Inleiding
De kostendelersnorm is een beleidsmaatregel die in de Nederlandse sociale voorzieningen een rol speelt bij de berekening van de bijstandsuitkering. Deze norm bepaalt of een persoon die een bijstandsuitkering ontvangt, minder uitkering krijgt, omdat hij of zij de woonlasten deelt met medebewoners. Sinds de invoering van de norm is er kritiek geweest op de effecten voor jongeren in bijstandsgezinnen die het huis van de ouders verlaten om ervoor te zorgen dat de ouders niet minder uitkering krijgen.
Per 1 januari 2023 is de kostendelersnorm gewijzigd. De leeftijd waarop jongvolwassenen nog meetellen als kostendeler is verhoogd van 21 naar 27 jaar. Dit betekent dat jongeren tot 27 jaar niet langer als kostendelende medebewoners worden aangemerkt bij de berekening van de bijstandsuitkering van ouders of andere huisgenoten. Deze wijziging is bedoeld om jongeren te ondersteunen die het ouderlijk huis nog in te trekken, om te voorkomen dat ze dakloos raken of tijdelijk zonder onderdak komen te staan.
In deze artikel zullen we de wijziging van de kostendelersnorm bespreken, de achterliggende redenen, de praktische gevolgen voor bijstandgerechtigden en woningaansluiting, en de implementatie van de wijziging op gemeentelijk niveau.
Wat is de kostendelersnorm?
De kostendelersnorm is een regeling die ervoor zorgt dat mensen die een bijstandsuitkering ontvangen, minder uitkering krijgen als zij wonen met andere personen van 21 jaar of ouder. De logica achter deze norm is dat woonlasten kunnen worden gedeeld als meerdere personen in één woning wonen, waardoor individuele woonkosten lager zijn. De uitkering wordt dus aangepast aan het aantal kostendelende medebewoners in de woning.
Een kostendelende medebewoner is gedefinieerd als iemand van 21 jaar of ouder die in dezelfde woning woont als de bijstandgerechtigde. Uitzonderingen gelden voor studenten en personen die een commerciële relatie hebben met de bijstandgerechtigde, zoals huurders. Deze uitzonderingen zijn belangrijk, omdat zij bepalen wie als kostendelende medebewoner meetelt en wie niet.
De norm is van toepassing op bijstandsuitkeringen voor levensonderhoud. Als een bijstandgerechtigde bijvoorbeeld een kind van 21 jaar of ouder in de woning heeft wonen, dan wordt de uitkering aangepast met de kostendelersnorm. Deze norm bedraagt 43,33% van de norm voor een gehuwd koppel. Dit betekent dat iedere kostendelende medebewoner een deel van de woonkosten vermindert, en daarmee ook de uitkering.
Wijziging van de kostendelersnorm per 1 januari 2023
De kostendelersnorm is gewijzigd per 1 januari 2023. De belangrijkste wijziging is dat jongeren onder de 27 jaar niet langer als kostendelende medebewoners worden aangemerkt. Eerder was de leeftijdsgrens nog 21 jaar. Deze verhogingsmaatregel is bedoeld om jongeren in bijstandsgezinnen te ondersteunen die het ouderlijk huis nog in trekken om hun ouders te helpen met hun uitkering. Deze jongeren zijn vaak in een onzekere situatie, omdat ze hun uitkering misschien verliezen als ze het huis verlaten.
De wijziging is opgenomen in het wetsvoorstel "Breed offensief", dat door de Eerste en Tweede Kamer is voorgesteld. Deze wetswijziging is in overleg gegaan met gemeenten en sociale organisaties, en is onderdeel van een bredere inspanning om de inkomenszekerheid van uitkeringsgerechtigden te vergroten. De regering stelt dat dit wetsvoorstel helpt om het voortijdig verlaten van het ouderlijk huis te verminderen, wat op zijn beurt helpt om dak- en thuisloosheid onder jongeren te voorkomen.
De wijziging is reeds toegepast door enkele gemeenten, zoals Rotterdam en Arnhem, sinds 1 juli 2022. Deze gemeenten zijn vooruitgelopen op de wetswijziging, terwijl het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) daarvoor geen officiële instructies had uitgevaardigd. Deze vroege toepassing laat zien dat er een duidelijke behoefte is om jongeren in bijstandsgezinnen te ondersteunen.
Gevolgen van de wijziging voor bijstandgerechtigden
De wijziging van de kostendelersnorm heeft duidelijke gevolgen voor bijstandgerechtigden en hun huishouden. Voor ouders die jonge kinderen in huis hebben, betekent deze wijziging dat zij nu hogere uitkeringen ontvangen. Tot 1 januari 2023 gold dat kinderen vanaf 21 jaar meetelden als kostendelende medebewoners. Vanaf 2023 tellen jongeren tot 27 jaar niet meer mee, wat betekent dat ouders nu de volledige norm voor een gehuwd koppel ontvangen, zolang hun kinderen jonger zijn dan 27.
Een concreet voorbeeld is als volgt: een oudere koppel met twee kinderen, één van 24 jaar en één van 28 jaar. Tot 2023 zou het kind van 24 jaar meetellen als kostendelende medebewoner, wat de uitkering van het oudere koppel zou verlagen. Vanaf 1 januari 2023 telt dat kind niet meer mee, zodat de ouders nu een hogere uitkering ontvangen. Het kind van 28 jaar telt wel mee, omdat het ouder is dan 27.
Er is echter ook een omgekeerde situatie: jongeren die zelf een bijstandsuitkering ontvangen en nog in het ouderlijk huis wonen, blijven onderworpen aan de kostendelersnorm. Dit is omdat de leeftijdsgrens voor bijstandgerechtigden op 21 jaar is blijven staan. Dus, als een jongere van 24 jaar bij zijn ouders woont en zelf een bijstandsuitkering ontvangt, dan wordt de uitkering van die jongere wel gereduceerd, omdat zijn ouders als kostendelende medebewoners worden aangemerkt. De leeftijdsgrens voor bijstandgerechtigden zelf blijft 21 jaar.
Dit verschil is een bewuste keuze van de wetgever, die wilde voorkomen dat jongeren die hun eigen bijstandsuitkering ontvangen, hun ouders onbedoeld financieel ondersteunen door in het ouderlijk huis te blijven wonen. De regeling is dus tweeledig: ouders krijgen een hogere uitkering als hun kinderen jonger zijn dan 27, terwijl jongeren die zelf een bijstandsuitkering ontvangen, op hun beurt wel onderworpen blijven aan de kostendelersnorm.
Implementatie van de wijziging op gemeentelijk niveau
Gemeenten spelen een centrale rol bij de implementatie van de wijziging van de kostendelersnorm. Aangezien bijstanduitkeringen op gemeentelijk niveau worden beheerd, moeten gemeenten hun systemen aanpassen om rekening te houden met de nieuwe leeftijdsgrens. Dit betekent dat bestaande software en procedures voor het berekenen van bijstanduitkeringen worden gewijzigd.
Schulinck In-Form, een organisatie die gemeenten ondersteunt in administratieve processen, heeft aangegeven dat zij gemeenten hierbij kunnen helpen. Het formulier "Aanvraag Levensonderhoud" is bijvoorbeeld aangepast om de nieuwe norm mee te nemen in de berekening. Ook zijn er rekentools beschikbaar die gemeenten gebruiken om te bepalen of de kostendelersnorm van toepassing is op een gegeven geval. Deze tools zijn nu geüpdatet, zodat zij rekening houden met de nieuwe leeftijdsgrens.
Daarnaast is er ruimte voor maatwerk. Gemeenten kunnen bijvoorbeeld individuele gevallen onderzoeken en besluiten of een hogere bijstanduitkering wordt toegekend bij bijzondere omstandigheden. Ook is het mogelijk om de kostendelersnorm tijdelijk te uitsluiten in bepaalde gevallen, bijvoorbeeld bij een overgangssituatie waarin jongeren het ouderlijk huis nog in trekken.
De implementatie van de wijziging vraagt dus zowel technische als beleidsmatige aandacht. Gemeenten moeten niet alleen hun systemen aanpassen, maar ook hun medewerkers informeren over de nieuwe regel. Hierdoor kan de wijziging vloeiend worden doorgevoerd, zodat bijstandgerechtigden zo snel mogelijk de voordelen ervan kunnen ondervinden.
Impact op woningaansluiting en woningmarkt
Hoewel de kostendelersnorm hoofdzakelijk van invloed is op sociale voorzieningen, heeft deze wijziging ook indirecte gevolgen voor de woningmarkt en woningaansluiting. Omdat jongeren in bijstandsgezinnen nu langer in het ouderlijk huis kunnen wonen, wordt de druk op de woonmarkt voor jonge huurders verminderd. Dit kan bijdragen aan een stabielere woningaansluiting voor jongeren, die nu langer in een bekende omgeving kunnen wonen.
Daarnaast helpt deze wijziging om de risico’s van dak- en thuisloosheid te verminderen. Onderzoek heeft aangetoond dat jongeren in bijstandsgezinnen soms voortijdig het ouderlijk huis verlaten om hun ouders te helpen met hun uitkering. Hierdoor kunnen jongeren in een precaire situatie komen, waardoor ze risico lopen op tijdelijk of permanent ondakelijkheid. De wijziging van de kostendelersnorm helpt om dit risico te verminderen, waardoor jongeren beter in staat zijn om een stabiele woningaansluiting te vinden.
Op langere termijn kan deze wijziging ook leiden tot een vermindering van de vraag naar woonruimte voor jongeren. Dit is vooral relevant in stedelijke gebieden, waar de woonmarkt vaak onder druk staat. Door jongeren in bijstandsgezinnen te ondersteunen, kan de woningmarkt worden ontzogen, wat gunstig is voor de beschikbaarheid van huurwoningen en voor de duurzaamheid van het woningbeleid.
Uitzonderingen en bijzondere situaties
De wijziging van de kostendelersnorm bevat enkele uitzonderingen en maatregelen voor bijzondere situaties. Bijvoorbeeld:
Studenten en BBL-studenten: Studenten die studiefinanciering ontvangen of een Beroeps Begeleidende Leerweg (BBL) volgen, vallen niet onder de kostendelersnorm. Dit betekent dat zij, ook als zij ouder zijn dan 27 jaar, niet meetellen als kostendelende medebewoners. Deze regeling is bedoeld om studenten te ondersteunen en hen te verzekeren van een stabiele financiële basis tijdens hun opleiding.
Zorgverzekering: Voor jongeren die de ouderlijke woning verlaten, is het belangrijk dat zij een eigen zorgverzekering afsluiten. De wettelijke verplichting om een zorgverzekering te hebben geldt vanaf 18 jaar, ongeacht de leeftijd of de financiële situatie. Dit betekent dat jongeren die het ouderlijk huis verlaten, ook verantwoordelijk zijn voor hun eigen zorgverzekering en risico in de zorg.
Kinderbijslag en kindgebonden budget: Voor jongeren die 18 worden, stoppen de kinderbijslag en het kindgebonden budget. Dit betekent dat ouders hun financiële ondersteuning voor hun kinderen stopzetten op de dag dat het kind 18 wordt. De wijziging van de kostendelersnorm helpt ouders om deze overgang te maken, omdat zij nu hogere uitkeringen ontvangen als hun kinderen jonger zijn dan 27.
In bijzondere gevallen kunnen gemeenten ook afwijken van de norm. Bijvoorbeeld:
Maatwerk: Gemeenten kunnen individuele gevallen onderzoeken en besluiten om de bijstandsnorm in bepaalde gevallen hoger vast te stellen. Dit is toegestaan als bijzondere omstandigheden aanwezig zijn, zoals een ziekte of een tijdelijke overgangssituatie.
Tijdelijke uitzondering: Het is ook mogelijk om de kostendelersnorm tijdelijk te uitsluiten in bepaalde gevallen. Bijvoorbeeld als een jongere tijdelijk in het ouderlijk huis woont om een crisissituatie door te komen.
Deze uitzonderingen en maatregelen tonen aan dat de regering en de gemeenten rekening houden met de diversiteit van situaties in het sociale domein. Door afwijkende regels toe te passen in bijzondere gevallen, kan de regeling worden afgestemd op de werkelijke behoeften van bijstandgerechtigden.
Samenvatting
De wijziging van de kostendelersnorm per 1 januari 2023 is een belangrijke maatregel die gericht is op jongeren in bijstandsgezinnen. Door de leeftijdsgrens te verhogen van 21 naar 27 jaar, kunnen jongeren langer in het ouderlijk huis wonen zonder dat hun ouders minder uitkering ontvangen. Deze wijziging helpt om het voortijdig verlaten van het ouderlijk huis te voorkomen, wat op zijn beurt helpt om dak- en thuisloosheid onder jongeren te voorkomen.
De wijziging heeft gevolgen voor zowel ouders als jongeren die een bijstandsuitkering ontvangen. Ouders krijgen hogere uitkeringen als hun kinderen jonger zijn dan 27, terwijl jongeren die zelf een bijstanduitkering ontvangen, op hun beurt wel onderworpen blijven aan de kostendelersnorm. Deze tweeledige regeling is bedoeld om jongeren te ondersteunen en te verzekeren van een stabiele financiële basis.
Gemeenten spelen een centrale rol bij de implementatie van deze wijziging. Zij moeten hun systemen aanpassen en hun medewerkers informeren over de nieuwe regel. Daarnaast is er ruimte voor maatwerk, zodat individuele gevallen kunnen worden aangepast aan de specifieke omstandigheden.
De wijziging heeft ook indirecte gevolgen voor de woningmarkt en woningaansluiting. Door jongeren in bijstandsgezinnen te ondersteunen, kan de druk op de woonmarkt worden verminderd en kan de risico op dak- en thuisloosheid worden verminderd.
Tot slot zijn er uitzonderingen en maatregelen voor bijzondere situaties, zoals voor studenten en BBL-studenten. Deze regels tonen aan dat de regering en gemeenten rekening houden met de diversiteit van situaties in het sociale domein.
Conclusie
De wijziging van de kostendelersnorm per 1 januari 2023 is een belangrijke stap in de richting van meer inkomenszekerheid voor jongeren in bijstandsgezinnen. Door jongeren tot 27 jaar niet langer als kostendelende medebewoners te beschouwen, kunnen zij langer in het ouderlijk huis wonen zonder dat hun ouders minder uitkering ontvangen. Deze maatregel helpt om de risico’s van dak- en thuisloosheid te verminderen en bijdraagt aan een stabiele woningaansluiting voor jongeren.
De implementatie van deze wijziging vraagt aandacht van gemeenten en sociale organisaties, maar levert op lange termijn positieve resultaten op. Door jongeren in bijstandsgezinnen te ondersteunen, kan de woningmarkt worden ontzogen en kan de risico op ondakelijkheid worden verminderd. Dit is een belangrijke bijdrage aan het sociale beleid en de woningmarkt.
