In Nederland is de kostendelersnorm een belangrijk instrument binnen het bijstandsrecht. Deze regeling beïnvloedt de hoogte van de uitkering voor personen die hun woning delen met andere volwassenen. Voor verhuurders, huurders en gezinnen is het begrijpen van deze norm essent, omdat deze direct impact heeft op de financiële situatie en het recht op bijstand. In dit artikel wordt een gedetailleerde en professionele uitleg gegeven over de kostendelersnorm, het wettelijk kader, uitzonderingen, rekenvoorbeelden en de gevolgen voor huishoudens. Op basis van de verstrekte informatie wordt een objectieve, feitelijke en toegankelijke behandeling gegeven, gericht op zowel particuliere huurders als professionals in het woning- en woningbouwbedrijf.
Wat is de kostendelersnorm?
De kostendelersnorm is een regeling die bepaalt dat personen die hun woning delen met andere volwassenen, een lagere bijstandsuitkering ontvangen. Deze norm is gebaseerd op het principe dat gedeelde huishoudelijke kosten het budget voor iedereen verlagen. De hoogte van de uitkering hangt af van het aantal kostendelers in een huishouden. Hoe meer volwassenen in een woning wonen, hoe lager de uitkering per persoon.
De kostendelersnorm is juridisch geregeld in de Participatiiewet en speelt zich af binnen het kader van de Wet bijstand (Wb) en de Wet maatwerkparticipatieregeling (WMPR). Deze norm geldt voor bijstandsgerechtigden en ook voor personen die onder andere participatieregelingen vallen, zoals de maatwerkparticipatieregeling.
Wettelijk kader van de kostendelersnorm
De kostendelersnorm is verankerd in de wetgeving. Volgens artikel 19a en 22a van de Participatiiewet wordt iedereen die 27 jaar of ouder is en zijn hoofdverblijf heeft in dezelfde woning als de bijstandsgerechtigde, gezien als een kostendelende medebewoner. Dit betekent dat deze persoon een invloed heeft op de hoogte van de bijstandsuitkering van het huishouden.
De kern van de kostendelersnorm is dat het aantal kostendelers in een huishouden bepaalt de hoogte van de uitkering. Het maakt niet uit of deze kostendelers een eigen inkomen hebben of actief werken. Wat wel belangrijk is, is de leeftijd en de relatie tussen de huishoudensleden.
De leeftijdsgrens van 27 jaar is op 1 januari 2023 verhoogd, waardoor jongeren tot 27 jaar niet meer als kostendelers worden meegerekend. Deze wijziging is een gevolg van de wijzigingen in de Participatiiewet, met het oog op de verlaging van administratieve lasten en het verlichten van de situatie voor jongeren.
Wie telt mee en wie niet?
De kostendelersnorm bepaalt niet automatisch dat iedereen in een woning als kostendeler wordt meegerekend. Er zijn specifieke regels over wie wel of niet meetelt in het bepalen van het aantal kostendelende medebewoners. Deze uitzonderingen zijn essent voor het begrijpen van de financiële impact op huishoudens.
Personen die niet meetellen
Jongeren jonger dan 27 jaar: Vanaf 1 januari 2023 telt een persoon jonger dan 27 jaar niet mee als kostendelende medebewoner. Dit betreft dus ook jongeren die thuis wonen en werken of studeren. Dit geldt voor bijvoorbeeld kinderen, studenten of jonge werknemers.
Studenten met recht op studiefinanciering (WSF 2000): Ook studenten die aan een opleiding deelnemen en recht hebben op studiefinanciering zijn uitgezonderd. Dit geldt zolang de opleiding recht geeft op studiefinanciering of tegemoetkoming van studiekosten.
BBL-studenten: Studenten die de beroepsbegeleidende leerweg (BBL) volgen, worden eveneens niet als kostendelers meegerekend.
Personen in onderwijs dat recht geeft op tegemoetkoming onderwijskosten: Leerlingen die in onderwijs zitten dat recht geeft op de Wet tegemoetkoming onderwijskosten schoolgaande kinderen (Wtos), zijn ook uitgezonderd.
Kamerhuurders en gasten: Personen die wonen in een woning met een commerciële overeenkomst (zoals huur of kost en inwoning) tellen niet mee. Dit geldt zolang de huurprijs commercieel is en er sprake is van een schriftelijke huurovereenkomst.
Verhuisde huurders en verhuurders: Als iemand een huurder of verhuurder is in dezelfde woning, dan telt deze persoon ook niet mee als kostendeler.
Personen die wel meetellen
Volwassenen van 27 jaar of ouder: Deze personen tellen wel mee als kostendelende medebewoners. De leeftijdsgrens is hier dus cruciaal.
Partner of samenlevende partner: De persoon met wie een bijstandsgerechtigde een gezamenlijke huishouding voert, telt altijd mee, ongeacht de leeftijd. Dit geldt ook voor huwelijks- of partnerschapsrelaties.
Commerciële huurovereenkomsten: Als er sprake is van een commerciële huurovereenkomst met een derde (zoals bij een onderhuur), dan telt die huurder of verhuurder wel mee als kostendeler. Dit is een belangrijke uitzondering in de regels.
Gevolgen voor het recht op bijstand
De kostendelersnorm heeft directe gevolgen voor het recht op bijstand. Voor elke extra kostendeler in een huishouden daalt de uitkering. De hoogte van de uitkering wordt berekend aan de hand van de normen die gelden voor het aantal kostendelende medebewoners.
De uitkering wordt als volgt berekend:
- 2 personen: 50% van de norm
- 3 personen: 43⅓% van de norm
- 4 personen: 40% van de norm
- 5 personen: 38% van de norm
Deze percentages zijn gebaseerd op de standaardnormen van de bijstand. De exacte bedragen variëren jaarlijks. Bijvoorbeeld in 2026 is de standaard bijstanduitkering €2002,13 per maand. Voor een huishouden van 3 personen zou dit dus €867,58 per persoon bedragen (43⅓% van €2002,13).
Deze percentages zijn belangrijk voor verhuurders en gezinnen om te begrijpen, omdat ze bepalen hoeveel uitkering de huishouding ontvangt. De inkomsten en vermogen van kostendelende medebewoners tellen echter niet mee in de berekening van de bijstanduitkering. Alleen de inkomsten van de bijstandsgerechtigde en eventueel zijn of haar partner tellen mee.
Een rekenvoorbeeld:
- Een jongere van 24 woont in bij een oom en tante van 52 en 54 jaar. Voordat de jongere inwoont, ontvangen oom en tante samen 100% van de norm. Omdat de jongere jonger is dan 27 jaar, verandert dit niet. De jongere zelf ontvangt 43,3% van de norm. Oom en tante blijven op 50% per persoon staan. Er zijn nu drie kostendelende medebewoners in het huishouden, wat de uitkering van de jongere verlaagt.
Uitzonderingen en maatwerkregelingen
Hoewel de kostendelersnorm wettelijk is vastgelegd, zijn er situaties waarin de regeling tijdelijk of volledig buiten toepassing kan worden gelaten. Dit is mogelijk bij crisissituaties, bijvoorbeeld bij jongeren die tijdelijk inwonen bij familie of bij woningnood.
Tijdelijke uitzonderingen
In sommige gevallen kan de kostendelersnorm tijdelijk buiten toepassing worden gelaten. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer een persoon zich in een crisissituatie bevindt. Bijvoorbeeld:
- Een jongere van 28 kan niet langer bij zijn ouders wonen en zoekt tijdelijk onderdak bij zijn oom.
- Oom heeft een uitkering en stelt voorwaarden voor het verblijf van de jongere.
- De gemeente kan dan besluiten om de kostendelersnorm tijdelijk niet toe te passen, bijvoorbeeld gedurende 6 maanden.
Deze maatregel is bedoeld om mensen in een overgangssituatie te ondersteunen, zonder dat ze direct gedwongen worden om hun woning te verlaten.
Logeerregeling
Een andere uitzondering is de logeerregeling van het COA. Deze regeling geldt voor personen die ná het verkrijgen van een verblijfsvergunning, maar vóór huisvesting, tijdelijk verblijven bij familie of vrienden. In dit geval kan de kostendelersnorm worden geschorst, zolang het verblijf tijdelijk is en niet leidt tot een permanente woningdeling.
Gevolgen voor toeslagen
De kostendelersnorm heeft ook gevolgen voor het recht op toeslagen. Omdat het huishoudinkomen kan toenemen als gevolg van meerdere kostendelers, kan dit leiden tot een verminderd recht op huurtoeslag. De huurtoeslag wordt berekend op basis van het inkomen van het huishouden. Een hoger inkomen door de aanwezigheid van kostendelers kan dus leiden tot een lager bedrag aan huurtoeslag of zelfs het verlies van het recht.
De zorgtoeslag is echter niet beïnvloed door de kostendelersnorm. De zorgtoeslag is afhankelijk van het individuele inkomen van de persoon, niet van het huishoudinkomen.
Samenlevingsvraagstukken
De kostendelersnorm is niet alleen een juridisch mechanisme, maar ook een maatschappelijke kwestie. De regeling kan leiden tot woningnood, vooral bij jongeren die tijdelijk inwonen bij familie of vrienden. Deze jongeren kunnen als kostendelers worden meegerekend, waardoor het recht op bijstand van de huishouding vermindert. Dit kan leiden tot een verlies van woning.
Voor verhuurders is het belangrijk om zich bewust te zijn van deze regeling, omdat de aanwezigheid van jongeren in hun woning niet automatisch leidt tot een lagere uitkering. Vanaf 2023 tellen jongeren tot 27 jaar niet mee, zolang er sprake is van een normale huurovereenkomst of kost en inwoning.
Conclusie
De kostendelersnorm is een complexe regeling die directe impact heeft op het recht op bijstand en toeslagen. Het is belangrijk dat zowel huurders als verhuurders deze regeling begrijpen, omdat het bepaalt hoeveel uitkering een huishouden ontvangt. De regeling is wettelijk verankerd en beïnvloedt niet alleen de inkomsten, maar ook het woonrecht en de sociale situatie van huishoudens.
Bij het opstellen van huurovereenkomsten of het aanbieden van tijdelijk verblijf, is het essent om rekening te houden met de leeftijd van de bewoners, de aard van het huurverband en de mogelijke gevolgen voor de bijstanduitkering. Door goed te informeren en de regeling correct toe te passen, kunnen zowel verhuurders als huurders voorkomen dat de woningdeling leidt tot ongewenste juridische of financiële gevolgen.
