurcontract had, maar wel € 350 per maand aan huur betaalde. De gemeente had deze relatie niet als commercieel genoeg erkend, waardoor de persoon wel meetelde als kostendeler. De rechtspraak stelde echter dat het college (de gemeente) bewijs moest leveren voor deze conclusie.
Praktijkvraag: Hoe verandert de uitkering bij het einde van een studie?
Bij het einde van een studie kan de uitkering veranderen, afhankelijk van het aantal kostdelers in de woning. De uitkering wordt berekend als een percentage van de normale bijstanduitkering (voor een alleenstaande of een koppel). De percentageverdeling is gebaseerd op het aantal kostdelers. Deze verdeling is standaard, maar kan per gemeente licht variëren.
| Aantal kostdelers | Percentage van de uitkering |
|---|---|
| 0 | 100% |
| 1 | 70% |
| 2 | 50% |
| 3 | 40% |
| 4 of meer | 35% |
Bron: Werksaam Werk en Den Haag
Dit betekent dat iemand die bijvoorbeeld in een woning woont met twee kostdelers, een uitkering ontvangt van 50% van de normale bijstanduitkering.
Als een voormalige student die eerder niet meetelde als kostendeler (omdat hij of zij een studie volgde), nu wel meetelt, verandert de berekening. Bijvoorbeeld: een persoon die eerst in een woning woonde met één kostendeler, ontvangt 70% van de normale uitkering. Als er twee kostdelers komen te wonen (bijvoorbeeld de voormalige student), daalt de uitkering naar 50%.
Belang van tijdlijnen bij het einde van een studie
Het is belangrijk om exact te weten wanneer een studie beëindigd is, want dit bepaalt wanneer de persoon niet langer als student wordt beschouwd. In de praktijk is dit niet altijd eenduidig, vooral als iemand:
- Een interne opleiding volgt,
- Een stage doet,
- Of tijdelijk geen studie volgt, maar dit tijdelijk is.
In dergelijke gevallen kan de gemeente besluiten om de kostendelersnorm niet direct toe te passen. Dit wordt bepaald op basis van de individuele situatie. De gemeente kan dan ook een overgangsperiode toepassen, zoals bijvoorbeeld in het geval waarin een persoon nog geen half jaar hoeft te wachten op een studieplek.
Rechtspraak: Bewijslast en toepassing van de norm
De rechtspraak benadrukt regelmatig dat de bewijslast ligt bij de gemeente bij het toepassen van de kostendelersnorm. Dit is ook bevestigd in de uitspraak van de CRvB van 30 januari 2023, waarin duidelijk wordt gesteld dat het college (de gemeente) moet aantonen dat aan de voorwaarden voor toepassing van de kostendelersnorm is voldaan.
Dit betekent dat de gemeente:
- Bewijs moet leveren dat een huurovereenkomst commercieel is,
- Bewijs moet leveren dat een persoon geen studie meer volgt,
- En bewijs moet leveren dat er sprake is van meerdere volwassenen in de woning.
Als de gemeente dit niet kan aantonen, kan de kostendelersnorm niet worden toegepast, ongeacht het aantal volwassenen in de woning.
Uitzonderingen en praktijkproblemen
Hoewel de kostendelersnorm in theorie duidelijk is, zijn er in de praktijk regelmatig problemen. Een aantal van deze situaties zijn:
- Ten onrechte toepassing van de kostendelersnorm: Als een persoon tijdelijk in een woning woont, maar geen vaste huurovereenkomst heeft, kan de gemeente deze persoon toch meetellen als kostendeler. Dit is niet toegestaan volgens rechtspraak.
- Mantelzorg situaties: Als iemand tijdelijk in een woning woont om zorg te kunnen geven, kan deze persoon ook worden uitgenomen uit de kostendelersnorm. Dit moet wel worden aangetoond door de gemeente.
- Commerciële huurders: Als een huurder een normale huurovereenkomst heeft en geen naaste familie is, mag deze persoon niet meetellen. Dit is vaak een bron van misverstanden, omdat de gemeente soms niet goed kan aantonen dat het huurcontract commercieel is.
Wat kun je doen als je denkt dat je verkeerd wordt behandeld?
Als je denkt dat de gemeente jou of iemand in je woning ten onrechte meetelt als kostendeler, kun je een bezwaar indienen. Dit is een formele klacht tegen de beslissing van de gemeente. Je kunt ook hulp inroepen, zoals een advocaat of een bijstandspersoon.
In de rechtspraak is dikwijls te lezen dat mensen bewijs moeten leveren dat hun situatie niet binnen de kostendelersnorm valt. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als je een schriftelijke huurovereenkomst hebt, of als je kunt aantonen dat je niet langer een studie volgt.
Conclusie
De kostendelersnorm is een maatregel die ervan uitgaat dat iemand minder uitkering nodig heeft als hij of zij in een woning woont met meerdere volwassenen. Deze norm is van toepassing op personen van 27 jaar of ouder, die geen studie volgen met studiefinanciering. Als iemand zijn of haar studie beëindigt, kan deze persoon plotseling wel meetellen als kostendeler. Dit heeft directe gevolgen voor de uitkering, omdat de uitkering per persoon daalt naarmate het aantal kostdelers toeneemt.
In de praktijk is het belangrijk dat de gemeente bewijs levert dat aan de voorwaarden voor toepassing van de kostendelersnorm is voldaan. Als dit niet het geval is, mag de norm niet worden toegepast, ongeacht het aantal volwassenen in de woning.
Als je denkt dat je verkeerd wordt behandeld bij de toepassing van de kostendelersnorm, kun je een bezwaar indienen en eventueel hulp inroepen. De rechtspraak benadrukt regelmatig dat het bewijslast ligt bij de gemeente, wat betekent dat jij niet altijd bewijs moet leveren om te laten zien dat je niet onder de norm valt.
Het einde van een studie kan dus een belangrijke gebeurtenis zijn voor mensen die in bijstand verkeren. Het is belangrijk om te weten hoe de kostendelersnorm werkt, wat de gevolgen zijn, en wat je kunt doen als je denkt dat je verkeerd wordt behandeld.
